Warm jezelf op met de volle smaken van geroosterde pompoen en wortel – de perfecte herfstsoep voor kortere dagen
Lies en ik werken veel uren voor ons bedrijf CoukoeLifestyle, maar één Franse gewoonte hebben we graag overgenomen: we eten warm tussen de middag. Vandaag stond deze verrukkelijke pompoen-wortelsoep op het menu, gemaakt met groenten grotendeels uit onze eigen moestuin – hoe luxe en makkelijk is dat! De herfst in de Bourgogne brengt niet alleen een prachtige kleurenpracht, maar ook koelere dagen, perfect om te genieten van een verwarmende soep. Het roosteren van de groenten geeft de soep een extra diepe, zoete smaak en een zachte, fluweelachtige textuur. Door de karamelisatie komen de natuurlijke smaken van de pompoen en wortel nóg beter tot hun recht, en zo wordt elke lepel een pure traktatie van het seizoen.
Het recept: ingrediënten en bereidingswijze
Ingrediënten:
1 middelgrote pompoen, geschild en in blokjes gesneden
3 wortels, geschild en in stukjes gesneden
1 ui, grof gesneden
3 teentjes knoflook, ongepeld
1,5 liter groentebouillon
1 eetlepel olijfolie
1 theelepel komijnpoeder
1 theelepel paprikapoeder
Een snufje chilipoeder (optioneel)
Zout en peper naar smaak
100 ml room of kokosmelk
Verse kruiden, zoals peterselie of koriander, ter garnering
Bereiding:
Voorverwarmen: Verwarm de oven voor op 200°C.
Groenten roosteren: Leg de pompoen, wortels, ui en knoflookteentjes (in de schil) op een bakplaat. Besprenkel met olijfolie, komijnpoeder, paprikapoeder, zout en peper. Rooster de groenten in de oven voor ongeveer 25-30 minuten, tot ze zacht en licht gekarameliseerd zijn.
Bouillon bereiden: Verwarm ondertussen de groentebouillon in een grote pan.
Knoflook schillen: Haal de geroosterde knoflook uit de schil en voeg toe aan de geroosterde groenten.
Soep maken: Doe de geroosterde groenten in de pan met de hete bouillon. Laat dit 5-10 minuten zachtjes koken om de smaken samen te laten komen.
Pureren: Pureer de soep met een staafmixer of blender tot een gladde soep. Voeg de room of kokosmelk toe en meng goed.
Op smaak brengen: Proef en breng op smaak met extra zout, peper of chilipoeder, afhankelijk van je smaak.
Serveren: Garneer met verse kruiden en eventueel een scheutje extra room. Serveer de soep met een stuk knapperig brood.
Tip: Deze soep is perfect voor een herfstige lunch of diner, en je kunt hem ook makkelijk van tevoren maken. Geniet van de diepe, warme smaken van de geroosterde pompoen en wortel!
De bereidingstijd voor de Herfstsoep van Geroosterde Pompoen en Wortel is ongeveer 45 minuten (inclusief roosteren).
Dit recept is voldoende voor 4 tot 6 personen, afhankelijk van de portiegrootte.
Vers uit eigen boomgaard – een tartelette met een vleugje joie de vivre en puur moestuingeluk
Even een hapje tussendoor – ik maak altijd extra veel, voor onverwachte visite én zodat ik zelf wat vaker kan proeven 😉 Dit alles in mijn prachtige buitenkeuken, waar de aangename herfsttemperaturen het mogelijk maken om heerlijk buiten te koken, bakken en genieten!
Vandaag heb ik weer mijn vertrouwde CoukoeLifestyle keukenschort aangetrokken om heerlijke vijgentaartjes te maken. Ook mijn frambozenplant blijft maar frambozen geven, wat ik natuurlijk helemaal niet erg vind! Dus besloot ik er ook wat frambozen bij de vulling te doen – die voeg ik trouwens pas na het bakken toe, voor extra frisheid.
De crumble maakt deze vijgentaartjes echt onweerstaanbaar. Ik maak altijd een dubbele lading, want die is hier favoriet. We gebruiken het op alles: in de yoghurt, over zondagse pannenkoekjes, en als ik heel eerlijk ben, snoep ik soms stiekem een klein handje uit de luchtdichte bak waarin ik het bewaar. Als je het goed opbergt, blijft de crumble heerlijk vers en knapperig.
Ondanks de vele regen en de slakken in het voorjaar, doen mijn vijgen en frambozen het fantastisch goed. Dat betekent volop vijgentaartjes, vijgenjam en zelfs chutney, soms gecombineerd met frambozen. Het recept van deze heerlijke vijgentaartjes komt rechtstreeks uit ons eigen CoukoeLifestyle Kookboek– een perfect weekendtaartje, simpel te maken en ongelooflijk lekker. En eerlijk gezegd ook doordeweeks onweerstaanbaar!
Eigenlijk zijn deze taartjes heel eenvoudig en vragen ze niet eens om een ingewikkeld recept. Begin met een rol vers bladerdeeg, bij voorkeur roomboter. Sorry voor alle lijners, maar roomboter maakt deze taartjes echt zoveel lekkerder! Snijd het deeg in vieren en vouw de buitenste randen naar binnen. Druk ze plat en bewerk de randen met een vorkje, zodat er een mooi patroontje ontstaat. Prik gaatjes in het midden van het deeg.
Maak een mengsel van suiker, vanillesuiker en een vleugje kaneel (mijn favoriete combinatie). Als je niet van kaneel houdt, kun je het gerust weglaten. Strooi dit mengsel over de deegflapjes.
Ik ben gezegend met een overvloed aan fruit in mijn tuin, dus plukte ik verse vijgen en frambozen. Was de vijgen en snijd ze in kwarten. Omdat mijn vijgen vrij groot zijn, gebruik ik één vijg per taartje. Leg de vijgenkwarten op het deeg en bestrijk de randen met losgeklopt eigeel voor een mooie, goudbruine kleur. Strooi vervolgens nog wat van het suikermengsel over de vijgen en bak de taartjes ongeveer 20 minuten op 180 graden, of tot het deeg goudbruin is. Na het bakken voeg ik een handje verse frambozen toe en strooi ik crumble over de taartjes voor extra smaak en textuur.
De vijgen geven tijdens het bakken wat vocht af, wat de smaak alleen maar intenser maakt doordat het in de poreuze bodem trekt. Voor deze heerlijke taartjes heb je nodig: vers bladerdeeg, suiker, vanillesuiker, kaneel, een eitje, verse vijgen en eventueel frambozen.
En nu de herfst zijn intrede doet – een zalig seizoen – kun je eindeloos variëren. Vervang de vijgen bijvoorbeeld door appelschijfjes. Ik bak ze kort in de koekenpan met een beetje honing uit de Morvan, wat ze heerlijk zacht maakt. Voeg wat kaneel en speculaaskruiden toe voor een extra warme smaak. Peren met walnoot zijn ook een geweldige optie, maar peren geven wel wat meer vocht af. Om dat op te vangen, kun je een dun laagje maizena of custard over de bodem strooien.
Extra lekker worden de taartjes met een topping van crumble. Dit kruimeldeeg maak je heel eenvoudig zelf en je kunt het naar wens grof of fijn maken. Hoewel je de crumble mee kunt bakken op het taartje, bak ik het liever apart voor die extra knapperigheid.
Optioneel: 40 gram fijngehakte noten zoals pecan, amandel, hazelnoot of walnoot (bij voorkeur vers uit eigen tuin)
2 theelepels specerijen (zoals speculaas, kaneel of gingerbread)
Een goede snuf zout
Ik werk graag met mijn handen voor dit deeg. Doe alle ingrediënten in een kom en voeg koude boter in kleine blokjes toe. Wrijf de boter tussen je vingers en meng het met de overige ingrediënten tot een stevig, maar kruimelig deeg. Het deeg zal uiteindelijk net wel of net niet samenhangend worden – en dat is precies goed. Je bepaalt zelf hoe grof of fijn je de kruimels wilt.
Wil je de crumble los bakken? Verspreid de kruimels over een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 12-15 minuten op 180°C (boven- en onderwarmte), of tot ze goudbruin zijn. Het resultaat? Heerlijke, knapperige kruimels die je taartjes naar een hoger niveau tillen!
Geniet van de rijke smaak van schapenkaas in een Bourgondisch gerecht vol traditie
Schapenkaas in de Bourgogne
Ons geliefde Bourgogne – waar de zonnebloemen hun laatste bloei beleven, de koeien nog vredig genieten van het gras en het warme zonnetje, en de boeren druk bezig zijn met het binnenhalen van hun hooi en stro.
In dit prachtige landschap, waar de tijd soms lijkt stil te staan, genieten wij vaak van een lokale delicatesse: schapenkaas.
In de Bourgogne is schapenkaas een geliefd product, bereid van de melk van bijzondere schapenrassen zoals de Lacaune en Basco-Béarnaise. Hoewel deze rassen oorspronkelijk uit andere delen van Frankrijk komen, hebben ze hier hun thuis gevonden, en leveren ze melk van uitzonderlijke kwaliteit. De schapenkaas staat bekend om zijn romige, rijke smaak en kan zowel vers als gerijpt worden gegeten.
Denk aan iconische Franse schapenkazen zoals Roquefort en Ossau-Iraty, maar ook de Bourgogne kent haar eigen varianten, die vaak op de lokale markten te vinden zijn. Vandaag delen wij een van onze favoriete recepten met schapenkaas – een eenvoudige en heerlijke manier om van deze regionale schat te genieten.
Recept: Herfst salade met gebakken schapenkaas
Ingrediënten:
150g zachte schapenkaas (bijv. Ossau-Iraty of een lokale variant)
200g gemengde sla (bijv. veldsla, rucola)
1 peer, in dunne schijfjes gesneden
50g walnoten
1 eetlepel honing
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel balsamicoazijn
Zout en peper naar smaak
Bereidingswijze:
Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg de walnoten toe. Rooster ze lichtjes en zet ze opzij.
Snijd de schapenkaas in plakjes van ongeveer 1 cm dik.
Verhit in dezelfde pan een beetje olijfolie en bak de plakjes schapenkaas kort, totdat ze goudbruin zijn aan beide kanten.
Meng in een kom de sla, peer en geroosterde walnoten.
Maak een dressing van de olijfolie, balsamicoazijn, honing, zout en peper. Giet dit over de salade en meng goed.
Serveer de salade op borden en leg de gebakken schapenkaas er bovenop.
Tip: Voeg eventueel wat verse kruiden toe zoals tijm of rozemarijn voor extra smaak.
Bij deze herfstsalade heb ik weer enkele sfeervolle aquarellen geschilderd om het moment volledig vast te leggen. De salade doet denken aan de klassieke warme geitenkaassalade, maar de smaakbeleving is uniek door de toevoeging van schapenkaas.
Om te beginnen: ik ben helemaal gek op écht Frans stokbrood. Knapperig aan de buitenkant, zacht en vol van smaak aan de binnenkant – een ware traktatie. Mijn favoriet? Dopen in heerlijke olijfolie met een snufje fleur de sel, simpelweg genieten. Een verse baguette met een dun laagje gezouten boter en mijn zelfgemaakte confituur erop, dat is puur geluk. In Parijs neem ik vaak een vers stokbrood van de bakker, besmeer het met boter en leg er een plak ham op. Maar zelfs zonder iets erop, vers van de bakker, is het al hemels. Het moet echter écht Frans stokbrood zijn. In Nederland moet ik altijd glimlachen wanneer er ‘het echte Franse stokbrood’ op de verpakking staat. Zelfs met een blinddoek om zou ik het verschil proeven, en zonder blinddoek zou ik het ook meteen zien – het is de totale ervaring.
Hier in ons dorpje zie je auto’s stoppen bij de bakker, iedereen loopt naar binnen voor een stokbrood met een wit papiertje eromheen. En dan hup, weer aan het werk. Toch heb ik ook een zwak voor écht Nederlands meerzadenbrood, iets wat je hier bijna niet ziet. Gelukkig bak ik tegenwoordig zelf mijn brood weer met de hand, na een periode met de broodmachine. Het voelt nét even lekkerder. Uit Nederland neem ik altijd een stuk belegen Hollandse kaas mee, vacuüm verpakt – heerlijk op mijn bruine brood. Kiezen tussen de twee hoeft niet; ik eet ze allebei en geniet elke keer weermeeste traditionele Franse stokbroden zoals baguette, flûte, ficelle, en bâtard worden doorgaans gemaakt van wit tarwemeel. Het specifieke type meel dat vaak wordt gebruikt voor deze broden in Frankrijk is Type 55 (T55), een wit bloemsoort met een relatief laag asgehalte in vergelijking met volkorenmeel. Dit zorgt voor een lichtere, fijnere structuur, die kenmerkend is voor de klassieke Franse stokbroden.
Hoewel de meeste stokbroden van wit meel worden gemaakt, zijn er ook varianten die gebruik maken van volkorenmeel, roggebloem of andere soorten, maar de typische witte stokbroden zoals de baguette gebruiken doorgaans T55.
Dit meel wordt speciaal gemalen voor het maken van deze luchtige en knapperige broden, en hoewel het tarwemeel is, verschilt het in kwaliteit en consistentie van standaard bloem. Het zorgt ervoor dat het brood de juiste textuur en korst krijgt, die zo typerend is voor Franse stokbroden. Hieronder vind je mijn recept voor mijn bruine brood, aan het Franse stokbrood heb ik me niet gewaagd en waarom zou ik ook, de echte Franse bakker is vlakbij.
Ingrediënten:
300 g volkorenmeel
100 g tarwebloem (bijv. T65 of patentbloem)
50 g gemengde zaden (bijv. zonnebloempitten, pompoenpitten, lijnzaad, sesamzaad)
7 g droge gist (of 21 g verse gist)
8 g zout (ongeveer 1 theelepel)
300 ml lauwwarm water
1 eetlepel olijfolie (optioneel)
1 eetlepel honing (optioneel, voor een subtiel zoete smaak)
Extra zaden voor de bovenkant van het brood
Bereidingswijze:
Meng de droge ingrediënten: Meng het volkorenmeel, tarwebloem, zout, gist en de gemengde zaden in een grote kom.
Voeg het water toe: Maak een kuiltje in het midden van het meel en giet hier langzaam het lauwwarme water in. Voeg ook de olijfolie en honing toe (optioneel). Meng alles tot een samenhangend deeg.
Kneed het deeg: Kneed het deeg ongeveer 10 minuten met de hand op een licht met bloem bestoven werkblad, of 5 minuten in een keukenmachine met deeghaak, totdat het soepel en elastisch is.
Eerste rijs: Plaats het deeg in een licht ingevette kom, dek af met een vochtige theedoek of plastic folie, en laat het ongeveer 1 tot 1,5 uur rijzen op een warme plek, tot het in volume verdubbeld is.
Vorm het brood: Kneed het deeg na het rijzen kort door om de lucht eruit te slaan. Vorm het vervolgens tot een brood (bijv. een bol of langwerpig). Leg het in een ingevette broodvorm of op een met bakpapier beklede bakplaat.
Tweede rijs: Dek het gevormde brood af en laat het nog eens 30-45 minuten rijzen. Verwarm ondertussen de oven voor op 220°C.
Bestrooi met zaden: Bestrijk het brood licht met water en bestrooi de bovenkant met extra zaden voor een decoratieve afwerking. Ik snij mijn broden in aan de bovenkant.
Bak het brood: Plaats het brood in de voorverwarmde oven en bak het gedurende 25-30 minuten, tot het goudbruin is en hol klinkt als je op de onderkant klopt. Voor een knapperige buitenkant zet ik onderaan de oven een klein ovenvast bakje met kokend water.
Afkoelen: Laat het brood volledig afkoelen op een rooster voordat je het aansnijdt. Omdat ik altijd 2 broden bak, vries ik 1 brood in nadat het brood is afgekoeld.
Geniet van je zelfgemaakte meerzadenbrood – heerlijk met kaas, beleg of gewoon zo!
Persoonlijke favoriet: Ik ben dol op croissants en geniet graag van traditioneel bereide espresso, maar het liefst doop ik mijn croissant ineen romige café au lait. Soms voeg ik een vleugje decadentie toe door een stukje chocolade in de croissant te stoppen — een verrukkelijke traktatie die elke hap onweerstaanbaar maakt!
Croissants zijn onmiskenbaar verbonden met Frankrijk, samen met pain au chocolat vormen ze een erkend onderdeel van het nationale erfgoed sinds 2013. Ze zijn toegevoegd aan de lijst van beschermde Franse voedingsmiddelen, een eer die de culturele en culinaire waarde van deze geliefde lekkernij onderstreept.
Maar wist je dat er een verschil is tussen rechte en kromme croissants? Vroeger maakten bakkers een goedkopere variant met margarine die krom van vorm was. Echte patissiers wilden zich echter onderscheiden van de boulangers en kozen daarom voor roomboter in hun recepten, wat resulteerde in rechte croissants. In Nederlandse supermarkten vind je ook rechte croissants, hoewel deze niet altijd met roomboter zijn gemaakt. In Frankrijk kun je er echter zeker van zijn: recht betekent met roomboter, krom met margarine of een mix van beide.
Het vouwen van de croissant is een ware kunst. In klassieke bakkerijen wordt gezegd dat een croissant wel 80 keer wordt gevouwen, wat resulteert in flinterdunne lagen en veel luchtigheid in het eindproduct.
Oorspronkelijk komt de croissant uit Oostenrijk, maar met een Fransetwist. Volgens de legende werd de croissant geïntroduceerd in Frankrijk in de late 17e eeuw, toen bakkers uit Wenen zich in Parijs vestigden in de hoop op betere verdiensten. Ze brachten de traditionele ‘kipferl’ mee, die op een halve maan leek. De Fransen gaven er hun eigen draai aan door pure roomboter toe te voegen en meer lagen in het deeg te verwerken.
Er wordt gezegd dat de halve maan vorm van de croissant een eerbetoon is aan de overwinning van het Oostenrijkse leger op het Ottomaanse rijk tijdens het beleg van Wenen in 1683. Er gaan echter ook verhalen dat het deeg in deze vorm makkelijker gerold en gevouwen kon worden.
Persoonlijke noot: Het is gelukkig niet meer zo heel warm in de Bourgogne, gisteren was het meer dan 30 graden, vandaag is het een stuk aangenamer. Vandaag is ook de perfecte tijd voor deze heerlijke uienpizza met ansjovis. Helemaal leuk samen koken! Je kunt ook een kant-en-klare pizzabodem kopen. Vorig jaar had ik een fabriekspissaladière gekocht, die viel tegen; vers en zelfgemaakt is zoveel lekkerder. Met deze temperaturen rijst het deeg goed. De combinatie van zoete uien en zoute ansjovis of sardientjes tilt dit gerecht naar een goddelijk niveau. Als je aan Frankrijk denkt, denk je aan pissaladière, vind ik persoonlijk. Kies voor kwalitatieve biologische ingrediënten en gun de uien de tijd om langzaam te karameliseren op laag vuur. Ik beloof je, het wachten is meer dan de moeite waard. Ik gebruik in plaats van ansjovis ook vaak sardientjes. Bij het uienmengsel voeg ik een eetlepel van de olie toe van de sardientjes of ansjovis.
De Pissaladière is een klassiek gerecht uit de Franse Provence, beroemd om zijn heerlijke combinatie van gekarameliseerde uien, ansjovis en olijven op een deegbodem, vergelijkbaar met een pizza maar dan zonder tomatensaus. Dit hartige gerecht heeft een rijke geschiedenis en wordt vaak gegeten als snack of lichte maaltijd, vooral in Zuid-Frankrijk.
Bereiding voor Pissaladière: Voor de bereiding begin je met het maken van een deegbodem, wat kan variëren tussen traditioneel pizzadeeg of bladerdeeg. De topping bestaat voornamelijk uit een mengsel van langzaam gekookte uien die gekarameliseerd zijn met olijfolie, soms verrijkt met een beetje suiker. Daarna worden ansjovis en Niçoise olijven artistiek bovenop gelegd, vaak in een diamantpatroon. Het gerecht wordt vervolgens gebakken tot het deeg goudbruin en krokant is.
Geschiedenis en populariteit: De naam “Pissaladière” komt mogelijk van ‘pissalat’, een soort ansjovispasta die traditioneel in dit gerecht werd gebruikt. Dit gerecht was oorspronkelijk bedoeld als een goedkope en vullende maaltijd voor arbeiders en heeft zich ontwikkeld tot een geliefde snack in heel Frankrijk. Het is vooral populair in Nice en andere delen van de Côte d’Azur, waar het vaak verkocht wordt op straatmarkten en in bakkerijen.
Serveren: Pissaladière wordt traditioneel geserveerd als een lunchgerecht of gesneden in kleine vierkantjes als een aperitief. Het past uitstekend bij een salade en een glas gekoelde rosé of een lichtere rode wijn, die de rijke smaken van het gerecht mooi complementeren.
Dit canvasdoek heb ik erbij geschilderd.De pissaladière, het ruitjes patroon maakt het ook leuk om te zien, de smaak is verrukkelijk!
Dit heb je nodig:
Deegbasis: Puff pastry (bladerdeeg) of pizzadeeg, afhankelijk van je voorkeur.
Extra smaakmakers: 2 theelepels balsamicoazijn en een beetje bruine suiker (riet suiker) voor het karameliseren van de uien.
Bereidingswijze in grote lijnen:
Voorbereiden: Verwarm de oven voor en bereid je deeg voor op een bakplaat.
Uien koken: Bak de uien langzaam in boter met suiker, azijn en kruiden tot ze goudbruin en zacht zijn. De eerste 40 minuten op een heel laag pitje met de deksel erop, de uien mogen niet bruin worden. Daarna nog 10 minuten zonder deksel zodat het vocht wat verdampt. Mocht er teveel vocht bij de uien zitten, gebruik dan 1 theelepel maizena opgelost in 1 eetlepel koud water toevoegen aan de warme uien.
Assemblage: Verspreid de gekarameliseerde uien (eerst laten afkoelen) over het deeg, gevolgd door een patroon van ansjovis en olijven, zie onze foto.
Bakken: Bak de pissaladière in de oven tot het deeg goudbruin en krokant is, ongeveer in 35 à 40 minuten.
Serveren: Serveer warm of op kamertemperatuur, gesneden in stukken.
Bloem: 3½ tot 4 koppen (ongeveer 440 tot 500 gram) – broodmeel of all-purpose meel werkt het beste
Olijfolie: 2 eetlepels
Zout: 1½ theelepel
Bereidingswijze:
Gist activeren:
Los de suiker en de gist op in warm water in een grote kom. Laat het mengsel ongeveer 5 tot 10 minuten staan tot het schuimig wordt, wat aangeeft dat de gist actief is.
Deeg maken:
Voeg olijfolie, zout, en de helft van de bloem toe aan het gistmengsel. Meng met een lepel of een deeghaak op lage snelheid totdat alles goed gemengd is.
Blijf geleidelijk de rest van de bloem toevoegen totdat een zacht deeg ontstaat dat gemakkelijk van de zijkanten van de kom loslaat.
Deeg kneden:
Kneed het deeg op een licht bebloemd oppervlak voor ongeveer 6 tot 8 minuten, of totdat het glad en elastisch is. Als het deeg te plakkerig is, voeg dan een beetje meer bloem toe.
Eerste rijs:
Plaats het deeg in een licht ingevette kom, dek af met een doek of plasticfolie, en laat het op een warme plaats rijzen tot het deeg in omvang verdubbeld is, dit duurt ongeveer 1 tot 1½ uur.
Vormen en bakken:
Sla het deeg neer en verdeel het in de gewenste grootte. Rol het deeg uit voor je pizza of Pissaladière en beleg het naar wens.
Bak in een voorverwarmde oven op 220°C tot de randen goudbruin en knapperig zijn, meestal ongeveer 10 tot 15 minuten, afhankelijk van de dikte van het deeg.
Dit recept geeft je een goede basis voor pizzadeeg dat je kunt gebruiken voor allerlei gerechten, waaronder Pissaladière.
De is in volle gang in de Bourgogne en brengt talloze mooie momenten, buiten eten, frisse salades, heerlijk gevulde groenten, fruit van de barbecue, en citroen-lavendel limonade, alles “à la maison” gemaakt met groenten en fruit uit eigen moestuin. Eieren van de eigen kipjes en de cider is gemaakt van de appels uit onze boomgaarden. Ik verheug me erop om zomer recepten te delen zoals de verrukkelijke aubergine dip die in Zuid-Frankrijk geserveerd wordt bij kikkererwten crêpes, de klassieke pissaladière, en het eenvoudige maar o zo lekkere tomaten-taartje. Geniet van de zomer, de smakelijke maaltijden, elkaars gezelschap, een glas gekoelde rosè of een verfrissende citronnade. Leef en vier de dagen, zomerse groetjes van Lies en Philippine.
Persoonlijke noot: Dit eenvoudige en heerlijke recept is perfect voor een warme dag in de Bourgogne, waar je niet te lang in de keuken wilt staan. De combinatie van frisse biologische tomaten en de rijke smaak van Cantal kaas maakt dit gerecht tot één van mijn zomerse favorieten. Momenteel is het in de middag meer dan 30 graden en dan zijn dit soort taartjes verrukkelijk, ik doe altijd bij de mosterd een beetje honing, dat is een persoonlijk dingetje. Voor mij maakt dat de taart net even lekkerder, deze taart lijkt een beetje op het tomaten taartje uit mijn kookboek maar de “Cantal kaas” maakt het toch net even anders.
Cantal kaas, een van de oudste kazen in Frankrijk, is vernoemd naar de bergen van de Auvergne in het centrale deel van het land. Deze harde kaas wordt gemaakt van rauwe koemelk en heeft een rijke, licht pittige smaak die goed samengaat met de zoetheid van tomaten. De productie van Cantal is een zorgvuldig proces waarbij de kaas lange tijd moet rijpen, wat bijdraagt aan zijn diepe smaak en complexiteit.
Ingrediënten:
Kant-en-klare of zelfgemaakte pizzadeeg of bladerdeeg
Mosterd
Een beetje honing
Biologische tomaten, in plakjes gesneden
Verse Cantal kaas, geraspt of in dunne plakjes
Zout en peper naar smaak
Optioneel: verse kruiden zoals basilicum of tijm
Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Rol het deeg uit en leg het op een ingevette bakplaat of in een taartvorm.
Smeer een dunne laag mosterd over de bodem van het deeg.
Leg de plakjes tomaat gelijkmatig over de mosterd.
Bestrooi de tomaten met zout en peper.
Verdeel de Cantal kaas over de tomaten.
Bak de tarte in de oven voor ongeveer 20-25 minuten, of totdat de kaas gesmolten en goudbruin is en de korst knapperig.
Garneer met verse kruiden naar keuze voor het serveren.
Serveer deze heerlijke tarte met een frisse groene salade en een glas koude rosé voor de perfecte zomermaaltijd.
Vandaag was het weer tijd voor een van mijn favoriete keukenavonturen: jam maken. De Fransen noemen dit ‘confiture’, en met mijn overvloed aan fruit uit eigen tuin is het bijna een logische stap om dit heerlijke goedje zelf te bereiden. Hoewel de nectarines van vandaag niet uit mijn eigen tuin kwamen, waren ze onweerstaanbaar zoet, zij het een beetje overrijp – perfect voor jam!
Dit recept is eenvoudig, maar allesbehalve standaard. Ik voeg een beetje aleppopeper toe aan de mix, wat een verslavend lekkere kick geeft aan de zoetheid van de nectarines. Als je geen fan bent van pittig, kun je de peper natuurlijk weglaten.
Ingrediënten:
1 kilo rijpe nectarines
1 limoen (sap en rasp)
750 gram geleisuiker
2 theelepels aleppopeper
Bereidingswijze:
Bereid je fruit voor: was de nectarines, snijd ze in stukjes van 2 cm, verwijder de pit en rasp de schil van de limoen.
Doe de nectarinestukjes in een pan met dikke bodem, voeg limoensap, geleisuiker, limoenrasp en aleppopeper toe. Laat het mengsel 15 minuten staan, roer regelmatig.
Breng de jam aan de kook en laat het 10 minuten doorkoken, verwijder dan het schuim dat bovendrijft.
Pureer de jam naar gewenste consistentie, vul steriele potten tot aan de rand en sluit ze direct. Zet de potten op hun kop voor een optimale houdbaarheid.
Laat de potten 4 uur afkoelen. Na opening moet de jam in de koelkast bewaard worden.
Geniet van deze heerlijke toevoeging aan je ontbijttafel of als cadeau voor vrienden en familie!”
Aleppo peper, ook bekend als Halaby peper, is een matig pikante chilipeper afkomstig uit de Syrische stad Aleppo. Het is een variëteit van de Capsicum annuum. Traditioneel worden de pepers ontpit, in de zon gedroogd en grof gemalen tot vlokken. Vervolgens worden ze gemengd met zout en olijfolie, wat helpt bij het conserveren en de smaak versterkt.
Aleppo peper staat bekend om zijn helderrode kleur en een smaakprofiel dat aards en matig heet is. Het kenmerkt zich niet alleen door de hitte, maar ook door een unieke fruitige zurigheid, wat het enigszins vergelijkbaar maakt met zongedroogde tomaten. Deze specerij is populair in de Midden-Oosterse en Mediterrane keukens en kan in een verscheidenheid aan gerechten worden gebruikt om diepgang en een milde scherpte toe te voegen.
De “Croque Madame” is een variatie op de “Croque Monsieur”, een bekende Franse sandwich die oorspronkelijk bestaat uit ham en kaas tussen twee sneetjes brood, gegrild tot de kaas smelt en vaak overgoten met béchamel saus. De naam “Croque Monsieur” verscheen voor het eerst in Parijs rond 1910 en betekent letterlijk “bijtende meneer” als een verwijzing naar de knapperigheid van het brood.
De toevoeging van een gebakken of gepocheerd ei op de bovenkant van de sandwich transformeert een Croque Monsieur in een Croque Madame. Dit extra ingrediënt zou symbolisch zijn voor een dameshoed, wat de naam ‘Madame’ verklaart. De exacte oorsprong van deze toevoeging en de specifieke naamgeving is niet volledig gedocumenteerd, maar het wordt algemeen aangenomen dat de Croque Madame ergens in de jaren 1960 populair werd. Dit gerecht combineert de hartige smaken van de oorspronkelijke sandwich met de rijke textuur van het ei, wat een geliefde keuze is in vele Franse cafés en bistro’s.
Recept voor een “croque Madame” , ingrediënten:
2 sneetjes witbrood
2 plakjes ham
2 plakken Gruyère of andere smeltkaas
1 ei
Boter
Optioneel: een beetje mosterd of béchamelsaus
Bereidingswijze:
Voorbereiden: Besmeer één zijde van elk sneetje brood licht met boter. Dit is de buitenkant van je sandwich. Als je wilt, kun je de binnenkant van een sneetje insmeren met een beetje mosterd of béchamelsaus voor extra smaak.
Beleggen: Leg op het niet-besmeerde deel van een sneetje brood de plakjes ham en daarbovenop de plakken kaas. Dek af met het andere sneetje brood, boterkant naar buiten.
Grillen: Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en leg de sandwich in de pan. Bak tot de onderkant goudbruin en krokant is, ongeveer 3-4 minuten, en draai hem dan voorzichtig om om de andere kant te bakken.
Ei bakken: Terwijl de tweede kant van de sandwich bakt, bak je in een andere pan het ei. Het doel is om het ei te bakken tot het wit gestold is maar de dooier nog vloeibaar.
Serveren: Leg de gebakken sandwich op een bord en schuif het gebakken ei voorzichtig bovenop. Serveer direct.
De Croque Madame is een heerlijk hartig gerecht dat perfect is voor een brunch of als luxueus ontbijt. Geniet ervan!
Mijn acht kipjes zijn ware meesterleggers en zorgen dagelijks voor een overvloed aan heerlijke eieren, waardoor het bereiden van een smakelijke Croque Madame een fluitje van een cent is. Een leuk detail is dat elk kippenras bij mij thuis eieren legt in unieke kleuren; naast de gebruikelijke witte en bruine eieren, vind je bij ons ook groene en roze eieren. Zo wordt elke maaltijd een feestje!