Heel veel prachtige daslook dit jaar in de Bourgogne
🌿 Daslook pesto – een potje lente uit mijn voedselbos
🍃 Intro:
Ik ben in de gelukkige positie dat ik op meerdere plekken daslook kan plukken. Je herkent daslook meteen aan de geur — en dat is maar goed ook, want je moet wel zeker weten dat je de juiste plant hebt. Het seizoen is kort, maar een paar weken per jaar, en juist daarom geniet ik er extra van.
Voor mij is daslook pesto maken inmiddels een traditie geworden. Het moment dat de daslook er weer is, voelt als het echte begin van de lente.
Tijdens het plukken en het maken van de pesto voel ik me vooral dankbaar. Zoveel vers groen, gewoon uit de natuur. Ik maak vaak meerdere potjes, want ik geef ze graag cadeau — met een mooi lintje, een etiket en soms een kleine aquarel van het recept. Terwijl ik bezig ben, denk ik al aan de blije gezichten van de ontvangers… en aan alle manieren waarop ik deze pesto zelf weer ga gebruiken.
🧄 Recept: daslook pesto
Ingrediënten
70 gram verse daslook bladeren (gewassen, gedroogd en in stukjes gesneden)
30 gram walnoten
30 gram pijnboompitten (kort geroosterd in de koekenpan)
75 gram geraspte Parmezaanse kaas
70 gram zonnebloemolie, of avocado olie
60 gram olijfolie
Sap van 1 biologische citroen + wat rasp
1 mokkalepel honing
Peper en zout naar smaak
👩🍳 Bereidingswijze
Was de daslook zorgvuldig en dep de bladeren goed droog. Snijd ze grof.
Rooster de pijnboompitten kort in een droge koekenpan tot ze licht goudbruin zijn.
Doe alle ingrediënten in een keukenmachine.
Mix tot een smeuïge pesto.
Is de pesto te dik? Voeg dan wat extra zonnebloemolie toe.
Breng op smaak met peper en zout.
Schep de pesto in schone potten.
Heel veel prachtige daslook dit jaar in de BourgogneDaslook uit eigen voedselbos, daslook groeit graag in bossenWalnoten uit eigen tuin, behalve walnoten ook pijnboompitten gebruiktAlles in de keuken machine, is de pesto te dik wat extra olie toevoegenParmazaanse kaas vers gerasptEen klein lepeltje honing uit het “parc du Morvan” haalt de scherpte van de pesto afDit is zo lekker! Zoveel toepassingen zijn er met de huisgemaakte pestoHier word ik heel blij van!
🍽️ 3 heerlijke manieren om daslook pesto te gebruiken
🍲 In de soep
Roer een lepel pesto door een zachte groentesoep, zoals courgette- of aardappelsoep. Het geeft direct een frisse, kruidige smaak.
🍝 Door de pasta
Meng de pesto door warme pasta met een scheutje kookwater voor een romige saus. Simpel en onweerstaanbaar.
🥖 Op vers stokbrood
Smeer de pesto royaal op een knapperig stukje stokbrood. Misschien wel de puurste manier om ervan te genieten.
De lente zit voor mij niet in de kalender, maar in de geur van vers geplukte daslook en een potje pesto op tafel.
“Gezond leven begint niet met perfectie, maar met kleine stappen die je volhoudt.”
Marie bakt een linzenbrood voor Pierre, mijn illustartie erbij
Meer dan ooit letten we op gezonde voeding. Ik ben daar geen uitzondering in. Misschien leef ik zelfs een beetje overdreven tussen het groen — met een grote moestuin, dagelijks acht tot tien kilometer wandelen, hergebruik van kleding en huisraad, recyclen waar mogelijk. Maar ik geloof niet in alles-of-niets. Je hoeft niet perfect te zijn om bewuster te leven. Je kunt ook een klein beetje van alle goede dingen toepassen.
Voor mij zit de sleutel in haalbaarheid.
Ik wilde bijvoorbeeld Frans leren. Vol enthousiasme begon ik met podcasts, boeken en conversaties. Tien dagen later ebde de motivatie weg. Andere dingen kregen voorrang. Tot ik besloot het anders aan te pakken: drie woorden per dag, een halve bladzijde Franse les, vier keer per week. Niet elke dag. En nu hou ik het vol.
Met gezond eten werkt het precies zo. Als ik trek heb in pizza, eet ik een kwart. Heb ik zin in frietjes, dan mag dat ook. Gezond leven betekent voor mij balans, geen straf.
En zo kwam het linzenbrood in mijn keuken.
Waarom linzen?
Het begint natuurlijk met goede linzen
Rode linzen zijn voedzaam, veelzijdig en verrassend eenvoudig te verwerken. Ik koop ze in grote zakken bij mijn Turkse supermarkt en gebruik ze in curry’s, soepen en brood. Ze vallen makkelijk uit elkaar tijdens het koken, maken gerechten romiger, dikker en voedzamer.
Linzen behoren tot de peulvruchten. Denk ook aan bruine bonen en kikkererwten. Officieel vallen zelfs pinda’s, doperwten en sperziebonen onder de peulvruchten, al rekenen we die in de praktijk tot noten of groente omdat ze daar qua gebruik en samenstelling meer op lijken.
Peulvruchten zijn rijk aan eiwitten, vezels en afhankelijk van de soort ook een bron van vitamine B1 en ijzer. Ze helpen het LDL-cholesterol verlagen, wat gunstig is voor de bloedvaten. Bovendien hebben ze een lage klimaatbelasting. Vaker peulvruchten eten in plaats van vlees is beter voor het milieu.
Dat past bij mijn levensstijl: bewust, maar niet fanatiek. Praktisch, maar met aandacht.
Maar linzen zijn niet voor iedereen
Hoewel linzen voor veel mensen gezond zijn, zijn ze niet voor iedereen geschikt.
Mensen met favisme — een overgevoeligheid voor peulvruchten veroorzaakt door een enzymtekort — kunnen beter geen linzen eten. Het lichaam kan de peulvruchten dan niet goed afbreken, wat kan leiden tot ernstige bloedarmoede.
Ook mensen met een nikkelallergie moeten voorzichtig zijn, omdat peulvruchten vaak nikkel bevatten.
Voor jonge kinderen geldt: begin met kleine porties zodat hun spijsvertering kan wennen.
Daarnaast kunnen sommige mensen bij grotere hoeveelheden last krijgen van een opgeblazen gevoel of overactieve darmen. Het advies is simpel: bouw het rustig op. Kleine hoeveelheden, regelmatig.
Belangrijk: bereiding en opslag
Linzen moeten altijd goed gekookt worden. Rauwe peulvruchten bevatten de natuurlijke stof lectine, die door verhitting onschadelijk wordt gemaakt. Gedroogde peulvruchten maak je veilig door ze te weken en daarna minimaal tien minuten goed te koken, of tot ze gaar zijn.
Ook opslag is belangrijk. Door schimmelgroei kunnen in peulvruchten kleine hoeveelheden mycotoxines ontstaan. Bewaar ze daarom altijd droog en in goed afgesloten bakken. Bij correcte opslag is het risico klein, en wegen de gezondheidsvoordelen ruimschoots op tegen de mogelijke nadelen.
Linzenbrood: gezond én eenvoudig
Voor wie glutenvrij of glutenarm wil eten, is linzenbrood een prachtig alternatief voor traditioneel brood. Het is voedzaam, verzadigend en eenvoudig te maken. Perfect als ontbijt, als lunchbodem of als hartige snack.
Wat ik er zo mooi aan vind, is dat het past in een bewuste levensstijl zonder ingewikkeld te zijn. Geen dure ingrediënten, geen exotische technieken. Gewoon rode linzen, water, enkele ingrediënten, een beetje geduld — en een oven.
Het past bij hoe ik wil leven: tussen het groen, met aandacht voor wat ik eet, maar zonder krampachtigheid. Gezond leven is geen wedstrijd. Het is een ritme.
En soms begint dat ritme met iets eenvoudigs als een brood van linzen.
Samenvatting
Linzenbrood is meer dan een recept. Het is een voorbeeld van hoe kleine, haalbare keuzes bijdragen aan een gezonde levensstijl. Peulvruchten zijn voedzaam, duurzaam en veelzijdig, mits goed bereid en opgeslagen. Ze passen in een bewuste manier van leven waarin balans belangrijker is dan perfectie. Door kleine stappen te zetten — of dat nu Frans leren is of gezonder eten — bouw je gewoontes die blijven.
Linzenbrood ingrediënten:
200 gram rode linzen
2 kopjes water
4 eetlepels chiazaad
2 eetlepels fruit-azijn
1 theelepel bakpoeder
1 theelepel zee-zout, fijn gemalen
2 eetlepels zonnebloempitten
2 eetlepels pompoenpitten
2 eetlepels sesamzaad
1 eetlepel topping naar keuze
Linzenbrood instructies:
Begin met het weken van de rode linzen. Spoel de linzen grondig af onder koud water en plaats ze in een kom. Voeg 2 kopjes water toe en laat de linzen minstens 6 uur weken, of zelfs ’s nachts. Na het weken, giet je het overtollige water af en spoel je de linzen opnieuw af.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius en bekleed een bakvorm met bakpapier. Zorg ervoor dat de bakvorm groot genoeg is om het brood in te vormen.
In een blender, keukenmachine of met de staafmixer, combineer je de geweekte en afgespoelde rode linzen, chiazaad, fruit-azijn, bakpoeder en zout. Mix alles goed tot een gladde en dikke massa.
Giet het mengsel in de voorbereide bakvorm en strijk de bovenkant glad met een spatel.
Bestrooi het brood gelijkmatig met zonnebloempitten, pompoenpitten, sesamzaadjes of andere topping, en druk ze zachtjes in het deeg.
Plaats de bakvorm in de voorverwarmde oven en bak gedurende ongeveer 30 minuten, of totdat het brood stevig aanvoelt en een goudbruine korst heeft.
Haal het brood uit de oven en laat het afkoelen in de vorm gedurende 15-25 minuten voordat je het voorzichtig uit de vorm haalt.
Snijd het rode linzenbrood in plakjes, met een scherp broodmes en serveer warm of op kamertemperatuur. Je kunt het brood beleggen met je favoriete spreads of gewoon zo eten. Mijn favoriet, met zelf gemaakte hummus!
Het begint natuurlijk met goede linzenVoeg alle ingrediënten in een mengkom. De rode linzen heb ik eerst een nacht laten weken, en ik heb de linzen eerst goed met koud water afgespoeld en daarna een nacht laten weken, 6 uur weken is genoegDaarna alles met de staafmixer gepureerd, ik heb wel wat structuur gehouden. Hoe langer je pureerd hoe fijner je linzen beslagBewaar je potten linzen vochtvrijIn de oven, met bakpapierUit de oven, de onderkant is mooi bruin rood van kleurMarie bakt een linzenbrood voor Pierre, mijn illustartie erbijHeel lekker!Gezond leven, bewegenDingen doe waar je blij van wordt
Dit geweekte rode linzenbrood is rijk aan eiwitten en voedingsvezels en heeft een heerlijke nootachtige smaak. Het is een gezonde en smakelijke keuze voor een voedzaam ontbijt of een snelle snack. Geniet ervan!
“L’amour leeft in eenvoud — in kleur, in smaak, in een klein moment in Parijs.”
Pierre en Marie zijn vandaag in Parijs, speciaal voor Valentijn. Marie draagt haar mooiste jurk, Pierre heeft rozen gekocht en overhandigt ze haar in de stad van de romantiek. Een klein gebaar, een groot gevoel. Ik heb dit tafereel vastgelegd in een aquarel, geschilderd onder het genot van een rood linzenbroodje met een eitje van mijn eigen kipjes — eenvoud, kleur en liefde aan tafel.
Voor mij gaat Valentijn niet over commercie. Het gaat over even stilstaan bij elkaar. Over zachtheid. Over een glimlach, een bloem, een hand op je schouder. En het liefst niet alleen vandaag — maar elke dag een beetje. Want als we wat liever zijn voor elkaar, wordt de wereld vanzelf een stuk gezelliger.
Rode linzen brood, glutenvrij en heel lekker!Een eitje van mijn eigen kipjes en met die lekkere eieren maak ik ook mayonaiseEieren van mijn eigen scharrelkipjesZelf mayonaise maken is heel makkelijk en zoveel lekkerder!
Instructies Leg de eieren in kokend water en kook 8 minuten. Laat ze schrikken onder stromend koud water. Pel ze en snijd ze in de lengte doormidden. Leg de eieren met de snijkant naar beneden op een groot bord. Lepel er wat mayonaise over en bestrooi met fijngehakte peterselie. Een mooi spiegel ei vind ik ook heel lekker!
Snijd de cherrytomaatjes schuin doormidden en leg twee helften tegen elkaar zodat ze samen een hartje vormen. Serveer met een rood linzenbroodje in hartvorm. Zo simpel kan het zijn.
Voor de mayonaise: meng in een kom 1 eidooier met 1 el fijne mosterd, 1 el neutrale azijn of citroensap en zout en peper. Schenk er langzaam 250 ml arachide-, maïs- of zonnebloemolie bij terwijl je stevig klopt met een garde of handmixer zodat de olie volledig wordt opgenomen. Klop daarna nog even door tot een mooie, romige mayonaise ontstaat.
Liefde hoeft niet groots te zijn — alleen echt. ❤️
Dit is mijn eerste begin van de aquarel, een tekeningDaarna komt het schilderen met waterverfLangzaam komt er steeds meer kleur op het papier. Kies voor een goede waterverf en voor goed papierHet eind resultaat
*Ik word niet gesponsord, maar ik deel graag eerlijk wat ik zelf met plezier gebruik. Voor mijn aquarellen werk ik met waterverf van Winsor & Newton en Van Gogh. Beide geven heldere kleuren en mengen prachtig.
Mijn papier is 100% katoen. Dat maakt echt verschil: het neemt de verf mooi op, laat kleuren zacht in elkaar vloeien en geeft me de ruimte om met lagen te werken zonder dat het papier meteen verzadigd raakt.
Ik begin altijd met een goed potlood voor mijn schets en gebruik een fijne gum die het papier niet beschadigt. Voor lijnen werk ik met een waterproef fineliner. Die blijft mooi strak onder de aquarel — maar een kleine tip: ook al is de inkt watervast, laat hem minstens tien minuten goed drogen voordat je gaat gummen of er met waterverf overheen schildert. Doe je dat niet, dan kan de inkt alsnog vlekken.
Goed materiaal hoeft niet ingewikkeld of exclusief te zijn, maar het maakt het proces wel aangenamer. En uiteindelijk draait het daarom: met plezier creëren.
“Van snelheid op de weg naar geduld op het gras — het is allebei een kunst.”
Toen ik dit huis kocht, was ik verliefd op het grote terrein in de Bourgogne. Maar ik had er nooit bij stilgestaan hoeveel werk het zou zijn om het allemaal te onderhouden. Vroeger voelde ik me best stoer op mijn Kawasaki 750, en ik heb zelfs nog op een quad gereden. Maar zo’n zitmaaier op hobbelig terrein? Dat is heel andere koek.
Gelukkig kreeg ik les van schoonzoonlief. Ik rijd tegenwoordig in standje slak in plaats van haasmodus. Hij scheurt er in no-time overheen, maar ik neem liever de tijd. Het leuke is dat het terrein veel groter blijkt te zijn dan ik dacht, nu we ook de hele oppervlakte maaien en snoeien. Daarbij kwamen we erachter dat er nóg meer fruit- en notenbomen staan dan verwacht.
Misschien is de volgende stap wel een tractor. Wie had dat ooit gedacht? Pien op de zitmaaier — en binnenkort misschien zelfs op een tractor.
“Fiets, motor, auto, quad, zitmaaier en wie weet straks een tractor — ik ben er gek genoeg voor!”
En nu ben ik benieuwd… wat was voor jou de grootste onverwachte klus toen je een huis kocht of verhuisde?
Van Kawasaki-motor naar zitmaaier — deel 2: In standje schildpad langs de sleedoorn
Eén voordeel heeft het wel, dat ik tegenwoordig in standje schildpad over mijn terrein tuf op de zitmaaier: ik zie veel meer dan vroeger. Zo ontdekte ik onlangs, half verscholen aan de rand van het perceel, een prachtige sleedoornpruim.
De Sleedoorn (Prunus spinosa L.) is niet bij iedereen bekend, maar het is een ware schoonheid uit de Rozenfamilie. In het vroege voorjaar, nog vóór het blad verschijnt, tooit hij zich met witte bloesems — een feest van licht tegen het kale landschap. De bloei duurt kort, maar intens. Eind maart tot uiterlijk eind april kleuren struwelen en bosranden wit: de lente kondigt zich aan.
De struik zelf kan tot drie meter hoog worden, met donkere, doornige takken en kleine, berijpte, blauwzwarte vruchten. Die bessen — of eigenlijk steenvruchten — smaken wrang en hard, maar na een paar nachten vorst worden ze zachter en iets zoeter. Het oud-Nederlandse woord “slee” betekent dan ook “de tanden stroef makend”. Niet bepaald iets voor direct uit de hand, maar wél een schat voor wie weet wat ermee te doen.
Men zegt dat de sleedoorn één van de oerouders van de pruim is. In Frankrijk maken ze er jam of likeur van (prunelle), maar ik koos voor iets anders: wilde olijven uit eigen tuin, oftewel SLEE-OLIJVEN!
🌿 Recept: gefermenteerde sleedoornbessen
Je hebt nodig:
300 g gewassen sleedoornbessen
330 g zout
330 ml water
1 soeplepel gemengde peperbolletjes
Enkele blaadjes laurier
1 kaneelpijpje
2 takjes duizendblad
Zo doe je het:
Kook het water met zout, kruiden en specerijen. Laat afkoelen.
Doe de bessen in een bokaal en giet er de koude pekel over.
Sluit de pot goed af en zet hem ongeveer zes maanden weg.
Giet daarna af en laat de bessen een etmaal drogen.
Overgiet ze met olijfolie tot ze onderstaan en voeg eventueel wat ‘wilde’ kruiden toe: duizendblad, marjolein, waterpeper, daslook of een stukje look (de look na een week verwijderen om schimmel te voorkomen).
De sleedoorn vruchten hangen hoog en hebben doornenDe vruchten zijn mooi blauw, vogels zijn ook dol op de sleedoor vruchten. We plukken alleen wat we nodig hebben, de rest laten we hangenDit is één struik, maar er staat hier een hele haag vol sleedoorn struikenIk laat ze een paar dagen in de vriezer liggen dat geeft hetzelfde effect als nachtvorst, pas daarna worden de sleedoorn vruchten eetbaar
En dan wachten… Na een paar maanden heb je heerlijke, aromatische “olijven” met een vleugje wildernis.
🍂 Een struik met geschiedenis
De sleedoorn is al sinds de steentijd een trouwe metgezel van de mens. Archeologen vonden zaden en stenen op oude nederzettingen; waarschijnlijk werd het vruchtvlees tot fruitleer gedroogd. In de oudheid en middeleeuwen gebruikten Arabieren, Grieken en Romeinen de bloemen en bessen als geneesmiddel tegen buikloop en verkoudheid.
Zelfs de doorns hadden nut: slagers gebruikten ze vroeger om worsten bij elkaar te prikken, en boeren plantten sleedoorn en meidoorn als natuurlijk prikkeldraad.
In de Keltische tijd was de sleedoorn verbonden aan Samhain – het feest dat wij nu Halloween noemen – en stond hij symbool voor de donkere kant van het jaar, wanneer de natuur zich terugtrekt.
De sleedoornbessen moeten eerst de kou hebben geproefd voordat ze eetbaar worden — na de eerste nachtvorst, of simpelweg na een paar nachten in de vriezer.
🐝 Een onmisbare plant voor de natuur
De vroege bloei maakt de sleedoorn onmisbaar voor de eerste bijen, hommels en dagvlinders. Zelfs zeldzame soorten zoals de sleedoorn- en pruimenpage gebruiken de struik als waardplant om hun eitjes op af te zetten. En al lijkt het soms heftig als de meidoornstippelmot de struik kaalvreet, hij herstelt zich altijd en staat het volgende voorjaar weer vol in bloei.
Terwijl ik dus langzaam voortschuif over het terrein, motor zacht pruttelend, glimlach ik. Van Kawasaki-motor naar zitmaaier, van snelheid naar stilte — en onderweg ontdek ik de schoonheid van de sleedoorn, van het wachten, van het zelf maken.
Wie had dat gedacht? Dat ik ooit zou stilvallen… om olijven van sleedoorn te maken. 🌸
Over een half jaar laat ik jullie met plezier mijn potten vol zelfgemaakte sleedoorn-olijven zien — recht uit de tuin, met een vleugje wilde magie.
Van boom tot potje goud — de geur van kweepeer, herinnering en Bourgondische traditie.
Hoewel het nog zacht weer is in oktober, geniet ik wel al van stoofpeertjes. Stoofpeertjes staan voor mij ook voor de zalige herfst!
De geur van stoofperen doet me altijd direct aan de herfst denken. Gezelligheid, warme drankjes, pompoenen… en natuurlijk stoofpeertjes. Dit jaar hangt de kweeperenboom barstensvol, maar toch belandden de eerste stoofperen al in mijn slowcooker. Niet omdat het al zo koud is, maar gewoon omdat ze zo heerlijk smaken.
Mijn moeder en oma maakten hun stoofperen vroeger op een groen petroleumstelletje. Die herinnering is me heel dierbaar. Zelf gebruik ik nu liever een elektrische slowcooker – net wat veiliger, vooral als ik de deur uit moet. Het resultaat is gelukkig hetzelfde: een huis dat gevuld wordt met een zoete, kruidige herfstgeur waar je alleen maar blij van wordt.
De kweeperen kleuren na het koken rood-bruin, je kunt wat bessensap of rode wijn toevoegen. Dan worden de peertjes nog roder.Veel omgewaaide bomen, in de Bourgogne is het nog wild en soms ruig, geen mooie rechte paden. Lies klimt en hangt aan de bomen, ik loop er liever omheen 😉Worffy geniet van het herfst zonnetje op zijn vacht. Het is zalig wandelweer.Lies schilt de kweeperen, van de schillen en klokhuizen kan je kweeperen gelei maken. Daarover gaat mijn volgende blog.Tussen de kweeperen ook nog enkele walnoten, behalve kweeperen ligt het land ook vol noten. Soms hebben de kweeperen een soort fluwele laagje, die was ik weg, lelijke plekjes haal ik ook weg.De schil en de pitjes van de kweepeer bevatten veel pectine daardoor is het niet moeilijk om een jam of gelei van de schillen en pitjes te maken.Je ziet nog aan de bovenkant wat van het fluwele laagje, deze kweepeer is redelijk egaal van vorm maar ze kunnen vreemde vormen hebben, een beetje tussen een appel en peer in. In Nederland noemen ze de kweepeer ook wel kwee appel.
Wat zijn stoofperen?
Stoofperen zijn peren die je niet rauw kunt eten. Ze zijn te hard en zuur, maar zodra je ze langzaam stooft, veranderen ze in een zachte, zoete lekkernij. Vaak worden ze gestoofd in water met suiker en kaneel, soms ook met wijn of bessensap.
Bekende rassen in Nederland zijn de Gieser Wildeman en de Saint Remy. Beide soorten kleuren vanzelf prachtig bruin-rood tijdens het stoven – daar is geen wijn voor nodig. Het enige dat nodig is: tijd en geduld. Ik kies voor mijn kweeperen uit mijn eigen kweeperen boom uit mijn Bourgondische voedselbos.
Een eeuwenoude traditie
Stoofperen koken is een eeuwenoude traditie. De Griekse dichter Homerus schreef al over de peer als “gift van de goden”. In Romeinse geschriften komen ze ook al voor.
Waarschijnlijk ging het toen ook om stoofperen, want de zoetere handpeer bestond pas vanaf de 16e eeuw. In kloosters werd toen met succes veredeld, en zo ontstond de peer die we rauw eten. Mooi om te bedenken dat je met een stoofpeer een stukje culinaire geschiedenis in handen hebt. En dat proef je als je goed je proeft!
Stoofperen recept – alcoholvrije variant
Een klassiek recept, precies zoals mijn moeder en oma het maakten.
Ingrediënten (4 personen):
1 kilo stoofperen (Gieser Wildeman of Saint Remy)ik gebruik kweeperen uit mijn eigen boomgaard
500 ml water
150 gram suiker (meer of minder naar smaak)
1 kaneelstokje
2 kruidnagels
Eventueel: een stukje citroenschil en het sap van een halve citroen
Bereiding:
Schil de peren, laat de steeltjes eraan voor een mooi effect.
Zet ze rechtop in een pan of slowcooker.
Voeg water, suiker, kaneel en kruidnagel toe.
Laat de peren op laag vuur 2 tot 3 uur stoven, of in de slowcooker ca. 4 tot 5 uur.
Serveer warm of koud.
Stoofperen recept – met rode wijn
Voor wie een diepere smaak en extra feestelijk tintje wil.
Ingrediënten (4 personen):
1 kilo stoofperen
250 ml rode wijn (scheutje port erbij is ook lekker)
250 ml water
150 gram suiker
1 kaneelstokje
1 steranijs (optioneel)
Bereiding:
Schil de peren en zet ze in een pan of slowcooker.
Voeg wijn, water, suiker en kruiden toe.
Stoof de peren zachtjes gaar in ca. 2 uur op het fornuis, of 4 uur in de slowcooker.
De peren krijgen een prachtige dieprode kleur en rijke smaak.
Hoe serveer je stoofperen?
Stoofperen zijn ongelofelijk veelzijdig. Een paar van mijn favorieten:
🍐 Bij de kaasplank – heerlijk met roquefort of andere blauwe kazen.
🍐 Met stoofvlees of wildgerechten – klassiek en perfect in de herfst.
🍐 Bij spruiten, zuurkool en aardappelgerechten – fris-zoet als tegenhanger.
🍐 Als dessert – met een bolletje vanille-ijs en wat ingekookt kookvocht als saus.
Dat laatste is misschien wel mijn favoriet. Het kookvocht indikken tot een siroop en dat warm over ijs gieten… dat is pure verwennerij.
Een ode aan de stoofpeer
Stoofperen koken is meer dan een recept. Het is een ritueel, een stukje traditie dat warmte en geur brengt in huis zodra de dagen korter worden. Voor mij hoort het net zo bij de herfst als vallende bladeren en pompoenen.
Of je ze nu maakt in een slowcooker, op het fornuis of – net als vroeger – op een petroleumstelletje: stoofperen zorgen voor gezelligheid, voor herinneringen, en vooral voor smaak.
Kun je geen genoeg krijgen van de kweepeer en haar betoverende geur? Ontdek dan ook mijn blog over het maken van klassieke kweepeergelei en jam — met authentieke Bourgondische recepten. De link vind je hieronder.
Wandelen in de herfst in de Bourgogne, de moeite waard!
Wat zou een jaar zijn zonder seizoenen? Saai en kleurloos, vind je niet? Gelukkig mogen we weer de herfst verwelkomen. En alsof de natuur zelf de klok gelijk zet, hangt er meteen een herfstachtige sfeer in de lucht: regen die zachtjes tegen de ramen tikt, de geur van vochtige aarde, de eerste vallende bladeren. Terwijl de zomer achter ons ligt, opent zich een nieuw seizoen vol warmte, smaak en creativiteit.
De herfst is het seizoen van pompoenen en paddenstoelen, van appeltaarten en stoofperen, van warme plaids en dampende kopjes thee. Het is ook het seizoen waarin de Bourgogne zich van haar mooiste kant laat zien: een landschap dat verandert in een schilderij van rood, oranje en goud.
In mijn nieuwste blog lees je waarom de herfst in de Bourgogne niet alleen draait om pompoenen en paddenstoelen, maar ook om creativiteit en ontspanning: ontdek zentangle, dé gezonde lifestyle-activiteit voor de donkere dagen”
🍂 Herfst in de Bourgogne: kleuren, smaken en tradities
De Bourgogne is in elk seizoen een genot, maar in de herfst lijkt het alsof de streek nóg intenser tot leven komt. De bossen in het Parc du Morvan kleuren als een patchworkdeken. Elke wandeling is een ontdekkingstocht, waar je tussen de bladeren kastanjes kunt rapen of stil kunt staan bij een groepje eekhoorntjes die hun wintervoorraad verzamelen.
Herfst in de Bourgogne betekent ook traditie. Denk aan de jacht op truffels – een kostbaar kleinood dat in deze regio met veel trots en geheimzinnigheid gezocht wordt. Of het verzamelen van kastanjes, die geroosterd een heerlijke snack zijn na een frisse wandeling. En vergeet de paddenstoelen niet: van prachtige vliegenzwammen die je beter alleen fotografeert tot eetbare soorten die hun weg vinden naar de keuken. Eet alleen zelf geplukte paddenstoelen als je 100 procent zeker bent dat ze eetbaar zijn!
En dan de wijn: herfst vraagt om wijnen die je verwarmen. Een elegante Pinot Noir met haar zachte aardse tonen, of een volle Chardonnay die perfect past bij rijke herfstgerechten. Wijn en herfst horen in Frankrijk nu eenmaal bij elkaar.
Wijn en die kan je goed openen met onze Coukoe lifestyle opener die we kunnen personaliseren
🌦️ Herfstactiviteiten in Frankrijk: wat te doen in de Bourgogne
De herfst nodigt uit om te vertragen en te genieten van kleine dingen. En er is zoveel te beleven in deze regio:
🍄 Paddenstoelen ontdekken in de Bourgogne – maak foto’s, verwonder je over de vormen en kleuren.
🌰 Kastanjes rapen in de herfstbossen – perfect voor kinderen én volwassenen, en later heerlijk om te poffen.
🚶 Wandelen in de regen – de frisse lucht, het spel van druppels op bladeren, en daarna warm thuiskomen.
📚 Lezen in de herfst – hét seizoen voor boeken en tijdschriften, knus op de bank met een plaid.
🍵 Warme dranken en comfort food – van thee en koffie tot een kruidige warme wijn of een pumpkin spice latte.
🍂 Herfstbladeren verzamelen – droog ze tussen de bladzijden van een boek en gebruik ze later in een creatief project.
🥧 Koken en bakken met pompoen– soep, stoofpotten, of zoals hieronder: cupcakes.
✏️ Creatief bezig zijn: doodles en zentangle; zie het stukje tekst hieronder.
De herfst is een seizoen dat al je zintuigen aanspreekt.
✏️ Creatieve herfst: mijn doodle-illustratie
Bij mij komt de herfst niet alleen tot leven in de keuken, maar ook op papier. Met mijn fineliner maakte ik een doodle-illustratie vol herfstsymbolen: een wijze uil, een guitig spookje, een geurige appeltaart, denneappels, nootjes en appels.
Het eind – resultaatHet begint met een circelDan teken ik “herfst symbolen” om de circel heen
Ik begon met een leeg vel papier, en langzaam verschenen de vormen, lijnen en details. Het hele proces heb ik vastgelegd in een kleine reel: van het eerste pennestreekje tot het eindresultaat. Zo neem ik mijn volgers mee in mijn creatieve herfstwereld.
Creativiteit en herfst gaan hand in hand. Tekenen, schilderen, schrijven of simpelweg bladeren drogen en inlijsten – het maakt de seizoensbeleving rijker en persoonlijker.
Het eind – resultaatIk heb er ook kleine lijstjes omheen getekendElke keer een beetje meer, lijntjes vormen en patroonNu laat ik gewoon mijn fantasie werken, mijn thema is vogelsTeken op een wit vel 9 gelijke figuren, ik teken uit de vrije hand, dat geeft een leuk effect
🧁 Pompoen cupcakes recept – herfst bakken in de Bourgogne
Natuurlijk mag er in een Bourgondische herfstblog geen recept ontbreken. Pompoen is hét symbool van dit seizoen, en deze cupcakes zijn zacht, kruidig en onweerstaanbaar lekker. Ik kook en bak veel met pompoenen, en die komen uit mijn eigen moestuin.
Ingrediënten (12 stuks):
250 g pompoenpuree (gekookt en gepureerd)
200 g bloem
150 g suiker (eventueel deels bruine suiker voor extra smaak)
2 eieren
100 ml zonnebloemolie (of gesmolten boter)
1 tl bakpoeder
1 tl kaneel
½ tl gemberpoeder
½ tl nootmuskaat
Snuf zout
Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 °C en zet een muffinblik klaar met 12 vormpjes.
Meng in een kom de bloem, bakpoeder, zout en specerijen.
Klop in een andere kom de eieren met de suiker luchtig. Voeg de olie en pompoenpuree toe.
Schep de droge ingrediënten voorzichtig door het pompoenmengsel tot een egaal beslag.
Verdeel het beslag over de vormpjes en bak 20–25 minuten, tot een prikker er schoon uitkomt.
Laat afkoelen en serveer eventueel met een topping van roomkaasglazuur of poedersuiker.
Deze cupcakes zijn perfect bij een dampende kop thee of koffie na een herfstwandeling.
🍂 Conclusie: herfst in de Bourgogne beleven
De herfst in de Bourgogne is een feest voor alle zintuigen: kleurrijk, smaakvol en vol tradities. Het is het seizoen van vertragen, van genieten van kleine dingen en van creatief bezig zijn.
Of je nu kastanjes raapt, een wandeling maakt in de regen, een doodle tekent of deze pompoen-cupcakes bakt – de herfst nodigt je uit om stil te staan en te genieten.
Een theelepel sambal kan een hele maaltijd veranderen – niet alleen in smaak, maar ook in beleving.
“Een fantastisch moestuinjaar.” Zo begon het allemaal. Terwijl de zon mijn Bourgondische tuin verwarmde, groeiden er uit kleine witte bloempjes langzame wondertjes: spiralen van groene pepers, eerst bijna zwart en uiteindelijk felrood, vurige juweeltjes die bijna té mooi waren om te plukken. En toch kwam dat moment – mijn eerste oogst. Ik voelde me rijk, maar ook een beetje weemoedig. Ze hingen daar zo prachtig, als kunstwerken van de natuur. Voor mijn gevoel te mooi, te rood om te plukken!
Ik wilde iets bijzonders maken, iets dat recht deed aan die rode vurige schoonheid. In Frankrijk zie ik dat pepers langzaam terrein winnen; waar ze vroeger nog zeldzaam waren, liggen ze nu steeds vaker in de supermarkt. Maar ik koos voor mijn eigen pad: sambal maken, met liefde, geduld en creativiteit.
🔥 Van plantje tot mijn moestuin
Mijn rode chili’s kwamen dit jaar uit een Frans tuincentrum – biologisch en vol leven. Het mooie is: ik heb maar één keer planten nodig, de zaden uit de vruchten geven me elk jaar opnieuw een overvloed. En met die overvloed experimenteer ik.
Sambal maken is balanceren: gember, bruine basterdsuiker, ketjap, tomatenpuree, verschillende pepersoorten. Elke batch smaakt anders. Soms loeiheet, soms mild en toegankelijk. Het leukste moment? Als ik een theelepel in een soep, stoofpotje of pastasaus verwerk en mensen ineens verrast roepen: “Wauw, dit is zó lekker!” Zelfs wie zegt “ik hou niet van sambal” vraagt vaak nog om een extra lepeltje.
🌍 Inspiratie & herinneringen
Mijn liefde voor sambal begon niet in Frankrijk, maar in Nederland. Ik hielp ooit een vriendin in haar kleine, industriële keuken, waar ze met haarnetje en handschoenen sambal en delicatessen maakte voor de markt. Haar eenvoudige glazen potten met statiegeldsysteem en prachtige vintage etiketten fascineerden me. Daar leerde ik: koken is meer dan eten bereiden, het is een verhaal dat je deelt. Haar recept nam ik mee, maar inmiddels heb ik er mijn eigen draai aan gegeven.
🎨 Kunst & smaak
De rode peper inspireert me niet alleen in de keuken, maar ook in mijn atelier. Hun felle rood, de groene hoedjes, de grillige vormen – ik schilder ze op canvas en aquarel, soms abstract, soms gedetailleerd. Vaak combineer ik een recept met een illustratie of een reel, zodat kunst en koken hand in hand gaan.
🌶️ Pittig leven
Vroeger vond ik pittig eten lastig. Tegenwoordig geniet ik juist van die warmte na de eerste hap. Pittig is een sensatie, een herinnering, een glimlach. En misschien ook een beetje een levensstijl. En durven te proeven en te ervaren, smaken moet je ook leren kennen. Inmiddels eet ik dagelijks mijn eigen sambal, in een omelet, door de soep, de pasta en ook op een broodje met kaas, en heel soms snoep ik zelfs een klein lepeltje, zo uit de pot met een beetje pindakaas, zo lekker en intens van smaak!
🌱 Toekomst
In mijn toekomstige huiskamer-restaurant zal mijn sambal zeker een rol spelen – misschien op tafel om naar smaak toe te voegen, misschien zelfs in kleine potjes om mee naar huis te nemen. Voor verkoop moet ik me nog verdiepen in de regels, maar één ding weet ik zeker: dit avontuur is nog maar net begonnen.
✨ Mijn missie
Met mijn sambal wil ik mensen inspireren:
Om zelf pepers te kweken, zelfs op een balkon.
Om te ontdekken dat je smaken kunt vormgeven naar je eigen voorkeur.
Om creatief aan de slag te gaan – of dat nu in de keuken of op doek is.
Om bewust te genieten van de schoonheid van de rode peper.
Pepers kweken is een avontuur op zich. Maar er is één gouden regel: oogst je pepers voor de eerste vrieskou. Ze zijn namelijk enorm gevoelig voor lage temperaturen. Je ziet het meteen: de bladeren hangen slap en herstellen niet meer. De pepers zelf lijken soms onaangedaan, maar krijgen wel degelijk een tik. Je kunt ze dan nog eten, maar de smaak is minder goed!
Een leuke ontdekking leerde ik ooit bij een kwekerij/proeverij: de hitte van een peper komt pas écht tot leven als je het kapje eraf snijdt. De zaadlijsten moeten als het ware “geactiveerd” worden. Dus als je een hap neemt van een hele peper, proef je misschien niets. Maar zodra je hem aansnijdt en de peper even laat liggen, komt die vurige kracht vrij.
En wist je dat pepers eigenlijk meerjarig zijn? Je kunt ze in de winter naar binnen halen, op een koele plek laten overwinteren, en in de lente lopen ze gewoon weer uit. Alsof ze zeggen: “We zijn nog lang niet klaar met je.” Volgende zomer gewoon weer door…
De geschiedenis van de peper is minstens zo spannend. Al rond 6000 v. Chr. verbouwden de Maya’s en Azteken pepers, niet alleen om mee te koken, maar ook voor medicinale toepassingen. In Peru zijn resten van pepers gevonden die teruggaan tot 2500 v. Chr. En pas veel later, in 1492, bracht Christoffel Columbus de chilipeper naar Europa. Op zoek naar de waardevolle zwarte peper stuitte hij op een vurige verrassing. Hij schreef in zijn logboek: “We ontdekten dat het land veel aji produceerde. Een peper die kostbaarder en gezonder is dan de gewone soort.”
Vanaf dat moment ging het snel. De Spaanse peper verspreidde zich razendsnel via Spanje en Portugal naar Afrika en Azië. Rond 1540 kwamen ze in Indonesië terecht, waar ze sindsdien niet meer weg te denken zijn uit de keuken.
En de verhalen rond pepers? Die zijn al even kleurrijk als de vruchten zelf.
Japanse samoerai aten pepers om moed te verzamelen voor een gevecht.
Boeren in Afrika gebruiken chili-oplossingen om hun gewassen te beschermen tegen olifanten en luizen.
In Mexico geldt de peper nog altijd als trots symbool, en 90% van alle pepers wereldwijd vindt daar zijn oorsprong.
Zelfs in de popcultuur duikt hij op: de Red Hot Chili Pepperskozen niet voor niets deze vurige vrucht als naam voor hun band.
Pepers zijn dus niet zomaar een pittig ingrediënt in de keuken. Ze zijn geschiedenis, cultuur, kunst, en soms zelfs een beetje magie. Van de oude Azteken tot mijn eigen moestuin in de Bourgogne: de rode peper is een kleine vrucht met een groot verhaal. 🌶️✨
🔥 Recept 1: Pure Sambal (basis, fris en pittig)
Met alleen de essentie: pepers, zout en azijn.
Ingrediënten:
250 g rode pepers
2–3 el grof zeezout
2 el natuurazijn (of rijstazijn)
Bereiding:
Voorbereiden:Was de pepers en verwijder eventueel de steeltjes. Voor extra milde sambal kun je de zaadjes deels verwijderen.
Malen:Doe de pepers met zout en azijn in een blender of vijzel en maal tot een grove of fijne pasta (naar voorkeur).
Bewaren: Schep de sambal in een schoon, gesteriliseerd potje.
Bewaar in de koelkast.
Deze variant is puur en heet, en blijft ca. 2–3 weken goed.
👉 Perfect om als basis te gebruiken en later uit te breiden met extra smaken.
🌶️ Recept 2: Rijke Sambal (zoet, hartig en in balans)
Een zachtere, aromatische sambal door de toevoeging van suiker, ketjap en gember.
Ingrediënten:
250 g rode pepers
2 tenen knoflook
2 cm verse gember (geraspt)
2 el bruine basterdsuiker
1–2 el ketjap manis
1 el tomatenpuree
2–3 el zonnebloemolie
snufje zout
Bereiding:
Snijden: Was de pepers, verwijder steeltjes (en eventueel zaadjes). Hak grof.
Fruit: Verhit de olie in een pan en fruit de knoflook en gember zachtjes. Voeg de pepers toe en bak kort mee.
Blenden: Doe het mengsel met de tomatenpuree, suiker, ketjap en zout in een blender en mix tot een gladde sambal.
Verwarmen: Giet terug in de pan en verwarm 10 minuten zachtjes.
Dit zorgt ervoor dat de sambal minder scherp wordt en meer als saus smaakt.
Bewaren: Schep in een gesteriliseerd potje. In de koelkast ca. 2–3 weken houdbaar.
👉 Heerlijk bij rijstgerechten, stoofpotjes, een tosti of zelfs een lepeltje in soep.
Vandaag, halverwege september, konden we eindelijk weer een lange wandeling maken van zo’n 10 kilometer. Met zo’n 20 graden was het een verademing na de hete zomer, en onderweg wachtten er nóg meer verrassingen: overal paddenstoelen!
De roze weidechampignons herken ik meteen, en deze week heb ik ze al drie keer gegeten. Zo’n verrukkelijke delicatesse, gewoon in de achtertuin. Toen we thuis kwamen na de wandeling, maakten we een Franse omelet met verse roze weidechampignons. Heerlijk eenvoudig, puur genieten.
Andere paddenstoelen laat ik altijd checken bij de Franse apotheek. Dat is hier een geweldige gewoonte: je neemt je vondst gewoon mee, en de apotheker bekijkt of ze eetbaar zijn of niet. Zo weet je zeker dat je geen risico loopt. Een service die in Nederland onbekend is, maar in Frankrijk heel normaal. Het geeft een veilig gevoel en je leert er vaak ook nog iets van bij.
Er zijn van die gerechten die nooit vervelen. Voor mij is de Franse omelet er zo één: snel, simpel en verrukkelijk. Helemaal bijzonder wordt hij met verse scharreleitjes van mijn kippen en roze weidechampignons uit de weide achter ons huis.
Mijn recept: Franse omelet met roze weidechampignons
Ingrediënten (2 personen)
4 scharreleitjes
3 grote roze weidechampignons (of andere eetbare champignons)
klein scheutje koffiemelk of slagroom
1 klontje roomboter
1 teentje knoflook, fijngesneden
zwarte peper, vers gemalen
fleur de sel (of ander zeezout)
Bereiding
Kluts de eieren luchtig met een scheutje koffiemelk of slagroom. Breng op smaak met peper en een snufje zout.
Snijd de champignons in blokjes en bak ze in roomboter met de knoflook tot ze net gaar zijn.
Giet het eimengsel in de pan, verdeel de champignons erover en bak de omelet op zacht vuur.
Laat de binnenkant nog een beetje vochtig, klap de omelet dubbel en serveer direct.
🌿 Eenvoud op zijn best: boter, eieren, paddenstoelen en een royale draai uit de pepermolen.
Het weer wordt al wat wisselvalliger, maar toch konden we zalig in de tuin eten. Zo voelt de overgang van nazomer naar herfst bijzonder aangenaam: paddenstoelen, walnoten, kweeperen, appels, kastanjes en pompoenen vullen het seizoen. Buiten zitten met een fleecedekentje en een kruidig theetje erbij… ik ben helemaal fan van deze tijd van het jaar.
“De mooiste momenten zijn zelden perfect – maar altijd echt.”
In het glooiende hart van de Bourgogne, tussen de uitgestrekte weilanden waar onze paarden vrij lopen, vond dit zomerse tafereel plaats. Ik rijd samen met Lies in onze 4×4 om de paarden te bereiken; Jeroen, onze Nederlandse hoefsmid, komt met zijn eigen terreinwagen. Het is heet, de zon brandt, en de steekvliegen zijn meedogenloos. Maar met een mix van vaseline en vliegenspray houden we ze op afstand – en ondanks de hitte is het weer gelukt: de hoeven zijn netjes bekapt, de paarden gezond en tevreden.
Na afloop is het vaste prik: een kop thee uit de thermosfles, een zelfgebakken taartje en gezellig napraten in de schaduw van de auto. Deze keer wilde ik zelf eens op de foto met Jeroen – geen gestylede opname, maar een royale lach, een hoed tegen de zon, zweethaar, geschaafde benen van de bramen, en plakhanden van de liksteen waarmee we de paarden rustig houden tijdens het bekappen. Een oude korte broek en grote schoenen, waarmee we stevig hechten aan het ongelijkmatige weiland. In een wereld vol filters is het juist dát wat echt geluk laat zien. En ja, ik had kunnen kiezen voor een gestroomlijnde, mooie foto – maar is dit niet véél leuker?
De taart van vandaag had zo z’n eigen avontuur. Twee ovens die dienst weigerden en een ochtend vol vloeken en improviseren eindigden in een heerlijke koekenpantaart – een omgekeerde appeltaart, goudbruin gekaramelliseerd in de pan. Vers gemaakt van eieren, citroenrasp, crème fraîche en een topping van appels, boter, suiker en kaneel. Met een beetje geduld en een deksel van glas kwam het allemaal goed. Ik bewaarde hem koel in een thermostas met een bol crème fraîche ernaast. Thee erbij – earl grey – en water met zout en suiker voor de hydratatie
Het recept van mijn koekenpan taartje:
🍎 Omgekeerde appeltaart uit de koekenpan (Pien’s recept)
Ingrediënten – beslag:
2 eieren
50 g suiker
Rasp van 1 citroen (goed schoon geboend)
60 g zonnebloemolie
30 g crème fraîche
1 tl vanille-extract
6 g bakpoeder
85 g meel
5 g zout
Ingrediënten – bodem (wordt later de bovenkant):
2 appels (geschild, klokhuis verwijderd, in dunne plakjes)
30 g boter
45 g suiker
4 g kaneelpoeder
Bereidingswijze:
Maak het beslag: Klop de eieren, suiker, citroenrasp, zonnebloemolie, crème fraîche en vanille-extract goed luchtig. Voeg dan het meel, bakpoeder en zout toe en klop alles tot een glad, luchtig beslag. Zet het even opzij.
Bereid de koekenpan voor: Laat de boter in de pan langzaam smelten op laag vuur. Voeg de suiker toe en laat deze karamelliseren op het allerlaagste vuur – blijf erbij, het mag niet verbranden.
Appels in de pan: Haal de pan even van het vuur. Leg de appelplakjes als dakpannetjes netjes in de warme karamel. Bestrooi met kaneelpoeder.
Giet het beslag erover: Schenk het beslag voorzichtig over de appels. Dek de pan af met een glazen deksel (zo kun je de voortgang zien) en zet hem terug op laag vuur.
Bakken: Laat de taart zo’n 20 minuten garen. Controleer met een tandenstoker – die moet er schoon uitkomen. De bovenkant moet gaar zijn, de onderkant mag licht gekaramelliseerd zijn, maar niet zwart.
Storten en serveren: Laat de taart een paar minuten rusten. Keer hem dan om op een groot bord: de appels liggen nu bovenop. Laat afkoelen.
Serveren: Serveer lauwwarm of koud, met een flinke lepel crème fraîche of eventueel een bolletje vanille-ijs.
Tevreden paarden, mooie hoeven, blije mensen – en met een kommetje thee en taart smaakt zelfs het bekappen naar meer!
“Parmi les champs violets de la Provence, là où le vent chante et la lavande danse, naît la magie des anciens verhalen.” (Tussen de paarse velden van de Provence, waar de wind zingt en de lavendel danst, wordt de magie van oude verhalen geboren.)
Ken je de legende van de “la sorcière de lavande?”
Diep in de zonovergoten heuvels van de Provence waart nog altijd het verhaal rond van “la Sorcière de Lavande“, de lavendelheks. Wanneer de zomerlucht zwaar geurt naar paarse bloei, waakt zij in het geheim over de velden. Met haar wapperende rokken en vlechten vol lavendelbloesem fluistert ze oude spreuken tegen naderende stormen. Dieven die het wagen om lavendel te stelen, raken volgens de legende voor altijd hun reukvermogen kwijt. Maar wie haar respecteert en een takje lavendel onder zijn kussen legt, mag rekenen op zoete dromen en een jaar vol geluk. Ze verschijnt soms in de schemering, dansend tussen de rijen, bijna één met de wind. In elke geurige bries lijkt een vleugje van haar magie te zweven – een betovering van puur Provençaalse charme.
Persoonlijke notitie:
La Sorcière de Lavande – wat een prachtige legende… Ik ken Zuid-Frankrijk goed, heb er vele zomers doorgebracht, en soms, als de avond na een zinderend warme dag zachtjes afkoelde en de cicaden hun zilveren lied lieten horen, kon ik haar aanwezigheid bijna voelen. Dan hing de lucht vol zoete lavendelgeur, verzadigd van zonlicht, overvloed en stilte – alsof de tijd zelf even stilstond. In die momenten geloofde ik dat zij daar was, dansend tussen de rijen, één met de wind, zegenend wat groeit en bloeit. De rust, de rijkdom van het land, het zachte geluk van “la douce France” – het lijkt allemaal een echo van haar magie. Misschien is het maar een sprookje, maar ik geloof graag dat zij bestaat. Want het leven is zoveel mooier als je blijft dromen… en gelooft in een beetje betovering.