Heel veel prachtige daslook dit jaar in de Bourgogne
🌿 Daslook pesto – een potje lente uit mijn voedselbos
🍃 Intro:
Ik ben in de gelukkige positie dat ik op meerdere plekken daslook kan plukken. Je herkent daslook meteen aan de geur — en dat is maar goed ook, want je moet wel zeker weten dat je de juiste plant hebt. Het seizoen is kort, maar een paar weken per jaar, en juist daarom geniet ik er extra van.
Voor mij is daslook pesto maken inmiddels een traditie geworden. Het moment dat de daslook er weer is, voelt als het echte begin van de lente.
Tijdens het plukken en het maken van de pesto voel ik me vooral dankbaar. Zoveel vers groen, gewoon uit de natuur. Ik maak vaak meerdere potjes, want ik geef ze graag cadeau — met een mooi lintje, een etiket en soms een kleine aquarel van het recept. Terwijl ik bezig ben, denk ik al aan de blije gezichten van de ontvangers… en aan alle manieren waarop ik deze pesto zelf weer ga gebruiken.
🧄 Recept: daslook pesto
Ingrediënten
70 gram verse daslook bladeren (gewassen, gedroogd en in stukjes gesneden)
30 gram walnoten
30 gram pijnboompitten (kort geroosterd in de koekenpan)
75 gram geraspte Parmezaanse kaas
70 gram zonnebloemolie, of avocado olie
60 gram olijfolie
Sap van 1 biologische citroen + wat rasp
1 mokkalepel honing
Peper en zout naar smaak
👩🍳 Bereidingswijze
Was de daslook zorgvuldig en dep de bladeren goed droog. Snijd ze grof.
Rooster de pijnboompitten kort in een droge koekenpan tot ze licht goudbruin zijn.
Doe alle ingrediënten in een keukenmachine.
Mix tot een smeuïge pesto.
Is de pesto te dik? Voeg dan wat extra zonnebloemolie toe.
Breng op smaak met peper en zout.
Schep de pesto in schone potten.
Heel veel prachtige daslook dit jaar in de BourgogneDaslook uit eigen voedselbos, daslook groeit graag in bossenWalnoten uit eigen tuin, behalve walnoten ook pijnboompitten gebruiktAlles in de keuken machine, is de pesto te dik wat extra olie toevoegenParmazaanse kaas vers gerasptEen klein lepeltje honing uit het “parc du Morvan” haalt de scherpte van de pesto afDit is zo lekker! Zoveel toepassingen zijn er met de huisgemaakte pestoHier word ik heel blij van!
🍽️ 3 heerlijke manieren om daslook pesto te gebruiken
🍲 In de soep
Roer een lepel pesto door een zachte groentesoep, zoals courgette- of aardappelsoep. Het geeft direct een frisse, kruidige smaak.
🍝 Door de pasta
Meng de pesto door warme pasta met een scheutje kookwater voor een romige saus. Simpel en onweerstaanbaar.
🥖 Op vers stokbrood
Smeer de pesto royaal op een knapperig stukje stokbrood. Misschien wel de puurste manier om ervan te genieten.
De lente zit voor mij niet in de kalender, maar in de geur van vers geplukte daslook en een potje pesto op tafel.
🌲“Een kijkje achter de schermen bij de houtschool in Biches: machines, prachtig hout en vakmanschap. Op zaterdag 14 maart is er open dag!”
Ben je benieuwd hoe prachtig Douglas hout wordt verwerkt of droom je ervan om met hout te werken? Tijdens de open dag van de houtschool in Biches ben je van harte welkom om een kijkje te nemen achter de schermen.
Ontdek waar het hout vandaan komt, zie hoe het wordt verwerkt en leer meer over de opleiding houtbewerking die hier wordt gegeven. Ook particulieren zijn welkom: je kunt informatie krijgen over Douglas hout en de mogelijkheden om hout te kopen.
Een inspirerende dag voor iedereen die houdt van hout, ambacht en natuur.
📍 Biches – EDPM58 🌿 Demonstraties – informatie over de opleiding – hout uit de regio 👋 Iedereen is welkom
Meertalige rondleidingen
Persoonlijke noot
Samen met mijn jongste dochter en een goede vriend heb ik afgelopen dinsdag een rondleiding gekregen bij de houtschool in Biches. De school wordt momenteel verbouwd, maar dat doet niets af aan de kwaliteit en het enthousiasme waarmee bezoekers worden ontvangen.
Het eerste moment van verwondering begon eigenlijk al bij aankomst. We reden het terrein op door prachtige grote houten toegangsdeuren van magnifiek hout. Daarna volgde meteen de aanblik van al dat mooie hout – en natuurlijk de geur van hout, een geur die voor mij altijd iets bijzonders heeft.
De enorme zaagmachines maakten ook indruk. Ze zijn immens groot en krachtig en uiteraard goed beveiligd, wat heel begrijpelijk is. Alleen al het zien van die machines laat je beseffen hoeveel vakmanschap er achter houtbewerking schuilt.
Zelf heb ik altijd al iets met hout gehad. Ik heb wel eens op hout geschilderd en ik hou van mijn houten tafels. Vroeger hadden mijn ouders een boot van teakhout – prachtig materiaal, al vroeg het ook veel onderhoud. Ook onze teakhouten tuinmeubelen herinner ik me nog goed. Hout leeft, hout ademt en hout raakt. Dat gevoel had ik altijd al, en het Douglas hout dat we hier zagen heeft dat gevoel alleen maar versterkt.
De sfeer tijdens de rondleiding was informatief maar ook heel gezellig. Het was mijn middelste dochter Annabel die ons rondleidde en zij vertelde met veel enthousiasme over het hout en het werk dat hier gebeurt. Wat me vooral bijbleef was het proces van het drogen van het hout. Eerst liggen de planken buiten, met balken ertussen zodat het hout rustig kan drogen zonder krom te trekken. Daarna gaan ze naar de zogeheten droogcabines waar het proces verder wordt gecontroleerd.
Ook leerde ik dat er drie populaire manieren zijn om hout te behandelen, afhankelijk van wat je ermee wilt doen: houtolie om verkleuring tegen te gaan, ideaal voor bijvoorbeeld tuinmeubelen of een pergola; beits tegen UV-straling en om eventueel kleur toe te voegen; of verf, die het hout volledig afsluit en zowel binnen als buiten gebruikt kan worden.
Het feit dat de houtschool na twee jaar verder uitbreidt, groeit en duidelijke ambities heeft, zegt eigenlijk al genoeg. Dat er daarnaast veel tevreden klanten en leerlingen zijn, bevestigt dat beeld alleen maar.
De medewerkers zijn vriendelijk, denken mee en zijn behulpzaam. Je kunt je hier inschrijven voor een opleiding tot houtbewerker, maar ook als particulier en/of bedrijf hout kopen. En het kan ook bezorgd worden, kosten zijn dan voor de koper.
Ik kan iedereen een bezoek aan deze houtschool of de open dag van harte aanbevelen. Wij hebben genoten, waren onder de indruk — en komen zaterdag gewoon nog een keer terug.
De voorkant van de flyer van de houtschoolDe contact gegevens van de houtschoolEerlijk houtBinnen in de hout bewerkings ruimteRondleiding door Annabel, Nederlands Fransen EngelsDroog kasten en ruimtesMijn eerste keer bij de houtschool in Biches, en ik ben onder de indruk
“Gezond leven begint niet met perfectie, maar met kleine stappen die je volhoudt.”
Marie bakt een linzenbrood voor Pierre, mijn illustartie erbij
Meer dan ooit letten we op gezonde voeding. Ik ben daar geen uitzondering in. Misschien leef ik zelfs een beetje overdreven tussen het groen — met een grote moestuin, dagelijks acht tot tien kilometer wandelen, hergebruik van kleding en huisraad, recyclen waar mogelijk. Maar ik geloof niet in alles-of-niets. Je hoeft niet perfect te zijn om bewuster te leven. Je kunt ook een klein beetje van alle goede dingen toepassen.
Voor mij zit de sleutel in haalbaarheid.
Ik wilde bijvoorbeeld Frans leren. Vol enthousiasme begon ik met podcasts, boeken en conversaties. Tien dagen later ebde de motivatie weg. Andere dingen kregen voorrang. Tot ik besloot het anders aan te pakken: drie woorden per dag, een halve bladzijde Franse les, vier keer per week. Niet elke dag. En nu hou ik het vol.
Met gezond eten werkt het precies zo. Als ik trek heb in pizza, eet ik een kwart. Heb ik zin in frietjes, dan mag dat ook. Gezond leven betekent voor mij balans, geen straf.
En zo kwam het linzenbrood in mijn keuken.
Waarom linzen?
Het begint natuurlijk met goede linzen
Rode linzen zijn voedzaam, veelzijdig en verrassend eenvoudig te verwerken. Ik koop ze in grote zakken bij mijn Turkse supermarkt en gebruik ze in curry’s, soepen en brood. Ze vallen makkelijk uit elkaar tijdens het koken, maken gerechten romiger, dikker en voedzamer.
Linzen behoren tot de peulvruchten. Denk ook aan bruine bonen en kikkererwten. Officieel vallen zelfs pinda’s, doperwten en sperziebonen onder de peulvruchten, al rekenen we die in de praktijk tot noten of groente omdat ze daar qua gebruik en samenstelling meer op lijken.
Peulvruchten zijn rijk aan eiwitten, vezels en afhankelijk van de soort ook een bron van vitamine B1 en ijzer. Ze helpen het LDL-cholesterol verlagen, wat gunstig is voor de bloedvaten. Bovendien hebben ze een lage klimaatbelasting. Vaker peulvruchten eten in plaats van vlees is beter voor het milieu.
Dat past bij mijn levensstijl: bewust, maar niet fanatiek. Praktisch, maar met aandacht.
Maar linzen zijn niet voor iedereen
Hoewel linzen voor veel mensen gezond zijn, zijn ze niet voor iedereen geschikt.
Mensen met favisme — een overgevoeligheid voor peulvruchten veroorzaakt door een enzymtekort — kunnen beter geen linzen eten. Het lichaam kan de peulvruchten dan niet goed afbreken, wat kan leiden tot ernstige bloedarmoede.
Ook mensen met een nikkelallergie moeten voorzichtig zijn, omdat peulvruchten vaak nikkel bevatten.
Voor jonge kinderen geldt: begin met kleine porties zodat hun spijsvertering kan wennen.
Daarnaast kunnen sommige mensen bij grotere hoeveelheden last krijgen van een opgeblazen gevoel of overactieve darmen. Het advies is simpel: bouw het rustig op. Kleine hoeveelheden, regelmatig.
Belangrijk: bereiding en opslag
Linzen moeten altijd goed gekookt worden. Rauwe peulvruchten bevatten de natuurlijke stof lectine, die door verhitting onschadelijk wordt gemaakt. Gedroogde peulvruchten maak je veilig door ze te weken en daarna minimaal tien minuten goed te koken, of tot ze gaar zijn.
Ook opslag is belangrijk. Door schimmelgroei kunnen in peulvruchten kleine hoeveelheden mycotoxines ontstaan. Bewaar ze daarom altijd droog en in goed afgesloten bakken. Bij correcte opslag is het risico klein, en wegen de gezondheidsvoordelen ruimschoots op tegen de mogelijke nadelen.
Linzenbrood: gezond én eenvoudig
Voor wie glutenvrij of glutenarm wil eten, is linzenbrood een prachtig alternatief voor traditioneel brood. Het is voedzaam, verzadigend en eenvoudig te maken. Perfect als ontbijt, als lunchbodem of als hartige snack.
Wat ik er zo mooi aan vind, is dat het past in een bewuste levensstijl zonder ingewikkeld te zijn. Geen dure ingrediënten, geen exotische technieken. Gewoon rode linzen, water, enkele ingrediënten, een beetje geduld — en een oven.
Het past bij hoe ik wil leven: tussen het groen, met aandacht voor wat ik eet, maar zonder krampachtigheid. Gezond leven is geen wedstrijd. Het is een ritme.
En soms begint dat ritme met iets eenvoudigs als een brood van linzen.
Samenvatting
Linzenbrood is meer dan een recept. Het is een voorbeeld van hoe kleine, haalbare keuzes bijdragen aan een gezonde levensstijl. Peulvruchten zijn voedzaam, duurzaam en veelzijdig, mits goed bereid en opgeslagen. Ze passen in een bewuste manier van leven waarin balans belangrijker is dan perfectie. Door kleine stappen te zetten — of dat nu Frans leren is of gezonder eten — bouw je gewoontes die blijven.
Linzenbrood ingrediënten:
200 gram rode linzen
2 kopjes water
4 eetlepels chiazaad
2 eetlepels fruit-azijn
1 theelepel bakpoeder
1 theelepel zee-zout, fijn gemalen
2 eetlepels zonnebloempitten
2 eetlepels pompoenpitten
2 eetlepels sesamzaad
1 eetlepel topping naar keuze
Linzenbrood instructies:
Begin met het weken van de rode linzen. Spoel de linzen grondig af onder koud water en plaats ze in een kom. Voeg 2 kopjes water toe en laat de linzen minstens 6 uur weken, of zelfs ’s nachts. Na het weken, giet je het overtollige water af en spoel je de linzen opnieuw af.
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius en bekleed een bakvorm met bakpapier. Zorg ervoor dat de bakvorm groot genoeg is om het brood in te vormen.
In een blender, keukenmachine of met de staafmixer, combineer je de geweekte en afgespoelde rode linzen, chiazaad, fruit-azijn, bakpoeder en zout. Mix alles goed tot een gladde en dikke massa.
Giet het mengsel in de voorbereide bakvorm en strijk de bovenkant glad met een spatel.
Bestrooi het brood gelijkmatig met zonnebloempitten, pompoenpitten, sesamzaadjes of andere topping, en druk ze zachtjes in het deeg.
Plaats de bakvorm in de voorverwarmde oven en bak gedurende ongeveer 30 minuten, of totdat het brood stevig aanvoelt en een goudbruine korst heeft.
Haal het brood uit de oven en laat het afkoelen in de vorm gedurende 15-25 minuten voordat je het voorzichtig uit de vorm haalt.
Snijd het rode linzenbrood in plakjes, met een scherp broodmes en serveer warm of op kamertemperatuur. Je kunt het brood beleggen met je favoriete spreads of gewoon zo eten. Mijn favoriet, met zelf gemaakte hummus!
Het begint natuurlijk met goede linzenVoeg alle ingrediënten in een mengkom. De rode linzen heb ik eerst een nacht laten weken, en ik heb de linzen eerst goed met koud water afgespoeld en daarna een nacht laten weken, 6 uur weken is genoegDaarna alles met de staafmixer gepureerd, ik heb wel wat structuur gehouden. Hoe langer je pureerd hoe fijner je linzen beslagBewaar je potten linzen vochtvrijIn de oven, met bakpapierUit de oven, de onderkant is mooi bruin rood van kleurMarie bakt een linzenbrood voor Pierre, mijn illustartie erbijHeel lekker!Gezond leven, bewegenDingen doe waar je blij van wordt
Dit geweekte rode linzenbrood is rijk aan eiwitten en voedingsvezels en heeft een heerlijke nootachtige smaak. Het is een gezonde en smakelijke keuze voor een voedzaam ontbijt of een snelle snack. Geniet ervan!
“L’amour leeft in eenvoud — in kleur, in smaak, in een klein moment in Parijs.”
Pierre en Marie zijn vandaag in Parijs, speciaal voor Valentijn. Marie draagt haar mooiste jurk, Pierre heeft rozen gekocht en overhandigt ze haar in de stad van de romantiek. Een klein gebaar, een groot gevoel. Ik heb dit tafereel vastgelegd in een aquarel, geschilderd onder het genot van een rood linzenbroodje met een eitje van mijn eigen kipjes — eenvoud, kleur en liefde aan tafel.
Voor mij gaat Valentijn niet over commercie. Het gaat over even stilstaan bij elkaar. Over zachtheid. Over een glimlach, een bloem, een hand op je schouder. En het liefst niet alleen vandaag — maar elke dag een beetje. Want als we wat liever zijn voor elkaar, wordt de wereld vanzelf een stuk gezelliger.
Rode linzen brood, glutenvrij en heel lekker!Een eitje van mijn eigen kipjes en met die lekkere eieren maak ik ook mayonaiseEieren van mijn eigen scharrelkipjesZelf mayonaise maken is heel makkelijk en zoveel lekkerder!
Instructies Leg de eieren in kokend water en kook 8 minuten. Laat ze schrikken onder stromend koud water. Pel ze en snijd ze in de lengte doormidden. Leg de eieren met de snijkant naar beneden op een groot bord. Lepel er wat mayonaise over en bestrooi met fijngehakte peterselie. Een mooi spiegel ei vind ik ook heel lekker!
Snijd de cherrytomaatjes schuin doormidden en leg twee helften tegen elkaar zodat ze samen een hartje vormen. Serveer met een rood linzenbroodje in hartvorm. Zo simpel kan het zijn.
Voor de mayonaise: meng in een kom 1 eidooier met 1 el fijne mosterd, 1 el neutrale azijn of citroensap en zout en peper. Schenk er langzaam 250 ml arachide-, maïs- of zonnebloemolie bij terwijl je stevig klopt met een garde of handmixer zodat de olie volledig wordt opgenomen. Klop daarna nog even door tot een mooie, romige mayonaise ontstaat.
Liefde hoeft niet groots te zijn — alleen echt. ❤️
Dit is mijn eerste begin van de aquarel, een tekeningDaarna komt het schilderen met waterverfLangzaam komt er steeds meer kleur op het papier. Kies voor een goede waterverf en voor goed papierHet eind resultaat
*Ik word niet gesponsord, maar ik deel graag eerlijk wat ik zelf met plezier gebruik. Voor mijn aquarellen werk ik met waterverf van Winsor & Newton en Van Gogh. Beide geven heldere kleuren en mengen prachtig.
Mijn papier is 100% katoen. Dat maakt echt verschil: het neemt de verf mooi op, laat kleuren zacht in elkaar vloeien en geeft me de ruimte om met lagen te werken zonder dat het papier meteen verzadigd raakt.
Ik begin altijd met een goed potlood voor mijn schets en gebruik een fijne gum die het papier niet beschadigt. Voor lijnen werk ik met een waterproef fineliner. Die blijft mooi strak onder de aquarel — maar een kleine tip: ook al is de inkt watervast, laat hem minstens tien minuten goed drogen voordat je gaat gummen of er met waterverf overheen schildert. Doe je dat niet, dan kan de inkt alsnog vlekken.
Goed materiaal hoeft niet ingewikkeld of exclusief te zijn, maar het maakt het proces wel aangenamer. En uiteindelijk draait het daarom: met plezier creëren.
Zelf gekweekt, samen gesmaakt – mijn witlofavontuur met mijn dochters
Ook in de Bourgogne knip ik weer haren, en één van de leukste dingen aan dit werk zijn toch wel de klanten. Iedere klant is anders, ieder mens heeft zijn eigen verhaal. Zo heb ik inmiddels ook een Belgische klant, die in de loop van de tijd is uitgegroeid tot wat ik liefkozend mijn “groene-vingers-vriendin” noem. Ze heeft me al heel wat waardevolle moestuintips gegeven en blijkt bovendien alles te weten van witlof — of witloof, zoals de Belgen zeggen.
Van haar leerde ik dat er in de supermarkt twee soorten witlof te koop zijn: watergekweekte witlof en witlof die op aarde is gekweekt. Die laatste is wat duurder, iets bitterder ook, maar heeft volgens haar (en inmiddels ook volgens mij) de enige echte witlofsmaak. Echte witlof begint bovendien niet bij een krop, maar bij… wortels.
Het proces begint met het zaaien van witlofzaad, waar eerst stevige wortels uit groeien, bij voorkeur in onbemeste grond. Deze wortels — ook wel witlofwortels of witlofpennen genoemd — kun je vanaf ongeveer oktober oogsten. Daarna volgt een belangrijke stap: de koude schok. De wortels moeten twee weken bij ongeveer 1 graad bewaard worden, bijvoorbeeld in de koelkast. Dit bootst de winter na en zet de wortel aan tot nieuwe groei.
Daarna begint het zogenaamde intafelen: het opnieuw in de grond (of in een emmer) zetten van de wortels om de witlof te laten groeien. Wij doen dit altijd binnen, en ik heb er zelf voor gekozen om de witlof in huis te kweken. De bak waarin de wortels komen, moet volledig afgesloten zijn: witlof mag namelijk absoluut geen licht krijgen.
Voor het intafelen bereid je de wortels eerst voor. Vaak zit er nog loof aan; dat snij je terug tot ongeveer twee centimeter. Snijd je te ver, dan beschadig je het groeipunt en krijg je geen mooie, vaste krop, maar alleen losse blaadjes aan de rand.
Ik vulde een bak met ongeveer tien centimeter zaai- en stekgrond. Oude potgrond uit bloembakken kan hier ook prima voor dienen. De grond hoeft niet heel rijk aan voeding te zijn. De wortels zette ik vrij dicht tegen elkaar aan, zodat ze mooie compacte kropjes zouden vormen, maar wel met net genoeg ruimte om te groeien. Tijdens het plaatsen drukte ik de grond goed aan en gaf ik water (plantenspuit) zodat de aarde netjes tussen de wortels kon zakken. Daarna gaf ik één keer per week een beetje water met een plantenspuit.
Na één week verschenen al de eerste kleine witlofstronken. Mijn witlof stond in de achterkamer, waar de temperatuur schommelt tussen de 15 en 18 graden. Dat blijkt ideaal: bij deze temperatuur groeit witlof mooi en stevig. Warmer dan 20 graden is niet aan te raden, want dan schiet de witlof te snel door en worden de kroppen los en minder mooi. Kouder mag wel, maar dan moet je gewoon wat meer geduld hebben. Na drie weken waren de kleine witlof stronkjen groot genoeg om te oogsten!
Wie witloof buiten kweekt, kan boven de wortels een laag stro aanbrengen en daarover een jute zak leggen. Dat houdt de kou tegen en beschermt de wortels tijdens frisse herfstdagen. Let wel: witlofwortels moeten absoluut vorstvrij blijven. Zodra het vriest, stopt de groei. Zelf kies ik daarom liever voor binnen kweken.
Van het hele proces — van het planten tot het oogsten — heb ik foto’s gemaakt, zodat je goed kunt zien hoe de witlof zich ontwikkelt in de verschillende stadia. En het mooiste moment? Natuurlijk het oogsten… zelf gekweekt, met geduld en liefde, en daarna ook nog eens heerlijk van smaak.
Mijn eerste keer witlof kwekenWitlof wortelsDit is een echte witlofbak, de bovenkant sluit goed zodat er geen licht bij de wortels komtDe wortels zet ik dicht tegen elkaar aan en binnen 1 week is dit het resultaatHier zijn de witlof stronken 3 weken oudDrie weken oud, mijn eerste oogstWitlof schotel, bechamel saus, witlof eerst gekookt, daarna in ham gerold. Je kan bovenop bechamelsaus, kaassaus of raclette kaas plaatsenNet uit de oven, deze witlof is echt super lekkerMet twee van mijn drie dochters, ik in het midden, links Lies en rechts Annabel. Moestuinieren van moeder met dochters en daarna samen eten. Wat staat er op het menu? witlof, natuurlijk. En we koken met onze “Coukoe lifestyle” schorten om
Klassieke witlof in ham met kaas-bechamelsaus
Een warm winters gerecht, puur comfortfood
Witlof in ham met romige bechamelsaus en gegratineerde kaas is zo’n gerecht dat altijd goed voelt. Eenvoudig, klassiek en vol smaak. Zeker wanneer je witlof gebruikt die op aarde is gekweekt: iets bitterder, voller van smaak en wat mij betreft de echte witlof.
Ik serveer dit gerecht graag met een romige aardappelpuree, zodat je een complete, voedzame en verwarmende maaltijd op tafel zet.
Voor hoeveel personen
4 personen
Bereidingstijd
Voorbereiding: 20 minuten
Oventijd: 25 minuten
Totale tijd: ca. 45 minuten
Ingrediënten
Voor de witlof:
8 stronken witlof
8 plakken goede ham (beenham of achterham)
100 g geraspte kaas (Gruyère, Emmentaler of jonge belegen kaas)
Voor de bechamelsaus:
40 g roomboter
40 g bloem
500 ml volle melk
Snuf nootmuskaat
Zout en versgemalen peper
Voor erbij:
1 kg kruimige aardappelen
50 g roomboter
100 ml warme melk
Zout
Bereidingswijze
Witlof voorbereiden Begin met eventuele bruine bladeren aan de buiten kant weg te halen. Spoel de stronk af. Ik halveer de witlof en snij de kern weg, die is bitter. Kook de stronken in licht gezouten water ongeveer 10 minuten, tot ze net (beet) gaar zijn. Wat melk en een beetje suiker zorgen ervoor dat de bittere smaak van witlof minder wordt. Laat goed uitlekken en druk eventueel voorzichtig wat vocht eruit.
Bechamelsaus maken Smelt de boter in een steelpan. Voeg de bloem toe en laat dit al roerend 2 minuten garen (niet laten kleuren). Voeg beetje bij beetje de melk toe en blijf goed kloppen met een garde tot je een gladde, dikke saus hebt. Breng op smaak met zout, peper en een snuf nootmuskaat.
Ovenschaal vullen Verwarm de oven voor op 180 °C. Wikkel elke witlofstronk in een plak ham en leg ze naast elkaar in een ingevette ovenschaal. Giet de bechamelsaus erover en bestrooi met de geraspte kaas.
Gratineren Zet de schaal 25 minuten in de oven, tot de saus borrelt en de bovenkant mooi goudbruin is.
Romige aardappelpuree erbij
Kook de aardappelen gaar in gezouten water. Giet af en stamp fijn met boter en warme melk tot een romige puree. Breng op smaak met zout (en eventueel een klein beetje nootmuskaat).
Serveer de witlof gratin samen met de puree en eventueel een frisse groene salade voor wat tegenwicht.
Waarom witlof zo gezond is
Witlof is niet alleen lekker, maar ook bijzonder gezond — zeker witlof die op aarde is gekweekt. Deze bevat meer smaak én vaak meer voedingsstoffen dan watergekweekte witlof.
Witlof bevat:
Vezels – goed voor de spijsvertering en een verzadigd gevoel
Vitamine C – ondersteunt het immuunsysteem
Vitamine B11 (foliumzuur) – belangrijk voor celvernieuwing
Kalium – goed voor bloeddruk en spierfunctie
Inuline – een prebiotische vezel die de darmflora ondersteunt
Daarnaast is witlof:
caloriearm
licht bitter (stimuleert de spijsvertering)
perfect voor winterse gerechten
Geen wonder dat dit klassieke gerecht al generaties lang op tafel staat.
Moestuinieren met dochters, oogsten met liefde en samen genieten aan tafel — zo wordt witlof een herinnering.
Met witte kool uit onze eigen moestuin, zout en tijd maken we meer dan zuurkool – we maken een manier van leven
Eén van de leukste dingen aan wonen op het platteland van de Bourgogne is de ruimte. Lies en ik hebben hier alle mogelijkheden om te moestuinieren. We staan er vaak versteld van hoeveel onze moestuin ons geeft. Een hele zomer lang genoten we van frambozen, aardbeien, aalbessen, appels en peren, naast sla en snijbiet.
Ook nu, later in het jaar, blijft de tuin verrassend gul. Spinazie, spruiten, tuinbonen en witte kool staan nog volop te groeien. De witte kool laten we fermenteren, en over vier weken is die veranderd in heerlijke zuurkool. Zes kleine plantjes in de zomer zijn vandaag goed voor twaalf potten van 750 gram ingemaakte kool. Leven van onze eigen moestuin — hoe geweldig is dat?
Maak je potten heel schoon met kokend heet waterDe witte kool moet onder water staan voordat de pot dicht gaat. Zet de pot in het donker op kamer temperatuur. Ontlucht 1x per dagKnees het zeezout door de kool, de kool zal dan vocht afgevenOndanks de vieze modderachtige buitenste bladeren, zijn onze kolen prachtig aan de binnenkantIn de moestuin
Zuurkool maken: zo doen wij dat
Wij maakten zuurkool van zes grote witte kolen, maar heb je minder (of juist meer), dan pas je de verhoudingen eenvoudig aan. De basis blijft hetzelfde. Extra kruiden zijn volledig smaakgebonden. Wij geven hieronder ons basisrecept, dat je ook kunt gebruiken voor rode of groene kool.
Ingrediënten (per kilo fijngesneden kool)
15 gram zeezout (gebruik alleen zeezout, geen zout met jodium)
± 5 gram mosterdzaad
± 4 gram jeneverbessen
± 4 gram zwarte peperkorrels
Laurierblaadjes (naar smaak)
Voorbereiding
Zijn de buitenste bladeren van de kool wat vies? Verwijder deze dan. Bewaar één groot, mooi blad en was dit eventueel. Dat blad gebruik je later om de zuurkool af te dekken.
Snijd de kool doormidden en verwijder de harde kern. Snijd of rasp de kool vervolgens heel fijn, met een scherp mes of in de keukenmachine.
Doe de fijngesneden kool in een grote kom of pan en weeg de kool zorgvuldig. Per kilo voeg je namelijk steeds dezelfde hoeveelheid zout en kruiden toe.
Zout en kruiden toevoegen
Per kilo kool voeg je 15 gram zout toe. Rekenvoorbeeld: 1100 gram kool × 0,015 = 16,5 gram zout (afronden naar 17 gram).
Voeg daarna de kruiden toe, eveneens per kilo kool:
Mosterdzaad: ca. 5 gram
Jeneverbessen en zwarte peper: ca. 4 gram
Laurierblaadjes voegen we los toe
Kneden, stampen en spierballen kweken 💪
Voeg het zout en de kruiden toe aan de kool en begin met kneden en stampen. Knijp de kool stevig tussen je handen. Je zult merken dat er steeds meer vocht vrijkomt — precies wat we willen.
Laat de kool even rusten en herhaal dit proces nog een keer. Ga door totdat er flink wat vocht uit de kool is gekomen, of tot je armen moe zijn 😉 Geloof ons: kool masseren is een gratis fitnessbehandeling.
Inpotten
Doe de kool in een schone weckpot en druk alles stevig aan, zodat de kool volledig onder het eigen vocht komt te staan. Dit kun je met je handen doen of met een lepel.
Staat de kool nog niet helemaal onder water? Voeg dan extra pekel toe:
Meng 15 gram zout op 1 liter water
Roer goed door en voeg toe tot alles onder staat
Leg nu het grote koolblad dat je apart hield bovenop de gesneden kool. Vouw de randjes voorzichtig naar beneden, zodat alles netjes bedekt is.
Leg er een zwaar voorwerp op (bijvoorbeeld een klein glazen potje), zodat de kool goed onder water blijft. Sluit de pot en zet deze op een donkere plek op kamertemperatuur, zoals een keukenkastje.
Plak een datumsticker op de pot — dat is later handig.
Fermentatie en controle
De zuurkool fermenteert ongeveer 3 tot 4 weken. In het begin zal de kool bubbelen door gasvorming — dat is een goed teken.
Controleer af en toe of alles nog onder water staat. Ontstaat er wat schimmel bovenop? Verwijder dit dan zo snel mogelijk.
Proeven en bewaren
Na ongeveer 3 à 4 weken kun je proeven. Is de smaak naar wens? Zet de pot dan in de koelkast; daarmee stopt de fermentatie. Wil je de smaak nog iets sterker, laat de pot dan nog even staan.
Zuurkool eten: rauw of gekookt
Zuurkool is een veelzijdige groente. Je kunt haar rauw eten, maar ook bakken, stoven, in de oven bereiden, stomen of koken.
Rauwe zuurkool is fris en krachtig van smaak. Door zuurkool te koken wordt de zurigheid milder en de structuur zachter.
Zuurkool koken
Verse zuurkool: voeg een klein laagje vocht toe
Haal de kool los met een vork
Verwarm op laag vuur met deksel
5 minuten voor licht gegaard
Tot 20–30 minuten voor extra zacht (houd rekening met vitamineverlies)
Extra lekker: kook zuurkool eens in appelsap voor een zoete smaak, of in wijn voor een echte smaaksensatie.
Menu-suggesties:
Zuurkoolstamppot
Zuurkoolsalade
Zuurkool op een broodje hotdog
Zuurkoolquiche met spek of paddenstoelen
Zuurkool ovenschotel met aardappelpuree en kaas
Zuurkool op Franse wijze (choucroute garnie) – gefermenteerde zuurkool zacht gestoofd, geserveerd met apart gekookte aardappelen en verschillende soorten vlees (zoals worst, spek of ham)
Fermenteren leert ons vertrouwen op eenvoud: wat de natuur geeft, is meer dan genoeg.
Een paar maanden geleden zag ik voor het eerst ACEO’s (6.3 x 8.9cm) voorbij komen op TikTok. Het idee raakte me meteen: kunst die klein genoeg is om overal te plaatsen én betaalbaar blijft voor iedereen. Maar ik wilde méér—een manier om deze mini-kunstwerkjes makkelijk te kunnen wisselen. Zo ontstond het idee van mijn wissellijstjes, en daarmee begon mijn avontuur met kleine kunst die grote vreugde brengt.
Elke ochtend start voor mij met kunst. Als ik wakker word, zie ik als eerste mijn slaapkamerdeur, die ik zelf beschilderde met klaprozen. Dat is voor mij het meest positieve begin van de dag. Klaprozen zijn mijn lievelingsbloemen: dat dieprode kleur, het wilde karakter… en vooral dat onverwoestbare stukje natuur dat zich niets aantrekt van drukte. Ik vergeet nooit hoe ik ooit in een volle Amsterdamse straat een klaproos zag groeien tussen de stoeptegels—zo stoer, zo eigenwijs. Het herinnert me eraan dat schoonheid en intuïtie altijd een weg vinden, hoe stedelijk of grijs het ook is.
Daarna loop ik naar de keuken, zet het koffiezetapparaat aan en zie meteen mijn koelkast… mét de drie Franse kipjes die ik schilderde. En dan kan mijn dag al niet meer stuk. Juist in moeilijke tijden, of op korte, grauwe winterdagen, kunnen dit soort kleine kunstwerkjes wonderen doen. Ze toveren een lach op je gezicht, maken het leven lichter en brengen een vleug vrolijkheid die je misschien net even nodig hebt.
Deze Franse kippetjes zijn voor mij een feestje om te schilderen. Ik gebruik mijn eigen kippen als model — in mijn hoofd dan — en toen ik ze de iconische Bretonse truien gaf, de marinière die sinds 1858 deel uitmaakt van de Franse marine, moest ik hardop lachen. Dát is precies wat ik hoop dat anderen ook voelen: vrolijkheid, herkenning en warmte. Het zijn koelkastmagneten die niet alleen goed blijven plakken, maar ook goed blijven hangen in je humeur.
En het beste deel? Deze serie begint nog maar net. Mijn drie kippen gaan straks kerst vieren, warme wijn drinken, oud en nieuw meebeleven en nog veel meer kleine avonturen beleven. Ik kan niet wachten om ze allemaal te schilderen — binnenkort komt het wissellijstje in de webwinkel, en de kleine kunstwerkjes ook.
Op mijn koelkast! La douce France, du pain, du vin et du fromage…
“Van snelheid op de weg naar geduld op het gras — het is allebei een kunst.”
Toen ik dit huis kocht, was ik verliefd op het grote terrein in de Bourgogne. Maar ik had er nooit bij stilgestaan hoeveel werk het zou zijn om het allemaal te onderhouden. Vroeger voelde ik me best stoer op mijn Kawasaki 750, en ik heb zelfs nog op een quad gereden. Maar zo’n zitmaaier op hobbelig terrein? Dat is heel andere koek.
Gelukkig kreeg ik les van schoonzoonlief. Ik rijd tegenwoordig in standje slak in plaats van haasmodus. Hij scheurt er in no-time overheen, maar ik neem liever de tijd. Het leuke is dat het terrein veel groter blijkt te zijn dan ik dacht, nu we ook de hele oppervlakte maaien en snoeien. Daarbij kwamen we erachter dat er nóg meer fruit- en notenbomen staan dan verwacht.
Misschien is de volgende stap wel een tractor. Wie had dat ooit gedacht? Pien op de zitmaaier — en binnenkort misschien zelfs op een tractor.
“Fiets, motor, auto, quad, zitmaaier en wie weet straks een tractor — ik ben er gek genoeg voor!”
En nu ben ik benieuwd… wat was voor jou de grootste onverwachte klus toen je een huis kocht of verhuisde?
Van Kawasaki-motor naar zitmaaier — deel 2: In standje schildpad langs de sleedoorn
Eén voordeel heeft het wel, dat ik tegenwoordig in standje schildpad over mijn terrein tuf op de zitmaaier: ik zie veel meer dan vroeger. Zo ontdekte ik onlangs, half verscholen aan de rand van het perceel, een prachtige sleedoornpruim.
De Sleedoorn (Prunus spinosa L.) is niet bij iedereen bekend, maar het is een ware schoonheid uit de Rozenfamilie. In het vroege voorjaar, nog vóór het blad verschijnt, tooit hij zich met witte bloesems — een feest van licht tegen het kale landschap. De bloei duurt kort, maar intens. Eind maart tot uiterlijk eind april kleuren struwelen en bosranden wit: de lente kondigt zich aan.
De struik zelf kan tot drie meter hoog worden, met donkere, doornige takken en kleine, berijpte, blauwzwarte vruchten. Die bessen — of eigenlijk steenvruchten — smaken wrang en hard, maar na een paar nachten vorst worden ze zachter en iets zoeter. Het oud-Nederlandse woord “slee” betekent dan ook “de tanden stroef makend”. Niet bepaald iets voor direct uit de hand, maar wél een schat voor wie weet wat ermee te doen.
Men zegt dat de sleedoorn één van de oerouders van de pruim is. In Frankrijk maken ze er jam of likeur van (prunelle), maar ik koos voor iets anders: wilde olijven uit eigen tuin, oftewel SLEE-OLIJVEN!
🌿 Recept: gefermenteerde sleedoornbessen
Je hebt nodig:
300 g gewassen sleedoornbessen
330 g zout
330 ml water
1 soeplepel gemengde peperbolletjes
Enkele blaadjes laurier
1 kaneelpijpje
2 takjes duizendblad
Zo doe je het:
Kook het water met zout, kruiden en specerijen. Laat afkoelen.
Doe de bessen in een bokaal en giet er de koude pekel over.
Sluit de pot goed af en zet hem ongeveer zes maanden weg.
Giet daarna af en laat de bessen een etmaal drogen.
Overgiet ze met olijfolie tot ze onderstaan en voeg eventueel wat ‘wilde’ kruiden toe: duizendblad, marjolein, waterpeper, daslook of een stukje look (de look na een week verwijderen om schimmel te voorkomen).
De sleedoorn vruchten hangen hoog en hebben doornenDe vruchten zijn mooi blauw, vogels zijn ook dol op de sleedoor vruchten. We plukken alleen wat we nodig hebben, de rest laten we hangenDit is één struik, maar er staat hier een hele haag vol sleedoorn struikenIk laat ze een paar dagen in de vriezer liggen dat geeft hetzelfde effect als nachtvorst, pas daarna worden de sleedoorn vruchten eetbaar
En dan wachten… Na een paar maanden heb je heerlijke, aromatische “olijven” met een vleugje wildernis.
🍂 Een struik met geschiedenis
De sleedoorn is al sinds de steentijd een trouwe metgezel van de mens. Archeologen vonden zaden en stenen op oude nederzettingen; waarschijnlijk werd het vruchtvlees tot fruitleer gedroogd. In de oudheid en middeleeuwen gebruikten Arabieren, Grieken en Romeinen de bloemen en bessen als geneesmiddel tegen buikloop en verkoudheid.
Zelfs de doorns hadden nut: slagers gebruikten ze vroeger om worsten bij elkaar te prikken, en boeren plantten sleedoorn en meidoorn als natuurlijk prikkeldraad.
In de Keltische tijd was de sleedoorn verbonden aan Samhain – het feest dat wij nu Halloween noemen – en stond hij symbool voor de donkere kant van het jaar, wanneer de natuur zich terugtrekt.
De sleedoornbessen moeten eerst de kou hebben geproefd voordat ze eetbaar worden — na de eerste nachtvorst, of simpelweg na een paar nachten in de vriezer.
🐝 Een onmisbare plant voor de natuur
De vroege bloei maakt de sleedoorn onmisbaar voor de eerste bijen, hommels en dagvlinders. Zelfs zeldzame soorten zoals de sleedoorn- en pruimenpage gebruiken de struik als waardplant om hun eitjes op af te zetten. En al lijkt het soms heftig als de meidoornstippelmot de struik kaalvreet, hij herstelt zich altijd en staat het volgende voorjaar weer vol in bloei.
Terwijl ik dus langzaam voortschuif over het terrein, motor zacht pruttelend, glimlach ik. Van Kawasaki-motor naar zitmaaier, van snelheid naar stilte — en onderweg ontdek ik de schoonheid van de sleedoorn, van het wachten, van het zelf maken.
Wie had dat gedacht? Dat ik ooit zou stilvallen… om olijven van sleedoorn te maken. 🌸
Over een half jaar laat ik jullie met plezier mijn potten vol zelfgemaakte sleedoorn-olijven zien — recht uit de tuin, met een vleugje wilde magie.
Ik heb jullie laatst al meegenomen in mijn stoofkweeperenblog, maar kweepeer gelei is zo’n klassieker dat ze een eigen plek verdient. Het maken van gelei vraagt geen ingewikkelde techniek, maar wél geduld. Je hebt kweeperen nodig, water, suiker – en vooral tijd, want de vruchten moeten rustig hun smaak en kleur afgeven aan het vocht.
Sommige mensen trekken hun kweeperen zelfs dubbel: eerst koken en zeven, daarna nog een ronde met de kweepeerstukken en dat vocht weer bij de eerste ronde voegen. Zelf doe ik dat niet – ik verwijder de klokhuizen met pitten omdat ik de overgebleven stukken gebruik om kweepeer-jam van te maken. Laat je de pitjes wel zitten, dan krijg je vaak een nog steviger gelei door het natuurlijke pectinegehalte. Mijn liefde voor de kweeperen gelei begon al jong:
Herinneringen aan oma
Mijn liefde voor kweeperen is namelijk niet nieuw. Het gaat terug naar mijn kindertijd en de herinneringen aan mijn Franse oma uit de Elzas. Zij maakte vroeger al kweepeer gelei, zelfs toen ze met mijn opa in Amsterdam woonde. Ik zie haar nog voor me in haar elegante keuken, de prachtige glazen potjes die altijd in stijl waren met hun huis – een statig herenhuis waar alles een vleugje klasse had. De potjes met gelée de coings waren net kleine juwelen op het aanrecht. Ik ben veel vergeten maar dat herenhuis met prachtige plafons, het mooie servies en de glazen potjes, zie ik zo voor me, zelf nu nog…
Toen mijn oma in Nederland moeilijk aan kweeperen kon komen, stopte die traditie. Jarenlang raakte ook ik de gelei een beetje uit het oog, tot ik hier in de Bourgogne mijn eigen boom ontdekte. Eerst was er vooral verbazing: ik had dit huis gekocht, inclusief een flink stuk land en allerlei fruitbomen, maar wat waren dit toch voor vreemde vruchten? Geen appel, geen peer, en dan ook nog dat eigenaardige, fluweelachtige laagje eroverheen.
Gelukkig zijn er behulpzame dorpsgenoten – en natuurlijk Google. Soms lijkt het hier alsof de tijd vijftig jaar heeft stilgestaan, maar dán is internet ineens een zegen. Al snel kwam ik erachter dat ik een grote, rijkdragende kweeperenboom in de tuin had staan. En met het maken van kweepeer gelei kwamen ook de herinneringen terug: aan mijn oma, aan de geur in haar keuken, en aan dat gevoel van warmte en geborgenheid.
Geschiedenis & weetjes over kweeperen
De kweepeer (Cydonia oblonga) is een bijzonder stuk fruit met een rijke geschiedenis. Oorspronkelijk komt de kweepeer uit de landen rond de Kaspische Zee. Het Portugese woord voor kweepeer, marmelo, gaf ons zelfs het woord marmelade.
De oude Grieken noemden de kweepeer een “gift van de goden” en gebruikten de vrucht tijdens huwelijksceremonies. De hoeveelheid pitten zou voorspellen hoeveel kinderen het bruidspaar zou krijgen. In de Romeinse tijd werd de vrucht al geroemd en ook tijdens de middeleeuwen stond hij op bruiloftstafels. Nostradamus schreef zelfs dat kweepeer gelei hielp bij liefdeskwalen en een betere doorbloeding.
Leuk om te weten: in veel landen is kweepeer nog steeds een klassieker. In Duitsland heet het Quittengelee, in Frankrijk natuurlijk gelée de coings, en in Spanje maken ze er carne de membrillo van – een stevige, bijna wijn-gumachtige pasta die vaak met kaas gegeten wordt.
De kweepeer in de Bourgogne
Hier in Frankrijk heeft de kweepeer nog steeds een vaste plek in de keuken. De boom, cognassier in het Frans, wordt vooral geteeld in kleinschalige boomgaarden in de regio’s Auvergne Rhône-Alpes, Provence-Alpes-Côte d’Azur en ook in de Grand-Est. In de Bourgogne zie je ze vaak in oude tuinen, waar de bomen een beetje vergeten lijken, maar elk jaar trouw hun vruchten geven.
Kweeperen worden zelden rauw gegeten – daarvoor zijn ze te hard en zuur – maar verwerkt in gelei, confiture, compote of bij hartige gerechten zijn ze onovertroffen. Mijn favoriet blijft toch de klassieke gelei, maar de Fransen zijn ook dol op pâte de coings, een stevige blok zoetigheid die vaak bij kaas wordt geserveerd.
Mijn persoonlijke twist
Hoewel ik het klassieke recept gebruik, geef ik mijn eigen draai aan de gelei. Mijn dochters houden van vanille, dus maak ik altijd een paar potjes waarin ik een vanillestokje mee laat trekken. De zachte vanillesmaak combineert prachtig met het bloemige, frisse aroma van de kweepeer. Een andere variant die ik graag maak is met appel en sinaasappel: net wat frisser en lichter, ideaal bij een herfstige lunch.
De veelzijdigheid van kweepeer gelei verrast me steeds weer. Ik eet het bij een kaasplank – vooral heerlijk bij een sterke Roquefort of een zachte Brebirousse (schapenkaas). Maar ook bij stoofpotten, in een hartige quiche of gewoon door een bakje yoghurt doet de gelei het fantastisch. En eerlijk: een lepeltje op een stukje vers brood kan ook al pure luxe zijn.
Was de kweeperen goed en snijd ze in stukken (met schil en klokhuis).
Doe de stukken in een grote pan met het water en breng aan de kook. Laat zachtjes koken tot de vruchten bijna uit elkaar vallen en het sap roze kleurt.
Laat afkoelen en met de deksel erop een nachtje staan.
Giet de massa door een fijne zeef of passeerdoek. Druk niet te hard, zodat de gelei helder blijft.
Meet het sap af en voeg per liter sap 1 kilo gelei suiker toe. Voeg ook het citroensap en eventueel het vanillestokje, appel of sinaasappel toe.
Breng al roerend aan de kook en laat koken tot de gelei stevig wordt (geleiproef: een druppel op een koud schoteltje moet stollen). Komt er schuim bovenop drijven, schep dat dan weg, zodat de gelei helder blijft.
Giet de hete gelei in gesteriliseerde potten, sluit af en laat omgekeerd afkoelen.
Tip: Van de overgebleven stukjes kweepeer maak je in een handomdraai een heerlijke kweepeer-jam – niets hoeft verloren te gaan! Vergeet dan niet de pitten te verwijderen. De schillen en pitten bevatten veel pectine, wat ervoor zorgt dat de kweepeergelei mooi stevig wordt. Je kunt zelfs uitsluitend van de schillen en pitten gelei trekken! Wil je echter zowel gelei als jam maken, dan vind ik het persoonlijk handiger om de schillen en het klokhuis met pitten vooraf te verwijderen. Zo houd je het overzicht en kun je beide bereidingen makkelijker scheiden. Ik kook mijn gelei dan iets langer door om toch die perfecte, lichttrillende dikte te krijgen — het is uiteindelijk een kwestie van gevoel en ervaring.
Ongeveer 65 kilo kweeperen dit jaar van één kweeperenboomHet plukken doen we met een grijp/pluk handje want ze hangen hoogDit is de kweepeer jam met citroensap, rasp en rozijnenDe gelei, prachtig van kleur. Fris zoete smaakAls ik de gelei voor de tweede keer aan de kook breng, schep ik grijs schuim erafVan de schillen en klokhuizen kan je een perfecte gelei makenIk met mijn trots, de kweeperen
Herfstgevoel in een potje
Voor mij is de kweepeer gelei veel meer dan een recept. Het is een stukje familiegeschiedenis, een Bourgondische traditie en een manier om de herfst te vangen in een potje. Elke keer dat ik de gelei proef, proef ik niet alleen de vrucht zelf, maar ook de herinneringen: de geur van oma’s keuken, de gezelligheid van samen inmaken, en de belofte van lange avonden met kaarslicht en kaasplanken.
De kweepeer is misschien een “vergeten vrucht”, maar in mijn huis is ze springlevend. Ze markeert het begin van een nieuw seizoen, waarin de natuur tot rust komt en wij de warmte juist binnen zoeken. Voor mij is kweepeer gelei het ultieme symbool van herfst, nostalgie en Bourgondische gezelligheid.
Dus: mocht je ooit een kweepeerboom tegenkomen, laat je dan niet afschrikken door de harde, zure vruchten. Neem ze mee, maak er gelei van en ontdek hoe veelzijdig en bijzonder dit fruit is. Wie weet breng je er net als ik een stukje traditie en warmte mee terug in je keuken.
Nog een paar kleine extra tips die ik kreeg van mijn dorpsgenoten hier in de Bourgogne: sommige mensen rijgen de schillen van de kweepeer aan een touwtje en hangen ze te drogen in huis. De lucht vult zich dan met die heerlijke, frisse en fruitige geur van kweepeer – een natuurlijke parfum van moeder aarde zelf.
En wist je dat als je de pitten even laat trekken in gekookt water, het vocht wat gelei-achtig wordt? Dat schijnt weer goed te zijn voor de huid.
Beide heb ik eerlijk gezegd zelf nog niet geprobeerd, maar het klinkt typisch als zo’n mooi, doorgegeven Bourgondisch gebruik dat ik niet kon laten om het met jullie te delen.
🍐 Extra aandacht & tips uit mijn Bourgondische keuken
💧 Hygiëne is alles Was je potten en deksels in kokend water en laat ze uitlekken op een brandschone theedoek. Werk altijd zo schoon mogelijk – dat voorkomt schimmels en bederf. Sluit je potten goed af en bewaar ze donker en koel; zo blijven ze zeker een jaar goed. Eenmaal geopend, bewaar ze in de koelkast en gebruik ze binnen een week.
🥣 Hoeveelheid & houdbaarheid Van ongeveer 1,5 kilo kweeperen maak ik zo’n vijf middelgrote potten gelei of drie potten jam, afhankelijk van de kooktijd en de grootte van de peren.
📸 Stap voor stap In mijn fotogalerij zie je het proces: van het schillen tot het vullen van de potten. Zo kun je stap voor stap meelezen.
🍏 Variaties & smaakideeën Probeer eens te combineren met appels, vijgen, rozijnen, citroen of een scheutje Calvados – de variaties zijn eindeloos. Gebruik de koude-schotel-test om te zien of je gelei stijf genoeg is: zet een schoteltje 5 minuten in de vriezer, laat er een druppel gelei op vallen en trek er met je vinger een streep in. Blijft die streep zichtbaar, dan is je gelei perfect.
✨ Als de gelei niet goed stolt Meestal lukt dat vanzelf bij kweeperen, maar je kunt eventueel een zakje pectine toevoegen. In de pot stijft de gelei bovendien nog iets verder op.
🚫 Let op met pitten Breek de pitjes niet – ze bevatten een kleine hoeveelheid blauwzuur. Laat huisdieren er ook niet van eten.
💌 Call to action Heb jij ook kweeperen in de tuin of mooie herfstrecepten? Deel ze in de reacties hieronder of tag me op Pinterest of Instagram — ik vind het geweldig om te zien hoe anderen dit “vergeten fruit” weer tot leven brengen.
Van boom tot potje goud — de geur van kweepeer, herinnering en Bourgondische traditie.
Hoewel het nog zacht weer is in oktober, geniet ik wel al van stoofpeertjes. Stoofpeertjes staan voor mij ook voor de zalige herfst!
De geur van stoofperen doet me altijd direct aan de herfst denken. Gezelligheid, warme drankjes, pompoenen… en natuurlijk stoofpeertjes. Dit jaar hangt de kweeperenboom barstensvol, maar toch belandden de eerste stoofperen al in mijn slowcooker. Niet omdat het al zo koud is, maar gewoon omdat ze zo heerlijk smaken.
Mijn moeder en oma maakten hun stoofperen vroeger op een groen petroleumstelletje. Die herinnering is me heel dierbaar. Zelf gebruik ik nu liever een elektrische slowcooker – net wat veiliger, vooral als ik de deur uit moet. Het resultaat is gelukkig hetzelfde: een huis dat gevuld wordt met een zoete, kruidige herfstgeur waar je alleen maar blij van wordt.
De kweeperen kleuren na het koken rood-bruin, je kunt wat bessensap of rode wijn toevoegen. Dan worden de peertjes nog roder.Veel omgewaaide bomen, in de Bourgogne is het nog wild en soms ruig, geen mooie rechte paden. Lies klimt en hangt aan de bomen, ik loop er liever omheen 😉Worffy geniet van het herfst zonnetje op zijn vacht. Het is zalig wandelweer.Lies schilt de kweeperen, van de schillen en klokhuizen kan je kweeperen gelei maken. Daarover gaat mijn volgende blog.Tussen de kweeperen ook nog enkele walnoten, behalve kweeperen ligt het land ook vol noten. Soms hebben de kweeperen een soort fluwele laagje, die was ik weg, lelijke plekjes haal ik ook weg.De schil en de pitjes van de kweepeer bevatten veel pectine daardoor is het niet moeilijk om een jam of gelei van de schillen en pitjes te maken.Je ziet nog aan de bovenkant wat van het fluwele laagje, deze kweepeer is redelijk egaal van vorm maar ze kunnen vreemde vormen hebben, een beetje tussen een appel en peer in. In Nederland noemen ze de kweepeer ook wel kwee appel.
Wat zijn stoofperen?
Stoofperen zijn peren die je niet rauw kunt eten. Ze zijn te hard en zuur, maar zodra je ze langzaam stooft, veranderen ze in een zachte, zoete lekkernij. Vaak worden ze gestoofd in water met suiker en kaneel, soms ook met wijn of bessensap.
Bekende rassen in Nederland zijn de Gieser Wildeman en de Saint Remy. Beide soorten kleuren vanzelf prachtig bruin-rood tijdens het stoven – daar is geen wijn voor nodig. Het enige dat nodig is: tijd en geduld. Ik kies voor mijn kweeperen uit mijn eigen kweeperen boom uit mijn Bourgondische voedselbos.
Een eeuwenoude traditie
Stoofperen koken is een eeuwenoude traditie. De Griekse dichter Homerus schreef al over de peer als “gift van de goden”. In Romeinse geschriften komen ze ook al voor.
Waarschijnlijk ging het toen ook om stoofperen, want de zoetere handpeer bestond pas vanaf de 16e eeuw. In kloosters werd toen met succes veredeld, en zo ontstond de peer die we rauw eten. Mooi om te bedenken dat je met een stoofpeer een stukje culinaire geschiedenis in handen hebt. En dat proef je als je goed je proeft!
Stoofperen recept – alcoholvrije variant
Een klassiek recept, precies zoals mijn moeder en oma het maakten.
Ingrediënten (4 personen):
1 kilo stoofperen (Gieser Wildeman of Saint Remy)ik gebruik kweeperen uit mijn eigen boomgaard
500 ml water
150 gram suiker (meer of minder naar smaak)
1 kaneelstokje
2 kruidnagels
Eventueel: een stukje citroenschil en het sap van een halve citroen
Bereiding:
Schil de peren, laat de steeltjes eraan voor een mooi effect.
Zet ze rechtop in een pan of slowcooker.
Voeg water, suiker, kaneel en kruidnagel toe.
Laat de peren op laag vuur 2 tot 3 uur stoven, of in de slowcooker ca. 4 tot 5 uur.
Serveer warm of koud.
Stoofperen recept – met rode wijn
Voor wie een diepere smaak en extra feestelijk tintje wil.
Ingrediënten (4 personen):
1 kilo stoofperen
250 ml rode wijn (scheutje port erbij is ook lekker)
250 ml water
150 gram suiker
1 kaneelstokje
1 steranijs (optioneel)
Bereiding:
Schil de peren en zet ze in een pan of slowcooker.
Voeg wijn, water, suiker en kruiden toe.
Stoof de peren zachtjes gaar in ca. 2 uur op het fornuis, of 4 uur in de slowcooker.
De peren krijgen een prachtige dieprode kleur en rijke smaak.
Hoe serveer je stoofperen?
Stoofperen zijn ongelofelijk veelzijdig. Een paar van mijn favorieten:
🍐 Bij de kaasplank – heerlijk met roquefort of andere blauwe kazen.
🍐 Met stoofvlees of wildgerechten – klassiek en perfect in de herfst.
🍐 Bij spruiten, zuurkool en aardappelgerechten – fris-zoet als tegenhanger.
🍐 Als dessert – met een bolletje vanille-ijs en wat ingekookt kookvocht als saus.
Dat laatste is misschien wel mijn favoriet. Het kookvocht indikken tot een siroop en dat warm over ijs gieten… dat is pure verwennerij.
Een ode aan de stoofpeer
Stoofperen koken is meer dan een recept. Het is een ritueel, een stukje traditie dat warmte en geur brengt in huis zodra de dagen korter worden. Voor mij hoort het net zo bij de herfst als vallende bladeren en pompoenen.
Of je ze nu maakt in een slowcooker, op het fornuis of – net als vroeger – op een petroleumstelletje: stoofperen zorgen voor gezelligheid, voor herinneringen, en vooral voor smaak.
Kun je geen genoeg krijgen van de kweepeer en haar betoverende geur? Ontdek dan ook mijn blog over het maken van klassieke kweepeergelei en jam — met authentieke Bourgondische recepten. De link vind je hieronder.