Vandaag, halverwege september, konden we eindelijk weer een lange wandeling maken van zo’n 10 kilometer. Met zo’n 20 graden was het een verademing na de hete zomer, en onderweg wachtten er nóg meer verrassingen: overal paddenstoelen!
De roze weidechampignons herken ik meteen, en deze week heb ik ze al drie keer gegeten. Zo’n verrukkelijke delicatesse, gewoon in de achtertuin. Toen we thuis kwamen na de wandeling, maakten we een Franse omelet met verse roze weidechampignons. Heerlijk eenvoudig, puur genieten.
Andere paddenstoelen laat ik altijd checken bij de Franse apotheek. Dat is hier een geweldige gewoonte: je neemt je vondst gewoon mee, en de apotheker bekijkt of ze eetbaar zijn of niet. Zo weet je zeker dat je geen risico loopt. Een service die in Nederland onbekend is, maar in Frankrijk heel normaal. Het geeft een veilig gevoel en je leert er vaak ook nog iets van bij.
Er zijn van die gerechten die nooit vervelen. Voor mij is de Franse omelet er zo één: snel, simpel en verrukkelijk. Helemaal bijzonder wordt hij met verse scharreleitjes van mijn kippen en roze weidechampignons uit de weide achter ons huis.
Mijn recept: Franse omelet met roze weidechampignons
Ingrediënten (2 personen)
4 scharreleitjes
3 grote roze weidechampignons (of andere eetbare champignons)
klein scheutje koffiemelk of slagroom
1 klontje roomboter
1 teentje knoflook, fijngesneden
zwarte peper, vers gemalen
fleur de sel (of ander zeezout)
Bereiding
Kluts de eieren luchtig met een scheutje koffiemelk of slagroom. Breng op smaak met peper en een snufje zout.
Snijd de champignons in blokjes en bak ze in roomboter met de knoflook tot ze net gaar zijn.
Giet het eimengsel in de pan, verdeel de champignons erover en bak de omelet op zacht vuur.
Laat de binnenkant nog een beetje vochtig, klap de omelet dubbel en serveer direct.
🌿 Eenvoud op zijn best: boter, eieren, paddenstoelen en een royale draai uit de pepermolen.
Het weer wordt al wat wisselvalliger, maar toch konden we zalig in de tuin eten. Zo voelt de overgang van nazomer naar herfst bijzonder aangenaam: paddenstoelen, walnoten, kweeperen, appels, kastanjes en pompoenen vullen het seizoen. Buiten zitten met een fleecedekentje en een kruidig theetje erbij… ik ben helemaal fan van deze tijd van het jaar.
Elke ochtend brengt een nieuwe oogst en een nieuwe glimlach
In de vroege ochtend, wanneer de dauw nog op de bladeren ligt en het bos langzaam ontwaakt, gaan Lies en ik – moeder en dochter – samen op pad. Met rieten mandjes in de hand struinen we door ons voedselbos in de Bourgogne, op zoek naar een ware lentetraktatie: wilde asperges. Ze lijken op dunne groene asperges, maar officieel behoren ze tot de hyacintenfamilie (Asparagus acutifolius in het Latijn, ook wel “asperges sauvages” in het Frans en “wild asparagus” in het Engels).
Deze plantjes groeien niet uit de grond als witte asperges, maar komen tevoorschijn als trossige, frisse scheuten, vaak aan de bosrand of onder struiken, van april tot juni. De smaak? Tussen spinazie en groene asperge in – zacht, aards en een tikkeltje nootachtig. Ze zitten vol vezels, vitamine C, A en K, en zijn arm aan calorieën. Een mooie bonus: we plukken ze met mate, zodat er altijd genoeg overblijft voor de dieren in het bos.
Na het plukken wassen we ze goed – je weet maar nooit welk bosdiertje nieuwsgierig is geweest – en dan blancheren we ze 3 minuten in licht gezouten water. Daarna direct in ijskoud water: zo blijven ze knapperig, frisgroen en vol smaak.
We verwerken ze in allerlei gerechten: met noedels of rijst, in hartige taarten of omeletten, en zelfs in frisse salades of romige soepen. Soms eten we ze gewoon zo, met een scheutje olijfolie en een snuf zeezout. De natuur op z’n puurst – en het is pure luxe, zomaar in onze achtertuin.
Voordat we naar de recepten gaan, nog even dit: ik heb intussen heel wat gerechten met wilde asperges op mijn naam staan. In principe kun je ze in vrijwel elk recept vervangen waar groene asperges in staan – maar let op: ze zijn fijner van structuur en iets anders van smaak.
👉 Kleine tip als je een omelet wilt maken: was de wilde asperges goed, blancheer ze kort, koel ze af in ijswater en laat ze uitlekken. Klop dan je eieren en voeg de asperges toe – dek af en laat dit mengsel een nachtje in de koelkast rusten. Zo trekken de smaken perfect in elkaar en wordt je omelet nóg lekkerder.
Hieronder deel ik een paar van mijn favoriete recepten met wilde asperges. Bon appétit!
🥧 Quiche met groene asperges en Échiré-boter
(voor 4 personen)
Ingrediënten:
1 rol bladerdeeg of quichedeeg
300 g groene asperges/wilde asperges (in het seizoen!)
3 eieren
200 ml crème fraîche
1 sjalot, fijngesneden
1 el Échiré-boter (of andere gezouten boter van hoge kwaliteit)
100 g geraspte Comté of Gruyère
Peper, zout, nootmuskaat
*Voor deze feestelijke brunch heb ik de groene asperges vervangen door wilde asperges, die nu volop groeien in mijn voedselbos – gratis, puur en net zo lekker. Ze geven dit eenvoudige gerecht een extra bijzonder tintje: geplukt in de ochtend, op tafel tijdens de brunch.
Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Snijd de houtige onderkant van de asperges af en blancheer ze 3 minuten. Spoel met koud water.
Bak de sjalot glazig in Échiré-boter.
Klop de eieren los met crème fraîche, sjalot, kaas, peper, zout en een snuf nootmuskaat.
Bekleed een quichevorm met deeg. Schenk het eimengsel erin. Verdeel de asperges mooi bovenop.
Bak 30-35 minuten tot goudbruin en stevig.
Serveer warm of lauwwarm met een frisse salade van jonge bladsla en radijsjes. Een glaasje cider of een lichte witte wijn erbij maakt het feestelijk.
Wilde asperges met noedels, champignons en tuin-erwten
Het tweede gerecht is weer zo’n simpele topper uit mijn keuken – bomvol smaak en precies wat je wilt op een lentedag. De vers geplukte wilde asperges kookte ik 3 minuten in licht gezouten water en dompelde ze daarna direct in ijskoud water om hun bite en kleur te behouden. In de wok gingen vervolgens verse champignons en groene tuin-erwtjes mee, en ik combineerde alles met noedels (rijst kan natuurlijk ook). Als extraatje roosterde ik een rode paprika die ik nog over had – want ik hou van lekker, maar ook van zero waste. Een makkelijk, voedzaam en kleurrijk gerecht dat bewijst dat simpel vaak het allerlekkerst is.
Mijn derde recept lijkt op het eerste recept maar is nog simpeler en minstens net zo lekker!
Neem 1 bladerdeeg rol (vers is favoriet)Ingrediënten
olijfolie 🥂✨
1 rol bladerdeeg
150 g kruidenkaas type Boursin look en fijne kruiden
200 g kleine groene asperges
120 g pancetta in stukjes, of zon gedroogde tomaatjes
1 ei losgeklopt
1/2 citroen
peper, zout
Instructies
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het bladerdeeg uit, prik er enkele gaatjes in en smeer er de kruidenkaas over uit. Laat hierbij een randje van 2 à 3 cm vrij.
Doe de asperges in een menkom en besprenkel met olijfolie en het sap van de citroen. Kruid met peper en zout. Meng en schik de asperges over de kruidenkaas.
Verdeel er de pancetta over. Ik heb zon gedroogde tomaten in reepjes gebruikt, in plaats van pancetta, ik hou van vegetarisch eten.
Plooi de randjes van het bladerdeeg om en smeer deze in met het ei.
Bak 20 minuten, laat lichtjes afkoelen en serveer.
Notities
De taart is super lekker zowel warm, lauw als koud.
Je kan hem als hapje serveren, als voorgerecht met een kleine salade erbij of als hoofdgerecht.
Indien je grote groene asperges wenst te gebruiken, halveer deze dan vooraleer je ze op de taart legt. Wil je ze toch zo gebruiken, kook ze eerst even beetgaar zodat ze zeker gaar uit de oven komen.
Variëren is mogelijk: Wissel eens van kruidenkaas, neem gerookte spekblokjes in plaats van pancetta of voeg een extra groente toe. Alles kan!
De natuur serveert het beste ontbijt, zolang je er maar op tijd bij bent