Geniet van de rijke smaak van schapenkaas in een Bourgondisch gerecht vol traditie
Schapenkaas in de Bourgogne
Ons geliefde Bourgogne – waar de zonnebloemen hun laatste bloei beleven, de koeien nog vredig genieten van het gras en het warme zonnetje, en de boeren druk bezig zijn met het binnenhalen van hun hooi en stro.
In dit prachtige landschap, waar de tijd soms lijkt stil te staan, genieten wij vaak van een lokale delicatesse: schapenkaas.
In de Bourgogne is schapenkaas een geliefd product, bereid van de melk van bijzondere schapenrassen zoals de Lacaune en Basco-Béarnaise. Hoewel deze rassen oorspronkelijk uit andere delen van Frankrijk komen, hebben ze hier hun thuis gevonden, en leveren ze melk van uitzonderlijke kwaliteit. De schapenkaas staat bekend om zijn romige, rijke smaak en kan zowel vers als gerijpt worden gegeten.
Denk aan iconische Franse schapenkazen zoals Roquefort en Ossau-Iraty, maar ook de Bourgogne kent haar eigen varianten, die vaak op de lokale markten te vinden zijn. Vandaag delen wij een van onze favoriete recepten met schapenkaas – een eenvoudige en heerlijke manier om van deze regionale schat te genieten.
Recept: Herfst salade met gebakken schapenkaas
Ingrediënten:
150g zachte schapenkaas (bijv. Ossau-Iraty of een lokale variant)
200g gemengde sla (bijv. veldsla, rucola)
1 peer, in dunne schijfjes gesneden
50g walnoten
1 eetlepel honing
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel balsamicoazijn
Zout en peper naar smaak
Bereidingswijze:
Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg de walnoten toe. Rooster ze lichtjes en zet ze opzij.
Snijd de schapenkaas in plakjes van ongeveer 1 cm dik.
Verhit in dezelfde pan een beetje olijfolie en bak de plakjes schapenkaas kort, totdat ze goudbruin zijn aan beide kanten.
Meng in een kom de sla, peer en geroosterde walnoten.
Maak een dressing van de olijfolie, balsamicoazijn, honing, zout en peper. Giet dit over de salade en meng goed.
Serveer de salade op borden en leg de gebakken schapenkaas er bovenop.
Tip: Voeg eventueel wat verse kruiden toe zoals tijm of rozemarijn voor extra smaak.
Bij deze herfstsalade heb ik weer enkele sfeervolle aquarellen geschilderd om het moment volledig vast te leggen. De salade doet denken aan de klassieke warme geitenkaassalade, maar de smaakbeleving is uniek door de toevoeging van schapenkaas.
Om te beginnen: ik ben helemaal gek op écht Frans stokbrood. Knapperig aan de buitenkant, zacht en vol van smaak aan de binnenkant – een ware traktatie. Mijn favoriet? Dopen in heerlijke olijfolie met een snufje fleur de sel, simpelweg genieten. Een verse baguette met een dun laagje gezouten boter en mijn zelfgemaakte confituur erop, dat is puur geluk. In Parijs neem ik vaak een vers stokbrood van de bakker, besmeer het met boter en leg er een plak ham op. Maar zelfs zonder iets erop, vers van de bakker, is het al hemels. Het moet echter écht Frans stokbrood zijn. In Nederland moet ik altijd glimlachen wanneer er ‘het echte Franse stokbrood’ op de verpakking staat. Zelfs met een blinddoek om zou ik het verschil proeven, en zonder blinddoek zou ik het ook meteen zien – het is de totale ervaring.
Hier in ons dorpje zie je auto’s stoppen bij de bakker, iedereen loopt naar binnen voor een stokbrood met een wit papiertje eromheen. En dan hup, weer aan het werk. Toch heb ik ook een zwak voor écht Nederlands meerzadenbrood, iets wat je hier bijna niet ziet. Gelukkig bak ik tegenwoordig zelf mijn brood weer met de hand, na een periode met de broodmachine. Het voelt nét even lekkerder. Uit Nederland neem ik altijd een stuk belegen Hollandse kaas mee, vacuüm verpakt – heerlijk op mijn bruine brood. Kiezen tussen de twee hoeft niet; ik eet ze allebei en geniet elke keer weermeeste traditionele Franse stokbroden zoals baguette, flûte, ficelle, en bâtard worden doorgaans gemaakt van wit tarwemeel. Het specifieke type meel dat vaak wordt gebruikt voor deze broden in Frankrijk is Type 55 (T55), een wit bloemsoort met een relatief laag asgehalte in vergelijking met volkorenmeel. Dit zorgt voor een lichtere, fijnere structuur, die kenmerkend is voor de klassieke Franse stokbroden.
Hoewel de meeste stokbroden van wit meel worden gemaakt, zijn er ook varianten die gebruik maken van volkorenmeel, roggebloem of andere soorten, maar de typische witte stokbroden zoals de baguette gebruiken doorgaans T55.
Dit meel wordt speciaal gemalen voor het maken van deze luchtige en knapperige broden, en hoewel het tarwemeel is, verschilt het in kwaliteit en consistentie van standaard bloem. Het zorgt ervoor dat het brood de juiste textuur en korst krijgt, die zo typerend is voor Franse stokbroden. Hieronder vind je mijn recept voor mijn bruine brood, aan het Franse stokbrood heb ik me niet gewaagd en waarom zou ik ook, de echte Franse bakker is vlakbij.
Ingrediënten:
300 g volkorenmeel
100 g tarwebloem (bijv. T65 of patentbloem)
50 g gemengde zaden (bijv. zonnebloempitten, pompoenpitten, lijnzaad, sesamzaad)
7 g droge gist (of 21 g verse gist)
8 g zout (ongeveer 1 theelepel)
300 ml lauwwarm water
1 eetlepel olijfolie (optioneel)
1 eetlepel honing (optioneel, voor een subtiel zoete smaak)
Extra zaden voor de bovenkant van het brood
Bereidingswijze:
Meng de droge ingrediënten: Meng het volkorenmeel, tarwebloem, zout, gist en de gemengde zaden in een grote kom.
Voeg het water toe: Maak een kuiltje in het midden van het meel en giet hier langzaam het lauwwarme water in. Voeg ook de olijfolie en honing toe (optioneel). Meng alles tot een samenhangend deeg.
Kneed het deeg: Kneed het deeg ongeveer 10 minuten met de hand op een licht met bloem bestoven werkblad, of 5 minuten in een keukenmachine met deeghaak, totdat het soepel en elastisch is.
Eerste rijs: Plaats het deeg in een licht ingevette kom, dek af met een vochtige theedoek of plastic folie, en laat het ongeveer 1 tot 1,5 uur rijzen op een warme plek, tot het in volume verdubbeld is.
Vorm het brood: Kneed het deeg na het rijzen kort door om de lucht eruit te slaan. Vorm het vervolgens tot een brood (bijv. een bol of langwerpig). Leg het in een ingevette broodvorm of op een met bakpapier beklede bakplaat.
Tweede rijs: Dek het gevormde brood af en laat het nog eens 30-45 minuten rijzen. Verwarm ondertussen de oven voor op 220°C.
Bestrooi met zaden: Bestrijk het brood licht met water en bestrooi de bovenkant met extra zaden voor een decoratieve afwerking. Ik snij mijn broden in aan de bovenkant.
Bak het brood: Plaats het brood in de voorverwarmde oven en bak het gedurende 25-30 minuten, tot het goudbruin is en hol klinkt als je op de onderkant klopt. Voor een knapperige buitenkant zet ik onderaan de oven een klein ovenvast bakje met kokend water.
Afkoelen: Laat het brood volledig afkoelen op een rooster voordat je het aansnijdt. Omdat ik altijd 2 broden bak, vries ik 1 brood in nadat het brood is afgekoeld.
Geniet van je zelfgemaakte meerzadenbrood – heerlijk met kaas, beleg of gewoon zo!
Wat een succesvolle zomer hebben we tot nu toe gehad! Als jong bedrijf hebben we zoveel geïllustreerde kookboeken verkocht, talloze keukentextielen, en momenteel vliegen de houten serveerplanken—vaak gepersonaliseerd—de deur uit. Ik hou van de zomer, maar als september aanbreekt, word ik misschien nog gelukkiger. De avonden worden al iets korter, maar dat maakt het des te gezelliger wanneer we de vuurkorf aansteken.
Dauw en mist zweven boven de uitgestrekte weilanden en tussen de glooiende heuvels van het ongerepte, prachtige Parc du Morvan. Ik ben dol op de aardse geuren en de paddenstoelen die weldra zullen verschijnen. September is mijn favoriete maand, vol lange wandelingen en de rust die terugkeert nu veel toeristen huiswaarts zijn gekeerd.
De spinnen met hun kunstige webben bieden prachtige fotomomenten, al vind ik het iets minder leuk dat ze ook onze huizen intrekken. Maar ik zet ze altijd diervriendelijk buiten, want spinnen zijn nuttige insecten.
En dan zijn er de septemberklassiekers in de keuken: gratin Dauphinois, coq au vin, ratatouille, boeuf Bourguignon, moules marinières, kweeperen, appels, vijgen en bramen—kom maar op, september! Ik begroet je met open armen, et bon appétit!
Geschiedenis en weetjes van mijn recept van de eerste september “gratin Dauphinois”
De Gratin Dauphinois is een klassiek Frans gerecht met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw. Dit gerecht komt oorspronkelijk uit de Dauphiné-regio in Zuidoost-Frankrijk, die ligt aan de voet van de Alpen. Het gerecht ontleent zijn naam aan deze regio, wat aangeeft dat het een specialiteit van de streek is.
Oorsprong en ontwikkeling:
De eerste schriftelijke vermelding van Gratin Dauphinois dateert van 12 juli 1788, toen het gerecht werd geserveerd tijdens een diner dat werd gehouden door Charles-Henri, hertog van Clermont-Tonnerre, toenmalig bevelhebber van het Dauphiné-leger. Dit gerecht was oorspronkelijk een eenvoudige schotel die in landelijke huishoudens werd bereid, met aardappelen die werden gesneden en gelaagd met room en soms melk, en vervolgens langzaam werden gebakken in de oven tot ze zacht en goudbruin waren.
Ingrediënten:
De traditionele Gratin Dauphinois bevat geen kaas, wat het onderscheidt van andere aardappelgratin-gerechten. Het gerecht is gebaseerd op een paar eenvoudige ingrediënten: aardappelen, room (soms in combinatie met melk), knoflook, zout, peper en nootmuskaat. Deze ingrediënten worden langzaam gegaard, zodat de aardappelen de rijke, romige smaak van de room opnemen en een zachte, smeuïge textuur krijgen.
Bereidingswijze:
Het gerecht werd oorspronkelijk gekookt in een zware, aardenwerken schaal die in de haard werd geplaatst, waar het langzaam kon garen. Tegenwoordig wordt Gratin Dauphinois meestal in de oven bereid. De aardappelen worden dun gesneden en gelaagd in de schaal, afgewisseld met room en kruiden. De lange, langzame kooktijd zorgt ervoor dat de aardappelen perfect gaar worden en de smaken zich goed vermengen.
Culinaire invloed:
Gratin Dauphinois is een geliefd gerecht geworden in heel Frankrijk en daarbuiten. Het wordt vaak geserveerd als bijgerecht bij vleesgerechten, zoals gebraden kip, lam of rundvlees, en past goed bij de rijke, volle smaken van de herfst en winter. Hoewel het oorspronkelijk een gerecht was uit de arme landelijke keuken, is het door de tijd heen uitgegroeid tot een verfijnde delicatesse die in veel restaurants op de menukaart staat.
Variaties:
Hoewel de traditionele versie strikt is in zijn eenvoud, zijn er door de jaren heen verschillende variaties van Gratin Dauphinois ontstaan. Sommige recepten voegen kaas toe, zoals Gruyère of Comté, voor een extra laag smaak en textuur. Andere versies kunnen kruiden zoals tijm of rozemarijn bevatten, of zelfs een vleugje knapperig spek.
Gratin Dauphinois blijft een iconisch gerecht dat de Franse culinaire traditie eer aandoet, met zijn eenvoudige maar rijke combinatie van aardappelen en room die de smaak van het terroir van de Dauphiné perfect vangt.
Ingrediënten:
1 kg vastkokende aardappelen
2 teentjes knoflook
500 ml slagroom
250 ml melk
50 g boter (voor het invetten van de schaal)
Zout en peper naar smaak
Optioneel: een snufje nootmuskaat
Bereidingswijze:
Voorbereiding:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet een ovenschaal in met boter.
Pel de knoflook en snijd deze doormidden. Wrijf de binnenkant van de ovenschaal in met de gesneden knoflook voor extra smaak.
Aardappelen voorbereiden:
Schil de aardappelen en snijd ze in dunne plakjes (ongeveer 3 mm dik).
Gratin samenstellen:
Leg de aardappelschijfjes dakpansgewijs in de ovenschaal.
Breng in een pan de slagroom en melk aan de kook met zout, peper en eventueel een snufje nootmuskaat. Giet het mengsel over de aardappelen, zodat ze net onder staan.
Bakken:
Bak de gratin 60 tot 75 minuten in de voorverwarmde oven, tot de aardappelen zacht zijn en de bovenkant goudbruin is.
Serveren:
Laat de gratin enkele minuten rusten voordat je hem serveert, zodat hij kan opstijven.
Lekker bij de ratatouille: Dit Provençaalse groentegerecht van aubergine, courgette, paprika, en tomaat voegt een vleugje frisheid en kleur toe naast de gratin. Ik gebruik groenten uit mijn eigen moestuin. Vegetarische maaltijd en je mist geen vlees.
De is in volle gang in de Bourgogne en brengt talloze mooie momenten, buiten eten, frisse salades, heerlijk gevulde groenten, fruit van de barbecue, en citroen-lavendel limonade, alles “à la maison” gemaakt met groenten en fruit uit eigen moestuin. Eieren van de eigen kipjes en de cider is gemaakt van de appels uit onze boomgaarden. Ik verheug me erop om zomer recepten te delen zoals de verrukkelijke aubergine dip die in Zuid-Frankrijk geserveerd wordt bij kikkererwten crêpes, de klassieke pissaladière, en het eenvoudige maar o zo lekkere tomaten-taartje. Geniet van de zomer, de smakelijke maaltijden, elkaars gezelschap, een glas gekoelde rosè of een verfrissende citronnade. Leef en vier de dagen, zomerse groetjes van Lies en Philippine.
Persoonlijke noot: Dit eenvoudige en heerlijke recept is perfect voor een warme dag in de Bourgogne, waar je niet te lang in de keuken wilt staan. De combinatie van frisse biologische tomaten en de rijke smaak van Cantal kaas maakt dit gerecht tot één van mijn zomerse favorieten. Momenteel is het in de middag meer dan 30 graden en dan zijn dit soort taartjes verrukkelijk, ik doe altijd bij de mosterd een beetje honing, dat is een persoonlijk dingetje. Voor mij maakt dat de taart net even lekkerder, deze taart lijkt een beetje op het tomaten taartje uit mijn kookboek maar de “Cantal kaas” maakt het toch net even anders.
Cantal kaas, een van de oudste kazen in Frankrijk, is vernoemd naar de bergen van de Auvergne in het centrale deel van het land. Deze harde kaas wordt gemaakt van rauwe koemelk en heeft een rijke, licht pittige smaak die goed samengaat met de zoetheid van tomaten. De productie van Cantal is een zorgvuldig proces waarbij de kaas lange tijd moet rijpen, wat bijdraagt aan zijn diepe smaak en complexiteit.
Ingrediënten:
Kant-en-klare of zelfgemaakte pizzadeeg of bladerdeeg
Mosterd
Een beetje honing
Biologische tomaten, in plakjes gesneden
Verse Cantal kaas, geraspt of in dunne plakjes
Zout en peper naar smaak
Optioneel: verse kruiden zoals basilicum of tijm
Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Rol het deeg uit en leg het op een ingevette bakplaat of in een taartvorm.
Smeer een dunne laag mosterd over de bodem van het deeg.
Leg de plakjes tomaat gelijkmatig over de mosterd.
Bestrooi de tomaten met zout en peper.
Verdeel de Cantal kaas over de tomaten.
Bak de tarte in de oven voor ongeveer 20-25 minuten, of totdat de kaas gesmolten en goudbruin is en de korst knapperig.
Garneer met verse kruiden naar keuze voor het serveren.
Serveer deze heerlijke tarte met een frisse groene salade en een glas koude rosé voor de perfecte zomermaaltijd.
Vorige week liep de temperatuur op tot ongeveer dertig graden in de Bourgogne, wat voor mij persoonlijk te warm is. Gelukkig blijft het binnen koel dankzij de dikke muren van 60 cm van ons huis. Franse huizen in warme gebieden hebben vaak ook kleinere ramen, en als het echt te warm wordt, sluit ik de luiken aan de zonkant van het huis. Gistermiddag wandelde ik in het hart van het Parc du Morvan onder een helderblauwe hemel, toen er plotseling pikzwarte wolken opdoemden. Ik droeg een zomerjurkje en had geen regenjas bij me. Gelukkig ben ik goed in conditie en kon ik snel naar mijn auto rennen; maar het avontuur was nog niet voorbij. Samen met mijn dochter en schoonzoon hadden we ook de paardentrailer nodig. Paardentrailer achter de jeep geplaatst. In de Morvan zijn er smalle, bochtige padjes die door het landschap slingeren. Het was inmiddels noodweer geworden, en vlak voor de auto brak een boom af. Wat nu? Gelukkig kon mijn schoonzoon de jeep met de grote paardentrailer behendig honderden meters achteruit manoeuvreren tot we bij een splitsing kwamen waar we konden keren. Naderhand heb ik een van mijn favoriete gerechten gemaakt: een groentepizza. Vandaag is het weer gelukkig iets afgekoeld, wat heel prettig is.
Het recept is verrassend eenvoudig. Begin met een pizzabodem naar keuze, die je licht inprikt met een vork. Meng crème fraîche, mosterd en een beetje honing tot een gladde saus. Smeer dit mengsel over de bodem uit. Dan komt het creatieve gedeelte: het versieren van de pizza. Gebruik hiervoor paprika’s in drie kleuren, wat tomaten, courgette of wat je maar lekker vindt en wat kleur geeft. Ik versierde mijn pizza in het thema van een vrolijke zon en kleurrijke bloemen. Strooi er wat geraspte kaas over en bak de pizza ongeveer een half uur in de oven. Serveer met een frisse groene salade voor een heerlijk en oogstrelend gerecht.
De lente was dit jaar voor Franse begrippen ongewoon nat, met temperaturen die merkbaar lager lagen dan vorig jaar. Gelukkig zijn de dagen nu aangenamer geworden. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan dit weer, vooral omdat ik graag wandel en hoge temperaturen dat minder aangenaam maken. Elke ochtend genieten Lies en ik van ons ontbijt buiten, waar we heerlijke en gezonde havermouttaartjes eten. Dit recept is de perfecte mix van smaak, gezondheid en gemak, snel klaar te maken met ingrediënten zoals banaan, glutenvrije havermout, en verse aardbeien. Het is ideaal voor een actieve levenssijl, het voedt je lichaam terwijl het ook je smaakpapillen verwent!
Ingrediënten:
1 rijpe banaan, geprakt
1 kopje havermout (ongeveer 90 gram)
1 kopje melk (ongeveer 240 ml)
1 eetlepel honing
1 groot ei, geklutst
Een klein handje rozijnen
Wat grof gehakte noten
Ongeveer 3 blokjes grof gehakte chocolade
Ter decoratie: eetbare blauwe viooltjes, muntblaadjes en aardbeien
Bereiding:
Meng de geprakte banaan, havermout, melk, honing, het ei, rozijnen, noten en chocolade in een kom tot een goed gemengd beslag.
Schep het beslag in een kleine, magnetronbestendige taartvorm.
Plaats de vorm in de magnetron en verwarm 2 minuten op 800 watt.
Laat het taartje nog 1 minuut in de magnetron staan na het verwarmen om door te garen.
Keer het taartje om op een bord en laat het afkoelen.
Versier de bovenkant met blauwe viooltjes, muntblaadjes en vers gesneden aardbeien.
Vandaag heb ik weer genoten van de overvloed in mijn eigen achtertuin. Wilde asperges, een seizoensdelicatesse, ook bekend als korenaar asperge, staan overal in mijn voedselbos-tuin. Ze zijn maar enkele weken beschikbaar en ik voel me gezegend met een tuin vol van deze ‘asperges des bois’, zoals ze in de Bourgogne liefkozend worden genoemd. Deze ‘wilde asperges’ zijn technisch gezien geen echte asperges maar jonge bloemstelen van de Ornithogalum pyrenaicum, een knolgewas afkomstig uit Engeland en Zuid-Europa, bekend om zijn sierlijke wit-groene bloemen en heerlijke smaak.
Het opsporen van deze plant kan lastig zijn; ze zijn makkelijk over het hoofd te zien. Mijn dag bestond uit het zorgvuldig plukken van deze schatten om er vervolgens een voedzame omelet mee te bereiden. Voor elk groot omelet gebruik ik een royale handvol asperges en klop ik drie middelgrote scharreleieren los met een scheutje room, zout en peper. Na een korte blancheersessie van vijf minuten koel ik de asperges af onder koud water om het kookproces te stoppen, snijd ze in stukken van ongeveer 3 cm, en laat ik de bloemen intact.
In een hete koekenpan met een beetje olijfolie bak ik de aspergestukjes kort aan, voordat ik het eiermengsel toevoeg en het geheel zachtjes laat stollen tot een smeuïge Franse omelet. Een vleugje kaas en wat verse kruiden maken het geheel af. Geserveerd met vers brood en een frisse tomatensalade, vormt dit een heerlijke maaltijd, rechtstreeks van tuin naar tafel. Pluk, maak en eet de wilde asperges dezelfde dag dan zijn ze op z’n lekkerst.
Wilde asperges uit de achtertuin, verwerkt in een omelet Franse stijl!
In mijn uitgestrekte achtertuin, een halve hectare groot, groeit wilde daslook, of ‘ail des ours’ zoals het in het Frans heet. Ail des ours” wordt letterlijk vertaald uit het Frans als “berenknoflook”. Dit is een verwijzing naar de oude Europese volksgeloof dat beren, na hun winterslaap, daslook zouden eten om hun spijsvertering te reinigen en kracht te herwinnen. Deze prachtige wilde plant, bekend om zijn delicate witte bloemen en knoflookachtige smaak, inspireert elk voorjaar weer tot culinaire creaties. Na een heerlijke lange wandeling met mijn dochter Lies en onze twee honden, besloot ik de daslook te gebruiken voor een voedzame soep. Het verzamelen van daslook is zo leuk, gewoon het idee om direct van het land te eten. De soep die ik bereidde was simpel maar overheerlijk, waarbij de subtiele smaken van daslook perfect tot hun recht kwamen. Zo’n maaltijd, vers uit de natuur, smaakt extra goed na een dag buiten zijn met dierbaren. Dit soort momenten maken de lente in onze tuin elk jaar weer speciaal.
Enkele leuke weetjes over de daslook of “ail des ours”
Daslook (Allium ursinum), ook bekend als wilde knoflook, is een boeiende plant die in het voorjaar veel te bieden heeft. Hier zijn enkele interessante weetjes over daslook:
Rijke Geschiedenis: Daslook wordt al eeuwen gebruikt in Europa voor culinaire en medicinale doeleinden. Het was al bekend bij de Romeinen en wordt in veel traditionele Europese keukens gebruikt.
Gezondheidsvoordelen: Daslook staat bekend om zijn gezondheidsbevorderende eigenschappen. Het bevat vitamine C, ijzer en magnesium, en is goed voor de spijsvertering. Net als knoflook heeft daslook antibacteriële, antioxidant en mogelijk bloeddrukverlagende effecten.
Voorzichtig met Verzamelen: Daslook kan gemakkelijk worden verward met lelietje-van-dalen of herfsttijloos, die beide giftig zijn. Het onderscheidend kenmerk van daslook is de sterke knoflookgeur die vrijkomt wanneer de bladeren worden gekneusd.
Beschermd in sommige landen: In sommige delen van Europa, zoals Duitsland en Oostenrijk, is daslook beschermd en mag het niet worden geplukt in het wild. Dit is vanwege de afname van zijn natuurlijke habitats en de populariteit van het verzamelen van daslook.
Culinair Veelzijdig: Daslook kan vers worden gebruikt in salades, pesto’s, soepen en sauzen. Het is een geweldige vervanger voor knoflook in recepten en biedt een zachtere, minder overheersende smaak.
Beste Oogsttijd: De beste tijd om daslook te oogsten is in het vroege voorjaar, net voordat of wanneer het begint te bloeien. Na de bloei neemt de smaak af en worden de bladeren stugger.
Daslook is dus niet alleen een smakelijk wild kruid, maar ook een plant met een rijke historie en diverse gezondheidsvoordelen, wat het een fascinerende toevoeging maakt aan elke voorjaarstuin of keuken.
Een weekje geleden heb ik al daslook pesto gemaakt, heel simpel.
Ingrediënten
100 gram daslookbladeren, goed gewassen en gedroogd
50 gram Parmezaanse kaas, geraspt
50 gram pijnboompitten of walnoten
100 ml olijfolie
Zout en peper naar smaak
Optioneel: sap van een halve citroen voor wat extra frisheid
Bereidingswijze:
Roosteren van de noten: Rooster de pijnboompitten of walnoten in een droge koekenpan op middelhoog vuur tot ze goudbruin zijn. Dit versterkt hun smaak en geeft een extra dimensie aan de pesto.
Daslook voorbereiden: Zorg ervoor dat de daslookbladeren goed gewassen en gedroogd zijn. Te veel vocht kan de pesto waterig maken.
Mengen: Doe de daslookbladeren, geroosterde noten, geraspte Parmezaanse kaas, en wat zout en peper in een keukenmachine of blender.
Pureren: Pulseer of mix het geheel terwijl je langzaam de olijfolie toevoegt tot het mengsel een grove maar enigszins gladde textuur heeft. Je kunt meer of minder olie toevoegen afhankelijk van de gewenste consistentie.
Op smaak brengen: Proef de pesto en voeg indien gewenst meer zout, peper of citroensap toe. De citroen is niet alleen voor de smaak, maar helpt ook de heldergroene kleur van de daslook te behouden.
Bewaren: Je kunt de daslookpesto in een luchtdichte pot doen en deze in de koelkast bewaren. De pesto blijft zo’n week goed. Voor langere bewaring kun je de pesto ook invriezen in een ijsblokjesvorm en daarna de bevroren blokjes bewaren in een diepvrieszak.
Ingrediënten:
Een flinke handvol daslookbladeren, goed gewassen en grof gesneden
1 ui, fijngesneden
1 aardappel, geschild en in blokjes gesneden
1 liter groentebouillon
2 eetlepels olijfolie
Zout en peper naar smaak
Room of crème fraîche voor het serveren (optioneel)
Bereidingswijze:
Ui fruiten: Verhit de olijfolie in een grote soeppan op middelhoog vuur. Voeg de gesneden ui toe en fruit deze tot hij glazig is.
Aardappel toevoegen: Voeg de blokjes aardappel toe aan de pan en bak kort mee.
Bouillon toevoegen: Voeg de groentebouillon toe en breng aan de kook. Laat het ongeveer 15 minuten sudderen, of totdat de aardappelen zacht zijn.
Daslook toevoegen: Voeg de gesneden daslookbladeren toe aan de soep. Laat de soep nog ongeveer 5 minuten zachtjes koken, zodat de daslook zijn smaak kan afgeven maar niet te veel aan kracht verliest.
Pureren: Haal de pan van het vuur. Gebruik een staafmixer om de soep glad te pureren.
Op smaak brengen: Breng de soep op smaak met zout en peper.
Serveren: Serveer de daslooksoep warm. Voeg naar wens een scheutje room of een lepel crème fraîche toe voor extra romigheid.
Daslooksoep is licht en verfrissend, ideaal voor een lente-lunch of als voorgerecht bij een diner. De unieke smaak van daslook geeft een bijzondere twist aan deze eenvoudige soep.