Vlak voor kerst hangt er een bijzondere sfeer in ons kleine dorp. Gisterenavond was het lichtjesavond, een traditie waarbij kinderen met lampionnen door de dorpskern trekken. Hoewel het slechte weer ons op onze afgelegen plek vooral binnenhield, kon ik vandaag genieten van de kleine dingen om me heen. De kippen waagden zich tijdens de droge momenten naar buiten, op zoek naar de lange, dikke wormen die ze zo heerlijk vinden. En tussen de buien door, met natte sneeuwvlokken op mijn jas, lukte het me nog een fijne wandeling met de honden te maken.
De kerstvoorbereidingen zijn bijna rond. Om de lokale boeren te steunen, hebben we een grote zak aardappelen en appels rechtstreeks van de boerderij gekocht. Mijn schoonzoon maakte er vandaag de lekkerste chips van: dun gesneden plakjes, gekruid met olie, peper, zout, paprikapoeder en knoflookpoeder, en daarna knapperig gebakken in de oven. Geen chips uit de winkel kan hier meer tegenop!
Zelf heb ik de dag gevuld met het schilderen van kerstkaarten, een van mijn favoriete creatieve bezigheden, en het bakken van geurige zandkoekjes met extra vanillesmaak. Het huis voelt zalig warm en het ruikt er naar kerst—een echte traktatie op tafel en in ons hart. Vanavond staat er kip-groentensoep op het menu, gevolgd door een kop kamillethee met een lepeltje honing van bijen uit de Morvan.
In deze dagen voel ik me dankbaar. Voor de warmte, het eten, en de liefde die ons omringt. Tegelijkertijd besef ik dat niet iedereen dit geluk kent. Daarom proberen we een beetje te helpen: een zak voer doneren aan het asiel, wat extra boodschappen voor de voedselbank, of simpelweg aandacht schenken aan iemand die het moeilijk heeft. Misschien blijft het een droom dat er ooit genoeg is voor iedereen, zonder oorlog en leed. Maar in deze donkere dagen, durf ik toch te hopen. Hopen mag altijd, toch?
n december, met de feestdagen van Kerst en Oud & Nieuw, worden er volop apéro’s georganiseerd! Wat is er leuker dan deze te serveren op een gepersonaliseerde beukenhouten plank? Wij kozen voor de Bourgogne, maar elke regio of provincie kunnen wij voor je graveren. Deze maand graveren we gratis, want december is al duur genoeg. Dus, waarom niet een extra apéro nemen en genieten van een gezellige avond?
*Elke plank is uniek, want hout is een levend en natuurlijk product. Dat maakt elke beukenhouten apéroplank net iets anders en bijzonder. Op onze website vind je handige tips om jouw plank in topconditie te houden en er jarenlang van te genieten.
Een van onze populairste tapasplanken! Gemaakt van prachtig beukenhout en gegraveerd met handgetekende Amsterdamse grachtenhuisjes. Deze feestmaand bieden we gratis persoonlijke gravure aan! 🎄✨ En het beste? Hij is aantrekkelijk geprijsd voor nog geen €20! Stuur ons een PB of bezoek onze CoukoeLifestyle-webshop om jouw exemplaar te bestellen. 🎁”
Rijste-vlaai: een stukje traditie met een Bourgondische twist
Mijn moeder bracht haar jonge jaren door in het prachtige Limburg, een regio die mij altijd heeft aangetrokken. Had ik niet voor de Bourgogne gekozen, dan had ik me daar vast thuis gevoeld. Limburg staat bekend om zijn rijke eetcultuur met gerechten als stoofvlees (zoervleisj), balkenbrij en natuurlijk de beroemde vlaaien. Afhankelijk van waar je in Limburg woont, heeft deze lekkernij verschillende namen: vla, flaai, vlaoij of vlaaj.
Vanaf 22 januari 2024 erkent Europa officieel de Limburgse vlaai als streekproduct. Om deze titel te mogen dragen, moet een vlaai gebakken zijn op Limburgs grondgebied – Nederlands of Belgisch. Daarom mag ik mijn vlaaien officieel niet Limburgse vlaai noemen, maar ze worden wel met evenveel liefde, traditie en smaak gebakken. Sterker nog, ik geef er soms mijn eigen draai aan. Naast de klassieke rijstenvlaai – die ook in Frankrijk als tarte au riz bekendstaat – maak ik bijvoorbeeld een versie met een speculaasbodem, helemaal zelfgebakken. Een krokante speculaasbodem gecombineerd met romige rijstvulling… Dat is voor mij puur genieten!
Leuke weetjes over de Limburgse vlaai In Limburg is het snijden en serveren van vlaai een kunst op zich. Een traditionele gistdeegvlaai wordt in maximaal 10 stukken gesneden. Een linzentoert – gemaakt met een steviger deeg en vaak gevuld met abrikozen of pruimen – wordt in 14 ruiten gesneden.
Gastvrijheid à la Limburg Word je in Limburg vlaai aangeboden, dan mag je verwachten dat er minimaal twee keer een stuk jouw kant op komt. Het is een teken van gastvrijheid – en een uitnodiging om zorgeloos te genieten. Dat is ook het mooie van Limburg.
Vers is het lekkerst De allerbeste vlaai is vers, liefst niet ouder dan één dag. Vooral fruitvlaaien zijn op hun best wanneer ze net uit de oven komen. Maar geen zorgen: zelfs een dag later smaakt een stukje nog altijd heerlijk. De uitzondering hierop is de klassieke linzentoert, die dankzij het stevige deeg juist langer goed blijft en vroeger gebakken werd om langer te bewaren dan gistdeegvlaaien.
In mijn keuken geef ik deze traditie graag een Frans-Bourgondische twist. Soms met een klassieke bodem, soms met speculaasbrokken of zelfs een brooddeeg. Het resultaat? Een perfecte mix van Limburgse nostalgie en Franse charme, heerlijk om te delen – en altijd een feestje op tafel!
*Vandaag trakteerde ik de hoefsmid, mijn dochter en haar man op mijn rijsttaartje. Met dit koude weer smaakte het nog lekkerder, en geloof me, er werd volop van genoten!
Voor mijn vlaai heb ik het volgende gebruikt:
200 gram dessertrijst (riz rond),
1 liter (half)volle melk,
100 gram suiker,
goede snuf zout,
1 theelepel vanille-extract
halve theelepel kaneelpoeder
2 grote eieren of 3 medium
150 tot 200 gram speculaasbrokken
50 tot 70 gram roomboter
Hoe ik mijn rijsttaartje heb gemaakt:
Eerst heb ik de dessertrijst 7 minuten gekookt in ruim water, daarna afgegoten en laten afkoelen. Vervolgens ging de rijst met melk, de helft van de suiker, een snufje zout, vanille en kaneel op het vuur. Ik liet het mengsel langzaam sudderen tot de melk bijna kookte en roerde regelmatig. Na een half uurtje sudderen liet ik de rijst een nachtje indikken tot een stevige rijstepap – precies zoals ik het wilde.
De volgende dag verwarmde ik de oven voor op 180 graden. Ik klopte 2 eieren van mijn eigen kippen luchtig met de andere 50 gram suiker, totdat ze verdubbelden in volume en een mooie glans kregen. Belangrijk is dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Voor de bodem maalde ik speculaasbrokken tot een grove, poederachtige structuur en mengde dit met gesmolten roomboter. In een met bakpapier beklede springvorm verdeelde ik het speculaasmengsel gelijkmatig met een licht vochtige lepel en drukte het stevig aan. De vorm ging even in de koelkast om op te stijven.
Daarna mengde ik de zoete rijst met het luchtige eimengsel en goot dit voorzichtig in de springvorm. De taart bakte ik in ongeveer 25 minuten (afhankelijk van je oven). Let goed op: te lang bakken maakt de rijst droog, terwijl te kort bakken zorgt voor te weinig stevigheid. Na het bakken liet ik de taart 2 uur afkoelen, haalde voorzichtig de springvorm los en zette hem in de koelkast.
Vlak voor het serveren spoot ik de taart op met vers geklopte slagroom en liet ik hem nog een half uurtje op kamertemperatuur komen. Zo krijg je het perfecte rijsttaartje met een zachte textuur, knapperige speculaasbodem en een vleugje luxe door de slagroom. Smakelijk!
De aquarel Met deze hakkelaar is de koek zo fijn gehaktJe kunt de taart nog met slagroom en chocolade krullen versierenMeng goedRijst en de opgeklopten eierenDe speculaas bodem
Persoonlijk laat ik me niet gek maken door de feestdagen. We eten altijd al lekker, en als ik iets nodig heb, koop ik het gewoon. Kerststress is aan mij voorbijgegaan. Vroeger ontving ik regelmatig veel familie en vrienden tijdens feestdagen, maar ik heb geleerd dat goede voorbereiding het verschil maakt – zelfs bij een uitgebreid diner met veel gasten.
Wat ik ook heb ontdekt: met desserts kun je indruk maken. Sommige desserts zien er professioneel uit, terwijl ze verrassend eenvoudig zijn om te maken. Mousse au chocolat is daar een perfect voorbeeld van. Mijn favoriet is de klassieke versie met pure chocolade van 52%, maar je kunt ook meerdere chocoladesoorten gebruiken om mooie laagjes te creëren. Een donkere laag pure chocolade, gevolgd door een lichtere laag melkchocolade, geeft een prachtig wauw-effect.
Ik serveer mousse au chocolat vaak in mooie glaasjes, met een royale toef slagroom, chocoladekrullen en wat stukjes noot. Die nootjes geven een fijne crunch. Ook een bolletje mousse in een badje van vanillesaus is een feestje op zich. Het fijne is dat je de mousse een dag van tevoren kunt maken; zo heeft hij genoeg tijd om op te stijven.
Voor liefhebbers van een glaasje drank maak je het helemaal af met een scheutje Baileys of Tia Maria.
Vandaag deel ik mijn recept voor mousse au chocolat, een dessert waarmee je iedereen omver blaast. Het ziet eruit alsof je uren in de keuken hebt gestaan, maar is heerlijk eenvoudig te maken.
Hier is een overzicht van de ingrediënten voor je mousse au chocolat, geschikt voor 4 personen:
80 g roomboter
250 g pure chocolade
50 g chocolade voor ganering
3 eieren
60 g suiker
snuf zout
250 ml slagroom
Houd rekening met een totale bereidingstijd van ongeveer 3,5 uur, inclusief de tijd om de mousse goed te laten opstijven in de koelkast. Perfect voor een stressvrij, indrukwekkend dessert! 🍫✨
Bereiding mousse au chocolat
Smelt de roomboter samen met de chocolade au-bain-marie: plaats een hittebestendige kom boven een pan met zachtjes kokend water, zonder dat de kom het water raakt. Door de stoom smelt de chocolade langzaam en gelijkmatig. Wil je het sneller doen? Smelt het mengsel in de magnetron op lage stand, maar roer regelmatig om te voorkomen dat de chocolade verbrandt.
Splits de eieren zorgvuldig. Zorg ervoor dat de eiwitten volledig vrij zijn van eigeel of stukjes schaal – anders kloppen ze niet goed op. Gebruik een vetvrije glazen of RVS-kom; plastic is niet geschikt omdat het vaak vetresten bevat door zijn poreusheid. Maak de kom en mixer vetvrij met een beetje citroensap of azijn. Klop de eiwitten met een snufje zout tot stijve pieken.
Meng de eidooiers met de suiker en klop tot het mengsel verdubbeld is in volume en een mooie glans heeft. Roer dit mengsel door de afgekoelde gesmolten chocolade. Voeg vervolgens, beetje bij beetje, de opgeklopte eiwitten toe. Spatel deze voorzichtig door het chocolademengsel om de luchtigheid te behouden – gebruik hier geen mixer voor.
Schep de mousse in glaasjes. Wil je een extra indrukwekkend dessert? Maak laagjes met verschillende soorten chocolade, bijvoorbeeld puur en melk. Zet de glaasjes in de koelkast en laat de mousse minimaal 3 uur opstijven. Voor het beste resultaat maak je de mousse een dag van tevoren, zodat deze de hele nacht kan rusten.
Vlak voor serveren klop je de slagroom met een eetlepel suiker goed stijf. Schep een royale toef slagroom op elk glaasje mousse. Schaaf met een kaasschaaf krullen van een chocoladereep en strooi deze over de slagroom. Voor extra textuur kun je ook wat grofgehakte stukjes chocolade toevoegen. En voilà – een dessert om van te dromen! 🍫✨
Verrukkelijk dessert!Laat opstijven, schep een grote klodder slagroom bovenop en chocolade krullenVoeg de eiwitten schepje voor schepje toeVoeg het eigelen mengsel bij de chocolade, voeg daarna de eiwitten toeKlop de dooiers met de suiker glanzendKlop de eiwitten stijfKlop de eiwitten in een vetvrije komKies goede chocolade, ik gebruik pure chocolade 52%
Persoonlijke noot: Praten met mensen is mijn tweede natuur. Of het nu over het weer, politiek, of – zoals meestal – eten gaat, ik kom altijd in gesprek. Fransen leven echt om te eten, en gelukkig kan ik mijn charme inzetten, want zo wist ik het recept te bemachtigen van een ongelooflijk lekkere soupe à l’ail rôti.
Het gebeurde in een klein dorpje, waar Lies en ik een zogenaamd “huiskamerbistro” ontdekten. Van buiten oogde het bescheiden, maar binnen bleek een charmant menu met drie gerechten, enkele bijgerechten en twee desserts. Ik koos voor de knoflooksoep, volgens de kok de beste keuze. Hij had gelijk: fluweelzacht, ongelooflijk smaakvol, en pure eenvoud.
Het geheim? Gepofte knoflook. Door de bollen eerst langzaam te poffen, verandert de scherpe smaak in een zachte, zoete sensatie. Inmiddels heb ik deze soep zelf gemaakt, en met dit recept proef je dezelfde verrukkelijkheid. Vergeet niet: mooie, biologische knoflookbollen maken echt het verschil. Bon appétit!
In Frankrijk wordt gepofte knoflooksoep vaak “soupe à l’ail rôti” genoemd, wat letterlijk vertaald “soep van geroosterde knoflook” betekent. Het is een heerlijk, fluweelzacht gerecht dat de milde, zoete smaak van gepofte knoflook naar voren brengt.
Snij de groenten mirepoix, In de Franse keuken verwijst een mirepoix naar een aromatische basis van fijngesneden groenten zoals ui, wortel, en selderij, meestal in een verhouding van 2:1:1. Deze techniek is essentieel in veel klassieke gerechten voor een rijke smaak.
Mirepoix is ook de naam van een schilderachtig stadje in Zuid-Frankrijk, gelegen in de Ariège-regio. Het staat bekend om zijn goed bewaarde middeleeuwse architectuur en is een echte “cité médiévale”. *Een “cité médiévale” is een middeleeuwse stad of vestingstad, vaak gekenmerkt door goed bewaarde architectuur uit de middeleeuwen. Deze steden hebben meestal smalle straatjes, stadsmuren, poorten, en historische gebouwen zoals kerken, kastelen of markthallen. Ze ademen de sfeer van een ver verleden en trekken daardoor veel bezoekers.Het centrale plein met vakwerkhuizen en houten galerijen maakt het een populaire bestemming voor liefhebbers van geschiedenis en Franse charme.
Ingrediënten
– 2 bollen knoflook, ik heb ze uit eigen moestuin
– 2 laurierblaadjes (ook uit eigen tuin)
– 3 eetlepels olijfolie
– 2 kleine uien
– 1 wortel
– 1 bleekselderij
– 2 eetlepels olijfolie
– 1 teen knoflook
– 250 gram aardappel in kleine blokjes
– 75 ml droge witte wijn
– 1 liter kippenbouillon
– 60 ml kookroom
– zout & verse peper
– peterselie en bieslook voor de garnering
Bereiding
Na drie kwartier in de ovenKnoflookbol in folie met veel olijfolie
– Verwarm de oven voor op 180 graden.
– Snijd de bovenkant van de knoflookbollen, zodat de bovenkantjes van de tenen bloot komen te liggen. Leg iedere bol op een stuk aluminiumfolie en besprenkel met olijfolie. Leg een laurierblaadje naast iedere bol en pak de bollen goed in. Zet de aluminiumbollen in de oven en pof ze in ongeveer 45 minuten.
– Laat de bollen helemaal afkoelen en knijp ze dan uit boven een kom. Het is even oefenen maar dan lukt het prima.
– Snijd de wortel, ui en selderij in kleine blokjes (mirepoix)
– Verwarm 2 eetlepels olijfolie in een soeppan en bak daarin de ui, wortel en selderij op middenhoog vuur zo’n 6 minuten. Pers dan het teentje (rauwe) knoflook uit boven de pan en bak twee minuten mee.
– Giet dan de wijn erbij en vervolgens de kippenbouillon. Voeg ook de gepofte knoflook en aardappelblokjes toe. Voeg royaal zout en peper toe.
– Breng het geheel aan de kook. Doe een deksel op de pan en laat alles op laag vuur 35 minuten pruttelen.
– Pureer de soep en voeg de room toe. Breng indien nodig verder op smaak met nog wat zout of peper. Let op: je kunt de soep na het toevoegen van de kookroom uiteraard nog wel opnieuw verwarmen, maar hij mag niet meer koken.
– Schep de soep in kommen en garneer met een beetje fijngeknipte bieslook. Bon appetit!
Persoonlijke noot: Na een heerlijke winterwandeling, waarbij de frisse kou ons wangen roze kleurde en de natuur prachtig verstild aanvoelde, genoten we thuis van een dampende kop gemberthee. Daarbij serveerden we een dikke plak zelfgebakken pain d’épices, vol warme kruiden en zoete honing. Wat een perfecte manier om weer op te warmen en na te genieten van zo’n fijne dag!
Pain d’épices: De smaken van winterse warmte
Pain d’épices, letterlijk vertaald als “kruidenbrood,” is een Franse klassieker die perfect past bij de koude wintermaanden. Oorspronkelijk geïnspireerd door de specerijenroutes en het geliefde Lebkuchen uit Duitsland, vond dit kruidige honingbrood al in de Middeleeuwen zijn weg naar Frankrijk. In de streek van Dijon, beroemd om zijn mosterd én pain d’épices, groeide het uit tot een onmisbaar element van de Franse culinaire traditie.
Wat pain d’épices zo bijzonder maakt, zijn de rijke specerijen zoals kaneel, gember, kruidnagel en anijs, die je direct in een feestelijke stemming brengen. Honing, een essentieel ingrediënt, zorgt niet alleen voor een natuurlijke zoetheid maar ook voor een zachte, houdbare textuur. Geen wonder dat dit brood zo geliefd is rond Kerst: het straalt nostalgie uit en vult je huis met de heerlijke geur van specerijen.
Of je het nu serveert met een plakje boter, bij een kaasplankje, of gewoon als zoete traktatie bij de thee, pain d’épices is een heerlijke manier om de winter te vieren. Een hap, en je voelt je meteen omringd door de warme smaken van het seizoen.
Recept voor Franse Pain d’Épices (Kruidige Honingkoek)
Ingrediënten
250 g honing (bij voorkeur bloemhoning)
250 g bloem (half tarwebloem, half roggebloem voor een authentiekere smaak)
10 g bakpoeder
1 theelepel kaneelpoeder
1 theelepel gemberpoeder
1 theelepel nootmuskaatpoeder
1/2 theelepel kruidnagelpoeder
1/2 theelepel anijszaad (optioneel)
1 snufje zout
100 ml melk
50 g boter
50 g bruine suiker
1 ei
Bereidingswijze
Voorverwarmen: Verwarm de oven voor op 160°C. Bekleed een cakevorm met bakpapier of vet deze in.
Honing en melk verwarmen: Verwarm de melk samen met de honing in een pan op laag vuur totdat de honing is opgelost. Laat dit mengsel iets afkoelen.
Droge ingrediënten mengen: Zeef de bloem, bakpoeder, kruiden en zout in een grote kom. Roer de bruine suiker erdoor.
Nat bij droog: Voeg het honing-melkmengsel en de gesmolten boter toe aan de droge ingrediënten. Meng goed met een spatel of garde.
Ei toevoegen: Klop het ei los en roer dit door het beslag tot alles goed gemengd is. Het beslag moet glad zijn, maar niet te dun.
In de vorm gieten: Giet het beslag in de voorbereide cakevorm en strijk de bovenkant glad.
Bakken: Bak de pain d’épices in ongeveer 50–60 minuten. Controleer met een satéprikker of de cake gaar is (de prikker moet er schoon uitkomen).
Afkoelen: Laat de cake afkoelen in de vorm voordat je hem voorzichtig uit de vorm haalt.
Tips:
Voor een extra feestelijke touch kun je fijngehakte gekonfijte sinaasappelschil of stukjes amandel toevoegen aan het beslag.
Serveer de pain d’épices met wat boter, jam of kaas, zoals een zachte geitenkaas.
Sinds een half jaar volg ik lessen om te leren werken met een laserapparaat. Het is een uitdagend proces, maar stukje bij beetje word ik handiger, en als ik het eindresultaat zie, weet ik waar ik het voor doe. Eén van mijn grote wensen was om persoonlijke, lichtgewicht houten kerstballen te maken. Niet zomaar standaard hangers, maar unieke ontwerpen met een afbeelding van een persoon, dier of symbool dat een bijzondere plek in je hart heeft. De doorsnede is 13 cm en ze zijn ongeveer 2 mm dik. Vandaag heb ik de eerste exemplaren afgemaakt, en ik ben ontzettend trots!
Voorheen werkte ik vooral met graveren, maar nu heb ik een nieuwe techniek geprobeerd waarbij ik delen van het hout weglaserde. Het resultaat? Prachtige, gedetailleerde hangers die een heel eigen uitstraling hebben. Zo maakte ik voor Lies een hanger met een konijntje, omdat ze dol is op konijnen. Voor Toob koos ik een wolf, en op mijn eigen hanger sta ik afgebeeld met mijn kipjes. Zelfs onze honden, Worffy en Scott, én de paarden hebben hun eigen kersthanger. Het is zo leuk om ieder exemplaar persoonlijk te maken!
Van tekening tot eindresultaat!
ng
Hoewel ik nog bezig ben met een aantal ontwerpen, wil ik ze alvast laten zien. Elk ontwerp krijgt een mooi ophanglint, zodat ze schitteren in de kerstboom deze feestmaand. Wat deze hangers extra speciaal maakt, is dat ze na de feestdagen niet hoeven te verdwijnen. Je kunt ze aan de muur hangen, bijvoorbeeld met een haakje eronder voor een sleutelhanger of hondenriem. Zo blijf je er het hele jaar door van genieten.
Wil je ook zo’n unieke kersthanger? Het proces is eenvoudig: geef me de naam van de persoon of het dier, en eventueel een symbool dat erbij hoort. Ik maak een ontwerp en na jouw goedkeuring ga ik aan de slag. Deze persoonlijke hangers zijn niet alleen leuk om zelf te hebben, maar ook een geweldig cadeau – betaalbaar, uniek en helemaal op maat gemaakt. Klik hier om te bestellen.
Ik kijk nu al uit naar hoe ze straks allemaal hangen. Wat vinden jullie ervan? Laat me weten welke ideeën jij hebt, ik teken ze graag voor je uit!
Voor mij is het altijd een uitdaging én een plezier om van eenvoudige, betaalbare ingrediënten iets heerlijks te maken. Vandaag waren dat râpés de pommes de terre. Dit gerecht is verrassend makkelijk te bereiden, zeker met een mandoline of keukenmachine om de aardappelen te raspen. Zorg dat je het vocht goed uit de rasp wringt, bijvoorbeeld met een schone theedoek, en kies een iets kruimige aardappel voor het beste resultaat. Ik keer mijn aardappelkoek met behulp van een groot bord, zodat beide kanten gelijkmatig garen – hoe langer je bakt, hoe krokanter en goudbruiner het wordt. Je kunt ook kleinere koekjes maken voor een speelse twist!
De râpés de pommes de terre, het Franse equivalent van de Zwitserse rösti, is een eenvoudig maar smaakvol gerecht met diepe wortels in de Europese keuken. Hoewel rösti oorspronkelijk uit Zwitserland komt, hebben verschillende landen hun eigen varianten van deze heerlijke aardappelkoek ontwikkeld. In Frankrijk is het gerecht vooral bekend in de Auvergne en omliggende regio’s, waar het een geliefde manier is om aardappelen op een hartige, knapperige manier te bereiden.
Deze aardappelkoekjes waren historisch gezien een gerecht van de boerentafel, ontstaan uit de noodzaak om voedzame, vullende gerechten te maken met simpele ingrediënten. Door de jaren heen heeft dit gerecht zijn populariteit behouden, niet alleen door zijn eenvoud, maar ook door de eindeloze mogelijkheden voor variatie – zoals de toevoeging van kruiden, kaas of knoflook.
In Frankrijk wordt het vaak geserveerd als bijgerecht bij vlees of vis, maar het kan ook prima als hoofdgerecht met een frisse salade. En zoals ik het hebt gemaakt, met geraspte kaas en aromatische kruiden, wordt het een ware delicatesse.
Recept voor râpés de pommes de terre met Franse twist
Ingrediënten
800 g iets kruimige aardappelen
1 klein ei
1 teentje knoflook (fijngehakt of geraspt)
1 eetlepel bloem
50 g geraspte gruyère
50 g geraspte emmentaler
Verse groene kruiden naar smaak (bijvoorbeeld peterselie of tijm)
Zout en peper
Plantaardige olie of boter om in te bakken
Bereidingswijze
Aardappelen voorbereiden Schil de aardappelen en rasp ze grof. Als je de aardappelen vooraf wast, zorg er dan voor dat ze goed droog zijn voor het raspen. Spoel de geraspte aardappelen niet meer af, want het zetmeel zorgt voor binding. Knijp ze eventueel een beetje uit om overtollig vocht te verwijderen.
Meng de ingrediënten Doe de geraspte aardappelen in een kom en voeg het ei, knoflook, bloem, geraspte kaas en de fijngehakte groene kruiden toe. Breng op smaak met zout en peper. Meng alles goed door elkaar tot een samenhangend mengsel.
Koekjes vormen Verwarm een pan met een dun laagje olie of boter. Neem een lepel van het mengsel en vorm platte koekjes in de pan. Druk ze licht aan met een spatel zodat ze gelijkmatig bakken.
Bakken Bak de koekjes op middelhoog vuur gedurende 3-4 minuten per kant, of totdat ze goudbruin en knapperig zijn. Zorg ervoor dat ze volledig gaar zijn van binnen.
Serveren Serveer de râpés de pommes de terre warm als bijgerecht of als hoofdgerecht met een frisse salade. Je kunt er een frisse yoghurtdip of appelcompote bij serveren voor een zoete twist.
Goudbruin, zalig!
De tekening erbij
Bak op een zacht tot middenhoog vuur
Voeg kruiden en ingrediënten toe
Maak ze droog
Rasp de rauwe aardappelen
Een culinaire klassieker met een persoonlijke touch
Dit gerecht is een perfecte balans tussen eenvoud en verfijning, en met jouw toevoeging van gruyère en emmentaler krijgt het een authentieke Franse twist. Door de veelzijdigheid van râpés de pommes de terre kun je blijven experimenteren – met andere kazen, kruiden of zelfs groenten zoals courgette of wortel. En vergeet niet, de charme van dit gerecht zit niet alleen in de smaak, maar ook in de rustieke eenvoud waarmee het is gemaakt.
Het lijkt misschien een grapje: een wedstrijd over wie het beste eitje kan koken en een klodder mayonaise erop doet. Maar niks is minder waar! In Parijs is dit een bloedserieuze zaak, en het oeuf-mayonnaise is uitgegroeid tot een super populair bistro-gerecht. Vandaag vindt zelfs de zesde editie plaats van het Wereldkampioenschap Oeuf-Mayonnaise. Wat ooit begon als een speelse knipoog, is nu een prestigieuze wedstrijd waarin de beste bistro-chefs strijden om de titel van de allerlekkerste oeuf-mayo.
De oeuf-mayonnaise is een echte klassieker die al decennia de Franse bistrokeuken siert. Het lijkt misschien eenvoudig, maar dat is nu precies de charme van de Franse keuken: het vermogen om van een paar simpele ingrediënten iets ongelofelijk lekkers te maken. Perfect gekookte eieren met een fluweelzachte, huisgemaakte mayonaise – dat is waar het om draait.
Uiteraard kon ik niet achterblijven en heb ik mijn eigen versie van oeuf-mayonnaise gemaakt, met scharreleitjes van mijn eigen kipjes. Deze dames lopen het hele jaar door lekker buiten en leggen eieren met een prachtige oranje dooier, dankzij hun liefde voor maïs. Zelfs nu het buiten kouder wordt, blijven ze me voorzien van verse eitjes – pure luxe!
Misschien is dit gerecht daarom zo geliefd. Het roept nostalgie op, met zijn ouderwetse smaken en eenvoudige bereiding. In een wereld die soms overweldigend kan zijn, biedt een gerecht als oeuf-mayonnaise een stukje troost. Het is een klein stukje Frankrijk op je bord, en wie kan dat nu weerstaan?
Weetje, geschiedenis , bistro’s en het recept!
De geschiedenis van oeuf-mayonnaise: De oeuf-mayonnaise is ontstaan in de 18e eeuw, toen eenvoudige gerechten met verfijnde sauzen populair werden in Frankrijk. Dit klassieke bistrogerecht werd al snel een symbool van Franse culinaire eenvoud, waarbij perfecte technieken en pure smaken centraal staan.
Hoe het Wereldkampioenschap tot stand kwam: Het Wereldkampioenschap Oeuf-Mayonnaise werd in 2018 opgericht door de Association de sauvegarde de l’œuf mayonnaise om dit klassieke gerecht in de schijnwerpers te zetten. Het doel is om de beste bistro-koks van Frankrijk te eren en het publiek te herinneren aan de charme van culinaire tradities.
Tips voor de beste bistro’s in Parijs waar je dit gerecht kunt proberen: Voor een geweldige oeuf-mayonnaise in Parijs kun je terecht bij iconische bistro’s zoals Bouillon Pigalle of Le Comptoir du Relais. Beide staan bekend om hun authentieke gerechten, waarbij eenvoud en kwaliteit centraal staan.
Simpel recept voor oeuf-mayonnaise
Ingrediënten (voor 4 personen):
4 eieren
1 eidooier (voor de mayonaise)
150 ml zonnebloemolie
1 tl Dijonmosterd
1 tl witte azijn of citroensap
Zout en peper naar smaak
Optioneel: verse kruiden zoals bieslook of peterselie
Bereiding:
Kook de eieren: Breng water aan de kook en kook de eieren 8-9 minuten voor een stevige dooier. Laat ze schrikken in koud water, pel ze en snijd ze doormidden.
Maak de mayonaise: Klop de eidooier, mosterd en azijn (of citroensap) los in een kom. Voeg de olie druppelsgewijs toe terwijl je blijft kloppen met een garde of mixer, tot je een romige mayonaise hebt. Breng op smaak met zout en peper.
Opdienen: Leg de halve eieren op een bord, schep een royale hoeveelheid mayonaise over de eieren en garneer eventueel met verse kruiden.
Tip: Serveer met een stukje stokbrood voor een échte bistrotouch! Bon appétit! 🥚✨
“Van bistrot tot thuiskeuken: met oeuf-mayonnaise proef je de charme van de Franse eenvoud op z’n best!”