Vandaag heb ik weer genoten van de overvloed in mijn eigen achtertuin. Wilde asperges, een seizoensdelicatesse, ook bekend als korenaar asperge, staan overal in mijn voedselbos-tuin. Ze zijn maar enkele weken beschikbaar en ik voel me gezegend met een tuin vol van deze ‘asperges des bois’, zoals ze in de Bourgogne liefkozend worden genoemd. Deze ‘wilde asperges’ zijn technisch gezien geen echte asperges maar jonge bloemstelen van de Ornithogalum pyrenaicum, een knolgewas afkomstig uit Engeland en Zuid-Europa, bekend om zijn sierlijke wit-groene bloemen en heerlijke smaak.
Het opsporen van deze plant kan lastig zijn; ze zijn makkelijk over het hoofd te zien. Mijn dag bestond uit het zorgvuldig plukken van deze schatten om er vervolgens een voedzame omelet mee te bereiden. Voor elk groot omelet gebruik ik een royale handvol asperges en klop ik drie middelgrote scharreleieren los met een scheutje room, zout en peper. Na een korte blancheersessie van vijf minuten koel ik de asperges af onder koud water om het kookproces te stoppen, snijd ze in stukken van ongeveer 3 cm, en laat ik de bloemen intact.
In een hete koekenpan met een beetje olijfolie bak ik de aspergestukjes kort aan, voordat ik het eiermengsel toevoeg en het geheel zachtjes laat stollen tot een smeuïge Franse omelet. Een vleugje kaas en wat verse kruiden maken het geheel af. Geserveerd met vers brood en een frisse tomatensalade, vormt dit een heerlijke maaltijd, rechtstreeks van tuin naar tafel. Pluk, maak en eet de wilde asperges dezelfde dag dan zijn ze op z’n lekkerst.
Wilde asperges uit de achtertuin, verwerkt in een omelet Franse stijl!
Deze Koningsdag brachten mijn dochter Lies en ik de ochtend door in de keuken, waar we ons toelegden op het bakken van mille-feuille, een Franse delicatesse die veel weg heeft van de Nederlandse tompouce. We experimenteerden met twee varianten: één met gluten en één zonder, waarbij het verschil in het type bladerdeeg zit. Voor een feestelijke touch kleurden we zowel het banketbakkersroom als het glazuur in een stralend oranje, en het margrietje bovenop diende als onze Hollandse knipoog. Het resultaat was niet alleen een lust voor het oog, maar ook verrukkelijk van smaak! In de pauzes heb ik 2 aquarellen gemaakt van de mille feuille en van de Hollandse grachten en huisjes.
En waarom heet een “mille feuille” een “mille feuille”? De mille-feuille, ook bekend als ‘duizend blaadjes’, is een iconische Franse patisserie die zijn naam dankt aan de vele lagen flinterdun bladerdeeg waaruit het bestaat. Traditioneel wordt de mille-feuille gemaakt met drie lagen bladerdeeg en twee lagen banketbakkersroom, afgewerkt met een glanzende laag glazuur bovenop. Ondanks dat het dessert in werkelijkheid niet uit duizend lagen bestaat, geeft de naam wel de delicate en complexe structuur weer die kenmerkend is voor dit gebak.
Elk laagje bladerdeeg wordt zorgvuldig gebakken tot het goudbruin en krokant is, wat resulteert in een textuur die bij elke hap afbrokkelt. Het kunstig opbouwen van de lagen vraagt precisie en geduld, waarbij elke laag bijdraagt aan de rijke textuur en smaak van het eindproduct. Mille-feuille is niet alleen een toonbeeld van patisserie vakmanschap maar ook een feest voor de zintuigen, waarbij het contrast tussen het romige van de vulling en het knapperige van het deeg zorgt voor een onvergetelijke eetervaring.
Hieronder het recept:
Ingrediënten:
Voor het bladerdeeg:
500 gram kant-en-klaar bladerdeeg (zorg voor een glutenvrije variant als je een glutenvrije mille-feuille maakt)
Voor de banketbakkersroom:
500 ml melk
1 vanillestokje, opengesneden en merg eruit geschraapt
100 gram suiker
4 eidooiers
40 gram maïzena
Oranje voedselkleurstof
Voor het glazuur:
150 gram poedersuiker
2 tot 3 eetlepels water of melk
Oranje voedselkleurstof
Decoratie:
Eetbare margrietjes of andere eetbare bloemen voor decoratie
Bereidingswijze:
Bladerdeeg voorbereiden:
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het bladerdeeg uit en snijd in drie gelijke rechthoeken.
Prik met een vork gaatjes in het deeg om luchtbellen te voorkomen.
Bak het deeg tussen twee bakplaten (om het plat te houden) gedurende 15-20 minuten of tot goudbruin en knapperig. Laat afkoelen.
Banketbakkersroom maken:
Breng de melk met het vanillestokje en -merg aan de kook.
Klop in een aparte kom de eidooiers met suiker luchtig, en voeg dan de maïzena toe.
Verwijder het vanillestokje uit de melk en giet de melk langzaam bij het eimengsel terwijl je continu roert.
Giet het mengsel terug in de pan en verwarm op laag vuur. Blijf roeren tot de room dik wordt.
Haal van het vuur en roer de oranje voedselkleurstof erdoor tot de gewenste kleur bereikt is.
Bedek met plasticfolie direct op de room om een vel te voorkomen en laat afkoelen.
Glazuur bereiden:
Voor de chocoladestreepjes:
50 gram pure chocolade, gesmolten
Aangepaste stap voor het aanbrengen van het glazuur:
Glazuur en chocoladestreepjes aanbrengen:
Smeer het oranje glazuur over de bovenste laag bladerdeeg.
Giet de gesmolten chocolade in een klein spuitzakje of gebruik een lepel om dunne lijnen chocolade over het oranje glazuur te trekken.
Gebruik een tandenstoker of het puntje van een mes om door de chocoladestrepen te trekken, haaks op de lijnen, om een mooi marmer- of veereffect te creëren.
Volledige stap voor stap:
Mille-feuille samenstellen:
Leg een laag bladerdeeg op een serveerschaal.
Spreid een dikke laag banketbakkersroom uit over het bladerdeeg.
Herhaal met nog een laag bladerdeeg en room, en dek af met de laatste laag bladerdeeg.
Breng het oranje glazuur aan op de bovenste laag bladerdeeg en voeg vervolgens de chocoladestreepjes toe zoals hierboven beschreven.
Deze toevoeging van chocoladestreepjes zal niet alleen visueel aantrekkelijk zijn, maar ook een heerlijke smaakdimensie toevoegen aan je mille-feuille. Geniet van het maken en serveren van dit prachtig gedecoreerde dessert!
Vier de dag met deze schitterende oranje mille-feuille, een feestelijke twist op de klassieke Franse lekkernij. Elk laagje is doordrenkt met de levendige kleur en smaak van oranje.
Ontdek de speelse charme van Amsterdam door deze kleurrijke en naïeve aquarel van de iconische grachtenhuisjes. Een levendig kunstwerk dat de unieke sfeer van de stad vangt en elke ruimte opfleurt.
Oranje was, lekker buiten in de wind!
Banketbakkersroom is niet moeilijk om te maken. Met een paar druppels kleurstof kan je de kleur veranderen, ik koos voor oranje.
Snijd je bladerdeeg in langwerpige stroken, op bakpapier. Prik gaatjes met een vork in het bladerdeeg. Leg een tweede bakpapier op het bladerdeeg, verzwaar het zodat het bladerdeeg plat blijft.
Glazuur maak je met poedersuiker en een paar druppels citroensap en:of water. Je kunt wat druppels kleurstof toevoegen voor een gewenste kleur. Roer goed tot het glazuur de juiste dikte heeft, gebruik het meteen.
Ik doe de banketbakkersroom in een grote spuitzak zonder spuitmondje. Op deze manier kan ik de room goed over de twee lagen bladerdeeg van de mille feuille verdelen. Tompoezen hebben maar één laag, mille feuille hebben twee lagen.
Een echte mille feuille heeft oranje streepjes, die maak je van gesmolten chocolade. Pure chocolade werkt het beste, vind ik. Verwarm de chocolade au bain-marie of in de magnetron. Chocolade kan snel verbranden dus wees voorzichtig.
Knip van bakpapier een vierkant, vouw een driehoek hiervan door de vierkant te vouwen. Rol het cornetje op zodat je een punt aan de onderkant krijgt. In het cornetje kan je de gesmolten chocolade doen. Op deze manier kan je makkelijk streepjes op de bovenkant op het glazuur spuiten.
Eerst verdeel je het glazuur op de bovenkant van de mille feuille. Daarna spuit je met het cornetje de chocolade erop. Met een tandenstoker of de punt van een mes ga je nu dwars sptrepen trekken daardoor ontstaat er een patroon.
Het eind resultaat! Een verrukkelijke mille feuille.
In mijn uitgestrekte achtertuin, een halve hectare groot, groeit wilde daslook, of ‘ail des ours’ zoals het in het Frans heet. Ail des ours” wordt letterlijk vertaald uit het Frans als “berenknoflook”. Dit is een verwijzing naar de oude Europese volksgeloof dat beren, na hun winterslaap, daslook zouden eten om hun spijsvertering te reinigen en kracht te herwinnen. Deze prachtige wilde plant, bekend om zijn delicate witte bloemen en knoflookachtige smaak, inspireert elk voorjaar weer tot culinaire creaties. Na een heerlijke lange wandeling met mijn dochter Lies en onze twee honden, besloot ik de daslook te gebruiken voor een voedzame soep. Het verzamelen van daslook is zo leuk, gewoon het idee om direct van het land te eten. De soep die ik bereidde was simpel maar overheerlijk, waarbij de subtiele smaken van daslook perfect tot hun recht kwamen. Zo’n maaltijd, vers uit de natuur, smaakt extra goed na een dag buiten zijn met dierbaren. Dit soort momenten maken de lente in onze tuin elk jaar weer speciaal.
Enkele leuke weetjes over de daslook of “ail des ours”
Daslook (Allium ursinum), ook bekend als wilde knoflook, is een boeiende plant die in het voorjaar veel te bieden heeft. Hier zijn enkele interessante weetjes over daslook:
Rijke Geschiedenis: Daslook wordt al eeuwen gebruikt in Europa voor culinaire en medicinale doeleinden. Het was al bekend bij de Romeinen en wordt in veel traditionele Europese keukens gebruikt.
Gezondheidsvoordelen: Daslook staat bekend om zijn gezondheidsbevorderende eigenschappen. Het bevat vitamine C, ijzer en magnesium, en is goed voor de spijsvertering. Net als knoflook heeft daslook antibacteriële, antioxidant en mogelijk bloeddrukverlagende effecten.
Voorzichtig met Verzamelen: Daslook kan gemakkelijk worden verward met lelietje-van-dalen of herfsttijloos, die beide giftig zijn. Het onderscheidend kenmerk van daslook is de sterke knoflookgeur die vrijkomt wanneer de bladeren worden gekneusd.
Beschermd in sommige landen: In sommige delen van Europa, zoals Duitsland en Oostenrijk, is daslook beschermd en mag het niet worden geplukt in het wild. Dit is vanwege de afname van zijn natuurlijke habitats en de populariteit van het verzamelen van daslook.
Culinair Veelzijdig: Daslook kan vers worden gebruikt in salades, pesto’s, soepen en sauzen. Het is een geweldige vervanger voor knoflook in recepten en biedt een zachtere, minder overheersende smaak.
Beste Oogsttijd: De beste tijd om daslook te oogsten is in het vroege voorjaar, net voordat of wanneer het begint te bloeien. Na de bloei neemt de smaak af en worden de bladeren stugger.
Daslook is dus niet alleen een smakelijk wild kruid, maar ook een plant met een rijke historie en diverse gezondheidsvoordelen, wat het een fascinerende toevoeging maakt aan elke voorjaarstuin of keuken.
Een weekje geleden heb ik al daslook pesto gemaakt, heel simpel.
Ingrediënten
100 gram daslookbladeren, goed gewassen en gedroogd
50 gram Parmezaanse kaas, geraspt
50 gram pijnboompitten of walnoten
100 ml olijfolie
Zout en peper naar smaak
Optioneel: sap van een halve citroen voor wat extra frisheid
Bereidingswijze:
Roosteren van de noten: Rooster de pijnboompitten of walnoten in een droge koekenpan op middelhoog vuur tot ze goudbruin zijn. Dit versterkt hun smaak en geeft een extra dimensie aan de pesto.
Daslook voorbereiden: Zorg ervoor dat de daslookbladeren goed gewassen en gedroogd zijn. Te veel vocht kan de pesto waterig maken.
Mengen: Doe de daslookbladeren, geroosterde noten, geraspte Parmezaanse kaas, en wat zout en peper in een keukenmachine of blender.
Pureren: Pulseer of mix het geheel terwijl je langzaam de olijfolie toevoegt tot het mengsel een grove maar enigszins gladde textuur heeft. Je kunt meer of minder olie toevoegen afhankelijk van de gewenste consistentie.
Op smaak brengen: Proef de pesto en voeg indien gewenst meer zout, peper of citroensap toe. De citroen is niet alleen voor de smaak, maar helpt ook de heldergroene kleur van de daslook te behouden.
Bewaren: Je kunt de daslookpesto in een luchtdichte pot doen en deze in de koelkast bewaren. De pesto blijft zo’n week goed. Voor langere bewaring kun je de pesto ook invriezen in een ijsblokjesvorm en daarna de bevroren blokjes bewaren in een diepvrieszak.
Ingrediënten:
Een flinke handvol daslookbladeren, goed gewassen en grof gesneden
1 ui, fijngesneden
1 aardappel, geschild en in blokjes gesneden
1 liter groentebouillon
2 eetlepels olijfolie
Zout en peper naar smaak
Room of crème fraîche voor het serveren (optioneel)
Bereidingswijze:
Ui fruiten: Verhit de olijfolie in een grote soeppan op middelhoog vuur. Voeg de gesneden ui toe en fruit deze tot hij glazig is.
Aardappel toevoegen: Voeg de blokjes aardappel toe aan de pan en bak kort mee.
Bouillon toevoegen: Voeg de groentebouillon toe en breng aan de kook. Laat het ongeveer 15 minuten sudderen, of totdat de aardappelen zacht zijn.
Daslook toevoegen: Voeg de gesneden daslookbladeren toe aan de soep. Laat de soep nog ongeveer 5 minuten zachtjes koken, zodat de daslook zijn smaak kan afgeven maar niet te veel aan kracht verliest.
Pureren: Haal de pan van het vuur. Gebruik een staafmixer om de soep glad te pureren.
Op smaak brengen: Breng de soep op smaak met zout en peper.
Serveren: Serveer de daslooksoep warm. Voeg naar wens een scheutje room of een lepel crème fraîche toe voor extra romigheid.
Daslooksoep is licht en verfrissend, ideaal voor een lente-lunch of als voorgerecht bij een diner. De unieke smaak van daslook geeft een bijzondere twist aan deze eenvoudige soep.
Wandelend tussen de koolzaadvelden van de Bourgogne, omringd door een zee van geel. Ondanks de dreigende wolken en frisse wind, was de bloemige geur van bloeiend koolzaad in de lucht zo lekker, moeilijk te beschrijven, dat moet je gewoon zelf ruiken. Een perfecte wandeling, Scotty en Worff hadden minder oog voor de bloemenpracht, maar dat maakt niet uit, ze genoten wel van de lange wandeltocht.
Water drinken biedt tal van gezondheidsvoordelen, waaronder het verbeteren van de huidgezondheid, het bevorderen van gewichtsverlies door het verhogen van het metabolisme en het ondersteunen van de spijsvertering. Het houdt de lichaamstemperatuur op peil, smeert gewrichten en helpt bij het afvoeren van afvalstoffen. Voldoende hydratatie verbetert ook de concentratie en verhoogt de energieniveaus. Door regelmatig water te drinken, kun je de algehele gezondheid en welzijn aanzienlijk verbeteren. Hieronder staan enkele fruit en groenten soorten die veel water bevatten.
Komkommer – Hoewel vaak als groente beschouwd, is komkommer technisch gezien een fruit en bevat het bijna 96% water.
Tomaten – Ook technisch fruit, bevatten ongeveer 95% water.
Watermeloen – Bevat ongeveer 92% water en is een ultieme hydratatiebron.
Aardbeien – Bevatten ongeveer 91% water en zijn ook rijk aan vitamines.
Perziken – Bevatten ongeveer 89% water, ideaal voor een hydraterende snack.
Sla – Vooral ijsbergsla bevat ongeveer 96% water, wat het een van de meest hydraterende groenten maakt.
Bleekselderij – Bestaat voor ongeveer 95% uit water. Het bevat ook vezels en nuttige mineralen zoals kalium.
Courgette – Heeft een watergehalte van ongeveer 94%. Het is ook een goede bron van vitamine C.
Radijs – Deze pittige groente bestaat voor ongeveer 95% uit water en biedt ook vitamine C, kalium en antioxidanten.
Tomaten – Bestaan voor ongeveer 94% uit water. Ze zijn ook rijk aan vitamine C, kalium en lycopeen, een antioxidant.
Voor een verfrissende en hydraterende smoothie, combineer waterrijke fruitsoorten zoals komkommer, tomaten, selderij, watermeloen en aardbeien. Deze ingrediënten zorgen voor een voedzame, dorstlessende boost op elk moment van de dag!
Dit is mijn favoriete ochtend smoothie:
Voor een verfrissende komkommer smoothie kun je spinazie, munt, banaan, appel, en een halve komkommer combineren. Voeg een glas water toe en mix dit tot een vloeiende puree. Je kunt meer water toevoegen tot de smoothie de gewenste dikte heeft. Dit recept is ideaal voor een energieke start van je dag.
“Onder het genot van een chipje met zelfgemaakt dipsausje ben ik mijn lente-zomerkookboek aan het redigeren. Acute trek in al die lekkere gerechten – een goed teken, toch?”
“Zondagse inspiratie met Kir Framboise : proef, creëer, en prachtige foto’s voor m’n kookboek!”
Voor het kookboek moest ik enkele foto’s opnieuw maken. Ook de flanboisier moest opnieuw en met de flanboisier ook de kir framboise. Je kunt de kir framboise maken met witte droge wijn, (degene uit de Bourgogne is verrukkelijk) en met champagne. Wat is een kir frambois? Kir Framboisier is een verfrissende en fruitige cocktail die de rijke smaken van frambozen en de elegante complexiteit van Bourgogne-wijn of champagne combineert. Dit drankje is een variant op de klassieke Kir, waarbij crème de framboise (frambozenlikeur) wordt gebruikt in plaats van de traditionele crème de cassis. De Kir Framboise wordt gemaakt door een royale scheut crème de framboise toe te voegen aan een glas koele, droge witte Bourgogne-wijn, waardoor een harmonieuze mix ontstaat die zowel het palet als de zintuigen prikkelt. De helderrode kleur en de zoet-frisse smaak van de frambozenlikeur verrijken de subtiele, fruitige tonen van de wijn, wat resulteert in een elegante en verleidelijke cocktail. Perfect voor de zondagmiddag en zondagavond, Kir Framboise viert de pracht van frambozen en de verfijning van Bourgogne in één glas. Langzamerhand gelukkig alle foto’s gemaakt voor het kookboek! al is het proeven van de framboisier met een glaasje kir framboise absoluut geen straf 😉
Niet iedereen gelooft erin, sommige mensen zeggen dat ze de supermaan voelen, met hun emoties en bijvoorbeeld met hun nachtrust. Heftig dromen en meer naar binnen gekeerd zijn. Ik vind het bijzonder zo’n supermaan. Als het helder weer is, ziet het er spectuculair uit zo’n prachtige grote maan. Maar wat is nou eigenlijk een supermaan. Een supermaan treedt op wanneer de volle maan samenvalt met het moment dat de maan het dichtst bij de aarde staat in haar baan, wat het perigeum wordt genoemd. Dit zorgt ervoor dat de maan groter en helderder lijkt dan tijdens een normale volle maan. De invloed van een supermaan op de aarde omvat sterkere getijden dan gebruikelijk vanwege de verhoogde zwaartekrachtinvloed van de maan. Wat betreft de invloed op de mens, hoewel veel mensen geloven dat de maanfasen, inclusief de supermaan, effect kunnen hebben op menselijk gedrag, slaap en stemming, is er geen wetenschappelijk bewijs dat deze overtuigingen ondersteunt. PS: De foto van mijzelf is gemaakt in de nazomer, die nacht was het ook supermaan. Persoonlijk heb ik geen echte klachten maar een rustmoment en een kom kruiden-thee is altijd een goed idee. Kruiden-theetjes hebben iets rustgevends geven een fijn gevoel. Dit zijn twee van mij favorieten kruiden-theetjes, de honing komt uit de Morvan, ik ben een groot fan van honing, maar wel goede honing.
Voor de kruidentheetjes, hier zijn twee eenvoudige recepten met huis-tuin-en-keukenkruiden:
Kamille-Munt Thee: Combineer gedroogde kamillebloemen met verse muntblaadjes. Voeg kokend water toe en laat het mengsel ongeveer 5 minuten trekken. Deze thee kan helpen bij ontspanning en het bevorderen van een goede nachtrust.
Gember-Citroen Thee: Snijd een stuk verse gember in dunne plakjes en voeg deze toe aan kokend water samen met wat versgeperste citroensap. Laat het 10 minuten trekken. Je kunt naar smaak honing toevoegen. Deze thee is ideaal voor de ondersteuning van de spijsvertering en het immuunsysteem.
Deze recepten zijn niet alleen gemakkelijk te maken, maar ook heilzaam voor de gezondheid en gemaakt met ingrediënten die vaak al in de keuken te vinden zijn.
Het is lente-achtig in de Bourgogne en daar profiteer ik van. Tijdens èèn van mijn lange wandelingen zag ik de kraanvogels. In de herfst kondigen de kraanvogels de herfst aan , nu is het tijd voor de prille lente. Het is pas eind januari dus er kan nog winter komen maar deze week is zalig. Na zo’n lange wandeling is er niets beter dan te genieten van een gezonde kop gemberthee. Hier is mijn eenvoudig recept:
Ingrediënten:
1 stuk verse gemberwortel, afhankelijk van je smaak kan je de grote bepalen, ik neem per mok ongeveer 1 tot 2 centimeter. Citroen is verfrissend en honing uit de Morvan verrukkelijk. Uiteraard kan je ook andere honing gebruiken.
Schil en snijd de gember in dunne plakjes. Breng 2 kopjes of één grote mok water aan de kook en voeg de gember toe, ik doe de gember in een thee-ei. Laat het 10-15 minuten trekken. Voeg honing en citroensap toe naar smaak. Geniet van je gezonde gemberthee onder de grillige bomen en de blauwe lucht na een mooie wandeling. Het is nog winter maar het voorjaar hangt al een beetje in de lucht. De kraanvogels weten dat en ik ook! De dagen worden ook alweer wat langer, dat is ook heel fijn.
Niets brengt de zon in je dag zoals een zelfgebakken koekje, en de Franse ‘Langue de chat’, ofwel ‘kattentongen’, zijn daarvoor ideaal. Deze charmante koekjes, benoemd naar hun langwerpige, tongachtige vorm, zijn heerlijk licht en knapperig.
Deze subtiele lekkernijen zijn niet alleen perfect als solosnack, maar doen het ook uitstekend als begeleiding bij desserts, zoals bij een schaaltje chocolademousse. Onlangs vertelde een dorpsgenoot uit Frankrijk mij hoe zij deze kattentongen serveert met “Le sabayon au marsala”, een weelderig Italiaans dessert bereid met zoete wijn.
Herinneringen aan deze koekjes voeren mij terug naar de bezoekjes aan mijn grootouders. Mijn oma had altijd een sierlijk versierde koekjestrommel klaarstaan, gevuld met deze knapperige lekkernijen. Ze benadrukte altijd hoe belangrijk het was om het trommeltje goed te sluiten, zodat de koekjes hun verse knapperigheid behielden. Deze koekjes zijn verweven met mijn jeugdherinneringen; zelfs toen koesterde ik al een voorliefde voor fraaie koektrommels. Mijn grootouders woonden in een statig herenhuis in Amsterdam, compleet met steile, hoge trappen en prachtig bewerkte plafonds waar de echo’s van gelach en gekraak van dunne koekjes samenvloeiden tot een zoete symfonie van nostalgie.
En nu, terug naar het heden en het recept waarmee je zelf ongeveer 35 à 40 van deze nostalgische koekjes kunt maken.
Ingrediënten
160 gram poedersuiker
160 gram meel
1 ei of 2 (ook ongeveer 160 gram)
snuf zout
2 theelepels vanille aroma
Bereidingswijze ‘Langue de chat’: Verfijnde elegantie in elke hap
Voordat je begint, enkele cruciale tips voor de perfecte ‘Langue de chat’. Zorg dat de roomboter op kamertemperatuur is; zacht, maar niet gesmolten, en vermijd het gebruik van de magnetron hiervoor. Het is essentieel om zowel het meel als de poedersuiker te zeven voor een fijne textuur. Gebruik alleen poedersuiker voor een optimaal resultaat. Hoewel ik scharreleieren prefereer, kun je voor dit recept ook enkel eiwitten gebruiken.
Dit is een roerdeeg, wat betekent dat het gemengd wordt met een lepel of een platte spatel tot een consistentie die vergelijkbaar is met dikke yoghurt. Voor het beste resultaat en een gelijkmatige vorm, gebruik je een spuitzak om de koekjes op een met bakpapier beklede bakplaat te spuiten, of nog beter, op een siliconenmatje, waarop ze mooi uitvloeien.
Heb je geen spuitzak? Een diepvrieszak waarvan je een hoekje afknipt werkt ook prima. Begin met het voorverwarmen van je oven op 180°C. Meng in een beslagkom de zachte boter met de poedersuiker, een snufje zout en wat vanille aroma tot een gladde massa. Voeg vervolgens het eimengsel toe en roer door tot volledig opgenomen. Voeg daarna geleidelijk de bloem toe en roer tot een mooi glad deeg ontstaat.
Doseer het deeg met de spuitzak in staafjes van ongeveer 8 cm lang op de bakplaat, en laat voldoende ruimte tussen elk koekje omdat ze zullen uitlopen. Bak de koekjes ongeveer 10 minuten; ze moeten binnenin licht blijven terwijl de buitenkant goudbruin bakt. Laat ze vervolgens afkoelen op een rooster en bewaar ze in een luchtdichte koektrommel – deze verleidelijk lekkere koekjes zijn moeilijk te weerstaan!