


Kerstkoekjes, hier in Frankrijk worden ze sablés de Noël genoemd. Deze koekjes bestaan al heel lang. In de 14e eeuw werden de zandkoekjes al beschreven. Denkelijk begint het koekje in Zwitserland. Daar maakten men houten mallen van bijbelse figuren en taferelen.
Ook zijn er voorbeelden gevonden in het middeleeuwse Duitsland. Hier werden de koekjes (lebkuchen) bekend vanwege hun originele vorm. Het verhaal van Hans en Grietje door de broers Grimm in 1812, was een bron van inspiratie voor de eerste kerstkaarten gemaakt van peperkoek. De Nederlandse en Duitse kolonisten introduceerde in de 17e eeuw de eerste echte koekjes vormen. Deze vormen namen ze mee uit de Verenigde Staten. Één van de oudste vormen voor het versieren van de koekjes is een springerie. De mal hiervan bevindt zich in het Zwitserse Nationale Museum in Zürich. Vermoedelijk dateert deze uit de 14e eeuw. Een springerie wordt gebruikt om een afbeelding op het koekje te printen. Aan het einde van de 19e eeuw begon in grote mate het decoreren van de koekjes. Decoreren gebeurt met royal icing, glazuur, suikerparels en kleurstof. Er zijn workshops om het te leren. En het is een leuk familie activiteit om deze koekjes te maken en te versieren. Ook ik maak deze koekjes, daarom heb ik nog enkele tips. Maak het niet te ingewikkeld. Gebruik simpele goede vormpjes. Rudolf het rendier is fantastisch maar ook moeilijk om in de goede vorm te houden. Kies liever voor een simpele kerstboom of een ster. Zorg dat je deeg goed gekoeld is. Een uur is goed, doe je dat niet, dan lopen je koekjes uit tijdens het bakken. Als deeg te lang in de koelkast heeft gelegen dan wordt het te hard. Doe het glazuur/royal icing in een spuitzak met een klein spuitmondje. Heb je geen spuitzak gebruik dan een plastic zakje waar je een klein hoekje uitknipt. Of maak een cornetje van bakpapier. ☆ cornetje maken: neem een rechthoekig stuk bakpapier plusminus 20 bij 30 centimeter. Knip dit diagonaal door. Pak de lange zijde van de driehoek in je linkerhand. Pak nu met je rechterhand de linkerbovenhoek. Draai deze naar de rechterzijde. Pak met je linkerhand de punt. Rol nu met je rechterhand de rest van het papier erom heen. Er zal een puntzak ontstaan. Zorg dat de punt gesloten blijft. Er blijft 1 punt uitsteken, vouw die naar binnen. Vul het zakje met bijvoorbeeld
royal icing of gesmolten chocolade. Vouw het aan de bovenkant dicht. Schep het zakje niet te vol, dan wordt het één grote kliederboel met het dichtvouwen. Knip een heel klein puntje af. Knijp voorzichtig om te kunnen spuiten. Het is heel belangrijk dat er geen klontjes inzitten anders raakt de opening van het zakje verstopt. Raak niet gefrustreerd als je de eerste keren geen super mooie patronen kan spuiten. Het lijkt simpel maar je hebt best wel wat ervaring nodig voordat het perfect lukt.
Wat heb je nodig voor de sablés de Noël:
– 250 gram bloem
– 125 gram boter
– 1 groot ei
– 125 gram poedersuiker
– snufje zout
– oranjebloesem water (optioneel)
– beetje bakpoeder
– kaneel
Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 180°C. Meng het meel, de suiker, bakpoeder en de kruiden. Voeg de boter in kleine blokjes toe. Meng alles goed. Voeg het ei en oranjebloesem water toe. Kneed het deeg tot een mooi geheel. Rol het deeg op en verpak in huishoudfolie. Leg één uur in de koelkast. Strooi wat bloem op de werkplek en de roller. Rol goed uit, steek de vormpjes uit het deeg. Leg ze op bakpapier op een ovenplaat. Bak ze in ongeveer 10 à 15 minuten. Als de buitenkant van de koekjes bruin van kleur worden, zijn de koekjes klaar. Laat ze helemaal afkoelen voordat je ze gaat versieren. Voor het versieren kan je glazuur maken of royal icing. Voor royal icing gebruik je eiwit, voor glazuur water. Glazuur is makkelijker om te maken en de ingrediënten heb je meestal wel in je voorraadkast liggen. Zelf kies ik meestal voor royal icing, de uitstraling is wat professioneler en als het uitgehard is, heeft de topping iets meer knapperigheid.
Simpel glazuur:
– 300 gram poedersuiker
– 2 eetlepel water, beetje citroensap
– paar druppels aroma voor de smaak (optioneel)
– 1 druppel kleurstof
Recept voor royal icing:
– 450 gram poedersuiker
– 2 eiwitten vloeibaar
– 2 theelepels kleurstof
– citroensap
– ongeveer 10 ml water, om de royal icing dunner te maken, deze hoeveelheid is variabel. Te dunne royal icing loopt van het koekje af. De juiste vloeibare consistentie is belangrijk. Je kunt ook eiwitpoeder gebruiken in plaats van vloeibare eiwitten.
Eiwit poeder is online te koop.
Zelf vind ik dat je het verschil proeft tussen eiwitpoeder en echte eiwitten. En echte eiwitten vind ik persoonlijk beter om mee te werken. Ook vind ik de smaak van echte eiwitten lekkerder. Wel is er altijd een kleine kans op salmonella omdat je met rauwe eieren werkt. Maar je gebruikt relatief ook veel suiker en door dat hoge suikergehalte maakt de salmonella vrijwel geen kans om te overleven. Ook is mij verteld dat de opdroogtijd van het eiwit de kans op salmonella heel erg verkleind. Mocht je weten dat je de koekjes gaat serveren aan mensen met verminderde weerstand kies dan voor gepasteuriseerd eiwit. Voor de rest is het makkelijk. Klop de eiwitten luchtig op, suiker erbij en je hebt royal icing. Een beetje wijnsteenzuur of citroensap maken de royal icing stabiel. Royal icing heeft namelijk de neiging om zich wat te scheiden, als het wat langer staat. Mocht je royal icing of glazuur te dik zijn voeg dan een heel klein beetje water toe. Kleurstoffen voeg je altijd eerst toe. Dus voordat je de royal icing of glazuur gaat verdunnen. Voor zowel de glazuur als de royal icing is het goed mengen belangrijk. Doe de glazuur in een spuitzak met een klein spuitmondje. Ik spuit meestal eerst de buitenste rand, dan wacht ik tot die rand iets is opgedroogd. Daarna ga ik het figuurtje opvullen. Met een satéprikker verdeel ik de royal icing.
Je kunt ook kiezen voor kant en klare glazuur uit een zakje. En er is genoeg te koop om de figuurtjes te versieren, zoals suikerparels en gekleurden hagelslag.
Nog een paar tips/ideeën:
☆ Zorg voor koel deeg. Als je vaker koekjes gaat maken zijn twee latjes heel makkelijk. Mijn latjes zijn een halve centimeter dik. Ik rol het deeg tussen de latjes met een goede deegroller. Op deze manier is mijn deeg overal even dik.
Heb je geen spuitzak, voor het spuiten van het glazuur kan je ook van bakpapier kleine cornetjes maken. Als je het glazuur hebt aangebracht en je wilt stippen of strepen maken, doe dat als het glazuur nog nat is. De contrasterende kleuren glazuur zullen worden opgenomen in de eerste laag glazuur. Neem de tijd, het uitharden van het glazuur kan enkel uren duren. Ben je niet tevreden. Je kunt nog glazuur spuiten op de laag glazuur die al hard is.
Glazuur bewaren doe je in luchtdichte verpakkingen. Zoals met veel recepten is het oefenen belangrijk. Mijn eerste poging was een drama. Mijn koekjes verloren hun vorm, tijdens het bakken. Ook het spuiten van het glazuur is best een dingetje. Maar door niet op te geven lukt het elke keer beter. Begin gewoon simpel. Mocht je je koekjes willen ophangen in de kerstboom, prik dan voor het bakken een gaatje in het deeg. Na het bakken kan je er een lintje door heen doen. Veel bak plezier!
#sablésdenoël #sablés #noël2023 #recettefacile #recettenoel #noëlmagique #atelierphilippine #aquarelartist #kerst #illustrator #illustraties #workshops #webwinkel #kookschrift #kookboek #winsorandnewton #drawing #doodeling #blogger #blog #blogeuse #food #fooddesign #foodpainting #frankrijk #bourgogne #peinture #peinture #peintureaquarelle #koekjesdecoreren #koekjesbakken #kerstmis #christmas #christmasfood #christmasmood
#christmasspirit
Plaats een reactie