Heel veel prachtige daslook dit jaar in de Bourgogne
🌿 Daslook pesto – een potje lente uit mijn voedselbos
🍃 Intro:
Ik ben in de gelukkige positie dat ik op meerdere plekken daslook kan plukken. Je herkent daslook meteen aan de geur — en dat is maar goed ook, want je moet wel zeker weten dat je de juiste plant hebt. Het seizoen is kort, maar een paar weken per jaar, en juist daarom geniet ik er extra van.
Voor mij is daslook pesto maken inmiddels een traditie geworden. Het moment dat de daslook er weer is, voelt als het echte begin van de lente.
Tijdens het plukken en het maken van de pesto voel ik me vooral dankbaar. Zoveel vers groen, gewoon uit de natuur. Ik maak vaak meerdere potjes, want ik geef ze graag cadeau — met een mooi lintje, een etiket en soms een kleine aquarel van het recept. Terwijl ik bezig ben, denk ik al aan de blije gezichten van de ontvangers… en aan alle manieren waarop ik deze pesto zelf weer ga gebruiken.
🧄 Recept: daslook pesto
Ingrediënten
70 gram verse daslook bladeren (gewassen, gedroogd en in stukjes gesneden)
30 gram walnoten
30 gram pijnboompitten (kort geroosterd in de koekenpan)
75 gram geraspte Parmezaanse kaas
70 gram zonnebloemolie, of avocado olie
60 gram olijfolie
Sap van 1 biologische citroen + wat rasp
1 mokkalepel honing
Peper en zout naar smaak
👩🍳 Bereidingswijze
Was de daslook zorgvuldig en dep de bladeren goed droog. Snijd ze grof.
Rooster de pijnboompitten kort in een droge koekenpan tot ze licht goudbruin zijn.
Doe alle ingrediënten in een keukenmachine.
Mix tot een smeuïge pesto.
Is de pesto te dik? Voeg dan wat extra zonnebloemolie toe.
Breng op smaak met peper en zout.
Schep de pesto in schone potten.
Heel veel prachtige daslook dit jaar in de BourgogneDaslook uit eigen voedselbos, daslook groeit graag in bossenWalnoten uit eigen tuin, behalve walnoten ook pijnboompitten gebruiktAlles in de keuken machine, is de pesto te dik wat extra olie toevoegenParmazaanse kaas vers gerasptEen klein lepeltje honing uit het “parc du Morvan” haalt de scherpte van de pesto afDit is zo lekker! Zoveel toepassingen zijn er met de huisgemaakte pestoHier word ik heel blij van!
🍽️ 3 heerlijke manieren om daslook pesto te gebruiken
🍲 In de soep
Roer een lepel pesto door een zachte groentesoep, zoals courgette- of aardappelsoep. Het geeft direct een frisse, kruidige smaak.
🍝 Door de pasta
Meng de pesto door warme pasta met een scheutje kookwater voor een romige saus. Simpel en onweerstaanbaar.
🥖 Op vers stokbrood
Smeer de pesto royaal op een knapperig stukje stokbrood. Misschien wel de puurste manier om ervan te genieten.
De lente zit voor mij niet in de kalender, maar in de geur van vers geplukte daslook en een potje pesto op tafel.
Mijn droom is om ooit mijn eigen olijven en olijfolie te produceren. Voor mij is de olijf één van de meest waardevolle ingrediënten: tijdloos, puur en veelzijdig. De olijfboom zelf blijft me fascineren, met zijn slanke blauwgroene blaadjes en de rijke geschiedenis die hij met zich meedraagt. Het voelt bijna symbolisch om dit project stap voor stap, met liefde en geduld, voort te zetten.
Maar mijn dromen gaan verder. Ik wil graag bijen houden en ooit de overgebleven honing uit de honingraten zelf bottelen. Ik zie mezelf ook paddenstoelen kweken en een botanische tuin aanleggen: een plek vol leven, waar insecten en vogels zich thuis voelen.
Het begint vaak met een klein zaadje in mijn hoofd, een gedachte die wortel schiet. En dan volgt de rest als vanzelf. Vandaag zag ik mijn allereerste olijven groeien. Een klein begin, maar het voelt als het startpunt van iets groters. En zoals met alles in de natuur: de rest volgt…
Het groene goud: mijn olijfboom en eerste olijven
Bij een heerlijk temperatuurtje van 25 graden staat mijn olijfboom te stralen – en vandaag ontdekte ik de allereerste olijven! Het blijft bijzonder: olijfbomen kunnen honderden jaren oud worden en pas na vier à vijf jaar echt rijkelijk vruchten dragen.
De boom zelf vind ik prachtig, met zijn blauwgroene, smalle blaadjes en eeuwenoude symboliek. De olijfboom staat niet alleen voor vrede, liefde en trouw, maar draagt ook de kracht van hoop, overwinning en een positieve toekomst. Als één van de oudste bomen ter wereld komt hij terug in talloze tradities.
Vroeger was een olijfboom een kostbaar bezit. Olijfolie – het ‘groene goud’ – werd eeuwenlang geroemd om zijn zuiverende werking en enorme waarde. Vandaag voelde ik mij rijk toen ik die kleine, groene vruchtjes zag verschijnen. Natuurlijk kon ik het niet laten om er meteen een aquarel van te maken. En ja, ik droom ervan om ooit mijn eigen olijven te oogsten én olijfolie te bottelen…
10 leuke weetjes over de olijf
🌳 Olijfbomen kunnen meer dan 1000 jaar oud worden. In sommige mediterrane landen staan nog exemplaren van ruim 2000 jaar.
🍈 De olijf is technisch gezien geen groente, maar een steenvrucht.
🫒 Verse olijven zijn niet eetbaar door de bittere stof oleuropeïne. Ze moeten eerst behandeld of gefermenteerd worden.
🌞 Olijfbomen hebben veel zonlicht en warmte nodig, maar kunnen verrassend goed tegen droogte.
🍃 Eén boom kan wel 20 tot 90 kilo olijven per jaar geven, afhankelijk van leeftijd en verzorging.
🫒 Er bestaan meer dan 1000 verschillende olijvensoorten, elk met hun eigen smaakprofiel.
🍸 De olijf wordt al sinds 3000 v. Chr. geteeld in de Middellandse Zee.
🫒 Olijven verschillen in kleur door de rijpheid: groene olijven zijn onrijp, zwarte zijn volledig gerijpt.
🌿 Olijfolie is rijk aan gezonde enkelvoudig onverzadigde vettenen antioxidanten.
🌍 Olijfbomen symboliseren vrede; een olijftak is wereldwijd hét teken van verzoening.
Olijven in een pot zetten (conserveren)
Om zelf geoogste olijven eetbaar te maken, kun je ze inleggen:
Bitterheid verwijderen: Olijven worden eerst een paar weken in water gelegd, waarbij je het water regelmatig ververst.
Pekelbad: Daarna gaan ze in een mengsel van water en zout (pekel) om verder te rijpen. Dit kan enkele weken duren.
Op smaak brengen: Voeg kruiden toe zoals knoflook, tijm, laurier of citroen.
Bewaren: Doe de olijven in gesteriliseerde potten en bewaar ze in hun pekel of in olie.
Hoe wordt olijfolie gemaakt?
De basisstappen voor olijfolie zijn verrassend eenvoudig, al vraagt het wel om de juiste apparatuur:
Oogsten– meestal in de late herfst, wanneer de olijven rijp zijn.
Wassen en malen – de hele olijven (met pit) worden gemalen tot een pasta.
Kneden– de pasta wordt rustig gekneed zodat de kleine oliedruppels samenkomen.
Persen of centrifugeren – hiermee wordt de olie van het water en de vaste delen gescheiden.
Filteren – de olie wordt helder gemaakt en klaar voor gebruik.
Het resultaat? Extra vergine olijfolie: het vloeibare goud dat al eeuwen symbool staat voor gezondheid en rijkdom.
“Elke olijf vertelt een verhaal, elke druppel olie een traditie.”
*Eindervaring & recept-tip:
Soms zijn de simpelste combinaties het allerlekkerst. Neem een goede olijfolie van topkwaliteit, een snufje zeezout en een verse baguette – meer heb je eigenlijk niet nodig om pure geluksmomenten op je tong te beleven.
👉 Nog twee heerlijke variaties:
Olijfolie & balsamico – een klein schaaltje met olijfolie, een druppel dikke balsamicoazijn erbij en wat versgemalen zwarte peper. Perfect om brood in te dippen.
Olijfolie met kruiden – meng olijfolie met fijngesneden rozemarijn, tijm, een beetje knoflook en een snuf chili. Even laten trekken en je hebt een geurige dip die naar de Middellandse Zee smaakt.
Simpel, eerlijk en altijd verrukkelijk – olijfolie in haar puurste glorie.
“In juli, als de hitte alles vertraagt, is een ijsje (uit eigen tuin) het allerlekkerst.”
Elke Bourgondische zomer is het raak – dan begint het grote ijsjes maken! Wanneer de thermometer richting de 40 graden kruipt (zoals nu!), trek ik me terug in de koelte van de keuken en tover ik fruit uit de tuin om tot heerlijke verkoelende traktaties. Waterijs, fruitijsjes, en ook romige varianten, alles passeert de revue.
Eén van mijn favorieten is perenijs: fris, subtiel zoet en verrassend zacht van smaak. De peren voor mijn ijsjes zijn soms nog niet helemaal rijp in de tuin, dus koop ik dan biologische exemplaren – voelt altijd een beetje gek als je alles normaal zelf oogst uit moestuin of boomgaard. Maar: voor goede ijsjes mag dat best.
Behalve fruitijsjes maak ik ook speelse ijsjes, zoals bevroren plakjes banaan op een tapasprikker, even invriezen, dippen in gesmolten chocolade en daarna door gehakte nootjes halen. Superleuk om te doen, vooral met Lies – die dol is op manga en alles wat ‘kawaii’ is (lees: schattig). Daarom heb ik inmiddels een flinke verzameling schattige ijsvormpjes. Van mini tot maxi. En als je geen vormpjes hebt? Een leeg yoghurtbakje en een houten stokje volstaan ook.
Dit voorjaar maakte ik zelfs ijsjes met vlierbloesemsiroop. Eén variant met lavendel, één met citroen – beide verrassend verfijnd. En in mijn kookboek staan drie geliefde Franse familie-recepten voor ijsjes, inclusief een vrolijke aquarel van mezelf in het zwembad, gestippeld badpak, zwemband, ijsje in de hand… Je ziet het zomerplezier er zo vanaf spatten.
🍐 Recept: Perenijsjes (± 4 stuks)
Ingrediënten – 2 grote peren (geschild, zonder klokhuis, in blokjes – ± 250 g) – 1/4 biologische citroen (sap) – 1 eetlepel honing (ik gebruikte honing van de imker uit de Morvan) – 1 snufje fijn zeezout – 6 eetlepels water – 1 mokkalepeltje vanille-extract
Bereiding
Pureer alles in de keukenmachine tot een gladde massa. Je hebt ± 260 ml nodig.
Voeg eventueel een beetje water toe tot je op volume zit.
Giet het mengsel direct in de ijsvormpjes – perensap verkleurt namelijk snel!
Zet de stokjes erin en vries 4–6 uur.
Heb je geen stokjeshouder? Steek ze er dan na 1–2 uur in, als het mengsel al iets steviger is.
Houd de vorm even onder warm water om de ijsjes makkelijk los te krijgen.
💡 Tip van Pien: gebruik het liefst rijpe peren met een zachte smaak, en zorg dat je snel werkt na het pureren om verkleuring te voorkomen!
🍌 Extra leuk: mini-bananenijsjes met topping
Snijd banaan in plakjes, steek ze op tapasprikkers, vries 2 uur in, dip in gesmolten chocolade en rol door fijngehakte nootjes, kokos of granola. Nog even rechtop in een glas terug in de vriezer en klaar! Grotere ijsjes? Snijd dan grotere stukken banaan, zorg dat ze elkaar niet raken in het glas.
Zelf fruitijsjes maken is echt een feestje – zeker als het buiten zinderend heet is en de tuin uitpuilt van rijp fruit. Je kunt volop variëren: laagjes maken (watermeloen, kiwi, aardbei), siroop toevoegen, of zelfs met yoghurt experimenteren voor zachtere structuren.
En het mooie? Zo’n ijsje is klein… maar groots geluk in juli.
“Een ijsje is misschien klein, maar het is groot geluk – vooral als je het zelf hebt gemaakt.”
🍓 Suggesties voor goede fruitsoorten voor ijsjes:
Vlierbloesem/lavendel (voor siropen als smaakmaker)
👩🍳 Heb jij wel eens zelf fruitijsjes gemaakt? Wat zijn jouw favoriete smaken of combinaties? Laat het me weten – ik ben benieuwd naar jullie creaties!
“Eenvoud is niet het tegenovergestelde van rijkdom, het is de rijkdom zelf.”
Toen ik samen met mijn dochter en schoonzoon emigreerde naar de Bourgogne, had ik bepaalde dromen. Niet alles kwam uit — maar eerlijk? Dat ligt niet aan het land. Eén grote wens is wél werkelijkheid geworden: leven van onze eigen moestuin en eitjes van de kippen. In de zomer is er overvloed, echt waar. Dan ben ik dagen bezig met inmaken: courgettes, witte kool, komkommer, pepers… noem maar op. Vandaag tikte de thermometer de 35 graden aan, zelfs voor mij is dat warm, maar de tuin? Die bloeit.
De eerste watermeloenen verschijnen, de mandarijnen groeien door van juni tot februari, en mijn citroenboom laat al kleine vruchtjes zien. De aardbeien en blauwe bessen pluk ik letterlijk met bakken tegelijk, en de frambozen volgen snel. Straks komen de vijgen, appels, pruimen en walnoten eraan. Alles groeit, alles leeft. En dankzij de bloemen en bomen voor vlinders en bijen is de tuin ook écht vruchtbaar. Bij ons nieuwe kleine gehucht — een hameau met slechts een paar huizen — dromen we van onze eigen bijen en misschien zelfs van paddenstoelen kweken.
We hebben ons goed aangepast aan het Franse klimaat en een siësta in de hangmat, in de schaduw onder het bladerendak, is zo zalig. Mijn klanten en vrienden hier zijn ook royaal. Gisteren kreeg ik een pot aalbessenjam, verrukkelijk. Soms krijg ik tomaten, dan weer een emmer peren. De ruilhandel van het platteland leeft hier echt. Vandaag lunchte ik zoals ik bijna elke dag doe: buiten, aan een houten tafel in de schaduw, met een bord pasta met gegrilde groenten, een schepje zoetzuur courgette als bijgerecht, en een eitje van onze eigen kippen — die zichzelf momenteel verstopt hebben onder de bomen om aan de hitte te ontsnappen. Ze hebben hun badje en schaduwplekken, dus ze redden zich wel.
Het is werk, zo’n tuin. Maar wat je ervoor terugkrijgt, is onbetaalbaar: smaak, gezondheid en verbondenheid met het seizoen. 🌿
“La terre ne ment pas – wie met liefde zaait, oogst altijd meer dan alleen voedsel.”
🍋 Recepttip: Courgette zoetzuur (als bijgerecht)
Wat heb je nodig:
2 middelgrote courgettes (in dunne plakjes)
250 ml witte wijnazijn
200 ml water
150 g suiker
1 theelepel mosterdzaad
1 theelepel kurkuma
1 kleine ui, in fijne ringetjes
Zout naar smaak
Bereiding:
Strooi wat zout over de courgetteplakjes en laat ze een uurtje uitlekken.
Spoel ze daarna af en laat goed uitlekken.
Breng de azijn, water, suiker, kruiden en ui aan de kook.
Voeg de courgettes toe en laat 3 minuten meekoken.
Schep alles in schone potten en sluit af. Laat minimaal 3 dagen staan voor gebruik.
Heerlijk bij een stukje brood, gegrilde groenten of een zomerse maaltijd buiten onder de bomen 🌞
Vanmorgen scheen het Bourgondische zonnetje door mijn keukenraam naar binnen, en van zo’n Frans zonnetje raak ik bijna buiten zinnen. Vol liefde maakte ik een zalig zondagsochtendontbijt – eieren met dooiers vol oranje maïskleur van mijn eigen geliefde kippen, broodjes, gebakken in boter om in de dooiers te dippen, en de verrukkelijke jam op precies het juiste formaat brood – niet te klein en niet te groot, gemaakt met aardbeien uit eigen tuin, zo rood en vol smaak, dat iedereen ervan smult, dat is altijd raak.
Fijne zondag allemaal, geniet van het “belle vie, O, la la oui, oui”.
🌿 Wanneer de lente de Bourgogne kust, vullen langere dagen zich met zon, lentegeluiden en het tedere moment van een flesje voor een pasgeboren lammetje.
Vraag je mensen wat de lente voor hen symboliseert, dan hoor je vaak dezelfde antwoorden: lammetjes, kippen en eitjes, de paashaas of paaskip, kleurrijke lentebloemen, een stralend zonnetje, langere dagen en lichtere kleding. Winterjassen verdwijnen naar de berging en de lentekleding komt weer tevoorschijn. De grote voorjaarsschoonmaak begint, en als je een tuin of balkon hebt, is het tijd om die weer klaar te maken voor het mooie seizoen. Wandelen in de zon en genieten van een kopje koffie in de ochtendzon – het hoort er allemaal bij.
Voor ons draait de lente vooral om lammetjes. Die kleine, wollige bolletjes energie! Dit jaar hebben we de komst van de lente op een wel heel bijzondere manier beleefd. Bij onze hooiboer Vincent hadden we ons opgegeven als vrijwilliger om te helpen bij de lammetjestijd. Hij heeft een grote kudde schapen en in het voorjaar worden er heel veel lammetjes geboren. Meestal verloopt dat zonder problemen, maar soms overlijdt een moeder en moet zo’n kleintje met de fles grootgebracht worden.
Hoewel we inmiddels behoorlijk wat ervaring hebben met boerderijdieren en het leven op het Franse platteland, waren lammetjes nog vrij nieuw voor ons. Wat een ontdekking! Ze zijn nóg liever dan we dachten, piepklein en ze maken de schattigste, hoge sprongetjes. En geloof me, zo’n melkflesje is in no time leeg!
Met de inmiddels lenteachtige temperaturen in de Bourgogne blijven de lammetjes eerst nog even op stal. Daar wordt goed in de gaten gehouden of ze gezond zijn en krijgen ze, indien nodig, extra voeding met de fles. En daar mochten wij dus bij helpen. Het was een fantastische middag en een ervaring om nooit te vergeten.
Meer dan ooit geniet ik van dit boerenleven en van alles wat de lente met zich meebrengt. Alle typische lentebeelden kloppen, maar voor ons steken de lammetjes er toch met kop en schouders bovenuit. En mocht Vincent nog hulp nodig hebben? Dan hoeft hij alleen maar te appen – we staan direct klaar! 😉
In de gouden gloed van de Bourgondische zon eindigt elke lentedag met tevreden lammetjes en een hart vol boerenliefde 🌅
Persoonlijke ervaring: Emigreren naar de Bourgogne en werken
Bijna vier jaar geleden besloten we om ons leven een nieuwe wending te geven en naar de Bourgogne te verhuizen vanuit het drukke Haarlem in de randstad. Wij, Philippine en mijn familieleden, zijn een prachtig voorbeeld van hoe een emigratie niet altijd het pad volgt dat je van tevoren had uitgestippeld, maar uiteindelijk toch het mooiste resultaat oplevert.
Mijn naam is Philippine. Voor onze verhuizing naar Frankrijk was ik zelfstandig ondernemer met een kapsalon aan huis, werkte ik bij de Albert Heijn en was ik kunstenaar en organisator van schilderworkshops.
Mijn dochter Lies, die drietalig is opgevoed, werkte in Nederland bij een kringloopwinkel en had een dierenopleiding afgerond. Mijn schoonzoon, een ingenieur, werkte bij een ingenieursbedrijf. Ongeveer zes weken na onze emigratie werd mijn schoonzoon benaderd door een groot bedrijf. Via-via had men gehoord dat er een uitstekende ingenieur in de regio was komen wonen – en dat blijkt in deze afgelegen gebieden niet heel gebruikelijk te zijn. Hij solliciteerde als formaliteit, maar werd meteen aangenomen, en inmiddels is hij niet alleen ingenieur, maar ook manager! Voor deze functie rijdt hij wel dagelijks ongeveer drie kwartier naar een grotere plaats.
Voor mij, als kapster, was het een heel proces om mijn diploma’s te laten omzetten naar het Franse equivalent. Gelukkig had ik nog mijn originele diploma’s en zelfs een krantenknipsel waarin ik werd genoemd voor het openen van mijn eerste kapsalon “All that hair”in Heemstede.
Na ongeveer drie maanden communicatie was het uiteindelijk gelukt. Dochter Lies, die haar jeugd ook gedeeltelijk in Frankrijk had doorgebracht, kon haar diploma’s eenvoudig omzetten naar Frans niveau. Met haar taalvaardigheid en ervaring kan zij nu werk vinden in diverse sectoren zoals toerisme, de banksector, maneges of zelfs bij vakantiepretparken zoals het Pal.
Hoewel we in het begin dachten in onze oude vakgebieden verder te gaan, hebben we uiteindelijk een heel ander pad ingeslagen. Moeder Philippine en dochter Lies besloten een nieuw avontuur aan te gaan en richtten “Coukoelifestyle” op, een bedrijf waar food en art elkaar ontmoeten. Hier combineren we onze liefde voor kunst, eten en het Franse leven, met als doel anderen te inspireren door middel van creativiteit en smaakvolle producten.
Onze ervaring leert dat emigreren naar een land als Frankrijk, en vooral naar het rustige platteland, veel uitdagingen met zich meebrengt, maar ook ongelooflijk veel mogelijkheden. Of je nu je diploma’s moet omzetten of nieuwe kansen in een ander vakgebied ontdekt, het belangrijkste is om flexibel te blijven en open te staan voor het onbekende. Wij zijn dankbaar voor de kans om in deze prachtige omgeving een nieuw hoofdstuk in ons leven te schrijven!
De praktijk: Droom je van een rustig leven op het Franse platteland? Het leven tussen de wijngaarden, bossen en schilderachtige dorpjes klinkt idyllisch, maar hoe vind je werk in deze rustige omgeving? Een goede voorbereiding is essentieel.
Op het Franse platteland is werk vaak seizoensgebonden en gerelateerd aan landbouw, toerisme of lokale ambachten. Als je een specifieke vaardigheid hebt, zoals timmeren, tuinieren of horeca-ervaring, kun je hiermee een voorsprong hebben. Zorg er wel voor dat je je diploma’s laat omzetten naar Franse equivalenten via het ENIC-NARIC-netwerk. Dit is vooral belangrijk voor gereguleerde beroepen, zoals in de zorg of het onderwijs.
Het spreken van de Franse taal is bijna een vereiste, zeker in landelijke gebieden waar Engels minder gangbaar is. Investeren in een intensieve taalcursus voordat je verhuist, maakt een wereld van verschil. Bovendien helpt het om lokale netwerken op te bouwen; vaak hoor je over werk via mond-tot-mondreclame.
Hoewel het platteland rustig is, biedt het veel kansen voor zelfstandigen en ondernemers. Denk aan een eigen chambre d’hôtes, een gîte, of een lokaal restaurant. Met een goed businessplan en goede ideeën kom je een heel eind, en een lange adem. Alles gaat wat langzamer in Frankrijk en er is zoveel papierwerk, zelfs de Franse zelf geven dat toe.
Als je in Frankrijk op zoek bent naar werk, zijn er veel mogelijkheden om aan de slag te gaan. Online platforms zoals LinkedIn en Indeed zijn populaire plekken om vacatures te vinden, net als in Nederland. Maar denk ook aan het sturen van open sollicitaties naar bedrijven die jou aanspreken. Soms is persoonlijk contact de sleutel, vooral in kleinere gemeenschappen.
Het is belangrijk om een netwerk op te bouwen. Probeer mensen in jouw omgeving te leren kennen en laat hen weten dat je werk zoekt. Zelf heb ik dit gedaan via de plaatselijke wandelvereniging, de bibliotheek en zelfs een knutselclub. Zulke lokale contacten kunnen verrassend waardevol zijn, zeker als het gaat om informele tips over vacatures die niet online staan.
Daarnaast is het aan te raden om langs te gaan bij Pôle Emploi, de Franse instantie die werkzoekenden en bedrijven met elkaar verbindt. Hier kun je niet alleen terecht voor hulp bij het vinden van een baan, maar ook voor advies over uitkeringen, cursussen en opleidingen die jouw kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Het doel van Pôle Emploi is om de werkloosheid in Frankrijk laag te houden, en ze bieden veel praktische ondersteuning.
Let er wel op dat je ook in Frankrijk zelf verantwoordelijk bent voor je inkomsten. Uitkeringen worden niet zomaar verstrekt, en zeker niet aan nieuwe emigranten. Zorg daarom voor een buffer of spaarpotje om eventuele financiële tegenvallers op te vangen.
In een volgend blog deel ik meer over het starten van een eigen bedrijf in Frankrijk: welke rechtsvormen er zijn en welke het meest geschikt zijn voor emigranten. Blijf ons volgen voor praktische tips en ervaringen!
Emigreren naar het Franse platteland vraagt om flexibiliteit, maar met voorbereiding en doorzettingsvermogen kun je er een succesvol en ontspannen leven opbouwen.
Leven, leren en ontdekken: onze Franse avonturen met een vleugje realisme en een flinke dosis inspiratie.
Wanneer je overweegt om naar Frankrijk te emigreren, is het goed om te weten dat het vinden van een huisarts of tandarts een behoorlijke uitdaging kan zijn. Voor ons (mijn dochter, schoonzoon en ik) was dat geen verrassing, maar in de praktijk bleek het nog lastiger dan verwacht. Gelukkig hebben we inmiddels een aantal tips en trucs die je kunnen helpen. Geen garantie op succes, maar wel een duwtje in de juiste richting!
Zelf noem ik mezelf ervaringsdeskundige, en met reden. In Nederland liet ik mijn gebit altijd perfect onderhouden: twee keer per jaar naar de tandarts en de mondhygiënist. Maar na een jaar in de Bourgogne zonder tandarts brak mijn achterste kies, en dat bracht ons in een lastige situatie. Wat kun je doen in zo’n geval?
Als je acute pijn hebt of te maken krijgt met een kiesbreuk, kun je naar de eerste hulp van een groot ziekenhuis. Daar word je vaak doorverwezen naar een spoedtandarts. In grotere steden zijn noodtandartsen beschikbaar; via speciale apps of via Facebookgroepen zoals “Raad en Daad in Frankrijk” kun je deze vinden. Voor ons was de dichtstbijzijnde noodtandarts in Parijs, en gelukkig konden we binnen 24 uur terecht. Vanuit Nevers is er een goede treinverbinding naar Parijs, maar omdat mijn schoonzoon die dag vrij was, gingen we met de auto. Na een autorit van 3 uur waren we in Parijs. Binnen een uur was mijn kies voorzien van een noodvulling.
Een tandarts dichter bij huis vinden was een ander verhaal. We hebben ons in een straal van een uur rijden rond onze woonplaats Châtillon-en-Bazois op diverse wachtlijsten laten zetten. Uiteindelijk, via een tip uit een van mijn andere netwerken, hebben we een tandarts gevonden. In Frankrijk wordt veel standaard gebitszorg vergoed, vaak tot 70 procent. Mondhygiënisten zoals in Nederland zijn minder gebruikelijk; dat werk wordt hier meestal door de tandarts gedaan.
Voor een huisarts was het ook een kwestie van volhouden. Aanvankelijk werden we alleen geholpen bij dringende gevallen, maar na veel geduld mochten we ons inschrijven als vaste patiënten. Dit kan lastig zijn, vooral als je afhankelijk bent van regelmatige medische zorg. Het helpt enorm als je de basis van de Franse taal beheerst en een zorgverzekering geregeld hebt in Frankrijk.
Een zorgverzekering krijgen is meestal geen probleem als je een baan of eigen bedrijf hebt. Aanvullende verzekeringen (mutuelles) zijn aan te raden om meer kosten te dekken. De medische zorg in Frankrijk is goed, en eenmaal in het systeem werkt alles efficiënt. Wachttijden voor niet-dringende specialisten kunnen echter lang zijn, net zoals in Nederland.
Het regelen van medische zorg in Frankrijk kan een uitdaging zijn, maar met de juiste voorbereiding en doorzettingsvermogen is het zeker mogelijk. Een basiskennis van de Franse taal is hierbij essentieel. Daarnaast kan het handig zijn om hulp in te schakelen van gespecialiseerde bedrijven. Deze bedrijven kunnen je ondersteunen bij het vinden van een huisarts of tandarts, vooral als je de taal nog niet goed beheerst. Hoewel hier kosten aan verbonden zijn, kan dit een uitkomst zijn voor wie zelf vastloopt.
Sommige emigranten hebben hun Nederlandse zorgverzekering nog even laten doorlopen na emigratie. Dit kan handig zijn in de overgangsperiode, maar bespreek dit altijd goed met je verzekeraar. Een slimme tip is om je medische gegevens mee te nemen op een USB-stick, bijvoorbeeld van je Nederlandse huisarts en tandarts. Nog beter: laat de belangrijkste informatie vooraf vertalen naar het Frans. Dit maakt het proces een stuk eenvoudiger, en zorgverleners waarderen deze extra voorbereiding. Mijn dochters, die drietalig zijn, hebben veel vertaalwerk gedaan, wat zowel de huisarts als tandarts erg op prijs stelden. Deze voorbereiding heeft ons veel tijd en stress bespaard.
Nog een tip: Word lid van de plaatselijke wandelvereniging of bezoek de lokale bibliotheek. Op deze manier leer je mensen kennen uit de omgeving, zowel Fransen als Nederlanders. Vaak wonen zij al langer in de regio en kunnen ze je helpen met adressen en telefoonnummers van tandartsen en huisartsen. Ze zijn meestal bereid om je wegwijs te maken, wat het proces een stuk makkelijker maakt.
“Met geduld, taal en een goede voorbereiding maak je van elke uitdaging in Frankrijk een succesverhaal!”
Hoe is het nu echt om op het platteland van Frankrijk te leven?
Regelmatig krijgen we de vraag hoe het leven hier, op het Franse platteland, écht is. Is er genoeg werk? Kun je leven van je moestuin? En is het leven hier goedkoper dan in Nederland? Het zijn vragen die vaak gesteld worden door mensen die dromen van een nieuw avontuur, maar toch twijfelen. Hoe zit het met het weer, bijvoorbeeld? Of het leren van de Franse taal als je geen talenknobbel hebt? En hoe groot is de afstand tot voorzieningen zoals een huisarts of tandarts – heb je hier eigenlijk altijd een rijbewijs nodig?
Toen ik mijn huis kocht, gingen mijn dochter en schoonzoon mee emigreren . Ik heb nog twee dochters die in Frankrijk wonen en met Fransmannen zijn getrouwd. Het idee was om met mijn jongste dochter en haar manlief, samen en toch gescheiden te kunnen leven in een groot huis. Tijdens de bezichtiging was ik meteen verliefd: een achtertuin van bijna een hectare, een groot huis met een prachtige, authentiek Franse zolder, een hooischuur en een oude koeienschuur. Ja, ik had het gat in het dak wel gezien, maar ach, het was maar klein, dat zou vast geen groot probleem zijn. Mede dankzij dat gat was de prijs van het huis ook wel héél aantrekkelijk.
De eerste weken na mijn emigratie waren fantastisch. Het was zomer, er viel geen spat regen, en het weer was prachtig. Maar toen begon het te regenen. Geen zomers buitje, maar een stevige plensbui die uren aanhield. Al snel bleek dat kleine gat in het dak een groot probleem te zijn. Het water stroomde door de zoldervloer heen en sijpelde het hele huis in. Na een volle dag en halve nacht regen stond het huis gewoon blank.
Gelukkig hadden we paarden en dus ook waterdichte paardendekens. Mijn dochter had de briljante ingeving om die te gebruiken om het gat tijdelijk te dichten. Vervolgens hebben we uren staan dweilen om al dat hemelwater uit het huis te krijgen.
In de Bourgogne is het niet vanzelfsprekend dat je snel een dakdekker kunt vinden, en toentertijd was er ook nog een schaarste aan dakpannen. Uiteindelijk wist mijn Franse schoonzoon dakpannen te regelen, en mijn Nederlandse schoonzoon heeft het dak helemaal gemaakt. Het bleek geen kwestie van “even” het gat dichten – het hele dak moest eraf omdat het hout compleet verrot was. Een maand lang werkte hij eraan, en tegen het einde konden wij meehelpen met het aangeven en omhoog hijsen van dakpannen.
Ik bof met drie energieke schoonzonen, maar één ding is zeker: als iemand mij vraagt waar je op moet letten bij het kopen van een huis in de Bourgogne, zeg ik direct: het dak en de balken. Zijn de balken hol door houtworm? Loop dan heel hard weg, want daar word je echt niet blij van.
Zo open was hetPaardendekens tegen de regen, het werkten ook nog goed!Aan het einde onze nieuwe daken
We merken dat veel mensen overwegen om naar Frankrijk te emigreren, maar soms toch de sprong niet durven wagen. De angst om familie en vrienden te missen, of om je baan op te geven, kan enorm zijn. En stel dat je die Franse taal nooit echt onder de knie krijgt? Deze zorgen zijn begrijpelijk, maar wij hebben zelf ervaren dat het leven hier zoveel te bieden heeft.
Vandaag en in de komende tijd ga ik daarom wat vaker bloggen over onze eigen ervaringen. Van het dagelijks leven hier in de Bourgogne, tot de praktische kanten van wonen op het platteland. Denk aan hoe het is om in je eigen moestuin te werken, of hoe je toch een huisarts vindt, zelfs op het platteland.
En ja, zelfs vragen zoals: “Hoeveel kippen heb je nodig voor voldoende eieren?” of “Leggen kippen het hele jaar door?” komen vaak voorbij. Deze vragen brengen een glimlach op ons gezicht, want het zijn precies de dingen waar je misschien niet bij stilstaat wanneer je droomt van een rustig leven op het Franse platteland. Toch merken we dat veel mensen die ons benaderen ook nadenken over zelfvoorzienend leven.
We leven in hectische tijden, met oorlog, klimaatproblemen en een groeiend gevoel van onzekerheid. Veel mensen vragen zich af: Is er wel genoeg? Laatst las ik een artikel over hoe lang een grote stad kan blijven eten zonder aanvoer van buitenaf, zonder vrachtwagens vol voedsel. Dat zet je toch aan het denken. Hier, op het platteland, halen we veel van ons eten uit onze eigen moestuin, en ons voedselbos biedt ons groenten, noten en paddenstoelen. Maar dat gaat niet vanzelf. Het vraagt werk en kennis – weten wat je kunt eten en wat niet. We kweken inmiddels zelf onze paddenstoelen en weten met zekerheid dat de roze weidechampignons in onze achtertuin volledig veilig zijn om te eten. In het najaar staat de tuin er vol mee, en ze zijn absoluut heerlijk! In Frankrijk wordt “champignons” als algemene term voor paddenstoelen gebruikt, terwijl de champignons die wij in Nederland kennen, daar specifiek champignons de Paris worden genoemd.
Hoewel het romantisch klinkt, is het een levensstijl waarin je met de seizoenen leert leven, waarin hard werken beloond wordt met puur, eerlijk voedsel. Dat geeft rust, maar ook een diep gevoel van voldoening.
Maar laten we wel realistisch blijven: onze ervaringen zijn gebaseerd op het midden van Frankrijk, in de prachtige wijdse Bourgogne. Het leven in het zuiden of noorden van Frankrijk kan weer totaal anders zijn. En ook al deel ik graag onze verhalen, ik besef dat iedereen z’n eigen unieke reis maakt.
Dus blijf vooral lezen, en wie weet help ik je om een duidelijker beeld te krijgen van het leven hier. Of je nu zelf de stap overweegt, of gewoon nieuwsgierig bent naar het plattelandsleven in Frankrijk – ik deel met plezier onze ervaringen met jullie.