Mon petit gâteau au riz

, ,

Rijste-vlaai: een stukje traditie met een Bourgondische twist

Mijn moeder bracht haar jonge jaren door in het prachtige Limburg, een regio die mij altijd heeft aangetrokken. Had ik niet voor de Bourgogne gekozen, dan had ik me daar vast thuis gevoeld. Limburg staat bekend om zijn rijke eetcultuur met gerechten als stoofvlees (zoervleisj), balkenbrij en natuurlijk de beroemde vlaaien. Afhankelijk van waar je in Limburg woont, heeft deze lekkernij verschillende namen: vla, flaai, vlaoij of vlaaj.

Vanaf 22 januari 2024 erkent Europa officieel de Limburgse vlaai als streekproduct. Om deze titel te mogen dragen, moet een vlaai gebakken zijn op Limburgs grondgebied – Nederlands of Belgisch. Daarom mag ik mijn vlaaien officieel niet Limburgse vlaai noemen, maar ze worden wel met evenveel liefde, traditie en smaak gebakken. Sterker nog, ik geef er soms mijn eigen draai aan. Naast de klassieke rijstenvlaai – die ook in Frankrijk als tarte au riz bekendstaat – maak ik bijvoorbeeld een versie met een speculaasbodem, helemaal zelfgebakken. Een krokante speculaasbodem gecombineerd met romige rijstvulling… Dat is voor mij puur genieten!

Leuke weetjes over de Limburgse vlaai
In Limburg is het snijden en serveren van vlaai een kunst op zich. Een traditionele gistdeegvlaai wordt in maximaal 10 stukken gesneden. Een linzentoert – gemaakt met een steviger deeg en vaak gevuld met abrikozen of pruimen – wordt in 14 ruiten gesneden.

Gastvrijheid à la Limburg
Word je in Limburg vlaai aangeboden, dan mag je verwachten dat er minimaal twee keer een stuk jouw kant op komt. Het is een teken van gastvrijheid – en een uitnodiging om zorgeloos te genieten. Dat is ook het mooie van Limburg.

Vers is het lekkerst
De allerbeste vlaai is vers, liefst niet ouder dan één dag. Vooral fruitvlaaien zijn op hun best wanneer ze net uit de oven komen. Maar geen zorgen: zelfs een dag later smaakt een stukje nog altijd heerlijk. De uitzondering hierop is de klassieke linzentoert, die dankzij het stevige deeg juist langer goed blijft en vroeger gebakken werd om langer te bewaren dan gistdeegvlaaien.

In mijn keuken geef ik deze traditie graag een Frans-Bourgondische twist. Soms met een klassieke bodem, soms met speculaasbrokken of zelfs een brooddeeg. Het resultaat? Een perfecte mix van Limburgse nostalgie en Franse charme, heerlijk om te delen – en altijd een feestje op tafel!

*Vandaag trakteerde ik de hoefsmid, mijn dochter en haar man op mijn rijsttaartje. Met dit koude weer smaakte het nog lekkerder, en geloof me, er werd volop van genoten!

Voor mijn vlaai heb ik het volgende gebruikt:

  • 200 gram dessertrijst (riz rond),
  • 1 liter (half)volle melk,
  • 100 gram suiker,
  • goede snuf zout,
  • 1 theelepel vanille-extract
  • halve theelepel kaneelpoeder
  • 2 grote eieren of 3 medium
  • 150 tot 200 gram speculaasbrokken
  • 50 tot 70 gram roomboter

Hoe ik mijn rijsttaartje heb gemaakt:

Eerst heb ik de dessertrijst 7 minuten gekookt in ruim water, daarna afgegoten en laten afkoelen. Vervolgens ging de rijst met melk, de helft van de suiker, een snufje zout, vanille en kaneel op het vuur. Ik liet het mengsel langzaam sudderen tot de melk bijna kookte en roerde regelmatig. Na een half uurtje sudderen liet ik de rijst een nachtje indikken tot een stevige rijstepap – precies zoals ik het wilde.

De volgende dag verwarmde ik de oven voor op 180 graden. Ik klopte 2 eieren van mijn eigen kippen luchtig met de andere 50 gram suiker, totdat ze verdubbelden in volume en een mooie glans kregen. Belangrijk is dat alle ingrediënten op kamertemperatuur zijn. Voor de bodem maalde ik speculaasbrokken tot een grove, poederachtige structuur en mengde dit met gesmolten roomboter. In een met bakpapier beklede springvorm verdeelde ik het speculaasmengsel gelijkmatig met een licht vochtige lepel en drukte het stevig aan. De vorm ging even in de koelkast om op te stijven.

Daarna mengde ik de zoete rijst met het luchtige eimengsel en goot dit voorzichtig in de springvorm. De taart bakte ik in ongeveer 25 minuten (afhankelijk van je oven). Let goed op: te lang bakken maakt de rijst droog, terwijl te kort bakken zorgt voor te weinig stevigheid. Na het bakken liet ik de taart 2 uur afkoelen, haalde voorzichtig de springvorm los en zette hem in de koelkast.

Vlak voor het serveren spoot ik de taart op met vers geklopte slagroom en liet ik hem nog een half uurtje op kamertemperatuur komen. Zo krijg je het perfecte rijsttaartje met een zachte textuur, knapperige speculaasbodem en een vleugje luxe door de slagroom. Smakelijk!

Plaats een reactie