“De mooiste momenten zijn zelden perfect – maar altijd echt.”

In het glooiende hart van de Bourgogne, tussen de uitgestrekte weilanden waar onze paarden vrij lopen, vond dit zomerse tafereel plaats. Ik rijd samen met Lies in onze 4×4 om de paarden te bereiken; Jeroen, onze Nederlandse hoefsmid, komt met zijn eigen terreinwagen. Het is heet, de zon brandt, en de steekvliegen zijn meedogenloos. Maar met een mix van vaseline en vliegenspray houden we ze op afstand – en ondanks de hitte is het weer gelukt: de hoeven zijn netjes bekapt, de paarden gezond en tevreden.

Na afloop is het vaste prik: een kop thee uit de thermosfles, een zelfgebakken taartje en gezellig napraten in de schaduw van de auto. Deze keer wilde ik zelf eens op de foto met Jeroen – geen gestylede opname, maar een royale lach, een hoed tegen de zon, zweethaar, geschaafde benen van de bramen, en plakhanden van de liksteen waarmee we de paarden rustig houden tijdens het bekappen. Een oude korte broek en grote schoenen, waarmee we stevig hechten aan het ongelijkmatige weiland. In een wereld vol filters is het juist dát wat echt geluk laat zien. En ja, ik had kunnen kiezen voor een gestroomlijnde, mooie foto – maar is dit niet véél leuker?

De taart van vandaag had zo z’n eigen avontuur. Twee ovens die dienst weigerden en een ochtend vol vloeken en improviseren eindigden in een heerlijke koekenpantaart – een omgekeerde appeltaart, goudbruin gekaramelliseerd in de pan. Vers gemaakt van eieren, citroenrasp, crème fraîche en een topping van appels, boter, suiker en kaneel. Met een beetje geduld en een deksel van glas kwam het allemaal goed. Ik bewaarde hem koel in een thermostas met een bol crème fraîche ernaast. Thee erbij – earl grey – en water met zout en suiker voor de hydratatie
Het recept van mijn koekenpan taartje:
🍎 Omgekeerde appeltaart uit de koekenpan (Pien’s recept)
Ingrediënten – beslag:
- 2 eieren
- 50 g suiker
- Rasp van 1 citroen (goed schoon geboend)
- 60 g zonnebloemolie
- 30 g crème fraîche
- 1 tl vanille-extract
- 6 g bakpoeder
- 85 g meel
- 5 g zout
Ingrediënten – bodem (wordt later de bovenkant):
- 2 appels (geschild, klokhuis verwijderd, in dunne plakjes)
- 30 g boter
- 45 g suiker
- 4 g kaneelpoeder
Bereidingswijze:
- Maak het beslag:
Klop de eieren, suiker, citroenrasp, zonnebloemolie, crème fraîche en vanille-extract goed luchtig. Voeg dan het meel, bakpoeder en zout toe en klop alles tot een glad, luchtig beslag. Zet het even opzij. - Bereid de koekenpan voor:
Laat de boter in de pan langzaam smelten op laag vuur. Voeg de suiker toe en laat deze karamelliseren op het allerlaagste vuur – blijf erbij, het mag niet verbranden. - Appels in de pan:
Haal de pan even van het vuur. Leg de appelplakjes als dakpannetjes netjes in de warme karamel. Bestrooi met kaneelpoeder. - Giet het beslag erover:
Schenk het beslag voorzichtig over de appels. Dek de pan af met een glazen deksel (zo kun je de voortgang zien) en zet hem terug op laag vuur. - Bakken:
Laat de taart zo’n 20 minuten garen. Controleer met een tandenstoker – die moet er schoon uitkomen. De bovenkant moet gaar zijn, de onderkant mag licht gekaramelliseerd zijn, maar niet zwart. - Storten en serveren:
Laat de taart een paar minuten rusten. Keer hem dan om op een groot bord: de appels liggen nu bovenop. Laat afkoelen. - Serveren:
Serveer lauwwarm of koud, met een flinke lepel crème fraîche of eventueel een bolletje vanille-ijs.
Tevreden paarden, mooie hoeven, blije mensen – en met een kommetje thee en taart smaakt zelfs het bekappen naar meer!

