
Kweepeer gelei – een klassieker met geduld
Ik heb jullie laatst al meegenomen in mijn stoofkweeperenblog, maar kweepeer gelei is zo’n klassieker dat ze een eigen plek verdient. Het maken van gelei vraagt geen ingewikkelde techniek, maar wél geduld. Je hebt kweeperen nodig, water, suiker – en vooral tijd, want de vruchten moeten rustig hun smaak en kleur afgeven aan het vocht.
Sommige mensen trekken hun kweeperen zelfs dubbel: eerst koken en zeven, daarna nog een ronde met de kweepeerstukken en dat vocht weer bij de eerste ronde voegen. Zelf doe ik dat niet – ik verwijder de klokhuizen met pitten omdat ik de overgebleven stukken gebruik om kweepeer-jam van te maken. Laat je de pitjes wel zitten, dan krijg je vaak een nog steviger gelei door het natuurlijke pectinegehalte. Mijn liefde voor de kweeperen gelei begon al jong:
Herinneringen aan oma
Mijn liefde voor kweeperen is namelijk niet nieuw. Het gaat terug naar mijn kindertijd en de herinneringen aan mijn Franse oma uit de Elzas. Zij maakte vroeger al kweepeer gelei, zelfs toen ze met mijn opa in Amsterdam woonde. Ik zie haar nog voor me in haar elegante keuken, de prachtige glazen potjes die altijd in stijl waren met hun huis – een statig herenhuis waar alles een vleugje klasse had. De potjes met gelée de coings waren net kleine juwelen op het aanrecht. Ik ben veel vergeten maar dat herenhuis met prachtige plafons, het mooie servies en de glazen potjes, zie ik zo voor me, zelf nu nog…
Toen mijn oma in Nederland moeilijk aan kweeperen kon komen, stopte die traditie. Jarenlang raakte ook ik de gelei een beetje uit het oog, tot ik hier in de Bourgogne mijn eigen boom ontdekte. Eerst was er vooral verbazing: ik had dit huis gekocht, inclusief een flink stuk land en allerlei fruitbomen, maar wat waren dit toch voor vreemde vruchten? Geen appel, geen peer, en dan ook nog dat eigenaardige, fluweelachtige laagje eroverheen.
Gelukkig zijn er behulpzame dorpsgenoten – en natuurlijk Google. Soms lijkt het hier alsof de tijd vijftig jaar heeft stilgestaan, maar dán is internet ineens een zegen. Al snel kwam ik erachter dat ik een grote, rijkdragende kweeperenboom in de tuin had staan. En met het maken van kweepeer gelei kwamen ook de herinneringen terug: aan mijn oma, aan de geur in haar keuken, en aan dat gevoel van warmte en geborgenheid.
Geschiedenis & weetjes over kweeperen
De kweepeer (Cydonia oblonga) is een bijzonder stuk fruit met een rijke geschiedenis. Oorspronkelijk komt de kweepeer uit de landen rond de Kaspische Zee. Het Portugese woord voor kweepeer, marmelo, gaf ons zelfs het woord marmelade.
De oude Grieken noemden de kweepeer een “gift van de goden” en gebruikten de vrucht tijdens huwelijksceremonies. De hoeveelheid pitten zou voorspellen hoeveel kinderen het bruidspaar zou krijgen. In de Romeinse tijd werd de vrucht al geroemd en ook tijdens de middeleeuwen stond hij op bruiloftstafels. Nostradamus schreef zelfs dat kweepeer gelei hielp bij liefdeskwalen en een betere doorbloeding.
Leuk om te weten: in veel landen is kweepeer nog steeds een klassieker. In Duitsland heet het Quittengelee, in Frankrijk natuurlijk gelée de coings, en in Spanje maken ze er carne de membrillo van – een stevige, bijna wijn-gumachtige pasta die vaak met kaas gegeten wordt.
De kweepeer in de Bourgogne
Hier in Frankrijk heeft de kweepeer nog steeds een vaste plek in de keuken. De boom, cognassier in het Frans, wordt vooral geteeld in kleinschalige boomgaarden in de regio’s Auvergne Rhône-Alpes, Provence-Alpes-Côte d’Azur en ook in de Grand-Est. In de Bourgogne zie je ze vaak in oude tuinen, waar de bomen een beetje vergeten lijken, maar elk jaar trouw hun vruchten geven.
Kweeperen worden zelden rauw gegeten – daarvoor zijn ze te hard en zuur – maar verwerkt in gelei, confiture, compote of bij hartige gerechten zijn ze onovertroffen. Mijn favoriet blijft toch de klassieke gelei, maar de Fransen zijn ook dol op pâte de coings, een stevige blok zoetigheid die vaak bij kaas wordt geserveerd.
Mijn persoonlijke twist
Hoewel ik het klassieke recept gebruik, geef ik mijn eigen draai aan de gelei. Mijn dochters houden van vanille, dus maak ik altijd een paar potjes waarin ik een vanillestokje mee laat trekken. De zachte vanillesmaak combineert prachtig met het bloemige, frisse aroma van de kweepeer. Een andere variant die ik graag maak is met appel en sinaasappel: net wat frisser en lichter, ideaal bij een herfstige lunch.
De veelzijdigheid van kweepeer gelei verrast me steeds weer. Ik eet het bij een kaasplank – vooral heerlijk bij een sterke Roquefort of een zachte Brebirousse (schapenkaas). Maar ook bij stoofpotten, in een hartige quiche of gewoon door een bakje yoghurt doet de gelei het fantastisch. En eerlijk: een lepeltje op een stukje vers brood kan ook al pure luxe zijn.
Recept: Kweepeer Gelei à la Pien
Ingrediënten
- 2 kilo rijpe kweeperen
- 1,5 liter water
- 1 kilo suiker
- 1 citroen (sap)
- Optioneel: 1 vanillestokje, 1 appel, 1 sinaasappel
Bereidingswijze
- Was de kweeperen goed en snijd ze in stukken (met schil en klokhuis).
- Doe de stukken in een grote pan met het water en breng aan de kook. Laat zachtjes koken tot de vruchten bijna uit elkaar vallen en het sap roze kleurt.
- Laat afkoelen en met de deksel erop een nachtje staan.
- Giet de massa door een fijne zeef of passeerdoek. Druk niet te hard, zodat de gelei helder blijft.
- Meet het sap af en voeg per liter sap 1 kilo gelei suiker toe. Voeg ook het citroensap en eventueel het vanillestokje, appel of sinaasappel toe.
- Breng al roerend aan de kook en laat koken tot de gelei stevig wordt (geleiproef: een druppel op een koud schoteltje moet stollen). Komt er schuim bovenop drijven, schep dat dan weg, zodat de gelei helder blijft.
- Giet de hete gelei in gesteriliseerde potten, sluit af en laat omgekeerd afkoelen.
Tip: Van de overgebleven stukjes kweepeer maak je in een handomdraai een heerlijke kweepeer-jam – niets hoeft verloren te gaan! Vergeet dan niet de pitten te verwijderen.
De schillen en pitten bevatten veel pectine, wat ervoor zorgt dat de kweepeergelei mooi stevig wordt. Je kunt zelfs uitsluitend van de schillen en pitten gelei trekken!
Wil je echter zowel gelei als jam maken, dan vind ik het persoonlijk handiger om de schillen en het klokhuis met pitten vooraf te verwijderen. Zo houd je het overzicht en kun je beide bereidingen makkelijker scheiden.
Ik kook mijn gelei dan iets langer door om toch die perfecte, lichttrillende dikte te krijgen — het is uiteindelijk een kwestie van gevoel en ervaring.







Herfstgevoel in een potje
Voor mij is de kweepeer gelei veel meer dan een recept. Het is een stukje familiegeschiedenis, een Bourgondische traditie en een manier om de herfst te vangen in een potje. Elke keer dat ik de gelei proef, proef ik niet alleen de vrucht zelf, maar ook de herinneringen: de geur van oma’s keuken, de gezelligheid van samen inmaken, en de belofte van lange avonden met kaarslicht en kaasplanken.
De kweepeer is misschien een “vergeten vrucht”, maar in mijn huis is ze springlevend. Ze markeert het begin van een nieuw seizoen, waarin de natuur tot rust komt en wij de warmte juist binnen zoeken. Voor mij is kweepeer gelei het ultieme symbool van herfst, nostalgie en Bourgondische gezelligheid.
Dus: mocht je ooit een kweepeerboom tegenkomen, laat je dan niet afschrikken door de harde, zure vruchten. Neem ze mee, maak er gelei van en ontdek hoe veelzijdig en bijzonder dit fruit is. Wie weet breng je er net als ik een stukje traditie en warmte mee terug in je keuken.
- Nog een paar kleine extra tips die ik kreeg van mijn dorpsgenoten hier in de Bourgogne: sommige mensen rijgen de schillen van de kweepeer aan een touwtje en hangen ze te drogen in huis. De lucht vult zich dan met die heerlijke, frisse en fruitige geur van kweepeer – een natuurlijke parfum van moeder aarde zelf.
- En wist je dat als je de pitten even laat trekken in gekookt water, het vocht wat gelei-achtig wordt? Dat schijnt weer goed te zijn voor de huid.
- Beide heb ik eerlijk gezegd zelf nog niet geprobeerd, maar het klinkt typisch als zo’n mooi, doorgegeven Bourgondisch gebruik dat ik niet kon laten om het met jullie te delen.
🍐 Extra aandacht & tips uit mijn Bourgondische keuken
💧 Hygiëne is alles
Was je potten en deksels in kokend water en laat ze uitlekken op een brandschone theedoek. Werk altijd zo schoon mogelijk – dat voorkomt schimmels en bederf. Sluit je potten goed af en bewaar ze donker en koel; zo blijven ze zeker een jaar goed. Eenmaal geopend, bewaar ze in de koelkast en gebruik ze binnen een week.
🥣 Hoeveelheid & houdbaarheid
Van ongeveer 1,5 kilo kweeperen maak ik zo’n vijf middelgrote potten gelei of drie potten jam, afhankelijk van de kooktijd en de grootte van de peren.
📸 Stap voor stap
In mijn fotogalerij zie je het proces: van het schillen tot het vullen van de potten. Zo kun je stap voor stap meelezen.
🍏 Variaties & smaakideeën
Probeer eens te combineren met appels, vijgen, rozijnen, citroen of een scheutje Calvados – de variaties zijn eindeloos. Gebruik de koude-schotel-test om te zien of je gelei stijf genoeg is: zet een schoteltje 5 minuten in de vriezer, laat er een druppel gelei op vallen en trek er met je vinger een streep in. Blijft die streep zichtbaar, dan is je gelei perfect.
✨ Als de gelei niet goed stolt
Meestal lukt dat vanzelf bij kweeperen, maar je kunt eventueel een zakje pectine toevoegen. In de pot stijft de gelei bovendien nog iets verder op.
🚫 Let op met pitten
Breek de pitjes niet – ze bevatten een kleine hoeveelheid blauwzuur. Laat huisdieren er ook niet van eten.
🍯 Nog meer inspiratie
Lees ook mijn blog over Vergeten fruit en herfstgeluk: mijn ode aan de kweepeer voor het recept van de stoofperen, mét en zonder alcohol.
💌 Call to action
Heb jij ook kweeperen in de tuin of mooie herfstrecepten? Deel ze in de reacties hieronder of tag me op Pinterest of Instagram — ik vind het geweldig om te zien hoe anderen dit “vergeten fruit” weer tot leven brengen.
Bienvenue automne, bienvenue gelée de coings! 🍂✨





















































