De lente was dit jaar voor Franse begrippen ongewoon nat, met temperaturen die merkbaar lager lagen dan vorig jaar. Gelukkig zijn de dagen nu aangenamer geworden. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan dit weer, vooral omdat ik graag wandel en hoge temperaturen dat minder aangenaam maken. Elke ochtend genieten Lies en ik van ons ontbijt buiten, waar we heerlijke en gezonde havermouttaartjes eten. Dit recept is de perfecte mix van smaak, gezondheid en gemak, snel klaar te maken met ingrediënten zoals banaan, glutenvrije havermout, en verse aardbeien. Het is ideaal voor een actieve levenssijl, het voedt je lichaam terwijl het ook je smaakpapillen verwent!
Ingrediënten:
1 rijpe banaan, geprakt
1 kopje havermout (ongeveer 90 gram)
1 kopje melk (ongeveer 240 ml)
1 eetlepel honing
1 groot ei, geklutst
Een klein handje rozijnen
Wat grof gehakte noten
Ongeveer 3 blokjes grof gehakte chocolade
Ter decoratie: eetbare blauwe viooltjes, muntblaadjes en aardbeien
Bereiding:
Meng de geprakte banaan, havermout, melk, honing, het ei, rozijnen, noten en chocolade in een kom tot een goed gemengd beslag.
Schep het beslag in een kleine, magnetronbestendige taartvorm.
Plaats de vorm in de magnetron en verwarm 2 minuten op 800 watt.
Laat het taartje nog 1 minuut in de magnetron staan na het verwarmen om door te garen.
Keer het taartje om op een bord en laat het afkoelen.
Versier de bovenkant met blauwe viooltjes, muntblaadjes en vers gesneden aardbeien.
Het allerleukste kookboek voor de lente en zomer. 20 Franse recepten met aquarellen, Frankrijk weetjes en nog veel meer. De eerste 200 stuks signeren we.
Vandaag heb ik weer genoten van de overvloed in mijn eigen achtertuin. Wilde asperges, een seizoensdelicatesse, ook bekend als korenaar asperge, staan overal in mijn voedselbos-tuin. Ze zijn maar enkele weken beschikbaar en ik voel me gezegend met een tuin vol van deze ‘asperges des bois’, zoals ze in de Bourgogne liefkozend worden genoemd. Deze ‘wilde asperges’ zijn technisch gezien geen echte asperges maar jonge bloemstelen van de Ornithogalum pyrenaicum, een knolgewas afkomstig uit Engeland en Zuid-Europa, bekend om zijn sierlijke wit-groene bloemen en heerlijke smaak.
Het opsporen van deze plant kan lastig zijn; ze zijn makkelijk over het hoofd te zien. Mijn dag bestond uit het zorgvuldig plukken van deze schatten om er vervolgens een voedzame omelet mee te bereiden. Voor elk groot omelet gebruik ik een royale handvol asperges en klop ik drie middelgrote scharreleieren los met een scheutje room, zout en peper. Na een korte blancheersessie van vijf minuten koel ik de asperges af onder koud water om het kookproces te stoppen, snijd ze in stukken van ongeveer 3 cm, en laat ik de bloemen intact.
In een hete koekenpan met een beetje olijfolie bak ik de aspergestukjes kort aan, voordat ik het eiermengsel toevoeg en het geheel zachtjes laat stollen tot een smeuïge Franse omelet. Een vleugje kaas en wat verse kruiden maken het geheel af. Geserveerd met vers brood en een frisse tomatensalade, vormt dit een heerlijke maaltijd, rechtstreeks van tuin naar tafel. Pluk, maak en eet de wilde asperges dezelfde dag dan zijn ze op z’n lekkerst.
Wilde asperges uit de achtertuin, verwerkt in een omelet Franse stijl!
Deze Koningsdag brachten mijn dochter Lies en ik de ochtend door in de keuken, waar we ons toelegden op het bakken van mille-feuille, een Franse delicatesse die veel weg heeft van de Nederlandse tompouce. We experimenteerden met twee varianten: één met gluten en één zonder, waarbij het verschil in het type bladerdeeg zit. Voor een feestelijke touch kleurden we zowel het banketbakkersroom als het glazuur in een stralend oranje, en het margrietje bovenop diende als onze Hollandse knipoog. Het resultaat was niet alleen een lust voor het oog, maar ook verrukkelijk van smaak! In de pauzes heb ik 2 aquarellen gemaakt van de mille feuille en van de Hollandse grachten en huisjes.
En waarom heet een “mille feuille” een “mille feuille”? De mille-feuille, ook bekend als ‘duizend blaadjes’, is een iconische Franse patisserie die zijn naam dankt aan de vele lagen flinterdun bladerdeeg waaruit het bestaat. Traditioneel wordt de mille-feuille gemaakt met drie lagen bladerdeeg en twee lagen banketbakkersroom, afgewerkt met een glanzende laag glazuur bovenop. Ondanks dat het dessert in werkelijkheid niet uit duizend lagen bestaat, geeft de naam wel de delicate en complexe structuur weer die kenmerkend is voor dit gebak.
Elk laagje bladerdeeg wordt zorgvuldig gebakken tot het goudbruin en krokant is, wat resulteert in een textuur die bij elke hap afbrokkelt. Het kunstig opbouwen van de lagen vraagt precisie en geduld, waarbij elke laag bijdraagt aan de rijke textuur en smaak van het eindproduct. Mille-feuille is niet alleen een toonbeeld van patisserie vakmanschap maar ook een feest voor de zintuigen, waarbij het contrast tussen het romige van de vulling en het knapperige van het deeg zorgt voor een onvergetelijke eetervaring.
Hieronder het recept:
Ingrediënten:
Voor het bladerdeeg:
500 gram kant-en-klaar bladerdeeg (zorg voor een glutenvrije variant als je een glutenvrije mille-feuille maakt)
Voor de banketbakkersroom:
500 ml melk
1 vanillestokje, opengesneden en merg eruit geschraapt
100 gram suiker
4 eidooiers
40 gram maïzena
Oranje voedselkleurstof
Voor het glazuur:
150 gram poedersuiker
2 tot 3 eetlepels water of melk
Oranje voedselkleurstof
Decoratie:
Eetbare margrietjes of andere eetbare bloemen voor decoratie
Bereidingswijze:
Bladerdeeg voorbereiden:
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het bladerdeeg uit en snijd in drie gelijke rechthoeken.
Prik met een vork gaatjes in het deeg om luchtbellen te voorkomen.
Bak het deeg tussen twee bakplaten (om het plat te houden) gedurende 15-20 minuten of tot goudbruin en knapperig. Laat afkoelen.
Banketbakkersroom maken:
Breng de melk met het vanillestokje en -merg aan de kook.
Klop in een aparte kom de eidooiers met suiker luchtig, en voeg dan de maïzena toe.
Verwijder het vanillestokje uit de melk en giet de melk langzaam bij het eimengsel terwijl je continu roert.
Giet het mengsel terug in de pan en verwarm op laag vuur. Blijf roeren tot de room dik wordt.
Haal van het vuur en roer de oranje voedselkleurstof erdoor tot de gewenste kleur bereikt is.
Bedek met plasticfolie direct op de room om een vel te voorkomen en laat afkoelen.
Glazuur bereiden:
Voor de chocoladestreepjes:
50 gram pure chocolade, gesmolten
Aangepaste stap voor het aanbrengen van het glazuur:
Glazuur en chocoladestreepjes aanbrengen:
Smeer het oranje glazuur over de bovenste laag bladerdeeg.
Giet de gesmolten chocolade in een klein spuitzakje of gebruik een lepel om dunne lijnen chocolade over het oranje glazuur te trekken.
Gebruik een tandenstoker of het puntje van een mes om door de chocoladestrepen te trekken, haaks op de lijnen, om een mooi marmer- of veereffect te creëren.
Volledige stap voor stap:
Mille-feuille samenstellen:
Leg een laag bladerdeeg op een serveerschaal.
Spreid een dikke laag banketbakkersroom uit over het bladerdeeg.
Herhaal met nog een laag bladerdeeg en room, en dek af met de laatste laag bladerdeeg.
Breng het oranje glazuur aan op de bovenste laag bladerdeeg en voeg vervolgens de chocoladestreepjes toe zoals hierboven beschreven.
Deze toevoeging van chocoladestreepjes zal niet alleen visueel aantrekkelijk zijn, maar ook een heerlijke smaakdimensie toevoegen aan je mille-feuille. Geniet van het maken en serveren van dit prachtig gedecoreerde dessert!
Vier de dag met deze schitterende oranje mille-feuille, een feestelijke twist op de klassieke Franse lekkernij. Elk laagje is doordrenkt met de levendige kleur en smaak van oranje.
Ontdek de speelse charme van Amsterdam door deze kleurrijke en naïeve aquarel van de iconische grachtenhuisjes. Een levendig kunstwerk dat de unieke sfeer van de stad vangt en elke ruimte opfleurt.
Oranje was, lekker buiten in de wind!
Banketbakkersroom is niet moeilijk om te maken. Met een paar druppels kleurstof kan je de kleur veranderen, ik koos voor oranje.
Snijd je bladerdeeg in langwerpige stroken, op bakpapier. Prik gaatjes met een vork in het bladerdeeg. Leg een tweede bakpapier op het bladerdeeg, verzwaar het zodat het bladerdeeg plat blijft.
Glazuur maak je met poedersuiker en een paar druppels citroensap en:of water. Je kunt wat druppels kleurstof toevoegen voor een gewenste kleur. Roer goed tot het glazuur de juiste dikte heeft, gebruik het meteen.
Ik doe de banketbakkersroom in een grote spuitzak zonder spuitmondje. Op deze manier kan ik de room goed over de twee lagen bladerdeeg van de mille feuille verdelen. Tompoezen hebben maar één laag, mille feuille hebben twee lagen.
Een echte mille feuille heeft oranje streepjes, die maak je van gesmolten chocolade. Pure chocolade werkt het beste, vind ik. Verwarm de chocolade au bain-marie of in de magnetron. Chocolade kan snel verbranden dus wees voorzichtig.
Knip van bakpapier een vierkant, vouw een driehoek hiervan door de vierkant te vouwen. Rol het cornetje op zodat je een punt aan de onderkant krijgt. In het cornetje kan je de gesmolten chocolade doen. Op deze manier kan je makkelijk streepjes op de bovenkant op het glazuur spuiten.
Eerst verdeel je het glazuur op de bovenkant van de mille feuille. Daarna spuit je met het cornetje de chocolade erop. Met een tandenstoker of de punt van een mes ga je nu dwars sptrepen trekken daardoor ontstaat er een patroon.
Het eind resultaat! Een verrukkelijke mille feuille.
In mijn uitgestrekte achtertuin, een halve hectare groot, groeit wilde daslook, of ‘ail des ours’ zoals het in het Frans heet. Ail des ours” wordt letterlijk vertaald uit het Frans als “berenknoflook”. Dit is een verwijzing naar de oude Europese volksgeloof dat beren, na hun winterslaap, daslook zouden eten om hun spijsvertering te reinigen en kracht te herwinnen. Deze prachtige wilde plant, bekend om zijn delicate witte bloemen en knoflookachtige smaak, inspireert elk voorjaar weer tot culinaire creaties. Na een heerlijke lange wandeling met mijn dochter Lies en onze twee honden, besloot ik de daslook te gebruiken voor een voedzame soep. Het verzamelen van daslook is zo leuk, gewoon het idee om direct van het land te eten. De soep die ik bereidde was simpel maar overheerlijk, waarbij de subtiele smaken van daslook perfect tot hun recht kwamen. Zo’n maaltijd, vers uit de natuur, smaakt extra goed na een dag buiten zijn met dierbaren. Dit soort momenten maken de lente in onze tuin elk jaar weer speciaal.
Enkele leuke weetjes over de daslook of “ail des ours”
Daslook (Allium ursinum), ook bekend als wilde knoflook, is een boeiende plant die in het voorjaar veel te bieden heeft. Hier zijn enkele interessante weetjes over daslook:
Rijke Geschiedenis: Daslook wordt al eeuwen gebruikt in Europa voor culinaire en medicinale doeleinden. Het was al bekend bij de Romeinen en wordt in veel traditionele Europese keukens gebruikt.
Gezondheidsvoordelen: Daslook staat bekend om zijn gezondheidsbevorderende eigenschappen. Het bevat vitamine C, ijzer en magnesium, en is goed voor de spijsvertering. Net als knoflook heeft daslook antibacteriële, antioxidant en mogelijk bloeddrukverlagende effecten.
Voorzichtig met Verzamelen: Daslook kan gemakkelijk worden verward met lelietje-van-dalen of herfsttijloos, die beide giftig zijn. Het onderscheidend kenmerk van daslook is de sterke knoflookgeur die vrijkomt wanneer de bladeren worden gekneusd.
Beschermd in sommige landen: In sommige delen van Europa, zoals Duitsland en Oostenrijk, is daslook beschermd en mag het niet worden geplukt in het wild. Dit is vanwege de afname van zijn natuurlijke habitats en de populariteit van het verzamelen van daslook.
Culinair Veelzijdig: Daslook kan vers worden gebruikt in salades, pesto’s, soepen en sauzen. Het is een geweldige vervanger voor knoflook in recepten en biedt een zachtere, minder overheersende smaak.
Beste Oogsttijd: De beste tijd om daslook te oogsten is in het vroege voorjaar, net voordat of wanneer het begint te bloeien. Na de bloei neemt de smaak af en worden de bladeren stugger.
Daslook is dus niet alleen een smakelijk wild kruid, maar ook een plant met een rijke historie en diverse gezondheidsvoordelen, wat het een fascinerende toevoeging maakt aan elke voorjaarstuin of keuken.
Een weekje geleden heb ik al daslook pesto gemaakt, heel simpel.
Ingrediënten
100 gram daslookbladeren, goed gewassen en gedroogd
50 gram Parmezaanse kaas, geraspt
50 gram pijnboompitten of walnoten
100 ml olijfolie
Zout en peper naar smaak
Optioneel: sap van een halve citroen voor wat extra frisheid
Bereidingswijze:
Roosteren van de noten: Rooster de pijnboompitten of walnoten in een droge koekenpan op middelhoog vuur tot ze goudbruin zijn. Dit versterkt hun smaak en geeft een extra dimensie aan de pesto.
Daslook voorbereiden: Zorg ervoor dat de daslookbladeren goed gewassen en gedroogd zijn. Te veel vocht kan de pesto waterig maken.
Mengen: Doe de daslookbladeren, geroosterde noten, geraspte Parmezaanse kaas, en wat zout en peper in een keukenmachine of blender.
Pureren: Pulseer of mix het geheel terwijl je langzaam de olijfolie toevoegt tot het mengsel een grove maar enigszins gladde textuur heeft. Je kunt meer of minder olie toevoegen afhankelijk van de gewenste consistentie.
Op smaak brengen: Proef de pesto en voeg indien gewenst meer zout, peper of citroensap toe. De citroen is niet alleen voor de smaak, maar helpt ook de heldergroene kleur van de daslook te behouden.
Bewaren: Je kunt de daslookpesto in een luchtdichte pot doen en deze in de koelkast bewaren. De pesto blijft zo’n week goed. Voor langere bewaring kun je de pesto ook invriezen in een ijsblokjesvorm en daarna de bevroren blokjes bewaren in een diepvrieszak.
Ingrediënten:
Een flinke handvol daslookbladeren, goed gewassen en grof gesneden
1 ui, fijngesneden
1 aardappel, geschild en in blokjes gesneden
1 liter groentebouillon
2 eetlepels olijfolie
Zout en peper naar smaak
Room of crème fraîche voor het serveren (optioneel)
Bereidingswijze:
Ui fruiten: Verhit de olijfolie in een grote soeppan op middelhoog vuur. Voeg de gesneden ui toe en fruit deze tot hij glazig is.
Aardappel toevoegen: Voeg de blokjes aardappel toe aan de pan en bak kort mee.
Bouillon toevoegen: Voeg de groentebouillon toe en breng aan de kook. Laat het ongeveer 15 minuten sudderen, of totdat de aardappelen zacht zijn.
Daslook toevoegen: Voeg de gesneden daslookbladeren toe aan de soep. Laat de soep nog ongeveer 5 minuten zachtjes koken, zodat de daslook zijn smaak kan afgeven maar niet te veel aan kracht verliest.
Pureren: Haal de pan van het vuur. Gebruik een staafmixer om de soep glad te pureren.
Op smaak brengen: Breng de soep op smaak met zout en peper.
Serveren: Serveer de daslooksoep warm. Voeg naar wens een scheutje room of een lepel crème fraîche toe voor extra romigheid.
Daslooksoep is licht en verfrissend, ideaal voor een lente-lunch of als voorgerecht bij een diner. De unieke smaak van daslook geeft een bijzondere twist aan deze eenvoudige soep.
Het is nog niet eens half april, maar de temperaturen in de Bourgogne naderen al de 25 graden. In mijn moestuin zie ik elke dag nieuwe groei. De geur van seringen vult de lucht. Op de fruitschaal liggen vier prachtige peren die ik wil transformeren tot een klassieker met een lente-twist. Ik serveer de “Belle Hélène peren” met aardbeien en een blaadje munt. Dit klassieke Franse dessert bestaat uit gepocheerde peren met warme chocoladesaus en wordt vaak geserveerd met vanille-ijs, een perfecte afsluiter van een lentedag.
Wat heb je nodig en hoe maak je het:
4 rijpe peren (Conference of Bosc werken goed)
1 liter water
250 gram suiker
1 vanillestokje, opengesneden en het merg eruit geschraapt
het sap van 1 citroen
150 gram pure chocolade, in stukjes gebroken
150 ml slagroom
2 eetlepels suiker (optioneel, afhankelijk van je voorkeur voor zoetheid)
vanille-ijs
geroosterde amandel-schilfers
slagroom
aardbeien
wat blaadjes munt
Peren pocheren:
Schil de peren, halveer de peren, verwijder het klokhuis. Het klokhuis kan je makkelijk verwijderen met een meloenbolletjeslepel. Heb je die niet gebruik dan een kleine lepel. Aan één van de helften laat ik het steeltje zitten, dat vind ik leuk staan.
Breng in een grote pan het water, suiker, vanillestokje en -merg, en citroensap aan de kook. Roer tot de suiker is opgelost.
Zet het vuur lager en voeg de peren toe. Pocheer ze op laag vuur ongeveer 15-25 minuten, afhankelijk van de rijpheid, tot ze zacht zijn maar niet uit elkaar vallen. Soms, als de peren heel rijp zijn kan het snel gaan ongeveer 5 minuten maar meestal is het zo’n 15 minuten.
Haal de peren uit de siroop en laat ze afkoelen. De siroop kan verder ingekookt worden tot een dikkere saus als je dat lekker vindt.
Chocoladesaus maken:
Verwarm de slagroom in een kleine pan op laag vuur tot het bijna kookt.
Haal de pan van het vuur en voeg de chocoladestukjes toe. Laat ze een minuut staan en roer dan tot de chocolade volledig is gesmolten en de saus glad is. Voeg suiker toe naar smaak als je wilt.
Serveren:
Plaats halve peren op een dessertbord.
Schep een bolletje vanille-ijs naast de peer.
Giet de warme chocoladesaus royaal over de peren (en ijs).
Garneer met geroosterde amandelen of slagroom naar wens.
Omdat het momenteel lente is en de temperaturen al goed genoeg zijn om buiten te eten heb ik mijn “Poire Belle Hélène” ook wat aardbeien gegeven en een blaadje munt. Op deze manier maak ik van deze klassieker een verrukkelijke lente variant.
En daar heb je het, een prachtig en verrukkelijk dessert dat de elegantie en eenvoud van de Franse keuken belichaamt. Geniet ervan!
Wijnen: Bij “Poire Belle Hélène”, een dessert met zoete en rijke smaken, passen dessertwijnen uitstekend. Een goede keuze is een licht mousserende Moscato d’Asti, wiens zoetheid en bubbels mooi contrasteren met de rijke chocolade. Een Sauternes of vergelijkbare zoete witte wijn zou ook goed werken, vooral vanwege zijn vermogen om de zoetheid van de peer en chocolade te complementeren.
Bieren: Voor bierliefhebbers kan een fruitig en enigszins zoet bier, zoals een Kriek of Framboise Lambic, een interessante match zijn. Deze bieren hebben vaak een aangename zurigheid die het zoete van de chocolade en peer kan balanceren.
Gegrilde ananas van de BBQ is een heerlijk dessert of bijgerecht dat zoet, sappig en licht gekarameliseerd is. Het grillen brengt de natuurlijke suikers in de ananas naar voren, waardoor een verrukkelijk smaakprofiel ontstaat. Hier is een eenvoudig en smakelijk recept:
Dit weekend van begin april brengt onverwacht hoge temperaturen van rond de 26 graden naar de Bourgogne, een perfecte uitnodiging om nog vaker buiten te eten. Dankzij onze buitenkeuken, compleet met BBQ, is buiten eten bijna een dagelijkse traktatie geworden. BBQ’en betekent voor mij niet langer alleen vlees; geroosterde groenten zoals courgette, paprika, en aubergine, gemarineerd in gekruide olie en daarna gegrild, overtreffen wat mij betreft elk stuk vlees of vis. Hoewel ik niet zo van zoetigheid houd, zijn mijn geroosterde verse ananasschijven van de BBQ simpelweg onweerstaanbaar. Gemarineerd in een een mix van boter, honing, bruine suiker, kaneel, en een scheutje likeur of rum, en dan gegrild tot perfectie, bieden deze schijven, geserveerd met een bolletje vanille-ijs, slagroom en een wafeltje, een hemelse afsluiter van onze BBQ-avonden. De rokerige aroma’s van de BBQ vermengen zich subliem met de zoetheid van de ananas, waardoor een stilte aan tafel valt terwijl iedereen volop geniet van dit verrukkelijke dessert. Het landschap, met zijn uitgestrekte gele koolzaadvelden, maakt de ervaring compleet. En dan, ter afsluiting van een perfecte dag, trekken mijn dochter en ik eropuit met onze vier paarden, genietend van de buitenlucht . Zo beleven we weer een fantastische zaterdag in het schitterende Bourgondië.
Ingrediënten:
1 rijpe ananas
2 eetlepels honing of ahornsiroop
1 eetlepel gesmolten boter
1 theelepel gemalen kaneel
Optioneel voor serveren: vanille-ijs, verse munt, of een scheutje rum
Bereidingswijze:
Voorbereiden van de BBQ: Verwarm je BBQ voor op medium-hoge temperatuur.
Ananas voorbereiden: Schil de ananas en snijd hem in ringen of lange plakken van ongeveer 1,5 cm dik. Verwijder de harde kern uit het midden als je ringen maakt.
Marinade maken: Meng in een kleine kom de honing of ahornsiroop, gesmolten boter en gemalen kaneel.
Ananas marineren: Bestrijk de ananasplakken aan beide kanten met de marinade. Zorg ervoor dat alle stukken goed bedekt zijn.
Grillen: Leg de ananasplakken direct op het grillrooster. Grill ze ongeveer 2-3 minuten per kant, of totdat je mooie grillstrepen ziet en de ananas warm en enigszins zacht is.
Serveren: Serveer de gegrilde ananas warm, eventueel met een bolletje vanille-ijs en verse muntblaadjes. Voor een volwassen twist kun je een scheutje rum over de ananas gieten net voordat je serveert.
Dit recept is eenvoudig aan te passen aan je eigen smaak. Je kunt experimenteren met andere specerijen zoals gember of kruidnagel, of de ananas besprenkelen met limoensap voor een frisse toets. Gegrilde ananas is een veelzijdige traktatie die zowel zoetekauwen als liefhebbers van gezond eten zal bekoren. Geniet ervan!
Kruidnoten bakken met Pasen, je leest het goed! Ik heb drie dochters en drie schoonzonen. Twee schoonzonen zijn Frans en één schoonzoon is Nederlands. We wonen allemaal in Frankrijk. Mijn Nederlandse schoonzoon werkt bij een groot Frans-Italiaans bedrijf. Ik heb een tic met bakken en ik bak zoveel dat ik vaak lekkernijen over heb. Zo ook afgelopen december maand toen had ik heel veel te veel kruidnoten gebakken, echt veel teveel. Ze hadden ook allemaal een hoedje van chocolade. Mijn schoonzoon nam toen een lading kruidnoten mee naar zijn werk en wat vinden de Fransen mijn kruidnoten lekker. Maar ze willen wel elke maand , elke week, kruidnoten en niet alleen in december. En daarom heb ik weer een koektrommel vol kruidnoten gemaakt, compleet met een chocolade hoedje. Een foto gemaakt onder de fruitbomen vol lente bloesem, stiekem moest ik wel een beetje erom grinniken. Kruidnoten in de lente, ach waarom ook niet? Mijn recept van vandaag is wel wat meer lente-achtig namelijk aardbeien in een glaasje.
Voor een vleugje lente en Pasen in elke hap, presenteert dit recept “aardbeien in een glaasje”: een harmonieuze blend van sappige aardbeien, rijke mascarpone, en een knapperige koekjesbodem.
Voor het maken van “Aardbeien in een Glas” heb je de volgende ingrediënten nodig: 500 gram aardbeien, 250 gram mascarpone, 3 eetlepels suiker, 10 koekjes (ik heb glutenvrije koekjes gekozen).
Begin met het fijnmalen van de koekjes en verdeel deze over de bodems van de glazen. Ik heb gekozen voor glutenvrije koekjes.
Snijd de aardbeien in kleine stukjes, houd enkele hele achter voor decoratie. Leg de stukjes aarbei in een kom, samen met de suiker, roer voorzichtig door. Door het vocht van de aardbeien en de suiker komt er een siroopje. Je kunt eventueel enkele lepels van je favoriete likeur toevoegen. Leg een laagje van de kleine stukjes aardbei met wat vocht bovenop de koekjes bodem.
Klop de mascarpone los met een beetje suiker of vanille-extract voor extra zoetheid. Mocht je de mascarpone te dik vinden dan kan je wat melk of slagroom toevoegen.
Voeg een laag mascarpone toe bovenop de aardbeien stukjes.
Top het af met de aardbeien.
Herhaal de lagen indien gewenst en decoreer met een hele aardbei, of wat plakjes aardbei.
Laat het even in de koelkast staan om op te stijven voordat je het serveert.
Dit dessert combineert de frisheid van aardbeien met de romigheid van mascarpone, op een krokante koekjesbodem, voor een verrukkelijk lekker toetje.
Ontdek het geheim van mijn zelfgemaakte aardbeientaartje. Met een krokante, glutenvrije bodem en een rijke vulling van verse slagroom of banketbakkers room, getopt met sappige, verse aardbeien, zijn deze taartjes een ware smaaksensatie. Ideaal voor elke gelegenheid, van familiebijeenkomsten tot een verfijnde afsluiting van je diner. Stap voor stap neem ik je mee door het recept, inclusief tips voor de beste ingrediënten en bakaccessoires uit onze webwinkel. Verwen jezelf en je dierbaren met deze heerlijke creatie. Een goede keuken weegschaal is onmisbaar bij het koken en bakken. Dat geldt zeker ook voor deze aarbeien-taartjes. Het is een eenmalige investering die zichzelf snel terug verdient.
Voor heerlijke glutenvrije kleine aardbeientaartjes, volg dit recept. Deze taartjes zijn perfect voor een zoete traktatie zonder gluten en laten de smaak van verse aardbeien echt schitteren.
Ingrediënten:
Voor de taartbodems:
200 g glutenvrije bloem
100 g koude boter, in blokjes
50 g poedersuiker
1 ei
Een snufje zout
Voor de vulling:
250 ml slagroom
2 eetlepels poedersuiker (aanpassen naar smaak)
1 theelepel vanille-extract
400 g verse aardbeien, gehalveerd of in plakjes
Bereidingswijze:
Maak de taartbodems: ik heb vandaag voor een middel-grote vorm gekozen.
Meng in een grote kom de glutenvrije bloem met de poedersuiker en een snufje zout.
Voeg de koude boter toe en meng dit met je vingers tot een kruimelig mengsel.
Klop het ei los en meng het door het deeg totdat je een samenhangend geheel krijgt. Voeg indien nodig een beetje koud water toe om het deeg soepel te maken.
Wikkel het deeg in vershoudfolie en laat het minstens 30 minuten rusten in de koelkast.
Glutenvrij bakken vraagt wel wat extra zorg, het deeg breekt sneller na afloop. Laat het goed afkoelen en doe alles heel rustig. Vandaag brak mijn deeg iets maar omdat er een vulling bovenop kwam maakte dat niet zo heel veel uit.
Voorbereiden om te bakken:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Rol het deeg uit op een met glutenvrije bloem bestoven oppervlak tot ongeveer 5 mm dikte.
Gebruik een ronde uitsteker of een glas om cirkels uit te snijden die passen in de vormpjes van een muffinpan.
Vet de muffinpan in en leg de deegcirkels in elk vakje, druk zachtjes aan zodat het deeg de vorm aanneemt.
Bak de taartbodems:
Prik met een vork gaatjes in de bodem van elk taartje.
Bak de taartbodems 12-15 minuten in de voorverwarmde oven, of tot ze goudbruin zijn.
Laat de taartbodems volledig afkoelen voordat je ze uit de pan haalt.
Maak de vulling:
Klop de slagroom stijf met de poedersuiker en vanille-extract.
Vul de afgekoelde taartbodems met de slagroom. Gebruik een spuitzak voor een netter resultaat.
Banketbakkersroom is ook lekker en goed te gebruiken, bij deze taartjes.
Voeg de aardbeien toe:
Leg op elke taartje gehalveerde of in plakjes gesneden aardbeien.
Optionele glazuur:
Als je wilt, kun je de taartjes afmaken met een beetje gesmolten chocolade of aardbeienglazuur voor extra smaak en decoratie. Ik heb vandaag wat chocolade gsmolten in de magnetron. Je moet dit voorzichtig doen want choclade gaat snel verbranden. De aardbeien heb ik goed gewassen en gedroogd, vervolgens heb ik een klein gebaksvorkje in de aardbeien gestoken. Hierna heb ik de aardbeien in de gesmolten chocolade gedoopt. Goed laten uitlekken, op een bordje bedekt met bakpapier laten uitlekken. In de koelkast hard laten worden. En dan heb je sappige aardbeien in een chocolade jasje, zalig!
Serveren: Koel de taartjes even in de koelkast voordat je ze serveert om de vulling te laten opstijven.
Geniet van je heerlijke glutenvrije kleine aardbeientaartjes! Ze zijn perfect voor bij de koffie of als verfijnd dessert na een maaltijd.
Je kunt ook kiezen voor banketbakkersroom, dat doe ik meestal, of voor Zwitserseroom, dat is slagroom gemengd met banketbakkersroom, half om half.
Voor banketbakkersroom heb je nodig: 500 ml melk, 1 vanillestokje, 4 eidooiers, 100 gram suiker en 45 gram maïzena. Snijd het vanillestokje open en verwarm samen met de melk. Klop de eidooiers met suiker luchtig en voeg maïzena toe. Giet de warme melk erbij, meng goed en giet terug in de pan. Verwarm op laag vuur tot het dik wordt, blijf roeren. Laat afkoelen met folie op de room om velvorming te voorkomen.
Ontdek Lyon: De parel van de Franse gastronomie, zonder te overdrijven, schrijf ik dit!
Lyon, gelegen aan de samenvloeiing van de Rhône en Saône, is niet alleen de derde grootste stad van Frankrijk maar ook het gastronomische hart van het land. Deze historische stad, rijk aan cultuur en erfgoed, is de geboorteplaats van Paul Bocuse, de legendarische chef-kok die de moderne Franse keuken heeft gerevolutioneerd. Lyon is een must-visit voor elke culinaire liefhebber. Maar ook een bezoekje waard als je geen culinaire liefhebber bent.
Paul Bocuse: De Meester van de Moderne Cuisine
Paul Bocuse, liefkozend de ‘Paus van de Franse Gastronomie’ genoemd, was een iconische figuur wiens invloed de wereld overging. Zijn naam is synoniem met excellente culinaire kunst en innovatie. Bocuse’s nalatenschap leeft voort in Lyon, waar zijn beroemde restaurant L’Auberge du Pont de Collonges drie Michelinsterren behoudt.
Salade Lyonnaise: Een Klassieker Herontdekt
Een van Lyons bekendste gerechten is de Salade Lyonnaise, een rijke combinatie van frisse bladgroenten, knapperig spek, een perfect gepocheerd ei, en traditioneel, de pissenlit (paardenbloem), die een bittere, aardse toets toevoegt. Deze salade belichaamt de rijke smaken en eenvoudigheid van de Lyonese keuken. Pissenlit betekend letterlijk “pies in bed”, dit slaat op de paardenbloembladeren die een vochtafdrijvende werking hebben. De eerste keer dat ik deze salade maakte en proefde was ik wat huiverig. Ik was uit Nederland geëmigreerd, uit de randstad en dan op het Franse platteland paardenbloembladeren eten… heel apart vond ik dat. Maar toch geprobeerd en ze zijn lekker, neem wel de jonge mooie bladeren, vooral in het voorjaar zijn ze smakelijk. Ik combineer ze meestal met een andere groene sla soort. Neem niet de buitenste bladeren juist de kleinere, dicht bij de bloem, zij zijn het beste van smaak. Van de paardenbloemen kan je een verrukkelijke jam maken, dat recept komt nog.
Ingrediënten: voor 4 personen
Gemengde groene sla (inclusief jonge paardenbloembladeren) ongeveer 400 gram
Gerookt spek, in blokjes gesneden 200 gram, bak ze krokant
Croutons, ik maak ze van glutenvrij brood, wat ik eerst even rooster
1 gepocheerd ei per salade, dus voor 4 personen, 4 stuks, scharreleieren zijn favoriet
Dijonmosterd, olijfolie, witte wijnazijn voor de vinaigrette, beetje honing erbij is ook lekker
Zout en peper naar smaak, vers uit de molen
Bereidingswijze:
Vinaigrette: Meng Dijonmosterd met witte wijnazijn en klop geleidelijk de olijfolie erdoor. Breng op smaak met zout en peper.
Spek: Bak het spek tot het knapperig is en laat het uitlekken.
Paardenbloembladeren: Was de jonge paardenbloembladeren grondig en meng ze met de andere sla.
Ei Pocheren: Breng een pan met water aan de kook, verlaag de hitte zodat het water zachtjes borrelt en breek een ei in het water. Laat 3-4 minuten koken voor een zachte dooier.
Samenstellen: Combineer de sla met de vinaigrette, voeg het spek en de croutons toe. Top met het gepocheerde ei.
Het Pocheren van een Ei: De Kunst van Perfectie
Het pocheren van een ei is een essentiële vaardigheid voor dit gerecht. Een licht gekookt, gepocheerd ei met een vloeibare dooier brengt de Salade Lyonnaise tot leven. Het geheim zit in de versheid van het ei en de nauwkeurigheid van de kooktijd. Ik hou 4 minuten aan. Eerst kook ik het water, daarna maak ik met een grote lepel een draaikolk, daarin laat ik het ei (zonder schaal) zacht glijden, niks meer doen. De draaikolk zorgt ervoor dat het ei mooi in vorm blijft. Zelf kies ik voor scharreleieren, kippetjes die lekker buiten lopen en veel mais eten. Een scheutje azijn in het kookwater waarin je de eieren pocheert zorgt ervoor dat het ei niet uit èèn valt. Het water moet iets borrelen maar niet koken. Mocht het echt niet lukken is er een trucje, neem een ovenschaaltje, kleine vorm, doe daar huishoudfolie in, vet de folie in met een laagje olie. Breek het eitje erboven. Maak bovenaan vast met een sluiter die je ook gebruikt om boterhamzakjes te sluiten. Laat zakken in het warme water, ongeveer 4 à 5 minuten. Haal voorzichtig eruit, en laat voorzichtig op de salade glijden.
Lyon biedt meer dan alleen culinaire hoogstandjes; het is een stad van geschiedenis, kunst, en een levendige cultuur die wacht om ontdekt te worden. Of je nu komt voor de keuken van Paul Bocuse of de charmante straatjes van Vieux Lyon, deze stad zal je hart veroveren. Absoluut de moeite van het bezoeken waard!