Geniet van de rijke smaak van schapenkaas in een Bourgondisch gerecht vol traditie
Schapenkaas in de Bourgogne
Ons geliefde Bourgogne – waar de zonnebloemen hun laatste bloei beleven, de koeien nog vredig genieten van het gras en het warme zonnetje, en de boeren druk bezig zijn met het binnenhalen van hun hooi en stro.
In dit prachtige landschap, waar de tijd soms lijkt stil te staan, genieten wij vaak van een lokale delicatesse: schapenkaas.
In de Bourgogne is schapenkaas een geliefd product, bereid van de melk van bijzondere schapenrassen zoals de Lacaune en Basco-Béarnaise. Hoewel deze rassen oorspronkelijk uit andere delen van Frankrijk komen, hebben ze hier hun thuis gevonden, en leveren ze melk van uitzonderlijke kwaliteit. De schapenkaas staat bekend om zijn romige, rijke smaak en kan zowel vers als gerijpt worden gegeten.
Denk aan iconische Franse schapenkazen zoals Roquefort en Ossau-Iraty, maar ook de Bourgogne kent haar eigen varianten, die vaak op de lokale markten te vinden zijn. Vandaag delen wij een van onze favoriete recepten met schapenkaas – een eenvoudige en heerlijke manier om van deze regionale schat te genieten.
Recept: Herfst salade met gebakken schapenkaas
Ingrediënten:
150g zachte schapenkaas (bijv. Ossau-Iraty of een lokale variant)
200g gemengde sla (bijv. veldsla, rucola)
1 peer, in dunne schijfjes gesneden
50g walnoten
1 eetlepel honing
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel balsamicoazijn
Zout en peper naar smaak
Bereidingswijze:
Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg de walnoten toe. Rooster ze lichtjes en zet ze opzij.
Snijd de schapenkaas in plakjes van ongeveer 1 cm dik.
Verhit in dezelfde pan een beetje olijfolie en bak de plakjes schapenkaas kort, totdat ze goudbruin zijn aan beide kanten.
Meng in een kom de sla, peer en geroosterde walnoten.
Maak een dressing van de olijfolie, balsamicoazijn, honing, zout en peper. Giet dit over de salade en meng goed.
Serveer de salade op borden en leg de gebakken schapenkaas er bovenop.
Tip: Voeg eventueel wat verse kruiden toe zoals tijm of rozemarijn voor extra smaak.
Bij deze herfstsalade heb ik weer enkele sfeervolle aquarellen geschilderd om het moment volledig vast te leggen. De salade doet denken aan de klassieke warme geitenkaassalade, maar de smaakbeleving is uniek door de toevoeging van schapenkaas.
Om te beginnen: ik ben helemaal gek op écht Frans stokbrood. Knapperig aan de buitenkant, zacht en vol van smaak aan de binnenkant – een ware traktatie. Mijn favoriet? Dopen in heerlijke olijfolie met een snufje fleur de sel, simpelweg genieten. Een verse baguette met een dun laagje gezouten boter en mijn zelfgemaakte confituur erop, dat is puur geluk. In Parijs neem ik vaak een vers stokbrood van de bakker, besmeer het met boter en leg er een plak ham op. Maar zelfs zonder iets erop, vers van de bakker, is het al hemels. Het moet echter écht Frans stokbrood zijn. In Nederland moet ik altijd glimlachen wanneer er ‘het echte Franse stokbrood’ op de verpakking staat. Zelfs met een blinddoek om zou ik het verschil proeven, en zonder blinddoek zou ik het ook meteen zien – het is de totale ervaring.
Hier in ons dorpje zie je auto’s stoppen bij de bakker, iedereen loopt naar binnen voor een stokbrood met een wit papiertje eromheen. En dan hup, weer aan het werk. Toch heb ik ook een zwak voor écht Nederlands meerzadenbrood, iets wat je hier bijna niet ziet. Gelukkig bak ik tegenwoordig zelf mijn brood weer met de hand, na een periode met de broodmachine. Het voelt nét even lekkerder. Uit Nederland neem ik altijd een stuk belegen Hollandse kaas mee, vacuüm verpakt – heerlijk op mijn bruine brood. Kiezen tussen de twee hoeft niet; ik eet ze allebei en geniet elke keer weermeeste traditionele Franse stokbroden zoals baguette, flûte, ficelle, en bâtard worden doorgaans gemaakt van wit tarwemeel. Het specifieke type meel dat vaak wordt gebruikt voor deze broden in Frankrijk is Type 55 (T55), een wit bloemsoort met een relatief laag asgehalte in vergelijking met volkorenmeel. Dit zorgt voor een lichtere, fijnere structuur, die kenmerkend is voor de klassieke Franse stokbroden.
Hoewel de meeste stokbroden van wit meel worden gemaakt, zijn er ook varianten die gebruik maken van volkorenmeel, roggebloem of andere soorten, maar de typische witte stokbroden zoals de baguette gebruiken doorgaans T55.
Dit meel wordt speciaal gemalen voor het maken van deze luchtige en knapperige broden, en hoewel het tarwemeel is, verschilt het in kwaliteit en consistentie van standaard bloem. Het zorgt ervoor dat het brood de juiste textuur en korst krijgt, die zo typerend is voor Franse stokbroden. Hieronder vind je mijn recept voor mijn bruine brood, aan het Franse stokbrood heb ik me niet gewaagd en waarom zou ik ook, de echte Franse bakker is vlakbij.
Ingrediënten:
300 g volkorenmeel
100 g tarwebloem (bijv. T65 of patentbloem)
50 g gemengde zaden (bijv. zonnebloempitten, pompoenpitten, lijnzaad, sesamzaad)
7 g droge gist (of 21 g verse gist)
8 g zout (ongeveer 1 theelepel)
300 ml lauwwarm water
1 eetlepel olijfolie (optioneel)
1 eetlepel honing (optioneel, voor een subtiel zoete smaak)
Extra zaden voor de bovenkant van het brood
Bereidingswijze:
Meng de droge ingrediënten: Meng het volkorenmeel, tarwebloem, zout, gist en de gemengde zaden in een grote kom.
Voeg het water toe: Maak een kuiltje in het midden van het meel en giet hier langzaam het lauwwarme water in. Voeg ook de olijfolie en honing toe (optioneel). Meng alles tot een samenhangend deeg.
Kneed het deeg: Kneed het deeg ongeveer 10 minuten met de hand op een licht met bloem bestoven werkblad, of 5 minuten in een keukenmachine met deeghaak, totdat het soepel en elastisch is.
Eerste rijs: Plaats het deeg in een licht ingevette kom, dek af met een vochtige theedoek of plastic folie, en laat het ongeveer 1 tot 1,5 uur rijzen op een warme plek, tot het in volume verdubbeld is.
Vorm het brood: Kneed het deeg na het rijzen kort door om de lucht eruit te slaan. Vorm het vervolgens tot een brood (bijv. een bol of langwerpig). Leg het in een ingevette broodvorm of op een met bakpapier beklede bakplaat.
Tweede rijs: Dek het gevormde brood af en laat het nog eens 30-45 minuten rijzen. Verwarm ondertussen de oven voor op 220°C.
Bestrooi met zaden: Bestrijk het brood licht met water en bestrooi de bovenkant met extra zaden voor een decoratieve afwerking. Ik snij mijn broden in aan de bovenkant.
Bak het brood: Plaats het brood in de voorverwarmde oven en bak het gedurende 25-30 minuten, tot het goudbruin is en hol klinkt als je op de onderkant klopt. Voor een knapperige buitenkant zet ik onderaan de oven een klein ovenvast bakje met kokend water.
Afkoelen: Laat het brood volledig afkoelen op een rooster voordat je het aansnijdt. Omdat ik altijd 2 broden bak, vries ik 1 brood in nadat het brood is afgekoeld.
Geniet van je zelfgemaakte meerzadenbrood – heerlijk met kaas, beleg of gewoon zo!
Wat een succesvolle zomer hebben we tot nu toe gehad! Als jong bedrijf hebben we zoveel geïllustreerde kookboeken verkocht, talloze keukentextielen, en momenteel vliegen de houten serveerplanken—vaak gepersonaliseerd—de deur uit. Ik hou van de zomer, maar als september aanbreekt, word ik misschien nog gelukkiger. De avonden worden al iets korter, maar dat maakt het des te gezelliger wanneer we de vuurkorf aansteken.
Dauw en mist zweven boven de uitgestrekte weilanden en tussen de glooiende heuvels van het ongerepte, prachtige Parc du Morvan. Ik ben dol op de aardse geuren en de paddenstoelen die weldra zullen verschijnen. September is mijn favoriete maand, vol lange wandelingen en de rust die terugkeert nu veel toeristen huiswaarts zijn gekeerd.
De spinnen met hun kunstige webben bieden prachtige fotomomenten, al vind ik het iets minder leuk dat ze ook onze huizen intrekken. Maar ik zet ze altijd diervriendelijk buiten, want spinnen zijn nuttige insecten.
En dan zijn er de septemberklassiekers in de keuken: gratin Dauphinois, coq au vin, ratatouille, boeuf Bourguignon, moules marinières, kweeperen, appels, vijgen en bramen—kom maar op, september! Ik begroet je met open armen, et bon appétit!
Geschiedenis en weetjes van mijn recept van de eerste september “gratin Dauphinois”
De Gratin Dauphinois is een klassiek Frans gerecht met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw. Dit gerecht komt oorspronkelijk uit de Dauphiné-regio in Zuidoost-Frankrijk, die ligt aan de voet van de Alpen. Het gerecht ontleent zijn naam aan deze regio, wat aangeeft dat het een specialiteit van de streek is.
Oorsprong en ontwikkeling:
De eerste schriftelijke vermelding van Gratin Dauphinois dateert van 12 juli 1788, toen het gerecht werd geserveerd tijdens een diner dat werd gehouden door Charles-Henri, hertog van Clermont-Tonnerre, toenmalig bevelhebber van het Dauphiné-leger. Dit gerecht was oorspronkelijk een eenvoudige schotel die in landelijke huishoudens werd bereid, met aardappelen die werden gesneden en gelaagd met room en soms melk, en vervolgens langzaam werden gebakken in de oven tot ze zacht en goudbruin waren.
Ingrediënten:
De traditionele Gratin Dauphinois bevat geen kaas, wat het onderscheidt van andere aardappelgratin-gerechten. Het gerecht is gebaseerd op een paar eenvoudige ingrediënten: aardappelen, room (soms in combinatie met melk), knoflook, zout, peper en nootmuskaat. Deze ingrediënten worden langzaam gegaard, zodat de aardappelen de rijke, romige smaak van de room opnemen en een zachte, smeuïge textuur krijgen.
Bereidingswijze:
Het gerecht werd oorspronkelijk gekookt in een zware, aardenwerken schaal die in de haard werd geplaatst, waar het langzaam kon garen. Tegenwoordig wordt Gratin Dauphinois meestal in de oven bereid. De aardappelen worden dun gesneden en gelaagd in de schaal, afgewisseld met room en kruiden. De lange, langzame kooktijd zorgt ervoor dat de aardappelen perfect gaar worden en de smaken zich goed vermengen.
Culinaire invloed:
Gratin Dauphinois is een geliefd gerecht geworden in heel Frankrijk en daarbuiten. Het wordt vaak geserveerd als bijgerecht bij vleesgerechten, zoals gebraden kip, lam of rundvlees, en past goed bij de rijke, volle smaken van de herfst en winter. Hoewel het oorspronkelijk een gerecht was uit de arme landelijke keuken, is het door de tijd heen uitgegroeid tot een verfijnde delicatesse die in veel restaurants op de menukaart staat.
Variaties:
Hoewel de traditionele versie strikt is in zijn eenvoud, zijn er door de jaren heen verschillende variaties van Gratin Dauphinois ontstaan. Sommige recepten voegen kaas toe, zoals Gruyère of Comté, voor een extra laag smaak en textuur. Andere versies kunnen kruiden zoals tijm of rozemarijn bevatten, of zelfs een vleugje knapperig spek.
Gratin Dauphinois blijft een iconisch gerecht dat de Franse culinaire traditie eer aandoet, met zijn eenvoudige maar rijke combinatie van aardappelen en room die de smaak van het terroir van de Dauphiné perfect vangt.
Ingrediënten:
1 kg vastkokende aardappelen
2 teentjes knoflook
500 ml slagroom
250 ml melk
50 g boter (voor het invetten van de schaal)
Zout en peper naar smaak
Optioneel: een snufje nootmuskaat
Bereidingswijze:
Voorbereiding:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet een ovenschaal in met boter.
Pel de knoflook en snijd deze doormidden. Wrijf de binnenkant van de ovenschaal in met de gesneden knoflook voor extra smaak.
Aardappelen voorbereiden:
Schil de aardappelen en snijd ze in dunne plakjes (ongeveer 3 mm dik).
Gratin samenstellen:
Leg de aardappelschijfjes dakpansgewijs in de ovenschaal.
Breng in een pan de slagroom en melk aan de kook met zout, peper en eventueel een snufje nootmuskaat. Giet het mengsel over de aardappelen, zodat ze net onder staan.
Bakken:
Bak de gratin 60 tot 75 minuten in de voorverwarmde oven, tot de aardappelen zacht zijn en de bovenkant goudbruin is.
Serveren:
Laat de gratin enkele minuten rusten voordat je hem serveert, zodat hij kan opstijven.
Lekker bij de ratatouille: Dit Provençaalse groentegerecht van aubergine, courgette, paprika, en tomaat voegt een vleugje frisheid en kleur toe naast de gratin. Ik gebruik groenten uit mijn eigen moestuin. Vegetarische maaltijd en je mist geen vlees.
Persoonlijke noot:Deze klassieke Franse taart is intens, een ware explosie van smaken. Ik had graag foto’s willen maken van de prachtige laagjes – de knapperige bodem, de frisse citroencrème, en de luchtige meringue – maar de taart was zo snel op dat ik daar niet eens de kans voor kreeg. Deze taart vraagt om wat geduld en aandacht voor het recept, waarbij nauwkeurig wegen essentieel is. Hoewel gewone Franse meringue uitstekend werkt, maakt de Italiaanse variant het net iets uitdagender. Door de pieken van de meringue met een brander te kleuren, worden ze beschermd tegen uitdrogen, wat een prachtige afwerking geeft. Dit is echt een bijzondere taart die je een keertje zelf gemaakt moet hebben.
Geschiedenis
De Tarte au citron meringuéeis een klassieker in de Franse patisserie. Deze combinatie van een knapperige pâte sucrée, romige citroenvulling en luchtige meringue is al sinds de 19e eeuw geliefd.
In Frankrijk, met name aan de Côte d’Azur, vieren ze elk jaar de citroenen oogst tijdens het beroemde Fête du Citron in Menton. In Nederland is het lastig om deze citroenen te kopen. Kies in ieder geval voor mooie, liefst biologische citroenen, dat proef je zeker terug in je citroen taart.
Bereidingswijze tarte au citron meringuée:
Ingrediënten voor het zoete kruimeldeeg: 250 g fijne bloem 135 g gekoelde boter in kleine blokjes 2-3 eetlepels koud water snuf zout 2 el fijne kristalsuiker
Voor de vulling: 30 g bloem 30 g maïzena 250 g fijne kristalsuiker 2 dl citroensap (ongeveer) 1 el geraspte (biologische) citroenschil 50 g ongezouten boter in kleine blokjes 6 eidooiers, ik gebruik eidooiers van mijn eigen scharrel kipjes
Voor de normale simpele meringue: 3 eiwitten 170 g suiker
*ik maak Italiaanse merinque, ingrediënten:
4 eiwitten
200 g kristalsuiker
60 ml water
Bereidingswijze Italiaanse meringue:
Suikersiroop maken: Breng het water en de suiker in een pan aan de kook. Kook tot de siroop een temperatuur van 118°C bereikt (gebruik een suikerthermometer).
Eiwitten opkloppen: Terwijl de siroop kookt, klop je de eiwitten in een schone kom tot zachte pieken.
Suikersiroop toevoegen: Giet de hete suikersiroop in een dunne straal, al kloppend, bij de eiwitten. Blijf kloppen tot de meringue dik, glanzend en afgekoeld is.
Bereidingswijze voor de Franse klassieke citroen taart:
1. Zeef de bloem met een snufje zout in een kom. Kneed de boter door het deeg met je vingertoppen. Voeg 2 el fijne kristalsuiker toe aan het deeg en meng door elkaar. Maak een kuiltje in het midden, voeg het water toe en meng het tot een samenhangend geheel. Wikkel in folie en leg het deeg 30 minuten in de koelkast.
2. Vet een taartvorm in en rol het deeg uit tussen twee vellen bakpapier. Leg de deeglap in de vorm en snijd het overtollige deeg weg.
3. Vul de vorm met een laag bakpapier en vul met bakbonen of bakrijst en bak het deeg 15 minuten blind in de oven op 200º graden (180 º hetelucht). Verwijder de bakbonen of de rijst en het bakpapier en bak nog 15-20 minuten. Haal uit de oven en laat afkoelen.
4. Maak de vulling van de taart door de bloem, de maïzena, de suiker, het citroensap en de citroenschil in een pan te doen en aan te lengen met 3 dl water. Zet de pan op het vuur en roer het geheel met een garde goed door. Na twee minuten koken is het mengsel dikker van structuur. Haal de pan van het vuur en laat iets afkoelen.
5. Voeg de boter en de zes eidooiers toe ( de mix moet niet meer te warm zijn) en mix deze er goed doorheen. Roer nog twee minuten door op laag vuur en verdeel het mengsel over de taartbodem. Laat afkoelen.
6. Klop de drie eiwitten in een vetvrije kom stijf en voeg de suiker toe. Mix tot de meringue in pieken omhoog blijft staan.
7. Verdeel de meringue over de citroenvulling. Vorm met een vork wat extra pieken in de meringue. Ik gebruik een spuitzak met spuitmondje om mooie pieken te maken. En in plaats van “gewone” meringue gebruik ik Italiaanse meringue.
Bak de taart 8-10 minuten onder de grill tot deze lichtbruin en gaar is, of verwarm de pieken van het eiwitschuim voorzichtig met een crème brûlée brander.
Als je bodem klaar is, leg die met bakpapier in de bakvormBak de bodem blind met bakbonen of gewone bonen, of rijstUiteindelijk moet de bodem er zo uitzien nadat deze uit de oven komtVerdeel de citroen crémeAls je kiest voor Italiaanse meringue, gebruik dan een suiker thermometerMet een spuitzak met groot spuitmondje kan je makkelijk de meringue verdelen en pieken makenAls je alle toefjes hebt gemaakt kan je de eiwit toefjes met een kleine brandertje voorzichtig branden. Of je zet de taart even in de oven op de grill standDe aquarel van de citroen, meringue taartCitroenen
Dit is een traditioneel Frans dessert vergelijkbaar met clafoutis, maar in plaats van kersen wordt het gemaakt met ander fruit zoals perziken, appels, peren, of pruimen. Flognarde is vooral populair in de regio’s van Auvergne en Limousin.
Buiten koken en genieten: Flognarde met perziken en amandel schilfers
Vandaag hebben Lies en ik iets bijzonders gemaakt: een heerlijke flognarde met perziken en amandelschilfers. We besloten buiten te koken, en ik moet zeggen, het was zowel leuk als praktisch. Onze buitenkeuken is nog niet helemaal af, maar het begint al vorm te krijgen. Ik heb zelf het mozaïekblad van het aanrecht gelegd, en hoewel de oven nog niet ingebouwd is, konden we toch een deel van de bereiding buiten doen. De flognarde hebben we binnen gebakken, maar buiten in mooie punten gesneden en geserveerd.
Ik ben altijd al dol geweest op clafoutis, maar deze flognarde, met haar zachte, luchtige structuur en de smaakvolle combinatie van perziken en amandelmeel, is net zo lekker. En als je wat extra’s wilt, kan een scheutje amaretto in het beslag het geheel een verrukkelijke twist geven. Verse perziken zijn natuurlijk heerlijk, maar ook perziken uit blik zijn moeilijk te weerstaan – zorg er alleen voor dat je ze goed laat uitlekken voordat je ze gebruikt.
Wat heb je nodig?
1 blik halve perziken, goed uitgelekt
4 eieren van scharrelkippen (zoals mijn eigen kipjes)
200 ml melk
45 gram boter op kamertemperatuur
1 el vanille-aroma
70 gram fijne bloem
30 gram amandelmeel
Snufje zout
1 theelepel citroensap
Amandelschilfers, voor de topping
Optioneel: een scheutje amaretto
Poedersuiker, om te bestuiven (als je het extra feestelijk wilt maken)
Bereidingswijze:
Perziken voorbereiden: Laat de perziken goed uitlekken en leg ze vervolgens met de bolle kant omhoog in een siliconen bakvorm. Gebruik je een gewone bakvorm? Leg dan eerst bakpapier op de bodem en vet de zijkanten goed in met boter of olie.
Beslag maken: Meng alle ingrediënten – behalve de amandelschilfers – tot een glad beslag. Voeg optioneel wat amaretto toe voor een extra smaakdimensie.
Flognarde bakken: Giet het beslag gelijkmatig over de perziken in de bakvorm. Bestrooi royaal met amandelschilfers.
Oven: Bak de flognarde in een voorverwarmde oven op 180 graden gedurende 40 minuten, of totdat hij mooi goudbruin is en stevig aanvoelt.
Afwerking: Laat de flognarde even afkoelen voordat je hem in mooie punten snijdt. Bestuif eventueel met poedersuiker voor een feestelijk tintje.
Of je nu een ervaren bakker bent of net begint met het ontdekken van klassieke Franse zoetigheden, een flognarde is echt een traktatie. De combinatie van sappige perziken en knapperige amandelschilfers maakt dit dessert onweerstaanbaar. Geserveerd buiten, onder de bomen, terwijl het zonlicht door de bladeren op de houten tafel valt, omringd door leuke mensen die maar al te graag willen proeven – zo ervaren wij “la douce France” op haar mooist. Bon appétit!
Persoonlijke noot:15 augustus is een belangrijke feestdag in Frankrijk, bekend als Maria-Tenhemelopneming (L’Assomption), een religieuze viering die door het hele land in ere wordt gehouden. Deze ochtend bezocht ik samen met mijn dochter Lies een brocante, altijd op zoek naar de fijnste ingrediënten. We vonden prachtige grote olijven en een handgemaakt aardewerken olijvenbakje. Na een eenvoudig, maar heerlijk hapje met een glaasje huiswijn genoten te hebben, keerde we huiswaarts om vier verrukkelijke Salambo-gebakjes te maken. Dit gebakje, verwant aan de eclair en vaak gezien als het vergeten juweel van de Franse patisserie, onderscheidt zich door zijn ronde of ovale vorm—een verfijnde tegenhanger van de langwerpige eclair. Wat het Salambo-gebakje bijzonder maakt, is de delicate laag glazuur, vaak verrijkt met knapperige nootjes of stukjes chocolade. Voor een speelse, Nederlandse twist gebruik ik graag hagelslag, wat een verrassend en heerlijk accent toevoegt.
De vulling, een rijke banketbakkersroom, wordt vaak op smaak gebracht met rum of een rumaroma, wat het gebakje een diepe, aromatische dimensie geeft. Persoonlijk vind ik het een heerlijk gebakje. Het werken met soezendeeg kan in het begin een uitdaging zijn, maar met enige ervaring en precisie is succes verzekerd. Een belangrijke tip: open tijdens het bakken nooit de ovendeur, dit om de perfecte textuur te garanderen.
De geschiedenis van het Saint-Honoré gebakje:
Oorsprong en betekenis Het Saint-Honoré gebakje is vernoemd naar de heilige Honoratus van Amiens, de beschermheilige van bakkers en banketbakkers. Gecreëerd in 1847 door de banketbakker Chiboust in Parijs, vond dit gebak zijn naam en plaats in de geschiedenis op de Rue Saint-Honoré. Het weerspiegelt de essentie van de Franse baktraditie, bekend om zijn innovatie en elegantie.
De verfijning begint met het bakken van een delicate ovale soes, krokant aan de buitenkant en luchtig van binnen, zorgvuldig gevuld met een romige, zijdezachte banketbakkersroom. Dit meesterwerk wordt bekroond met een elegant kapje van soezendeeg en afgewerkt met een glanzende laag glazuur of karamel. Ik kies voor een gladde, glanzende laag glazuur, royaal bestrooid met authentieke Hollandse hagelslag, wat zorgt voor een perfecte harmonie tussen smaak en textuur
Een modern meesterwerk In moderne patisserieën blijft het Saint-Honoré gebakje een bron van inspiratie. Van klassieke recepten tot hedendaagse interpretaties met karamel, chocolade of zelfs exotisch fruit, elke variant biedt een nieuwe ervaring die trouw blijft aan de essentie van het origineel.
Het Salambo-gebakje is een klassiek Frans gebak, ook wel bekend als een religieuse of een soort éclair, gevuld met crème en overgoten met karamel. Hieronder geef ik je een recept voor 4 stuks.
Ingrediënten (voor 4 stuks):
Voor het deeg (pâte à choux):
50 ml water
50 ml melk
45 g boter
1/2 tl suiker
1/4 tl zout
60 g bloem
2 eieren
Voor de banketbakkersroom (crème pâtissière):
250 ml melk
1 vanillestokje
50 g suiker
2 eierdooiers
20 g maïzena
20 g boter
Voor de karamel:
100 g suiker
50 ml water
Bereidingswijze:
1. Maak de pâte à choux:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Breng het water, de melk, de boter, de suiker en het zout aan de kook in een pan.
Voeg de bloem in één keer toe en roer goed door met een houten lepel tot het deeg loskomt van de pan en een gladde bal vormt.
Haal de pan van het vuur en voeg één voor één de eieren toe, roer goed na elk ei tot het deeg glad is.
Spuit het deeg in bolletjes of langwerpige vormen op een met bakpapier beklede bakplaat.
Bak de choux ongeveer 25-30 minuten tot ze goudbruin en luchtig zijn. Laat ze afkoelen.
2. Maak de banketbakkersroom:
Breng de melk met het vanillestokje (opengesneden en leeggeschraapt) aan de kook.
Klop in een kom de eierdooiers met de suiker tot een lichte, schuimige massa.
Voeg de maïzena toe en roer goed.
Giet de helft van de warme melk bij het eimengsel en meng goed door.
Giet het geheel terug in de pan en kook op laag vuur tot de room dik wordt, al roerend.
Haal van het vuur, voeg de boter toe en laat afkoelen.
3. Vul de choux:
Snijd een klein gaatje in de onderkant van elke choux en vul ze met de afgekoelde banketbakkersroom, gebruik hiervoor een spuitzak. Ik heb mijn soezen door midden gesneden en gevuld.
4. Maak de karamel: ik maak mijn gebakjes zonder karamel maar het is een mooie toevoeging. Het is een keuze, vaak wordt er wel voor gekozen. In plaats van karamel heb ik glazuur gemaakt van poedersuiker met een beetje water.
Verwarm de suiker met het water in een pan op middelhoog vuur zonder te roeren tot het mengsel een mooie goudbruine kleur krijgt.
Doop de bovenkant van elk gevuld gebakje in de karamel en laat het hard worden.
Bereidingstijd:
Voorbereiding en bakken: Ongeveer 1 uur en 30 minuten
Afkoelen en afwerken: Ongeveer 30 minuten
In totaal heb je ongeveer 2 uur nodig om de Salambo-gebakjes te maken en af te werken.
Persoonlijke favoriet: Ik ben dol op croissants en geniet graag van traditioneel bereide espresso, maar het liefst doop ik mijn croissant ineen romige café au lait. Soms voeg ik een vleugje decadentie toe door een stukje chocolade in de croissant te stoppen — een verrukkelijke traktatie die elke hap onweerstaanbaar maakt!
Croissants zijn onmiskenbaar verbonden met Frankrijk, samen met pain au chocolat vormen ze een erkend onderdeel van het nationale erfgoed sinds 2013. Ze zijn toegevoegd aan de lijst van beschermde Franse voedingsmiddelen, een eer die de culturele en culinaire waarde van deze geliefde lekkernij onderstreept.
Maar wist je dat er een verschil is tussen rechte en kromme croissants? Vroeger maakten bakkers een goedkopere variant met margarine die krom van vorm was. Echte patissiers wilden zich echter onderscheiden van de boulangers en kozen daarom voor roomboter in hun recepten, wat resulteerde in rechte croissants. In Nederlandse supermarkten vind je ook rechte croissants, hoewel deze niet altijd met roomboter zijn gemaakt. In Frankrijk kun je er echter zeker van zijn: recht betekent met roomboter, krom met margarine of een mix van beide.
Het vouwen van de croissant is een ware kunst. In klassieke bakkerijen wordt gezegd dat een croissant wel 80 keer wordt gevouwen, wat resulteert in flinterdunne lagen en veel luchtigheid in het eindproduct.
Oorspronkelijk komt de croissant uit Oostenrijk, maar met een Fransetwist. Volgens de legende werd de croissant geïntroduceerd in Frankrijk in de late 17e eeuw, toen bakkers uit Wenen zich in Parijs vestigden in de hoop op betere verdiensten. Ze brachten de traditionele ‘kipferl’ mee, die op een halve maan leek. De Fransen gaven er hun eigen draai aan door pure roomboter toe te voegen en meer lagen in het deeg te verwerken.
Er wordt gezegd dat de halve maan vorm van de croissant een eerbetoon is aan de overwinning van het Oostenrijkse leger op het Ottomaanse rijk tijdens het beleg van Wenen in 1683. Er gaan echter ook verhalen dat het deeg in deze vorm makkelijker gerold en gevouwen kon worden.
Persoonlijke noot: Het is gelukkig niet meer zo heel warm in de Bourgogne, gisteren was het meer dan 30 graden, vandaag is het een stuk aangenamer. Vandaag is ook de perfecte tijd voor deze heerlijke uienpizza met ansjovis. Helemaal leuk samen koken! Je kunt ook een kant-en-klare pizzabodem kopen. Vorig jaar had ik een fabriekspissaladière gekocht, die viel tegen; vers en zelfgemaakt is zoveel lekkerder. Met deze temperaturen rijst het deeg goed. De combinatie van zoete uien en zoute ansjovis of sardientjes tilt dit gerecht naar een goddelijk niveau. Als je aan Frankrijk denkt, denk je aan pissaladière, vind ik persoonlijk. Kies voor kwalitatieve biologische ingrediënten en gun de uien de tijd om langzaam te karameliseren op laag vuur. Ik beloof je, het wachten is meer dan de moeite waard. Ik gebruik in plaats van ansjovis ook vaak sardientjes. Bij het uienmengsel voeg ik een eetlepel van de olie toe van de sardientjes of ansjovis.
De Pissaladière is een klassiek gerecht uit de Franse Provence, beroemd om zijn heerlijke combinatie van gekarameliseerde uien, ansjovis en olijven op een deegbodem, vergelijkbaar met een pizza maar dan zonder tomatensaus. Dit hartige gerecht heeft een rijke geschiedenis en wordt vaak gegeten als snack of lichte maaltijd, vooral in Zuid-Frankrijk.
Bereiding voor Pissaladière: Voor de bereiding begin je met het maken van een deegbodem, wat kan variëren tussen traditioneel pizzadeeg of bladerdeeg. De topping bestaat voornamelijk uit een mengsel van langzaam gekookte uien die gekarameliseerd zijn met olijfolie, soms verrijkt met een beetje suiker. Daarna worden ansjovis en Niçoise olijven artistiek bovenop gelegd, vaak in een diamantpatroon. Het gerecht wordt vervolgens gebakken tot het deeg goudbruin en krokant is.
Geschiedenis en populariteit: De naam “Pissaladière” komt mogelijk van ‘pissalat’, een soort ansjovispasta die traditioneel in dit gerecht werd gebruikt. Dit gerecht was oorspronkelijk bedoeld als een goedkope en vullende maaltijd voor arbeiders en heeft zich ontwikkeld tot een geliefde snack in heel Frankrijk. Het is vooral populair in Nice en andere delen van de Côte d’Azur, waar het vaak verkocht wordt op straatmarkten en in bakkerijen.
Serveren: Pissaladière wordt traditioneel geserveerd als een lunchgerecht of gesneden in kleine vierkantjes als een aperitief. Het past uitstekend bij een salade en een glas gekoelde rosé of een lichtere rode wijn, die de rijke smaken van het gerecht mooi complementeren.
Dit canvasdoek heb ik erbij geschilderd.De pissaladière, het ruitjes patroon maakt het ook leuk om te zien, de smaak is verrukkelijk!
Dit heb je nodig:
Deegbasis: Puff pastry (bladerdeeg) of pizzadeeg, afhankelijk van je voorkeur.
Extra smaakmakers: 2 theelepels balsamicoazijn en een beetje bruine suiker (riet suiker) voor het karameliseren van de uien.
Bereidingswijze in grote lijnen:
Voorbereiden: Verwarm de oven voor en bereid je deeg voor op een bakplaat.
Uien koken: Bak de uien langzaam in boter met suiker, azijn en kruiden tot ze goudbruin en zacht zijn. De eerste 40 minuten op een heel laag pitje met de deksel erop, de uien mogen niet bruin worden. Daarna nog 10 minuten zonder deksel zodat het vocht wat verdampt. Mocht er teveel vocht bij de uien zitten, gebruik dan 1 theelepel maizena opgelost in 1 eetlepel koud water toevoegen aan de warme uien.
Assemblage: Verspreid de gekarameliseerde uien (eerst laten afkoelen) over het deeg, gevolgd door een patroon van ansjovis en olijven, zie onze foto.
Bakken: Bak de pissaladière in de oven tot het deeg goudbruin en krokant is, ongeveer in 35 à 40 minuten.
Serveren: Serveer warm of op kamertemperatuur, gesneden in stukken.
Bloem: 3½ tot 4 koppen (ongeveer 440 tot 500 gram) – broodmeel of all-purpose meel werkt het beste
Olijfolie: 2 eetlepels
Zout: 1½ theelepel
Bereidingswijze:
Gist activeren:
Los de suiker en de gist op in warm water in een grote kom. Laat het mengsel ongeveer 5 tot 10 minuten staan tot het schuimig wordt, wat aangeeft dat de gist actief is.
Deeg maken:
Voeg olijfolie, zout, en de helft van de bloem toe aan het gistmengsel. Meng met een lepel of een deeghaak op lage snelheid totdat alles goed gemengd is.
Blijf geleidelijk de rest van de bloem toevoegen totdat een zacht deeg ontstaat dat gemakkelijk van de zijkanten van de kom loslaat.
Deeg kneden:
Kneed het deeg op een licht bebloemd oppervlak voor ongeveer 6 tot 8 minuten, of totdat het glad en elastisch is. Als het deeg te plakkerig is, voeg dan een beetje meer bloem toe.
Eerste rijs:
Plaats het deeg in een licht ingevette kom, dek af met een doek of plasticfolie, en laat het op een warme plaats rijzen tot het deeg in omvang verdubbeld is, dit duurt ongeveer 1 tot 1½ uur.
Vormen en bakken:
Sla het deeg neer en verdeel het in de gewenste grootte. Rol het deeg uit voor je pizza of Pissaladière en beleg het naar wens.
Bak in een voorverwarmde oven op 220°C tot de randen goudbruin en knapperig zijn, meestal ongeveer 10 tot 15 minuten, afhankelijk van de dikte van het deeg.
Dit recept geeft je een goede basis voor pizzadeeg dat je kunt gebruiken voor allerlei gerechten, waaronder Pissaladière.
De is in volle gang in de Bourgogne en brengt talloze mooie momenten, buiten eten, frisse salades, heerlijk gevulde groenten, fruit van de barbecue, en citroen-lavendel limonade, alles “à la maison” gemaakt met groenten en fruit uit eigen moestuin. Eieren van de eigen kipjes en de cider is gemaakt van de appels uit onze boomgaarden. Ik verheug me erop om zomer recepten te delen zoals de verrukkelijke aubergine dip die in Zuid-Frankrijk geserveerd wordt bij kikkererwten crêpes, de klassieke pissaladière, en het eenvoudige maar o zo lekkere tomaten-taartje. Geniet van de zomer, de smakelijke maaltijden, elkaars gezelschap, een glas gekoelde rosè of een verfrissende citronnade. Leef en vier de dagen, zomerse groetjes van Lies en Philippine.
Persoonlijke noot: Dit eenvoudige en heerlijke recept is perfect voor een warme dag in de Bourgogne, waar je niet te lang in de keuken wilt staan. De combinatie van frisse biologische tomaten en de rijke smaak van Cantal kaas maakt dit gerecht tot één van mijn zomerse favorieten. Momenteel is het in de middag meer dan 30 graden en dan zijn dit soort taartjes verrukkelijk, ik doe altijd bij de mosterd een beetje honing, dat is een persoonlijk dingetje. Voor mij maakt dat de taart net even lekkerder, deze taart lijkt een beetje op het tomaten taartje uit mijn kookboek maar de “Cantal kaas” maakt het toch net even anders.
Cantal kaas, een van de oudste kazen in Frankrijk, is vernoemd naar de bergen van de Auvergne in het centrale deel van het land. Deze harde kaas wordt gemaakt van rauwe koemelk en heeft een rijke, licht pittige smaak die goed samengaat met de zoetheid van tomaten. De productie van Cantal is een zorgvuldig proces waarbij de kaas lange tijd moet rijpen, wat bijdraagt aan zijn diepe smaak en complexiteit.
Ingrediënten:
Kant-en-klare of zelfgemaakte pizzadeeg of bladerdeeg
Mosterd
Een beetje honing
Biologische tomaten, in plakjes gesneden
Verse Cantal kaas, geraspt of in dunne plakjes
Zout en peper naar smaak
Optioneel: verse kruiden zoals basilicum of tijm
Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Rol het deeg uit en leg het op een ingevette bakplaat of in een taartvorm.
Smeer een dunne laag mosterd over de bodem van het deeg.
Leg de plakjes tomaat gelijkmatig over de mosterd.
Bestrooi de tomaten met zout en peper.
Verdeel de Cantal kaas over de tomaten.
Bak de tarte in de oven voor ongeveer 20-25 minuten, of totdat de kaas gesmolten en goudbruin is en de korst knapperig.
Garneer met verse kruiden naar keuze voor het serveren.
Serveer deze heerlijke tarte met een frisse groene salade en een glas koude rosé voor de perfecte zomermaaltijd.