Geniet van de rijke smaak van schapenkaas in een Bourgondisch gerecht vol traditie
Schapenkaas in de Bourgogne
Ons geliefde Bourgogne – waar de zonnebloemen hun laatste bloei beleven, de koeien nog vredig genieten van het gras en het warme zonnetje, en de boeren druk bezig zijn met het binnenhalen van hun hooi en stro.
In dit prachtige landschap, waar de tijd soms lijkt stil te staan, genieten wij vaak van een lokale delicatesse: schapenkaas.
In de Bourgogne is schapenkaas een geliefd product, bereid van de melk van bijzondere schapenrassen zoals de Lacaune en Basco-Béarnaise. Hoewel deze rassen oorspronkelijk uit andere delen van Frankrijk komen, hebben ze hier hun thuis gevonden, en leveren ze melk van uitzonderlijke kwaliteit. De schapenkaas staat bekend om zijn romige, rijke smaak en kan zowel vers als gerijpt worden gegeten.
Denk aan iconische Franse schapenkazen zoals Roquefort en Ossau-Iraty, maar ook de Bourgogne kent haar eigen varianten, die vaak op de lokale markten te vinden zijn. Vandaag delen wij een van onze favoriete recepten met schapenkaas – een eenvoudige en heerlijke manier om van deze regionale schat te genieten.
Recept: Herfst salade met gebakken schapenkaas
Ingrediënten:
150g zachte schapenkaas (bijv. Ossau-Iraty of een lokale variant)
200g gemengde sla (bijv. veldsla, rucola)
1 peer, in dunne schijfjes gesneden
50g walnoten
1 eetlepel honing
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel balsamicoazijn
Zout en peper naar smaak
Bereidingswijze:
Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg de walnoten toe. Rooster ze lichtjes en zet ze opzij.
Snijd de schapenkaas in plakjes van ongeveer 1 cm dik.
Verhit in dezelfde pan een beetje olijfolie en bak de plakjes schapenkaas kort, totdat ze goudbruin zijn aan beide kanten.
Meng in een kom de sla, peer en geroosterde walnoten.
Maak een dressing van de olijfolie, balsamicoazijn, honing, zout en peper. Giet dit over de salade en meng goed.
Serveer de salade op borden en leg de gebakken schapenkaas er bovenop.
Tip: Voeg eventueel wat verse kruiden toe zoals tijm of rozemarijn voor extra smaak.
Bij deze herfstsalade heb ik weer enkele sfeervolle aquarellen geschilderd om het moment volledig vast te leggen. De salade doet denken aan de klassieke warme geitenkaassalade, maar de smaakbeleving is uniek door de toevoeging van schapenkaas.
Wat een succesvolle zomer hebben we tot nu toe gehad! Als jong bedrijf hebben we zoveel geïllustreerde kookboeken verkocht, talloze keukentextielen, en momenteel vliegen de houten serveerplanken—vaak gepersonaliseerd—de deur uit. Ik hou van de zomer, maar als september aanbreekt, word ik misschien nog gelukkiger. De avonden worden al iets korter, maar dat maakt het des te gezelliger wanneer we de vuurkorf aansteken.
Dauw en mist zweven boven de uitgestrekte weilanden en tussen de glooiende heuvels van het ongerepte, prachtige Parc du Morvan. Ik ben dol op de aardse geuren en de paddenstoelen die weldra zullen verschijnen. September is mijn favoriete maand, vol lange wandelingen en de rust die terugkeert nu veel toeristen huiswaarts zijn gekeerd.
De spinnen met hun kunstige webben bieden prachtige fotomomenten, al vind ik het iets minder leuk dat ze ook onze huizen intrekken. Maar ik zet ze altijd diervriendelijk buiten, want spinnen zijn nuttige insecten.
En dan zijn er de septemberklassiekers in de keuken: gratin Dauphinois, coq au vin, ratatouille, boeuf Bourguignon, moules marinières, kweeperen, appels, vijgen en bramen—kom maar op, september! Ik begroet je met open armen, et bon appétit!
Geschiedenis en weetjes van mijn recept van de eerste september “gratin Dauphinois”
De Gratin Dauphinois is een klassiek Frans gerecht met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw. Dit gerecht komt oorspronkelijk uit de Dauphiné-regio in Zuidoost-Frankrijk, die ligt aan de voet van de Alpen. Het gerecht ontleent zijn naam aan deze regio, wat aangeeft dat het een specialiteit van de streek is.
Oorsprong en ontwikkeling:
De eerste schriftelijke vermelding van Gratin Dauphinois dateert van 12 juli 1788, toen het gerecht werd geserveerd tijdens een diner dat werd gehouden door Charles-Henri, hertog van Clermont-Tonnerre, toenmalig bevelhebber van het Dauphiné-leger. Dit gerecht was oorspronkelijk een eenvoudige schotel die in landelijke huishoudens werd bereid, met aardappelen die werden gesneden en gelaagd met room en soms melk, en vervolgens langzaam werden gebakken in de oven tot ze zacht en goudbruin waren.
Ingrediënten:
De traditionele Gratin Dauphinois bevat geen kaas, wat het onderscheidt van andere aardappelgratin-gerechten. Het gerecht is gebaseerd op een paar eenvoudige ingrediënten: aardappelen, room (soms in combinatie met melk), knoflook, zout, peper en nootmuskaat. Deze ingrediënten worden langzaam gegaard, zodat de aardappelen de rijke, romige smaak van de room opnemen en een zachte, smeuïge textuur krijgen.
Bereidingswijze:
Het gerecht werd oorspronkelijk gekookt in een zware, aardenwerken schaal die in de haard werd geplaatst, waar het langzaam kon garen. Tegenwoordig wordt Gratin Dauphinois meestal in de oven bereid. De aardappelen worden dun gesneden en gelaagd in de schaal, afgewisseld met room en kruiden. De lange, langzame kooktijd zorgt ervoor dat de aardappelen perfect gaar worden en de smaken zich goed vermengen.
Culinaire invloed:
Gratin Dauphinois is een geliefd gerecht geworden in heel Frankrijk en daarbuiten. Het wordt vaak geserveerd als bijgerecht bij vleesgerechten, zoals gebraden kip, lam of rundvlees, en past goed bij de rijke, volle smaken van de herfst en winter. Hoewel het oorspronkelijk een gerecht was uit de arme landelijke keuken, is het door de tijd heen uitgegroeid tot een verfijnde delicatesse die in veel restaurants op de menukaart staat.
Variaties:
Hoewel de traditionele versie strikt is in zijn eenvoud, zijn er door de jaren heen verschillende variaties van Gratin Dauphinois ontstaan. Sommige recepten voegen kaas toe, zoals Gruyère of Comté, voor een extra laag smaak en textuur. Andere versies kunnen kruiden zoals tijm of rozemarijn bevatten, of zelfs een vleugje knapperig spek.
Gratin Dauphinois blijft een iconisch gerecht dat de Franse culinaire traditie eer aandoet, met zijn eenvoudige maar rijke combinatie van aardappelen en room die de smaak van het terroir van de Dauphiné perfect vangt.
Ingrediënten:
1 kg vastkokende aardappelen
2 teentjes knoflook
500 ml slagroom
250 ml melk
50 g boter (voor het invetten van de schaal)
Zout en peper naar smaak
Optioneel: een snufje nootmuskaat
Bereidingswijze:
Voorbereiding:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet een ovenschaal in met boter.
Pel de knoflook en snijd deze doormidden. Wrijf de binnenkant van de ovenschaal in met de gesneden knoflook voor extra smaak.
Aardappelen voorbereiden:
Schil de aardappelen en snijd ze in dunne plakjes (ongeveer 3 mm dik).
Gratin samenstellen:
Leg de aardappelschijfjes dakpansgewijs in de ovenschaal.
Breng in een pan de slagroom en melk aan de kook met zout, peper en eventueel een snufje nootmuskaat. Giet het mengsel over de aardappelen, zodat ze net onder staan.
Bakken:
Bak de gratin 60 tot 75 minuten in de voorverwarmde oven, tot de aardappelen zacht zijn en de bovenkant goudbruin is.
Serveren:
Laat de gratin enkele minuten rusten voordat je hem serveert, zodat hij kan opstijven.
Lekker bij de ratatouille: Dit Provençaalse groentegerecht van aubergine, courgette, paprika, en tomaat voegt een vleugje frisheid en kleur toe naast de gratin. Ik gebruik groenten uit mijn eigen moestuin. Vegetarische maaltijd en je mist geen vlees.
Dit is een traditioneel Frans dessert vergelijkbaar met clafoutis, maar in plaats van kersen wordt het gemaakt met ander fruit zoals perziken, appels, peren, of pruimen. Flognarde is vooral populair in de regio’s van Auvergne en Limousin.
Buiten koken en genieten: Flognarde met perziken en amandel schilfers
Vandaag hebben Lies en ik iets bijzonders gemaakt: een heerlijke flognarde met perziken en amandelschilfers. We besloten buiten te koken, en ik moet zeggen, het was zowel leuk als praktisch. Onze buitenkeuken is nog niet helemaal af, maar het begint al vorm te krijgen. Ik heb zelf het mozaïekblad van het aanrecht gelegd, en hoewel de oven nog niet ingebouwd is, konden we toch een deel van de bereiding buiten doen. De flognarde hebben we binnen gebakken, maar buiten in mooie punten gesneden en geserveerd.
Ik ben altijd al dol geweest op clafoutis, maar deze flognarde, met haar zachte, luchtige structuur en de smaakvolle combinatie van perziken en amandelmeel, is net zo lekker. En als je wat extra’s wilt, kan een scheutje amaretto in het beslag het geheel een verrukkelijke twist geven. Verse perziken zijn natuurlijk heerlijk, maar ook perziken uit blik zijn moeilijk te weerstaan – zorg er alleen voor dat je ze goed laat uitlekken voordat je ze gebruikt.
Wat heb je nodig?
1 blik halve perziken, goed uitgelekt
4 eieren van scharrelkippen (zoals mijn eigen kipjes)
200 ml melk
45 gram boter op kamertemperatuur
1 el vanille-aroma
70 gram fijne bloem
30 gram amandelmeel
Snufje zout
1 theelepel citroensap
Amandelschilfers, voor de topping
Optioneel: een scheutje amaretto
Poedersuiker, om te bestuiven (als je het extra feestelijk wilt maken)
Bereidingswijze:
Perziken voorbereiden: Laat de perziken goed uitlekken en leg ze vervolgens met de bolle kant omhoog in een siliconen bakvorm. Gebruik je een gewone bakvorm? Leg dan eerst bakpapier op de bodem en vet de zijkanten goed in met boter of olie.
Beslag maken: Meng alle ingrediënten – behalve de amandelschilfers – tot een glad beslag. Voeg optioneel wat amaretto toe voor een extra smaakdimensie.
Flognarde bakken: Giet het beslag gelijkmatig over de perziken in de bakvorm. Bestrooi royaal met amandelschilfers.
Oven: Bak de flognarde in een voorverwarmde oven op 180 graden gedurende 40 minuten, of totdat hij mooi goudbruin is en stevig aanvoelt.
Afwerking: Laat de flognarde even afkoelen voordat je hem in mooie punten snijdt. Bestuif eventueel met poedersuiker voor een feestelijk tintje.
Of je nu een ervaren bakker bent of net begint met het ontdekken van klassieke Franse zoetigheden, een flognarde is echt een traktatie. De combinatie van sappige perziken en knapperige amandelschilfers maakt dit dessert onweerstaanbaar. Geserveerd buiten, onder de bomen, terwijl het zonlicht door de bladeren op de houten tafel valt, omringd door leuke mensen die maar al te graag willen proeven – zo ervaren wij “la douce France” op haar mooist. Bon appétit!
Gougères, die heerlijke Franse kaassoesjes, zijn diep geworteld in de culinaire tradities van Bourgondië, Frankrijk. Ze komen oorspronkelijk uit het departement Yonne en worden gemaakt van soezendeeg vermengd met kaas, meestal Gruyère, Comté of Emmental, hoewel er ook andere kazen gebruikt kunnen worden voor verschillende smaakprofielen. Ik gebruik een mengsel van deze drie kazen samen.
Historisch gezien zijn gougères een populaire begeleiding bij aperitieven en worden vaak geserveerd bij vieringen en samenkomsten. Hun lichte, luchtige textuur in combinatie met de rijke, kazige smaak maakt ze een favoriete keuze voor zowel informele snacks als feestelijke gelegenheden.
Het woord “gougère” is waarschijnlijk afgeleid van een regionale term die verband houdt met warmte of bakken, wat hun bereidingsmethode weerspiegelt waarbij het deeg wordt gebakken tot het luchtig en goudbruin is. Deze gebakjes worden niet alleen gewaardeerd om hun heerlijke smaak maar ook om hun eenvoudige maar veelzijdige aard. Ze kunnen traditioneel zonder vulling worden genoten, of met toevoegingen zoals paddenstoelen, kruiden of andere kaassoorten voor een meer decadente traktatie.
Voor iedereen die wil beginnen met Franse baktradities, vertegenwoordigen gougères een perfect startpunt vanwege hun eenvoudige bereidingsproces en het heerlijke eindproduct.
INGREDIENTEN :
(40 stuks ongeveer)
100 ml melk
100 ml water
100 g boter
120 g bloem
1/2 tl zout
4 eieren
125 geraspte kaas (Gruyere)
nootmuskaat, peper
BEREIDINGSWIJZE:
Verwarm de oven voor op 200 °C. Breng het water, melk en de boter aan de kook. Voeg de bloem toe en gaar het geheel al roerend circa 4 minuten. Voeg het beslag toe aan de mixer of een kom. Meng de zout, peper en nootmuskaat erdoor. Roer het beslag een beetje koud. Voeg dan één voor één de eieren toe en meng goed door. Meng 100 g geraspte kaas erdoor. Breng eventueel op smaak met zout en peper.
Schep het beslag in een spuitzak. Spuit soesjes op een bakplaat met bakpapier. Verdeel de rest van de geraspte kaas over de soesjes. Verlaag de oventemperatuur naar 170 °C. Bak de soesjes circa 30 minuten in de oven.
Laat de boter smelten in de panVoeg alle meel in één keer toe en laat het beslag ongeveer 3 à 4 minuten kokenVoeg één voor één de eieren toe. Voeg pas een volgend ei toe als het vorige ei helemaal is opgenomen in het beslagVoeg zout, peper en nootmuskaat oe en de geraspte kaas, doe het mengsel in een grote spuitzak. Ik werk zonder spuitmondje om de soesjes te spuitenSpuit kleine hoopjes van het mengselBak de soesjes ongeveer 30 minuten, doe de oven tussendoor niet openHet leukste en lekkerste moment. Het proeven, mijn kaas soesjes zijn verrukkelijk!
Persoonlijke notitie van een inmiddels ervaren bakker:
Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken: kies voor kwalitatief hoogstaande, biologische ingrediënten. Meet al je ingrediënten vooraf nauwkeurig af en zorg dat alles klaarstaat volgens de ‘mise en place’. Soezendeeg, een zogenaamd kookdeeg, moet drie à vier minuten koken in de pan, tot het een bal vormt en een sissend geluid produceert; een lichte aanslag in de pan is normaal en kan later worden verwijderd.
Voeg de eieren één voor één toe, klop ze goed door het beslag. Gebruik verse, goed geraspte kaas voor de beste smaak. Met een spuitzak kun je eenvoudig gelijkmatige hoopjes van het beslag op de bakplaat aanbrengen. Maak met een natte vinger het puntje van elk soesje plat, zodat het niet verbrandt. Belangrijk: open tijdens het bakken nooit tussendoor de oven, om de perfecte textuur te garanderen.
Met deze tips van een ervaringsdeskundige en een perfect recept, kan het eigenlijk niet misgaan. Succes en bon appétit!
Persoonlijke noot:15 augustus is een belangrijke feestdag in Frankrijk, bekend als Maria-Tenhemelopneming (L’Assomption), een religieuze viering die door het hele land in ere wordt gehouden. Deze ochtend bezocht ik samen met mijn dochter Lies een brocante, altijd op zoek naar de fijnste ingrediënten. We vonden prachtige grote olijven en een handgemaakt aardewerken olijvenbakje. Na een eenvoudig, maar heerlijk hapje met een glaasje huiswijn genoten te hebben, keerde we huiswaarts om vier verrukkelijke Salambo-gebakjes te maken. Dit gebakje, verwant aan de eclair en vaak gezien als het vergeten juweel van de Franse patisserie, onderscheidt zich door zijn ronde of ovale vorm—een verfijnde tegenhanger van de langwerpige eclair. Wat het Salambo-gebakje bijzonder maakt, is de delicate laag glazuur, vaak verrijkt met knapperige nootjes of stukjes chocolade. Voor een speelse, Nederlandse twist gebruik ik graag hagelslag, wat een verrassend en heerlijk accent toevoegt.
De vulling, een rijke banketbakkersroom, wordt vaak op smaak gebracht met rum of een rumaroma, wat het gebakje een diepe, aromatische dimensie geeft. Persoonlijk vind ik het een heerlijk gebakje. Het werken met soezendeeg kan in het begin een uitdaging zijn, maar met enige ervaring en precisie is succes verzekerd. Een belangrijke tip: open tijdens het bakken nooit de ovendeur, dit om de perfecte textuur te garanderen.
De geschiedenis van het Saint-Honoré gebakje:
Oorsprong en betekenis Het Saint-Honoré gebakje is vernoemd naar de heilige Honoratus van Amiens, de beschermheilige van bakkers en banketbakkers. Gecreëerd in 1847 door de banketbakker Chiboust in Parijs, vond dit gebak zijn naam en plaats in de geschiedenis op de Rue Saint-Honoré. Het weerspiegelt de essentie van de Franse baktraditie, bekend om zijn innovatie en elegantie.
De verfijning begint met het bakken van een delicate ovale soes, krokant aan de buitenkant en luchtig van binnen, zorgvuldig gevuld met een romige, zijdezachte banketbakkersroom. Dit meesterwerk wordt bekroond met een elegant kapje van soezendeeg en afgewerkt met een glanzende laag glazuur of karamel. Ik kies voor een gladde, glanzende laag glazuur, royaal bestrooid met authentieke Hollandse hagelslag, wat zorgt voor een perfecte harmonie tussen smaak en textuur
Een modern meesterwerk In moderne patisserieën blijft het Saint-Honoré gebakje een bron van inspiratie. Van klassieke recepten tot hedendaagse interpretaties met karamel, chocolade of zelfs exotisch fruit, elke variant biedt een nieuwe ervaring die trouw blijft aan de essentie van het origineel.
Het Salambo-gebakje is een klassiek Frans gebak, ook wel bekend als een religieuse of een soort éclair, gevuld met crème en overgoten met karamel. Hieronder geef ik je een recept voor 4 stuks.
Ingrediënten (voor 4 stuks):
Voor het deeg (pâte à choux):
50 ml water
50 ml melk
45 g boter
1/2 tl suiker
1/4 tl zout
60 g bloem
2 eieren
Voor de banketbakkersroom (crème pâtissière):
250 ml melk
1 vanillestokje
50 g suiker
2 eierdooiers
20 g maïzena
20 g boter
Voor de karamel:
100 g suiker
50 ml water
Bereidingswijze:
1. Maak de pâte à choux:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Breng het water, de melk, de boter, de suiker en het zout aan de kook in een pan.
Voeg de bloem in één keer toe en roer goed door met een houten lepel tot het deeg loskomt van de pan en een gladde bal vormt.
Haal de pan van het vuur en voeg één voor één de eieren toe, roer goed na elk ei tot het deeg glad is.
Spuit het deeg in bolletjes of langwerpige vormen op een met bakpapier beklede bakplaat.
Bak de choux ongeveer 25-30 minuten tot ze goudbruin en luchtig zijn. Laat ze afkoelen.
2. Maak de banketbakkersroom:
Breng de melk met het vanillestokje (opengesneden en leeggeschraapt) aan de kook.
Klop in een kom de eierdooiers met de suiker tot een lichte, schuimige massa.
Voeg de maïzena toe en roer goed.
Giet de helft van de warme melk bij het eimengsel en meng goed door.
Giet het geheel terug in de pan en kook op laag vuur tot de room dik wordt, al roerend.
Haal van het vuur, voeg de boter toe en laat afkoelen.
3. Vul de choux:
Snijd een klein gaatje in de onderkant van elke choux en vul ze met de afgekoelde banketbakkersroom, gebruik hiervoor een spuitzak. Ik heb mijn soezen door midden gesneden en gevuld.
4. Maak de karamel: ik maak mijn gebakjes zonder karamel maar het is een mooie toevoeging. Het is een keuze, vaak wordt er wel voor gekozen. In plaats van karamel heb ik glazuur gemaakt van poedersuiker met een beetje water.
Verwarm de suiker met het water in een pan op middelhoog vuur zonder te roeren tot het mengsel een mooie goudbruine kleur krijgt.
Doop de bovenkant van elk gevuld gebakje in de karamel en laat het hard worden.
Bereidingstijd:
Voorbereiding en bakken: Ongeveer 1 uur en 30 minuten
Afkoelen en afwerken: Ongeveer 30 minuten
In totaal heb je ongeveer 2 uur nodig om de Salambo-gebakjes te maken en af te werken.
Persoonlijke favoriet: Ik ben dol op croissants en geniet graag van traditioneel bereide espresso, maar het liefst doop ik mijn croissant ineen romige café au lait. Soms voeg ik een vleugje decadentie toe door een stukje chocolade in de croissant te stoppen — een verrukkelijke traktatie die elke hap onweerstaanbaar maakt!
Croissants zijn onmiskenbaar verbonden met Frankrijk, samen met pain au chocolat vormen ze een erkend onderdeel van het nationale erfgoed sinds 2013. Ze zijn toegevoegd aan de lijst van beschermde Franse voedingsmiddelen, een eer die de culturele en culinaire waarde van deze geliefde lekkernij onderstreept.
Maar wist je dat er een verschil is tussen rechte en kromme croissants? Vroeger maakten bakkers een goedkopere variant met margarine die krom van vorm was. Echte patissiers wilden zich echter onderscheiden van de boulangers en kozen daarom voor roomboter in hun recepten, wat resulteerde in rechte croissants. In Nederlandse supermarkten vind je ook rechte croissants, hoewel deze niet altijd met roomboter zijn gemaakt. In Frankrijk kun je er echter zeker van zijn: recht betekent met roomboter, krom met margarine of een mix van beide.
Het vouwen van de croissant is een ware kunst. In klassieke bakkerijen wordt gezegd dat een croissant wel 80 keer wordt gevouwen, wat resulteert in flinterdunne lagen en veel luchtigheid in het eindproduct.
Oorspronkelijk komt de croissant uit Oostenrijk, maar met een Fransetwist. Volgens de legende werd de croissant geïntroduceerd in Frankrijk in de late 17e eeuw, toen bakkers uit Wenen zich in Parijs vestigden in de hoop op betere verdiensten. Ze brachten de traditionele ‘kipferl’ mee, die op een halve maan leek. De Fransen gaven er hun eigen draai aan door pure roomboter toe te voegen en meer lagen in het deeg te verwerken.
Er wordt gezegd dat de halve maan vorm van de croissant een eerbetoon is aan de overwinning van het Oostenrijkse leger op het Ottomaanse rijk tijdens het beleg van Wenen in 1683. Er gaan echter ook verhalen dat het deeg in deze vorm makkelijker gerold en gevouwen kon worden.
Het is volop zomer in Bourgondië en eigenlijk in heel Frankrijk; de perfecte tijd om citronnade te bereiden. Het basisrecept vind je in mijn eigen Franse familiereceptenboek, maar de variant die ik vandaag maak met lavendel en enkele rozenblaadjes is net even anders. Het is niet moeilijk te maken, het vereist alleen wat tijd. Ondanks dat het lijkt alsof er veel suiker wordt gebruikt, bereiden we eigenlijk een siroop waarvan we slechts een kleine hoeveelheid aan het glas toevoegen, rijkelijk aangevuld met water of mineraalwater.”
Let goed op de hoeveelheid lavendel; hoewel het een heerlijke toevoeging is aan gerechten, kan te veel lavendel leiden tot een zeepachtige smaak. Naast lavendel voeg ik ook een handjevol blaadjes met framboos-rozensmaak toe, die je naar wens kunt weglaten of toevoegen. Hieronder vind je het recept:”
400 g suiker
500 ml water
40 g gedroogde lavendel
handvol onbespoten eetbare rozenblaadjes
10 citroenen
bruiswater
ijsblokjes
Pers het sap van de citroenen en zeef het sap, of je moet een beetje vruchtvlees lekker vinden.
Breng de suiker aan de kook met het water.
Voeg de lavendel en rozenblaadjes toe en laat nog 15 minuten trekken.
Zeef de bereiding en voeg ook het gezeefde citroensap toe.
Vul aan met spuitwater of bruiswater en ijsblokjes.
Laat de suiker in het water helemaal oplossen, pers de citroenen, kies mooie biolochische citroenen.Als de suiker is opgelost voeg dan de lavendel toe en de rozenblaadjes. Laat op een heel laag pitje langzaam trekken, ongeveer 15 minuten.Dit is mijn roos waarvan de blaadjes een frambozen smaak hebben. Het is een zalige smaak, ik maak van de rozenblaadjes ook gezichts reinigings water.Dit is de kleur van het vocht na het zeven, kies een fijne zeef anders gaat de lavendel door de zeef gaten heen.Zo ziet de citronnade met lavendel en rozenblaadjes eruit. Ik wist dat het zonder kleurstof nauwelijks een paarse kleur zou hebben. Ik wil geen kleurstoffen en de smaak is verrukkelijk!Rozenblaadjes en lavendel uit eigen tuin, onbespoten.
Persoonlijke noot: Dit eenvoudige en heerlijke recept is perfect voor een warme dag in de Bourgogne, waar je niet te lang in de keuken wilt staan. De combinatie van frisse biologische tomaten en de rijke smaak van Cantal kaas maakt dit gerecht tot één van mijn zomerse favorieten. Momenteel is het in de middag meer dan 30 graden en dan zijn dit soort taartjes verrukkelijk, ik doe altijd bij de mosterd een beetje honing, dat is een persoonlijk dingetje. Voor mij maakt dat de taart net even lekkerder, deze taart lijkt een beetje op het tomaten taartje uit mijn kookboek maar de “Cantal kaas” maakt het toch net even anders.
Cantal kaas, een van de oudste kazen in Frankrijk, is vernoemd naar de bergen van de Auvergne in het centrale deel van het land. Deze harde kaas wordt gemaakt van rauwe koemelk en heeft een rijke, licht pittige smaak die goed samengaat met de zoetheid van tomaten. De productie van Cantal is een zorgvuldig proces waarbij de kaas lange tijd moet rijpen, wat bijdraagt aan zijn diepe smaak en complexiteit.
Ingrediënten:
Kant-en-klare of zelfgemaakte pizzadeeg of bladerdeeg
Mosterd
Een beetje honing
Biologische tomaten, in plakjes gesneden
Verse Cantal kaas, geraspt of in dunne plakjes
Zout en peper naar smaak
Optioneel: verse kruiden zoals basilicum of tijm
Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 graden Celsius.
Rol het deeg uit en leg het op een ingevette bakplaat of in een taartvorm.
Smeer een dunne laag mosterd over de bodem van het deeg.
Leg de plakjes tomaat gelijkmatig over de mosterd.
Bestrooi de tomaten met zout en peper.
Verdeel de Cantal kaas over de tomaten.
Bak de tarte in de oven voor ongeveer 20-25 minuten, of totdat de kaas gesmolten en goudbruin is en de korst knapperig.
Garneer met verse kruiden naar keuze voor het serveren.
Serveer deze heerlijke tarte met een frisse groene salade en een glas koude rosé voor de perfecte zomermaaltijd.
De “Croque Madame” is een variatie op de “Croque Monsieur”, een bekende Franse sandwich die oorspronkelijk bestaat uit ham en kaas tussen twee sneetjes brood, gegrild tot de kaas smelt en vaak overgoten met béchamel saus. De naam “Croque Monsieur” verscheen voor het eerst in Parijs rond 1910 en betekent letterlijk “bijtende meneer” als een verwijzing naar de knapperigheid van het brood.
De toevoeging van een gebakken of gepocheerd ei op de bovenkant van de sandwich transformeert een Croque Monsieur in een Croque Madame. Dit extra ingrediënt zou symbolisch zijn voor een dameshoed, wat de naam ‘Madame’ verklaart. De exacte oorsprong van deze toevoeging en de specifieke naamgeving is niet volledig gedocumenteerd, maar het wordt algemeen aangenomen dat de Croque Madame ergens in de jaren 1960 populair werd. Dit gerecht combineert de hartige smaken van de oorspronkelijke sandwich met de rijke textuur van het ei, wat een geliefde keuze is in vele Franse cafés en bistro’s.
Recept voor een “croque Madame” , ingrediënten:
2 sneetjes witbrood
2 plakjes ham
2 plakken Gruyère of andere smeltkaas
1 ei
Boter
Optioneel: een beetje mosterd of béchamelsaus
Bereidingswijze:
Voorbereiden: Besmeer één zijde van elk sneetje brood licht met boter. Dit is de buitenkant van je sandwich. Als je wilt, kun je de binnenkant van een sneetje insmeren met een beetje mosterd of béchamelsaus voor extra smaak.
Beleggen: Leg op het niet-besmeerde deel van een sneetje brood de plakjes ham en daarbovenop de plakken kaas. Dek af met het andere sneetje brood, boterkant naar buiten.
Grillen: Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en leg de sandwich in de pan. Bak tot de onderkant goudbruin en krokant is, ongeveer 3-4 minuten, en draai hem dan voorzichtig om om de andere kant te bakken.
Ei bakken: Terwijl de tweede kant van de sandwich bakt, bak je in een andere pan het ei. Het doel is om het ei te bakken tot het wit gestold is maar de dooier nog vloeibaar.
Serveren: Leg de gebakken sandwich op een bord en schuif het gebakken ei voorzichtig bovenop. Serveer direct.
De Croque Madame is een heerlijk hartig gerecht dat perfect is voor een brunch of als luxueus ontbijt. Geniet ervan!
Mijn acht kipjes zijn ware meesterleggers en zorgen dagelijks voor een overvloed aan heerlijke eieren, waardoor het bereiden van een smakelijke Croque Madame een fluitje van een cent is. Een leuk detail is dat elk kippenras bij mij thuis eieren legt in unieke kleuren; naast de gebruikelijke witte en bruine eieren, vind je bij ons ook groene en roze eieren. Zo wordt elke maaltijd een feestje!
Vorige week liep de temperatuur op tot ongeveer dertig graden in de Bourgogne, wat voor mij persoonlijk te warm is. Gelukkig blijft het binnen koel dankzij de dikke muren van 60 cm van ons huis. Franse huizen in warme gebieden hebben vaak ook kleinere ramen, en als het echt te warm wordt, sluit ik de luiken aan de zonkant van het huis. Gistermiddag wandelde ik in het hart van het Parc du Morvan onder een helderblauwe hemel, toen er plotseling pikzwarte wolken opdoemden. Ik droeg een zomerjurkje en had geen regenjas bij me. Gelukkig ben ik goed in conditie en kon ik snel naar mijn auto rennen; maar het avontuur was nog niet voorbij. Samen met mijn dochter en schoonzoon hadden we ook de paardentrailer nodig. Paardentrailer achter de jeep geplaatst. In de Morvan zijn er smalle, bochtige padjes die door het landschap slingeren. Het was inmiddels noodweer geworden, en vlak voor de auto brak een boom af. Wat nu? Gelukkig kon mijn schoonzoon de jeep met de grote paardentrailer behendig honderden meters achteruit manoeuvreren tot we bij een splitsing kwamen waar we konden keren. Naderhand heb ik een van mijn favoriete gerechten gemaakt: een groentepizza. Vandaag is het weer gelukkig iets afgekoeld, wat heel prettig is.
Het recept is verrassend eenvoudig. Begin met een pizzabodem naar keuze, die je licht inprikt met een vork. Meng crème fraîche, mosterd en een beetje honing tot een gladde saus. Smeer dit mengsel over de bodem uit. Dan komt het creatieve gedeelte: het versieren van de pizza. Gebruik hiervoor paprika’s in drie kleuren, wat tomaten, courgette of wat je maar lekker vindt en wat kleur geeft. Ik versierde mijn pizza in het thema van een vrolijke zon en kleurrijke bloemen. Strooi er wat geraspte kaas over en bak de pizza ongeveer een half uur in de oven. Serveer met een frisse groene salade voor een heerlijk en oogstrelend gerecht.