Ragoutbakje: Een luchtig hapje vol Franse verfijning
Als je ooit in Frankrijk hebt gegeten, ben je waarschijnlijk het gerecht vol-au-vent tegengekomen. Dit luchtige bladerdeegbakje gevuld met een heerlijke ragout is een klassieker in de Franse keuken en geliefd bij zowel locals als bezoekers. Maar waar komt deze naam vandaan? Wat betekent vol-au-vent precies, en waarom is het zo’n icoon van de Franse culinaire traditie?
Wat betekent “vol-au-vent?
De naam “vol-au-vent” betekent letterlijk “vliegend op de wind”. Dit verwijst naar de buitengewoon lichte, luchtige textuur van het bladerdeeg waaruit het bakje is gemaakt. Het deeg is zo fijn en delicaat dat het bijna lijkt alsof het met de wind kan wegvliegen. De naam werd bedacht door de beroemde Franse chef-kok Marie-Antoine Carême in de 18e eeuw. Carême stond bekend om zijn liefde voor verfijnde en visueel indrukwekkende gerechten, en de vol-au-vent is daar een perfect voorbeeld van.
Een stukje geschiedenis
De vol-au-vent ontstond in een tijd waarin de Franse keuken zich steeds verder verfijnde en culinaire technieken zich snel ontwikkelden. Chef-koks zoals Carême experimenteerden volop met nieuwe vormen van bakken, en bladerdeeg was een van de favoriete ingrediënten. De vol-au-vent bood de perfecte combinatie van krokant bladerdeeg en rijke, smaakvolle vullingen zoals ragout, waardoor het al snel populair werd.
Dit gerecht werd snel een vast onderdeel van de haute cuisine en wordt nog steeds geserveerd in de beste restaurants in Frankrijk en daarbuiten. Door zijn veelzijdigheid is de vol-au-vent ook een favoriet in huiselijke keukens en op feestelijke gelegenheden.
Hoe wordt een vol-au-vent gemaakt?
Een vol-au-vent is in de basis een rond, hol bakje van bladerdeeg, dat wordt gevormd door meerdere lagen deeg op elkaar te stapelen. Dit wordt vervolgens gebakken tot het bakje licht en luchtig is. Het resultaat is een krokant deeg met een zachte, boterachtige smaak, perfect om allerlei heerlijke vullingen in te serveren.
De traditionele vulling is een romige ragout, vaak gemaakt met kip, kalfsvlees, of vis, gecombineerd met groenten en soms champignons. De rijke saus vult het luchtige bakje, wat zorgt voor een mooie balans tussen textuur en smaak. Het is de perfecte combinatie van een knapperige buitenkant en een zachte, hartige binnenkant.
Zelfgemaakte Ragoutbakjes: Simpel en Heerlijk!
Ik maak mijn ragoutbakjes altijd zelf, en ik vind ze zoveel lekkerder dan de kant-en-klare versies uit de winkel. Bovendien is het verrassend eenvoudig! Hier deel ik graag mijn recept voor heerlijke, knapperige bladerdeegbakjes.
Stap voor stap: Zelf ragoutbakjes maken
Oven voorverwarmen Verwarm de oven voor op 200 graden en bekleed je bakplaat met bakpapier of een siliconen bakmat.
Bladerdeeg uitsteken Gebruik een lap vers bladerdeeg en een ronde uitsteekvorm. Steek bijvoorbeeld 4 ronde vormen uit voor de bodems. Vervolgens steek je 8 ringen uit door een kleiner rondje uit het midden te steken – dit worden de randen van je bakjes. Het kleine uitgestoken stukje kun je gebruiken als “hoedje” voor de bakjes.
Eimengsel bereiden Kluts een ei in een kommetje. Prik met een vork gaatjes in de 4 bodemrondjes van het bladerdeeg. Bestrijk één van de ringen licht met het eimengsel en leg deze ring op een van de rondjes. Bestrijk vervolgens ook de tweede ring en leg die erbovenop. Herhaal dit voor de overige bakjes.
Bakjes bakken Bestrijk de bovenkant van de bakjes licht met het eimengsel. Plaats de bakjes in de oven en bak ze in ongeveer 15 minuten goudbruin. De hoedjes kunnen na ongeveer 10 minuten uit de oven, omdat ze sneller bruin worden en anders kunnen verbranden.
Afwerking Als de bakjes uit de oven komen, kun je voorzichtig met de achterkant van een lepel de bodem iets naar beneden duwen, zodat er meer ruimte is voor de vulling. Laat de bakjes afkoelen tot lauw of koud.
Extra tips:
Je kunt de bakjes een dag van tevoren maken, maar persoonlijk vind ik ze het lekkerst als ze vers zijn.
Vul de bakjes vlak voor het serveren met je favoriete ragout voor de beste smaak.
Experimenteer met vormen! Voor kerst kun je bijvoorbeeld een ster of kerstboomvorm gebruiken. Zorg wel altijd voor twee maten, zodat je een dubbele ring voor de buitenkant hebt.
Het zelf maken van ragoutbakjes is niet alleen leuk, maar geeft ook een heerlijk resultaat. Veel succes en vooral: geniet van deze knapperige lekkernij!
Maak grote rondjes en ringen, door met 2 uitsteek vormen te werken. de een groter dan de andere
Zelfgemaakte Kip-Champignonragout
Mijn heerlijke kip-champignonragout maak ik altijd zelf, en ik deel graag mijn eenvoudige, maar smaakvolle recept. Perfect om je zelfgemaakte ragoutbakjes mee te vullen!
Ingrediënten:
2 malse scharrelkipfilets
250 gram champignons of andere paddenstoelen
2 teentjes knoflook (geperst)
1 ui (gesnipperd)
2 theelepels worcestershiresaus
200 ml volle melk
500-600 ml (verse) kippenbouillon
1 eetlepel + 75 gram roomboter
80 gram fijne bloem
Tijm en peterselie (vers)
Zout, peper en nootmuskaat (naar smaak)
Bereidingswijze:
Kip koken Kook de kipfilets in de bouillon tot ze gaar zijn. Haal de kip uit de bouillon en bewaar de bouillon voor later. Laat de kipfilets even afkoelen en pluis ze vervolgens in dunne reepjes.
Champignons bakken Smelt 1 eetlepel boter in een pan op middelhoog vuur. Bak de ui, knoflook en champignons tot ze goudbruin zijn. Haal de gebakken vulling uit de pan en zet apart.
Roux maken Smelt in dezelfde pan de resterende boter (ongeveer 75 gram). Voeg de bloem toe en roer op laag vuur tot een glad mengsel (roux). Laat de roux een paar minuten garen zodat de bloem goed wordt opgenomen.
Ragoutbasis bereiden Voeg de worcestershiresaus en de melk toe aan de roux, en roer goed door. Schenk vervolgens beetje bij beetje ongeveer 500 ml van de kippenbouillon erbij, totdat je een mooie, romige saus hebt. De hoeveelheid bouillon kan variëren, afhankelijk van hoe dik je de ragout wilt hebben.
Ragout afmaken Roer de gepluisde kip, de gebakken champignons, knoflook en ui door de ragout. Voeg de verse tijm, nootmuskaat, zout en peper naar smaak toe. Laat het geheel zachtjes pruttelen, zodat de smaken goed samenkomen en de ragout de juiste dikte krijgt.
Afwerking Proef de ragout en voeg indien nodig extra kruiden, zout of peper toe. Vul vervolgens je ragoutbakjes met deze heerlijke ragout. Garneer met de achtergehouden fijngehakte peterselie voor een frisse touch.
Tip: Deze ragout is ook heerlijk met andere paddenstoelen, zoals shiitake of oesterzwammen, voor een extra rijke smaak. Serveer de ragout warm in zelfgemaakte bladerdeegbakjes voor een feestelijke maaltijd
Hier zijn enkele heerlijke vegetarische varianten voor ragout die perfect werken met zelfgemaakte ragoutbakjes:
1. Champignonragout
Ingrediënten: 250 gram gemengde paddenstoelen (shiitake, oesterzwammen, champignons), 1 ui, 2 teentjes knoflook, 75 gram roomboter, 80 gram bloem, 500 ml groentebouillon, 200 ml melk, tijm, peterselie, zout en peper.
Bereiding: Bak de ui, knoflook en paddenstoelen in wat boter tot ze goudbruin zijn. Maak een roux met de resterende boter en bloem, en voeg langzaam de groentebouillon en melk toe. Breng op smaak met tijm, zout en peper. Roer de gebakken paddenstoelen erdoor en laat zachtjes pruttelen.
2. Prei-Mosterdragout
Ingrediënten: 2 preien, 1 eetlepel grove mosterd, 75 gram roomboter, 80 gram bloem, 500 ml groentebouillon, 200 ml melk, tijm, zout en peper.
Bereiding: Bak de prei in wat boter tot deze zacht is. Maak vervolgens een roux met de resterende boter en bloem. Voeg de groentebouillon en melk toe, roer tot een gladde saus. Meng de mosterd en de gebakken prei erdoor en breng op smaak met zout, peper en tijm.
3. Spinazie-Ricottaragout
Ingrediënten: 300 gram verse spinazie, 150 gram ricotta, 1 ui, 2 teentjes knoflook, 75 gram roomboter, 80 gram bloem, 500 ml groentebouillon, 200 ml melk, nootmuskaat, zout en peper.
Bereiding: Bak de ui en knoflook tot ze zacht zijn, voeg de spinazie toe en laat deze slinken. Maak een roux met de boter en bloem, voeg de groentebouillon en melk toe, en breng op smaak met nootmuskaat, zout en peper. Meng vervolgens de ricotta en de spinazie door de saus en laat kort pruttelen.
Een herfstdag in de Bourgogne: wandelen, havermoutkoekjes bakken, thee leuten en aquarelleren
Vandaag hebben Lies, de honden en ik weer een heerlijke wandeling gemaakt. Het is nog niet echt koud hier in de Bourgogne, en deze tijd van het jaar is eigenlijk perfect om te lopen – veel fijner dan in de hete zomer. Onderweg zagen we nog een enkele vlinder fladderen en wat blaadjes zachtjes van de bomen dwarrelen. Thuisgekomen, besloot ik havermoutkoekjes te bakken.
De koekjes zijn eenvoudig te maken, en hoewel ze niet echt onder de categorie ‘gezond’ vallen door de suiker, zijn ze toch een stuk beter dan de meeste fabriekskoekjes. Dankzij de relatief kleine hoeveelheid boter kun je ze gerust eens proberen. Ik maal de havermout vaak fijn voor een zachtere textuur, maar als je liever een grovere structuur hebt, is dat helemaal niet nodig. De ingrediënten zijn simpel: alles wordt gemengd, waarna je kleine balletjes ter grootte van een walnoot vormt. Deze leg je op een herbruikbare siliconenmat of gewoon bakpapier op een bakplaat.
De koekjes, ze zijn heel lekker!De koekjes voordat ze de oven in gaan, ik heb de noten er als laatste ingedruktHet deeg, het is nog wat plakkerig dat is geen probleem voor de koekjes
Je kunt de koekjes naar wens vullen met pure chocolade, grof gehakte noten, rozijnen of stukjes fruit. Vandaag heb ik gekozen voor grof gehakte pure chocolade en walnoten uit onze eigen tuin, samen met wat andere noten die ik nog had liggen. Ik bakte ze op 200 graden gedurende 15 minuten. In het begin zijn ze nog zacht, maar terwijl ze afkoelen, worden ze heerlijk krokant. Dit recept leverde me zo’n 15 koekjes op, perfect voor deze tijd van het jaar!
Nu genieten we van een kruidenthee met een versgebakken havermoutkoekje erbij. Ondertussen heb ik ook nog een aquarel geschilderd en het hele huis ruikt heerlijk, want in de slowcooker pruttelt de groente-kippensoep voor vanavond. Morgen maak ik een ovenschotel met pastinaak en pompoen, een combinatie van smaken die echt bij de herfst passen. Pastinaak is een vergeten groente, maar o zo lekker! Het recept zal ik morgen delen.
Vers uit eigen boomgaard – een tartelette met een vleugje joie de vivre en puur moestuingeluk
Even een hapje tussendoor – ik maak altijd extra veel, voor onverwachte visite én zodat ik zelf wat vaker kan proeven 😉 Dit alles in mijn prachtige buitenkeuken, waar de aangename herfsttemperaturen het mogelijk maken om heerlijk buiten te koken, bakken en genieten!
Vandaag heb ik weer mijn vertrouwde CoukoeLifestyle keukenschort aangetrokken om heerlijke vijgentaartjes te maken. Ook mijn frambozenplant blijft maar frambozen geven, wat ik natuurlijk helemaal niet erg vind! Dus besloot ik er ook wat frambozen bij de vulling te doen – die voeg ik trouwens pas na het bakken toe, voor extra frisheid.
De crumble maakt deze vijgentaartjes echt onweerstaanbaar. Ik maak altijd een dubbele lading, want die is hier favoriet. We gebruiken het op alles: in de yoghurt, over zondagse pannenkoekjes, en als ik heel eerlijk ben, snoep ik soms stiekem een klein handje uit de luchtdichte bak waarin ik het bewaar. Als je het goed opbergt, blijft de crumble heerlijk vers en knapperig.
Ondanks de vele regen en de slakken in het voorjaar, doen mijn vijgen en frambozen het fantastisch goed. Dat betekent volop vijgentaartjes, vijgenjam en zelfs chutney, soms gecombineerd met frambozen. Het recept van deze heerlijke vijgentaartjes komt rechtstreeks uit ons eigen CoukoeLifestyle Kookboek– een perfect weekendtaartje, simpel te maken en ongelooflijk lekker. En eerlijk gezegd ook doordeweeks onweerstaanbaar!
Eigenlijk zijn deze taartjes heel eenvoudig en vragen ze niet eens om een ingewikkeld recept. Begin met een rol vers bladerdeeg, bij voorkeur roomboter. Sorry voor alle lijners, maar roomboter maakt deze taartjes echt zoveel lekkerder! Snijd het deeg in vieren en vouw de buitenste randen naar binnen. Druk ze plat en bewerk de randen met een vorkje, zodat er een mooi patroontje ontstaat. Prik gaatjes in het midden van het deeg.
Maak een mengsel van suiker, vanillesuiker en een vleugje kaneel (mijn favoriete combinatie). Als je niet van kaneel houdt, kun je het gerust weglaten. Strooi dit mengsel over de deegflapjes.
Ik ben gezegend met een overvloed aan fruit in mijn tuin, dus plukte ik verse vijgen en frambozen. Was de vijgen en snijd ze in kwarten. Omdat mijn vijgen vrij groot zijn, gebruik ik één vijg per taartje. Leg de vijgenkwarten op het deeg en bestrijk de randen met losgeklopt eigeel voor een mooie, goudbruine kleur. Strooi vervolgens nog wat van het suikermengsel over de vijgen en bak de taartjes ongeveer 20 minuten op 180 graden, of tot het deeg goudbruin is. Na het bakken voeg ik een handje verse frambozen toe en strooi ik crumble over de taartjes voor extra smaak en textuur.
De vijgen geven tijdens het bakken wat vocht af, wat de smaak alleen maar intenser maakt doordat het in de poreuze bodem trekt. Voor deze heerlijke taartjes heb je nodig: vers bladerdeeg, suiker, vanillesuiker, kaneel, een eitje, verse vijgen en eventueel frambozen.
En nu de herfst zijn intrede doet – een zalig seizoen – kun je eindeloos variëren. Vervang de vijgen bijvoorbeeld door appelschijfjes. Ik bak ze kort in de koekenpan met een beetje honing uit de Morvan, wat ze heerlijk zacht maakt. Voeg wat kaneel en speculaaskruiden toe voor een extra warme smaak. Peren met walnoot zijn ook een geweldige optie, maar peren geven wel wat meer vocht af. Om dat op te vangen, kun je een dun laagje maizena of custard over de bodem strooien.
Extra lekker worden de taartjes met een topping van crumble. Dit kruimeldeeg maak je heel eenvoudig zelf en je kunt het naar wens grof of fijn maken. Hoewel je de crumble mee kunt bakken op het taartje, bak ik het liever apart voor die extra knapperigheid.
Optioneel: 40 gram fijngehakte noten zoals pecan, amandel, hazelnoot of walnoot (bij voorkeur vers uit eigen tuin)
2 theelepels specerijen (zoals speculaas, kaneel of gingerbread)
Een goede snuf zout
Ik werk graag met mijn handen voor dit deeg. Doe alle ingrediënten in een kom en voeg koude boter in kleine blokjes toe. Wrijf de boter tussen je vingers en meng het met de overige ingrediënten tot een stevig, maar kruimelig deeg. Het deeg zal uiteindelijk net wel of net niet samenhangend worden – en dat is precies goed. Je bepaalt zelf hoe grof of fijn je de kruimels wilt.
Wil je de crumble los bakken? Verspreid de kruimels over een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 12-15 minuten op 180°C (boven- en onderwarmte), of tot ze goudbruin zijn. Het resultaat? Heerlijke, knapperige kruimels die je taartjes naar een hoger niveau tillen!
Geniet van de rijke smaak van schapenkaas in een Bourgondisch gerecht vol traditie
Schapenkaas in de Bourgogne
Ons geliefde Bourgogne – waar de zonnebloemen hun laatste bloei beleven, de koeien nog vredig genieten van het gras en het warme zonnetje, en de boeren druk bezig zijn met het binnenhalen van hun hooi en stro.
In dit prachtige landschap, waar de tijd soms lijkt stil te staan, genieten wij vaak van een lokale delicatesse: schapenkaas.
In de Bourgogne is schapenkaas een geliefd product, bereid van de melk van bijzondere schapenrassen zoals de Lacaune en Basco-Béarnaise. Hoewel deze rassen oorspronkelijk uit andere delen van Frankrijk komen, hebben ze hier hun thuis gevonden, en leveren ze melk van uitzonderlijke kwaliteit. De schapenkaas staat bekend om zijn romige, rijke smaak en kan zowel vers als gerijpt worden gegeten.
Denk aan iconische Franse schapenkazen zoals Roquefort en Ossau-Iraty, maar ook de Bourgogne kent haar eigen varianten, die vaak op de lokale markten te vinden zijn. Vandaag delen wij een van onze favoriete recepten met schapenkaas – een eenvoudige en heerlijke manier om van deze regionale schat te genieten.
Recept: Herfst salade met gebakken schapenkaas
Ingrediënten:
150g zachte schapenkaas (bijv. Ossau-Iraty of een lokale variant)
200g gemengde sla (bijv. veldsla, rucola)
1 peer, in dunne schijfjes gesneden
50g walnoten
1 eetlepel honing
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel balsamicoazijn
Zout en peper naar smaak
Bereidingswijze:
Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg de walnoten toe. Rooster ze lichtjes en zet ze opzij.
Snijd de schapenkaas in plakjes van ongeveer 1 cm dik.
Verhit in dezelfde pan een beetje olijfolie en bak de plakjes schapenkaas kort, totdat ze goudbruin zijn aan beide kanten.
Meng in een kom de sla, peer en geroosterde walnoten.
Maak een dressing van de olijfolie, balsamicoazijn, honing, zout en peper. Giet dit over de salade en meng goed.
Serveer de salade op borden en leg de gebakken schapenkaas er bovenop.
Tip: Voeg eventueel wat verse kruiden toe zoals tijm of rozemarijn voor extra smaak.
Bij deze herfstsalade heb ik weer enkele sfeervolle aquarellen geschilderd om het moment volledig vast te leggen. De salade doet denken aan de klassieke warme geitenkaassalade, maar de smaakbeleving is uniek door de toevoeging van schapenkaas.
Wat een succesvolle zomer hebben we tot nu toe gehad! Als jong bedrijf hebben we zoveel geïllustreerde kookboeken verkocht, talloze keukentextielen, en momenteel vliegen de houten serveerplanken—vaak gepersonaliseerd—de deur uit. Ik hou van de zomer, maar als september aanbreekt, word ik misschien nog gelukkiger. De avonden worden al iets korter, maar dat maakt het des te gezelliger wanneer we de vuurkorf aansteken.
Dauw en mist zweven boven de uitgestrekte weilanden en tussen de glooiende heuvels van het ongerepte, prachtige Parc du Morvan. Ik ben dol op de aardse geuren en de paddenstoelen die weldra zullen verschijnen. September is mijn favoriete maand, vol lange wandelingen en de rust die terugkeert nu veel toeristen huiswaarts zijn gekeerd.
De spinnen met hun kunstige webben bieden prachtige fotomomenten, al vind ik het iets minder leuk dat ze ook onze huizen intrekken. Maar ik zet ze altijd diervriendelijk buiten, want spinnen zijn nuttige insecten.
En dan zijn er de septemberklassiekers in de keuken: gratin Dauphinois, coq au vin, ratatouille, boeuf Bourguignon, moules marinières, kweeperen, appels, vijgen en bramen—kom maar op, september! Ik begroet je met open armen, et bon appétit!
Geschiedenis en weetjes van mijn recept van de eerste september “gratin Dauphinois”
De Gratin Dauphinois is een klassiek Frans gerecht met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw. Dit gerecht komt oorspronkelijk uit de Dauphiné-regio in Zuidoost-Frankrijk, die ligt aan de voet van de Alpen. Het gerecht ontleent zijn naam aan deze regio, wat aangeeft dat het een specialiteit van de streek is.
Oorsprong en ontwikkeling:
De eerste schriftelijke vermelding van Gratin Dauphinois dateert van 12 juli 1788, toen het gerecht werd geserveerd tijdens een diner dat werd gehouden door Charles-Henri, hertog van Clermont-Tonnerre, toenmalig bevelhebber van het Dauphiné-leger. Dit gerecht was oorspronkelijk een eenvoudige schotel die in landelijke huishoudens werd bereid, met aardappelen die werden gesneden en gelaagd met room en soms melk, en vervolgens langzaam werden gebakken in de oven tot ze zacht en goudbruin waren.
Ingrediënten:
De traditionele Gratin Dauphinois bevat geen kaas, wat het onderscheidt van andere aardappelgratin-gerechten. Het gerecht is gebaseerd op een paar eenvoudige ingrediënten: aardappelen, room (soms in combinatie met melk), knoflook, zout, peper en nootmuskaat. Deze ingrediënten worden langzaam gegaard, zodat de aardappelen de rijke, romige smaak van de room opnemen en een zachte, smeuïge textuur krijgen.
Bereidingswijze:
Het gerecht werd oorspronkelijk gekookt in een zware, aardenwerken schaal die in de haard werd geplaatst, waar het langzaam kon garen. Tegenwoordig wordt Gratin Dauphinois meestal in de oven bereid. De aardappelen worden dun gesneden en gelaagd in de schaal, afgewisseld met room en kruiden. De lange, langzame kooktijd zorgt ervoor dat de aardappelen perfect gaar worden en de smaken zich goed vermengen.
Culinaire invloed:
Gratin Dauphinois is een geliefd gerecht geworden in heel Frankrijk en daarbuiten. Het wordt vaak geserveerd als bijgerecht bij vleesgerechten, zoals gebraden kip, lam of rundvlees, en past goed bij de rijke, volle smaken van de herfst en winter. Hoewel het oorspronkelijk een gerecht was uit de arme landelijke keuken, is het door de tijd heen uitgegroeid tot een verfijnde delicatesse die in veel restaurants op de menukaart staat.
Variaties:
Hoewel de traditionele versie strikt is in zijn eenvoud, zijn er door de jaren heen verschillende variaties van Gratin Dauphinois ontstaan. Sommige recepten voegen kaas toe, zoals Gruyère of Comté, voor een extra laag smaak en textuur. Andere versies kunnen kruiden zoals tijm of rozemarijn bevatten, of zelfs een vleugje knapperig spek.
Gratin Dauphinois blijft een iconisch gerecht dat de Franse culinaire traditie eer aandoet, met zijn eenvoudige maar rijke combinatie van aardappelen en room die de smaak van het terroir van de Dauphiné perfect vangt.
Ingrediënten:
1 kg vastkokende aardappelen
2 teentjes knoflook
500 ml slagroom
250 ml melk
50 g boter (voor het invetten van de schaal)
Zout en peper naar smaak
Optioneel: een snufje nootmuskaat
Bereidingswijze:
Voorbereiding:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet een ovenschaal in met boter.
Pel de knoflook en snijd deze doormidden. Wrijf de binnenkant van de ovenschaal in met de gesneden knoflook voor extra smaak.
Aardappelen voorbereiden:
Schil de aardappelen en snijd ze in dunne plakjes (ongeveer 3 mm dik).
Gratin samenstellen:
Leg de aardappelschijfjes dakpansgewijs in de ovenschaal.
Breng in een pan de slagroom en melk aan de kook met zout, peper en eventueel een snufje nootmuskaat. Giet het mengsel over de aardappelen, zodat ze net onder staan.
Bakken:
Bak de gratin 60 tot 75 minuten in de voorverwarmde oven, tot de aardappelen zacht zijn en de bovenkant goudbruin is.
Serveren:
Laat de gratin enkele minuten rusten voordat je hem serveert, zodat hij kan opstijven.
Lekker bij de ratatouille: Dit Provençaalse groentegerecht van aubergine, courgette, paprika, en tomaat voegt een vleugje frisheid en kleur toe naast de gratin. Ik gebruik groenten uit mijn eigen moestuin. Vegetarische maaltijd en je mist geen vlees.
Dit is een traditioneel Frans dessert vergelijkbaar met clafoutis, maar in plaats van kersen wordt het gemaakt met ander fruit zoals perziken, appels, peren, of pruimen. Flognarde is vooral populair in de regio’s van Auvergne en Limousin.
Buiten koken en genieten: Flognarde met perziken en amandel schilfers
Vandaag hebben Lies en ik iets bijzonders gemaakt: een heerlijke flognarde met perziken en amandelschilfers. We besloten buiten te koken, en ik moet zeggen, het was zowel leuk als praktisch. Onze buitenkeuken is nog niet helemaal af, maar het begint al vorm te krijgen. Ik heb zelf het mozaïekblad van het aanrecht gelegd, en hoewel de oven nog niet ingebouwd is, konden we toch een deel van de bereiding buiten doen. De flognarde hebben we binnen gebakken, maar buiten in mooie punten gesneden en geserveerd.
Ik ben altijd al dol geweest op clafoutis, maar deze flognarde, met haar zachte, luchtige structuur en de smaakvolle combinatie van perziken en amandelmeel, is net zo lekker. En als je wat extra’s wilt, kan een scheutje amaretto in het beslag het geheel een verrukkelijke twist geven. Verse perziken zijn natuurlijk heerlijk, maar ook perziken uit blik zijn moeilijk te weerstaan – zorg er alleen voor dat je ze goed laat uitlekken voordat je ze gebruikt.
Wat heb je nodig?
1 blik halve perziken, goed uitgelekt
4 eieren van scharrelkippen (zoals mijn eigen kipjes)
200 ml melk
45 gram boter op kamertemperatuur
1 el vanille-aroma
70 gram fijne bloem
30 gram amandelmeel
Snufje zout
1 theelepel citroensap
Amandelschilfers, voor de topping
Optioneel: een scheutje amaretto
Poedersuiker, om te bestuiven (als je het extra feestelijk wilt maken)
Bereidingswijze:
Perziken voorbereiden: Laat de perziken goed uitlekken en leg ze vervolgens met de bolle kant omhoog in een siliconen bakvorm. Gebruik je een gewone bakvorm? Leg dan eerst bakpapier op de bodem en vet de zijkanten goed in met boter of olie.
Beslag maken: Meng alle ingrediënten – behalve de amandelschilfers – tot een glad beslag. Voeg optioneel wat amaretto toe voor een extra smaakdimensie.
Flognarde bakken: Giet het beslag gelijkmatig over de perziken in de bakvorm. Bestrooi royaal met amandelschilfers.
Oven: Bak de flognarde in een voorverwarmde oven op 180 graden gedurende 40 minuten, of totdat hij mooi goudbruin is en stevig aanvoelt.
Afwerking: Laat de flognarde even afkoelen voordat je hem in mooie punten snijdt. Bestuif eventueel met poedersuiker voor een feestelijk tintje.
Of je nu een ervaren bakker bent of net begint met het ontdekken van klassieke Franse zoetigheden, een flognarde is echt een traktatie. De combinatie van sappige perziken en knapperige amandelschilfers maakt dit dessert onweerstaanbaar. Geserveerd buiten, onder de bomen, terwijl het zonlicht door de bladeren op de houten tafel valt, omringd door leuke mensen die maar al te graag willen proeven – zo ervaren wij “la douce France” op haar mooist. Bon appétit!
Gougères, die heerlijke Franse kaassoesjes, zijn diep geworteld in de culinaire tradities van Bourgondië, Frankrijk. Ze komen oorspronkelijk uit het departement Yonne en worden gemaakt van soezendeeg vermengd met kaas, meestal Gruyère, Comté of Emmental, hoewel er ook andere kazen gebruikt kunnen worden voor verschillende smaakprofielen. Ik gebruik een mengsel van deze drie kazen samen.
Historisch gezien zijn gougères een populaire begeleiding bij aperitieven en worden vaak geserveerd bij vieringen en samenkomsten. Hun lichte, luchtige textuur in combinatie met de rijke, kazige smaak maakt ze een favoriete keuze voor zowel informele snacks als feestelijke gelegenheden.
Het woord “gougère” is waarschijnlijk afgeleid van een regionale term die verband houdt met warmte of bakken, wat hun bereidingsmethode weerspiegelt waarbij het deeg wordt gebakken tot het luchtig en goudbruin is. Deze gebakjes worden niet alleen gewaardeerd om hun heerlijke smaak maar ook om hun eenvoudige maar veelzijdige aard. Ze kunnen traditioneel zonder vulling worden genoten, of met toevoegingen zoals paddenstoelen, kruiden of andere kaassoorten voor een meer decadente traktatie.
Voor iedereen die wil beginnen met Franse baktradities, vertegenwoordigen gougères een perfect startpunt vanwege hun eenvoudige bereidingsproces en het heerlijke eindproduct.
INGREDIENTEN :
(40 stuks ongeveer)
100 ml melk
100 ml water
100 g boter
120 g bloem
1/2 tl zout
4 eieren
125 geraspte kaas (Gruyere)
nootmuskaat, peper
BEREIDINGSWIJZE:
Verwarm de oven voor op 200 °C. Breng het water, melk en de boter aan de kook. Voeg de bloem toe en gaar het geheel al roerend circa 4 minuten. Voeg het beslag toe aan de mixer of een kom. Meng de zout, peper en nootmuskaat erdoor. Roer het beslag een beetje koud. Voeg dan één voor één de eieren toe en meng goed door. Meng 100 g geraspte kaas erdoor. Breng eventueel op smaak met zout en peper.
Schep het beslag in een spuitzak. Spuit soesjes op een bakplaat met bakpapier. Verdeel de rest van de geraspte kaas over de soesjes. Verlaag de oventemperatuur naar 170 °C. Bak de soesjes circa 30 minuten in de oven.
Laat de boter smelten in de panVoeg alle meel in één keer toe en laat het beslag ongeveer 3 à 4 minuten kokenVoeg één voor één de eieren toe. Voeg pas een volgend ei toe als het vorige ei helemaal is opgenomen in het beslagVoeg zout, peper en nootmuskaat oe en de geraspte kaas, doe het mengsel in een grote spuitzak. Ik werk zonder spuitmondje om de soesjes te spuitenSpuit kleine hoopjes van het mengselBak de soesjes ongeveer 30 minuten, doe de oven tussendoor niet openHet leukste en lekkerste moment. Het proeven, mijn kaas soesjes zijn verrukkelijk!
Persoonlijke notitie van een inmiddels ervaren bakker:
Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken: kies voor kwalitatief hoogstaande, biologische ingrediënten. Meet al je ingrediënten vooraf nauwkeurig af en zorg dat alles klaarstaat volgens de ‘mise en place’. Soezendeeg, een zogenaamd kookdeeg, moet drie à vier minuten koken in de pan, tot het een bal vormt en een sissend geluid produceert; een lichte aanslag in de pan is normaal en kan later worden verwijderd.
Voeg de eieren één voor één toe, klop ze goed door het beslag. Gebruik verse, goed geraspte kaas voor de beste smaak. Met een spuitzak kun je eenvoudig gelijkmatige hoopjes van het beslag op de bakplaat aanbrengen. Maak met een natte vinger het puntje van elk soesje plat, zodat het niet verbrandt. Belangrijk: open tijdens het bakken nooit tussendoor de oven, om de perfecte textuur te garanderen.
Met deze tips van een ervaringsdeskundige en een perfect recept, kan het eigenlijk niet misgaan. Succes en bon appétit!
Persoonlijke noot:15 augustus is een belangrijke feestdag in Frankrijk, bekend als Maria-Tenhemelopneming (L’Assomption), een religieuze viering die door het hele land in ere wordt gehouden. Deze ochtend bezocht ik samen met mijn dochter Lies een brocante, altijd op zoek naar de fijnste ingrediënten. We vonden prachtige grote olijven en een handgemaakt aardewerken olijvenbakje. Na een eenvoudig, maar heerlijk hapje met een glaasje huiswijn genoten te hebben, keerde we huiswaarts om vier verrukkelijke Salambo-gebakjes te maken. Dit gebakje, verwant aan de eclair en vaak gezien als het vergeten juweel van de Franse patisserie, onderscheidt zich door zijn ronde of ovale vorm—een verfijnde tegenhanger van de langwerpige eclair. Wat het Salambo-gebakje bijzonder maakt, is de delicate laag glazuur, vaak verrijkt met knapperige nootjes of stukjes chocolade. Voor een speelse, Nederlandse twist gebruik ik graag hagelslag, wat een verrassend en heerlijk accent toevoegt.
De vulling, een rijke banketbakkersroom, wordt vaak op smaak gebracht met rum of een rumaroma, wat het gebakje een diepe, aromatische dimensie geeft. Persoonlijk vind ik het een heerlijk gebakje. Het werken met soezendeeg kan in het begin een uitdaging zijn, maar met enige ervaring en precisie is succes verzekerd. Een belangrijke tip: open tijdens het bakken nooit de ovendeur, dit om de perfecte textuur te garanderen.
De geschiedenis van het Saint-Honoré gebakje:
Oorsprong en betekenis Het Saint-Honoré gebakje is vernoemd naar de heilige Honoratus van Amiens, de beschermheilige van bakkers en banketbakkers. Gecreëerd in 1847 door de banketbakker Chiboust in Parijs, vond dit gebak zijn naam en plaats in de geschiedenis op de Rue Saint-Honoré. Het weerspiegelt de essentie van de Franse baktraditie, bekend om zijn innovatie en elegantie.
De verfijning begint met het bakken van een delicate ovale soes, krokant aan de buitenkant en luchtig van binnen, zorgvuldig gevuld met een romige, zijdezachte banketbakkersroom. Dit meesterwerk wordt bekroond met een elegant kapje van soezendeeg en afgewerkt met een glanzende laag glazuur of karamel. Ik kies voor een gladde, glanzende laag glazuur, royaal bestrooid met authentieke Hollandse hagelslag, wat zorgt voor een perfecte harmonie tussen smaak en textuur
Een modern meesterwerk In moderne patisserieën blijft het Saint-Honoré gebakje een bron van inspiratie. Van klassieke recepten tot hedendaagse interpretaties met karamel, chocolade of zelfs exotisch fruit, elke variant biedt een nieuwe ervaring die trouw blijft aan de essentie van het origineel.
Het Salambo-gebakje is een klassiek Frans gebak, ook wel bekend als een religieuse of een soort éclair, gevuld met crème en overgoten met karamel. Hieronder geef ik je een recept voor 4 stuks.
Ingrediënten (voor 4 stuks):
Voor het deeg (pâte à choux):
50 ml water
50 ml melk
45 g boter
1/2 tl suiker
1/4 tl zout
60 g bloem
2 eieren
Voor de banketbakkersroom (crème pâtissière):
250 ml melk
1 vanillestokje
50 g suiker
2 eierdooiers
20 g maïzena
20 g boter
Voor de karamel:
100 g suiker
50 ml water
Bereidingswijze:
1. Maak de pâte à choux:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Breng het water, de melk, de boter, de suiker en het zout aan de kook in een pan.
Voeg de bloem in één keer toe en roer goed door met een houten lepel tot het deeg loskomt van de pan en een gladde bal vormt.
Haal de pan van het vuur en voeg één voor één de eieren toe, roer goed na elk ei tot het deeg glad is.
Spuit het deeg in bolletjes of langwerpige vormen op een met bakpapier beklede bakplaat.
Bak de choux ongeveer 25-30 minuten tot ze goudbruin en luchtig zijn. Laat ze afkoelen.
2. Maak de banketbakkersroom:
Breng de melk met het vanillestokje (opengesneden en leeggeschraapt) aan de kook.
Klop in een kom de eierdooiers met de suiker tot een lichte, schuimige massa.
Voeg de maïzena toe en roer goed.
Giet de helft van de warme melk bij het eimengsel en meng goed door.
Giet het geheel terug in de pan en kook op laag vuur tot de room dik wordt, al roerend.
Haal van het vuur, voeg de boter toe en laat afkoelen.
3. Vul de choux:
Snijd een klein gaatje in de onderkant van elke choux en vul ze met de afgekoelde banketbakkersroom, gebruik hiervoor een spuitzak. Ik heb mijn soezen door midden gesneden en gevuld.
4. Maak de karamel: ik maak mijn gebakjes zonder karamel maar het is een mooie toevoeging. Het is een keuze, vaak wordt er wel voor gekozen. In plaats van karamel heb ik glazuur gemaakt van poedersuiker met een beetje water.
Verwarm de suiker met het water in een pan op middelhoog vuur zonder te roeren tot het mengsel een mooie goudbruine kleur krijgt.
Doop de bovenkant van elk gevuld gebakje in de karamel en laat het hard worden.
Bereidingstijd:
Voorbereiding en bakken: Ongeveer 1 uur en 30 minuten
Afkoelen en afwerken: Ongeveer 30 minuten
In totaal heb je ongeveer 2 uur nodig om de Salambo-gebakjes te maken en af te werken.
Persoonlijke favoriet: Ik ben dol op croissants en geniet graag van traditioneel bereide espresso, maar het liefst doop ik mijn croissant ineen romige café au lait. Soms voeg ik een vleugje decadentie toe door een stukje chocolade in de croissant te stoppen — een verrukkelijke traktatie die elke hap onweerstaanbaar maakt!
Croissants zijn onmiskenbaar verbonden met Frankrijk, samen met pain au chocolat vormen ze een erkend onderdeel van het nationale erfgoed sinds 2013. Ze zijn toegevoegd aan de lijst van beschermde Franse voedingsmiddelen, een eer die de culturele en culinaire waarde van deze geliefde lekkernij onderstreept.
Maar wist je dat er een verschil is tussen rechte en kromme croissants? Vroeger maakten bakkers een goedkopere variant met margarine die krom van vorm was. Echte patissiers wilden zich echter onderscheiden van de boulangers en kozen daarom voor roomboter in hun recepten, wat resulteerde in rechte croissants. In Nederlandse supermarkten vind je ook rechte croissants, hoewel deze niet altijd met roomboter zijn gemaakt. In Frankrijk kun je er echter zeker van zijn: recht betekent met roomboter, krom met margarine of een mix van beide.
Het vouwen van de croissant is een ware kunst. In klassieke bakkerijen wordt gezegd dat een croissant wel 80 keer wordt gevouwen, wat resulteert in flinterdunne lagen en veel luchtigheid in het eindproduct.
Oorspronkelijk komt de croissant uit Oostenrijk, maar met een Fransetwist. Volgens de legende werd de croissant geïntroduceerd in Frankrijk in de late 17e eeuw, toen bakkers uit Wenen zich in Parijs vestigden in de hoop op betere verdiensten. Ze brachten de traditionele ‘kipferl’ mee, die op een halve maan leek. De Fransen gaven er hun eigen draai aan door pure roomboter toe te voegen en meer lagen in het deeg te verwerken.
Er wordt gezegd dat de halve maan vorm van de croissant een eerbetoon is aan de overwinning van het Oostenrijkse leger op het Ottomaanse rijk tijdens het beleg van Wenen in 1683. Er gaan echter ook verhalen dat het deeg in deze vorm makkelijker gerold en gevouwen kon worden.
Het is volop zomer in Bourgondië en eigenlijk in heel Frankrijk; de perfecte tijd om citronnade te bereiden. Het basisrecept vind je in mijn eigen Franse familiereceptenboek, maar de variant die ik vandaag maak met lavendel en enkele rozenblaadjes is net even anders. Het is niet moeilijk te maken, het vereist alleen wat tijd. Ondanks dat het lijkt alsof er veel suiker wordt gebruikt, bereiden we eigenlijk een siroop waarvan we slechts een kleine hoeveelheid aan het glas toevoegen, rijkelijk aangevuld met water of mineraalwater.”
Let goed op de hoeveelheid lavendel; hoewel het een heerlijke toevoeging is aan gerechten, kan te veel lavendel leiden tot een zeepachtige smaak. Naast lavendel voeg ik ook een handjevol blaadjes met framboos-rozensmaak toe, die je naar wens kunt weglaten of toevoegen. Hieronder vind je het recept:”
400 g suiker
500 ml water
40 g gedroogde lavendel
handvol onbespoten eetbare rozenblaadjes
10 citroenen
bruiswater
ijsblokjes
Pers het sap van de citroenen en zeef het sap, of je moet een beetje vruchtvlees lekker vinden.
Breng de suiker aan de kook met het water.
Voeg de lavendel en rozenblaadjes toe en laat nog 15 minuten trekken.
Zeef de bereiding en voeg ook het gezeefde citroensap toe.
Vul aan met spuitwater of bruiswater en ijsblokjes.
Laat de suiker in het water helemaal oplossen, pers de citroenen, kies mooie biolochische citroenen.Als de suiker is opgelost voeg dan de lavendel toe en de rozenblaadjes. Laat op een heel laag pitje langzaam trekken, ongeveer 15 minuten.Dit is mijn roos waarvan de blaadjes een frambozen smaak hebben. Het is een zalige smaak, ik maak van de rozenblaadjes ook gezichts reinigings water.Dit is de kleur van het vocht na het zeven, kies een fijne zeef anders gaat de lavendel door de zeef gaten heen.Zo ziet de citronnade met lavendel en rozenblaadjes eruit. Ik wist dat het zonder kleurstof nauwelijks een paarse kleur zou hebben. Ik wil geen kleurstoffen en de smaak is verrukkelijk!Rozenblaadjes en lavendel uit eigen tuin, onbespoten.