De lente was dit jaar voor Franse begrippen ongewoon nat, met temperaturen die merkbaar lager lagen dan vorig jaar. Gelukkig zijn de dagen nu aangenamer geworden. Persoonlijk geef ik de voorkeur aan dit weer, vooral omdat ik graag wandel en hoge temperaturen dat minder aangenaam maken. Elke ochtend genieten Lies en ik van ons ontbijt buiten, waar we heerlijke en gezonde havermouttaartjes eten. Dit recept is de perfecte mix van smaak, gezondheid en gemak, snel klaar te maken met ingrediënten zoals banaan, glutenvrije havermout, en verse aardbeien. Het is ideaal voor een actieve levenssijl, het voedt je lichaam terwijl het ook je smaakpapillen verwent!
Ingrediënten:
1 rijpe banaan, geprakt
1 kopje havermout (ongeveer 90 gram)
1 kopje melk (ongeveer 240 ml)
1 eetlepel honing
1 groot ei, geklutst
Een klein handje rozijnen
Wat grof gehakte noten
Ongeveer 3 blokjes grof gehakte chocolade
Ter decoratie: eetbare blauwe viooltjes, muntblaadjes en aardbeien
Bereiding:
Meng de geprakte banaan, havermout, melk, honing, het ei, rozijnen, noten en chocolade in een kom tot een goed gemengd beslag.
Schep het beslag in een kleine, magnetronbestendige taartvorm.
Plaats de vorm in de magnetron en verwarm 2 minuten op 800 watt.
Laat het taartje nog 1 minuut in de magnetron staan na het verwarmen om door te garen.
Keer het taartje om op een bord en laat het afkoelen.
Versier de bovenkant met blauwe viooltjes, muntblaadjes en vers gesneden aardbeien.
Het organiseren van een workshop lijkt misschien eenvoudig, maar er komt veel bij kijken. In onze workshops focussen we op het schilderen met acrylverf op canvasdoek, en daarbij is een goede voorbereiding essentieel. Hier zijn enkele punten waar we rekening mee houden:
1. Doelstelling en inhoud: Wat willen we de deelnemers leren? Wat moeten ze aan het eind van de workshop meenemen? We zorgen ervoor dat het doel duidelijk is en de benodigde materialen klaarstaan.
2. Benodigdheden: Van verf tot canvasdoeken en van schorten tot penselen, alles moet van tevoren klaarliggen. Dit omvat ook het voorbereiden op speciale diëten en het regelen van voldoende eten en drinken.
3. Weersomstandigheden: We hebben plannen klaar voor zowel regen als extreme hitte, zodat de workshop bijna altijd door kan gaan.
4. Leren door te doen: Tijdens de workshop moedigen we cursisten aan om hun creativiteit de vrije loop te laten. Fouten maken mag; over een mislukte lijn schilder je gewoon heen. We gebruiken eenvoudige sjablonen om iedereen snel aan de slag te laten gaan.
5. Ontspannen sfeer: Met regionale hapjes en drankjes tijdens de pauzes creëren we een gezellige, ontspannen sfeer. Dit geeft deelnemers de kans om even te ontspannen en te socializen.
6. Buiten schilderen: Niets is zo inspirerend als buiten schilderen, omgeven door de natuur. Dit is waar wij het liefst onze workshops houden.
7. Fotohoekje: Een leuk extraatje is ons fotohoekje waar je als een echte Franse artiest op de foto kunt. Dit zorgt voor een blijvende herinnering aan een heerlijke dag.
Schilderen kan ontzettend therapeutisch zijn. Met een schort voor en een kwast in de hand heb jij de controle over je doek. De kleuren die je kiest, de streken die je maakt, het is allemaal aan jou. Onze workshops zijn niet alleen leerzaam, ze zijn ook een moment van ontspanning en plezier. Zelfs degenen die denken niet te kunnen schilderen, verlaten vaak met het grootste plezier onze workshop. Dus waarom trakteer je jezelf niet op een creatieve ochtend, middag of avond? Het is de perfecte manier om even te ontsnappen en iets nieuws te creëren.
Persoonlijke ervaring: Regelmatig bezoek ik de Provence, een regio in Zuidoost-Frankrijk, die staat bekend om zijn uitgestrekte lavendelvelden die in de zomer een betoverend paars landschap vormen. Zelf heb ik ook veel lavendel in mijn tuin, de lucht is verrukkelijk en ik maak er ook kleine geurzakjes van. Die zakjes leg ik in mijn kast, je kunt van lavendel ook limonade maken, dat recept vertel ik een andere keer. De mediterrane kustlijn biedt niet alleen prachtige stranden maar is ook een bron van zeevruchten, die een essentieel onderdeel vormen van de lokale keuken. Typische gerechten uit de Provence benutten zowel de versheid van de zee als de rijkdom van het land, met ingrediënten zoals kruiden, olijfolie en natuurlijk lavendel. Het recept van vandaag de “brandade de morue”, is een één van mijn lievelings maaltijden. Het liefst eet ik in een klein restaurantje aan de kust. Behalve in Zuid-Frankrijk heb ik dit gerecht ook veel gegeten in Portugal. Mijn favoriete gerecht is de oven variant met de brandade de morue maar gefrituurt als een bitterbal is dit gerecht ook heel lekker!
Brandade de morue is een klassiek Frans gerecht dat zijn oorsprong vindt in de regio Provence, maar populair is in heel Zuid-Frankrijk. Dit gerecht, dat voornamelijk bestaat uit gezouten kabeljauw (stokvis) en olijfolie, wordt vaak verrijkt met knoflook en melk of room om een gladde, smeerbare puree te vormen. De traditie van het gebruik van gezouten kabeljauw in Franse keukens dateert uit de tijd dat verse vis vanuit de kustgebieden naar het binnenland vervoerd moest worden, waar conservering noodzakelijk was.
Door de eeuwen heen is brandade geëvolueerd van een eenvoudige manier om vis te bewaren tot een verfijnd gerecht dat vaak geserveerd wordt tijdens feestelijke gelegenheden. Het wordt typisch gegeten met knapperig brood of over aardappelpuree verspreid, en soms gegratineerd in de oven voor een gouden afwerking.
Hoewel brandade diepgeworteld is in de Franse culinaire traditie, vindt het concept van het koken met gezouten kabeljauw weerklank in verschillende culturen, waaronder Portugal, waar bacalhau à Brás en andere variaties enorm populair zijn. Deze internationale liefde voor gezouten kabeljauw toont de veelzijdigheid en blijvende aantrekkingskracht van dit ingrediënt in de wereldkeuken.
Het recept en de bereidingswijze: voor 4 tot 6 personen, 50 minuten, de tijd is exclusief de 24 uur weektijd om de kabeljauw te ontzouten.
Ingrediënten:
300 gram gezouten kabeljauw, ontzout door deze 24 uur in water te weken, waarbij je het water een paar keer ververst
400 gram aardappelen, geschild en in blokjes gesneden
1 à 2 teentjes knoflook, fijngehakt
120 ml olijfolie
120 ml melk of room
Zout en peper naar smaak
Optioneel: peterselie, fijngehakt voor garnering
-Je kunt gewone verse of diepgevroren kabeljauw gebruiken voor het maken van brandade de morue, hoewel de smaak en textuur enigszins zullen verschillen van de traditionele bereiding met gezouten kabeljauw. De gezouten versie heeft een intensere smaak en stevigere textuur, terwijl verse kabeljauw zachter en subtieler van smaak zal zijn.
-Voor het recept zoals beschreven zou je dezelfde hoeveelheid verse of diepgevroren kabeljauw gebruiken als gezouten kabeljauw, namelijk 300 gram. Het voorbereiden van de vis is iets eenvoudiger met verse kabeljauw, omdat je niet hoeft te ontzouten en het water te verversen. Je hoeft alleen de kabeljauw te koken tot deze gemakkelijk uit elkaar valt, wat ongeveer 10 tot 15 minuten duurt.
Bereidingswijze:
Kabeljauw koken: Nadat de kabeljauw goed ontzout is, kook je deze in water totdat de vis gemakkelijk uit elkaar valt, ongeveer 10 tot 15 minuten.
Aardappelen koken: Kook de aardappelblokjes in een aparte pan met gezouten water tot ze zacht zijn, ongeveer 15 tot 20 minuten.
Puree maken: Giet de aardappelen af en pureer ze met een aardappelstamper of mixer tot een gladde massa.
Brandade samenstellen: Verwijder eventuele graten en huid van de kabeljauw en pluk het vlees in kleine stukjes. Meng de kabeljauw door de aardappelpuree. Voeg de fijngehakte knoflook, olijfolie en melk of room toe, en meng goed tot alles een homogene massa is.
Op smaak brengen: Breng op smaak met zout en peper. Verwarm het geheel nog even door op laag vuur, zodat de smaken goed kunnen mengen.
Serveren: Garneer met peterselie en serveer warm, eventueel met knapperig brood of een frisse salade.
Ook lekker met de brandade de morue:
Brandade als Smeersel: Zoals je al noemde, kan brandade ook koud geserveerd worden als een smeersel op vers, knapperig brood. Dit is een uitstekende manier om van dit gerecht te genieten als een lichte lunch of voorgerecht.
Brandade Croquettes: Je kunt brandade ook gebruiken als vulling voor croquettes. Na het afkoelen van de brandade, vorm je balletjes of kleine schijfjes die je paneert en frituurt voor een knapperig buitenkantje.
Brandade met Groenten: Voor een lichtere variant kun je de aardappelpuree mengen met gepureerde groenten zoals bloemkool of pastinaak, wat een subtiele twist geeft aan de traditionele smaak.
Ovenschotel: Voor een gegratineerde versie kun je de brandade in een ovenschaal doen, bestrooien met paneermeel en kaas, en bakken tot er een goudbruin korstje ontstaat. Dit geeft een heerlijk krokant laagje bovenop de zachte brandade.
Brandade als Vulling: Gebruik brandade als een rijke vulling voor tomaten of paprika’s die je vervolgens bakt in de oven. Dit combineert de zilte smaak van de kabeljauw mooi met de zoetheid van de groenten.
Drankje erbij? suggesties:
Bij brandade de morue passen zowel bepaalde bieren als wijnen goed, afhankelijk van je voorkeur voor contrast of harmonie in smaken:
Wijn
Witte Wijn: Een droge, knisperende witte wijn zoals een Chardonnay uit Bourgogne of een Sauvignon Blanc uit de Loire-vallei. Deze wijnen hebben een goede zuurgraad die de rijkheid van de brandade kan snijden en complementeren de vissmaak goed.
Provençaalse Rosé: Een droge rosé uit de Provence kan ook heerlijk zijn, vooral omdat het een vleugje fruit en frisheid biedt die het zoutgehalte en de rijkheid van de brandade balanceert.
Bier
Witbier: De frisse en vaak citrusachtige tonen van een goed witbier, zoals een Belgische Wit of een Duitse Weizen, kunnen heerlijk combineren met de zoutige, romige smaak van brandade.
Lichte Pilsners: Deze zijn helder en verfrissend, wat ze geschikt maakt voor gerechten met een uitgesproken smaak zoals brandade. Ze bieden een schoon contrast zonder te overheersen.
Deze dranken zorgen voor een verfrissende tegenhanger van de rijke en zoute smaken van de brandade, en vormen een mooie aanvulling op zowel het gerecht als de eetervaring.
Het allerleukste kookboek voor de lente en zomer. 20 Franse recepten met aquarellen, Frankrijk weetjes en nog veel meer. De eerste 200 stuks signeren we.
Vandaag heb ik weer genoten van de overvloed in mijn eigen achtertuin. Wilde asperges, een seizoensdelicatesse, ook bekend als korenaar asperge, staan overal in mijn voedselbos-tuin. Ze zijn maar enkele weken beschikbaar en ik voel me gezegend met een tuin vol van deze ‘asperges des bois’, zoals ze in de Bourgogne liefkozend worden genoemd. Deze ‘wilde asperges’ zijn technisch gezien geen echte asperges maar jonge bloemstelen van de Ornithogalum pyrenaicum, een knolgewas afkomstig uit Engeland en Zuid-Europa, bekend om zijn sierlijke wit-groene bloemen en heerlijke smaak.
Het opsporen van deze plant kan lastig zijn; ze zijn makkelijk over het hoofd te zien. Mijn dag bestond uit het zorgvuldig plukken van deze schatten om er vervolgens een voedzame omelet mee te bereiden. Voor elk groot omelet gebruik ik een royale handvol asperges en klop ik drie middelgrote scharreleieren los met een scheutje room, zout en peper. Na een korte blancheersessie van vijf minuten koel ik de asperges af onder koud water om het kookproces te stoppen, snijd ze in stukken van ongeveer 3 cm, en laat ik de bloemen intact.
In een hete koekenpan met een beetje olijfolie bak ik de aspergestukjes kort aan, voordat ik het eiermengsel toevoeg en het geheel zachtjes laat stollen tot een smeuïge Franse omelet. Een vleugje kaas en wat verse kruiden maken het geheel af. Geserveerd met vers brood en een frisse tomatensalade, vormt dit een heerlijke maaltijd, rechtstreeks van tuin naar tafel. Pluk, maak en eet de wilde asperges dezelfde dag dan zijn ze op z’n lekkerst.
Wilde asperges uit de achtertuin, verwerkt in een omelet Franse stijl!
Deze Koningsdag brachten mijn dochter Lies en ik de ochtend door in de keuken, waar we ons toelegden op het bakken van mille-feuille, een Franse delicatesse die veel weg heeft van de Nederlandse tompouce. We experimenteerden met twee varianten: één met gluten en één zonder, waarbij het verschil in het type bladerdeeg zit. Voor een feestelijke touch kleurden we zowel het banketbakkersroom als het glazuur in een stralend oranje, en het margrietje bovenop diende als onze Hollandse knipoog. Het resultaat was niet alleen een lust voor het oog, maar ook verrukkelijk van smaak! In de pauzes heb ik 2 aquarellen gemaakt van de mille feuille en van de Hollandse grachten en huisjes.
En waarom heet een “mille feuille” een “mille feuille”? De mille-feuille, ook bekend als ‘duizend blaadjes’, is een iconische Franse patisserie die zijn naam dankt aan de vele lagen flinterdun bladerdeeg waaruit het bestaat. Traditioneel wordt de mille-feuille gemaakt met drie lagen bladerdeeg en twee lagen banketbakkersroom, afgewerkt met een glanzende laag glazuur bovenop. Ondanks dat het dessert in werkelijkheid niet uit duizend lagen bestaat, geeft de naam wel de delicate en complexe structuur weer die kenmerkend is voor dit gebak.
Elk laagje bladerdeeg wordt zorgvuldig gebakken tot het goudbruin en krokant is, wat resulteert in een textuur die bij elke hap afbrokkelt. Het kunstig opbouwen van de lagen vraagt precisie en geduld, waarbij elke laag bijdraagt aan de rijke textuur en smaak van het eindproduct. Mille-feuille is niet alleen een toonbeeld van patisserie vakmanschap maar ook een feest voor de zintuigen, waarbij het contrast tussen het romige van de vulling en het knapperige van het deeg zorgt voor een onvergetelijke eetervaring.
Hieronder het recept:
Ingrediënten:
Voor het bladerdeeg:
500 gram kant-en-klaar bladerdeeg (zorg voor een glutenvrije variant als je een glutenvrije mille-feuille maakt)
Voor de banketbakkersroom:
500 ml melk
1 vanillestokje, opengesneden en merg eruit geschraapt
100 gram suiker
4 eidooiers
40 gram maïzena
Oranje voedselkleurstof
Voor het glazuur:
150 gram poedersuiker
2 tot 3 eetlepels water of melk
Oranje voedselkleurstof
Decoratie:
Eetbare margrietjes of andere eetbare bloemen voor decoratie
Bereidingswijze:
Bladerdeeg voorbereiden:
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het bladerdeeg uit en snijd in drie gelijke rechthoeken.
Prik met een vork gaatjes in het deeg om luchtbellen te voorkomen.
Bak het deeg tussen twee bakplaten (om het plat te houden) gedurende 15-20 minuten of tot goudbruin en knapperig. Laat afkoelen.
Banketbakkersroom maken:
Breng de melk met het vanillestokje en -merg aan de kook.
Klop in een aparte kom de eidooiers met suiker luchtig, en voeg dan de maïzena toe.
Verwijder het vanillestokje uit de melk en giet de melk langzaam bij het eimengsel terwijl je continu roert.
Giet het mengsel terug in de pan en verwarm op laag vuur. Blijf roeren tot de room dik wordt.
Haal van het vuur en roer de oranje voedselkleurstof erdoor tot de gewenste kleur bereikt is.
Bedek met plasticfolie direct op de room om een vel te voorkomen en laat afkoelen.
Glazuur bereiden:
Voor de chocoladestreepjes:
50 gram pure chocolade, gesmolten
Aangepaste stap voor het aanbrengen van het glazuur:
Glazuur en chocoladestreepjes aanbrengen:
Smeer het oranje glazuur over de bovenste laag bladerdeeg.
Giet de gesmolten chocolade in een klein spuitzakje of gebruik een lepel om dunne lijnen chocolade over het oranje glazuur te trekken.
Gebruik een tandenstoker of het puntje van een mes om door de chocoladestrepen te trekken, haaks op de lijnen, om een mooi marmer- of veereffect te creëren.
Volledige stap voor stap:
Mille-feuille samenstellen:
Leg een laag bladerdeeg op een serveerschaal.
Spreid een dikke laag banketbakkersroom uit over het bladerdeeg.
Herhaal met nog een laag bladerdeeg en room, en dek af met de laatste laag bladerdeeg.
Breng het oranje glazuur aan op de bovenste laag bladerdeeg en voeg vervolgens de chocoladestreepjes toe zoals hierboven beschreven.
Deze toevoeging van chocoladestreepjes zal niet alleen visueel aantrekkelijk zijn, maar ook een heerlijke smaakdimensie toevoegen aan je mille-feuille. Geniet van het maken en serveren van dit prachtig gedecoreerde dessert!
Vier de dag met deze schitterende oranje mille-feuille, een feestelijke twist op de klassieke Franse lekkernij. Elk laagje is doordrenkt met de levendige kleur en smaak van oranje.
Ontdek de speelse charme van Amsterdam door deze kleurrijke en naïeve aquarel van de iconische grachtenhuisjes. Een levendig kunstwerk dat de unieke sfeer van de stad vangt en elke ruimte opfleurt.
Oranje was, lekker buiten in de wind!
Banketbakkersroom is niet moeilijk om te maken. Met een paar druppels kleurstof kan je de kleur veranderen, ik koos voor oranje.
Snijd je bladerdeeg in langwerpige stroken, op bakpapier. Prik gaatjes met een vork in het bladerdeeg. Leg een tweede bakpapier op het bladerdeeg, verzwaar het zodat het bladerdeeg plat blijft.
Glazuur maak je met poedersuiker en een paar druppels citroensap en:of water. Je kunt wat druppels kleurstof toevoegen voor een gewenste kleur. Roer goed tot het glazuur de juiste dikte heeft, gebruik het meteen.
Ik doe de banketbakkersroom in een grote spuitzak zonder spuitmondje. Op deze manier kan ik de room goed over de twee lagen bladerdeeg van de mille feuille verdelen. Tompoezen hebben maar één laag, mille feuille hebben twee lagen.
Een echte mille feuille heeft oranje streepjes, die maak je van gesmolten chocolade. Pure chocolade werkt het beste, vind ik. Verwarm de chocolade au bain-marie of in de magnetron. Chocolade kan snel verbranden dus wees voorzichtig.
Knip van bakpapier een vierkant, vouw een driehoek hiervan door de vierkant te vouwen. Rol het cornetje op zodat je een punt aan de onderkant krijgt. In het cornetje kan je de gesmolten chocolade doen. Op deze manier kan je makkelijk streepjes op de bovenkant op het glazuur spuiten.
Eerst verdeel je het glazuur op de bovenkant van de mille feuille. Daarna spuit je met het cornetje de chocolade erop. Met een tandenstoker of de punt van een mes ga je nu dwars sptrepen trekken daardoor ontstaat er een patroon.
Het eind resultaat! Een verrukkelijke mille feuille.
In mijn uitgestrekte achtertuin, een halve hectare groot, groeit wilde daslook, of ‘ail des ours’ zoals het in het Frans heet. Ail des ours” wordt letterlijk vertaald uit het Frans als “berenknoflook”. Dit is een verwijzing naar de oude Europese volksgeloof dat beren, na hun winterslaap, daslook zouden eten om hun spijsvertering te reinigen en kracht te herwinnen. Deze prachtige wilde plant, bekend om zijn delicate witte bloemen en knoflookachtige smaak, inspireert elk voorjaar weer tot culinaire creaties. Na een heerlijke lange wandeling met mijn dochter Lies en onze twee honden, besloot ik de daslook te gebruiken voor een voedzame soep. Het verzamelen van daslook is zo leuk, gewoon het idee om direct van het land te eten. De soep die ik bereidde was simpel maar overheerlijk, waarbij de subtiele smaken van daslook perfect tot hun recht kwamen. Zo’n maaltijd, vers uit de natuur, smaakt extra goed na een dag buiten zijn met dierbaren. Dit soort momenten maken de lente in onze tuin elk jaar weer speciaal.
Enkele leuke weetjes over de daslook of “ail des ours”
Daslook (Allium ursinum), ook bekend als wilde knoflook, is een boeiende plant die in het voorjaar veel te bieden heeft. Hier zijn enkele interessante weetjes over daslook:
Rijke Geschiedenis: Daslook wordt al eeuwen gebruikt in Europa voor culinaire en medicinale doeleinden. Het was al bekend bij de Romeinen en wordt in veel traditionele Europese keukens gebruikt.
Gezondheidsvoordelen: Daslook staat bekend om zijn gezondheidsbevorderende eigenschappen. Het bevat vitamine C, ijzer en magnesium, en is goed voor de spijsvertering. Net als knoflook heeft daslook antibacteriële, antioxidant en mogelijk bloeddrukverlagende effecten.
Voorzichtig met Verzamelen: Daslook kan gemakkelijk worden verward met lelietje-van-dalen of herfsttijloos, die beide giftig zijn. Het onderscheidend kenmerk van daslook is de sterke knoflookgeur die vrijkomt wanneer de bladeren worden gekneusd.
Beschermd in sommige landen: In sommige delen van Europa, zoals Duitsland en Oostenrijk, is daslook beschermd en mag het niet worden geplukt in het wild. Dit is vanwege de afname van zijn natuurlijke habitats en de populariteit van het verzamelen van daslook.
Culinair Veelzijdig: Daslook kan vers worden gebruikt in salades, pesto’s, soepen en sauzen. Het is een geweldige vervanger voor knoflook in recepten en biedt een zachtere, minder overheersende smaak.
Beste Oogsttijd: De beste tijd om daslook te oogsten is in het vroege voorjaar, net voordat of wanneer het begint te bloeien. Na de bloei neemt de smaak af en worden de bladeren stugger.
Daslook is dus niet alleen een smakelijk wild kruid, maar ook een plant met een rijke historie en diverse gezondheidsvoordelen, wat het een fascinerende toevoeging maakt aan elke voorjaarstuin of keuken.
Een weekje geleden heb ik al daslook pesto gemaakt, heel simpel.
Ingrediënten
100 gram daslookbladeren, goed gewassen en gedroogd
50 gram Parmezaanse kaas, geraspt
50 gram pijnboompitten of walnoten
100 ml olijfolie
Zout en peper naar smaak
Optioneel: sap van een halve citroen voor wat extra frisheid
Bereidingswijze:
Roosteren van de noten: Rooster de pijnboompitten of walnoten in een droge koekenpan op middelhoog vuur tot ze goudbruin zijn. Dit versterkt hun smaak en geeft een extra dimensie aan de pesto.
Daslook voorbereiden: Zorg ervoor dat de daslookbladeren goed gewassen en gedroogd zijn. Te veel vocht kan de pesto waterig maken.
Mengen: Doe de daslookbladeren, geroosterde noten, geraspte Parmezaanse kaas, en wat zout en peper in een keukenmachine of blender.
Pureren: Pulseer of mix het geheel terwijl je langzaam de olijfolie toevoegt tot het mengsel een grove maar enigszins gladde textuur heeft. Je kunt meer of minder olie toevoegen afhankelijk van de gewenste consistentie.
Op smaak brengen: Proef de pesto en voeg indien gewenst meer zout, peper of citroensap toe. De citroen is niet alleen voor de smaak, maar helpt ook de heldergroene kleur van de daslook te behouden.
Bewaren: Je kunt de daslookpesto in een luchtdichte pot doen en deze in de koelkast bewaren. De pesto blijft zo’n week goed. Voor langere bewaring kun je de pesto ook invriezen in een ijsblokjesvorm en daarna de bevroren blokjes bewaren in een diepvrieszak.
Ingrediënten:
Een flinke handvol daslookbladeren, goed gewassen en grof gesneden
1 ui, fijngesneden
1 aardappel, geschild en in blokjes gesneden
1 liter groentebouillon
2 eetlepels olijfolie
Zout en peper naar smaak
Room of crème fraîche voor het serveren (optioneel)
Bereidingswijze:
Ui fruiten: Verhit de olijfolie in een grote soeppan op middelhoog vuur. Voeg de gesneden ui toe en fruit deze tot hij glazig is.
Aardappel toevoegen: Voeg de blokjes aardappel toe aan de pan en bak kort mee.
Bouillon toevoegen: Voeg de groentebouillon toe en breng aan de kook. Laat het ongeveer 15 minuten sudderen, of totdat de aardappelen zacht zijn.
Daslook toevoegen: Voeg de gesneden daslookbladeren toe aan de soep. Laat de soep nog ongeveer 5 minuten zachtjes koken, zodat de daslook zijn smaak kan afgeven maar niet te veel aan kracht verliest.
Pureren: Haal de pan van het vuur. Gebruik een staafmixer om de soep glad te pureren.
Op smaak brengen: Breng de soep op smaak met zout en peper.
Serveren: Serveer de daslooksoep warm. Voeg naar wens een scheutje room of een lepel crème fraîche toe voor extra romigheid.
Daslooksoep is licht en verfrissend, ideaal voor een lente-lunch of als voorgerecht bij een diner. De unieke smaak van daslook geeft een bijzondere twist aan deze eenvoudige soep.
Wandelend tussen de koolzaadvelden van de Bourgogne, omringd door een zee van geel. Ondanks de dreigende wolken en frisse wind, was de bloemige geur van bloeiend koolzaad in de lucht zo lekker, moeilijk te beschrijven, dat moet je gewoon zelf ruiken. Een perfecte wandeling, Scotty en Worff hadden minder oog voor de bloemenpracht, maar dat maakt niet uit, ze genoten wel van de lange wandeltocht.
Het is nog niet eens half april, maar de temperaturen in de Bourgogne naderen al de 25 graden. In mijn moestuin zie ik elke dag nieuwe groei. De geur van seringen vult de lucht. Op de fruitschaal liggen vier prachtige peren die ik wil transformeren tot een klassieker met een lente-twist. Ik serveer de “Belle Hélène peren” met aardbeien en een blaadje munt. Dit klassieke Franse dessert bestaat uit gepocheerde peren met warme chocoladesaus en wordt vaak geserveerd met vanille-ijs, een perfecte afsluiter van een lentedag.
Wat heb je nodig en hoe maak je het:
4 rijpe peren (Conference of Bosc werken goed)
1 liter water
250 gram suiker
1 vanillestokje, opengesneden en het merg eruit geschraapt
het sap van 1 citroen
150 gram pure chocolade, in stukjes gebroken
150 ml slagroom
2 eetlepels suiker (optioneel, afhankelijk van je voorkeur voor zoetheid)
vanille-ijs
geroosterde amandel-schilfers
slagroom
aardbeien
wat blaadjes munt
Peren pocheren:
Schil de peren, halveer de peren, verwijder het klokhuis. Het klokhuis kan je makkelijk verwijderen met een meloenbolletjeslepel. Heb je die niet gebruik dan een kleine lepel. Aan één van de helften laat ik het steeltje zitten, dat vind ik leuk staan.
Breng in een grote pan het water, suiker, vanillestokje en -merg, en citroensap aan de kook. Roer tot de suiker is opgelost.
Zet het vuur lager en voeg de peren toe. Pocheer ze op laag vuur ongeveer 15-25 minuten, afhankelijk van de rijpheid, tot ze zacht zijn maar niet uit elkaar vallen. Soms, als de peren heel rijp zijn kan het snel gaan ongeveer 5 minuten maar meestal is het zo’n 15 minuten.
Haal de peren uit de siroop en laat ze afkoelen. De siroop kan verder ingekookt worden tot een dikkere saus als je dat lekker vindt.
Chocoladesaus maken:
Verwarm de slagroom in een kleine pan op laag vuur tot het bijna kookt.
Haal de pan van het vuur en voeg de chocoladestukjes toe. Laat ze een minuut staan en roer dan tot de chocolade volledig is gesmolten en de saus glad is. Voeg suiker toe naar smaak als je wilt.
Serveren:
Plaats halve peren op een dessertbord.
Schep een bolletje vanille-ijs naast de peer.
Giet de warme chocoladesaus royaal over de peren (en ijs).
Garneer met geroosterde amandelen of slagroom naar wens.
Omdat het momenteel lente is en de temperaturen al goed genoeg zijn om buiten te eten heb ik mijn “Poire Belle Hélène” ook wat aardbeien gegeven en een blaadje munt. Op deze manier maak ik van deze klassieker een verrukkelijke lente variant.
En daar heb je het, een prachtig en verrukkelijk dessert dat de elegantie en eenvoud van de Franse keuken belichaamt. Geniet ervan!
Wijnen: Bij “Poire Belle Hélène”, een dessert met zoete en rijke smaken, passen dessertwijnen uitstekend. Een goede keuze is een licht mousserende Moscato d’Asti, wiens zoetheid en bubbels mooi contrasteren met de rijke chocolade. Een Sauternes of vergelijkbare zoete witte wijn zou ook goed werken, vooral vanwege zijn vermogen om de zoetheid van de peer en chocolade te complementeren.
Bieren: Voor bierliefhebbers kan een fruitig en enigszins zoet bier, zoals een Kriek of Framboise Lambic, een interessante match zijn. Deze bieren hebben vaak een aangename zurigheid die het zoete van de chocolade en peer kan balanceren.