In de stilte van het voedselbos vertellen zelfs de kleinste bloemen hun verhaal — en soms smaken ze verrassend pittig
Tussen het frisse lentegroen van mijn voedselbos in de Bourgogne bloeit een bijzondere bloem: de pinksterbloem. Met haar roze/lila bloemetjes en verfijnde, pittige smaak lijkt ze misschien onschuldig, maar deze bloem is een echte smaakmaker én vol geschiedenis.
Wat is een pinksterbloem eigenlijk?
Latijnse naam:Cardamine pratensis
Familie: Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
Nederlandse naam: Pinksterbloem
Franse naam:Cresson des prés
Engelse naam:Cuckoo flower of Lady’s smock
De naam pinksterbloem is eigenlijk misleidend. Je zou denken dat ze met Pinksteren bloeit, maar de meeste pinksterbloemen zie je al vanaf half april verschijnen – zeker hier in de Bourgogne, waar de lente vaak net iets vroeger inzet. In Nederland en België is ze helaas zeldzamer geworden, maar hier groeit ze nog volop!
De Engelse naam “cuckoo flower” verwijst naar het verschijnen van de bloem rond de tijd dat de koekoek voor het eerst roept. In Frankrijk noemt men haar “weidekervel”, wat haar voorkeur voor vochtige graslanden verraadt.
Wat maakt de pinksterbloem zo bijzonder?
Smaak: zachte radijs, met een licht pittige bite
Eetbaar: bloemetjes, blaadjes én jonge stengels
Rijk aan vitamine C en mosterdolie-verbindingen
Waardplant voor het oranjetipje (vlindersoort)
Receptidee: Dipsaus met pinksterbloemen
Ingrediënten:
Handvol jonge pinksterbloemblaadjes en bloemetjes
2 el volle yoghurt of plantaardige variant
1 tl citroensap
Snuf zout & peper
Eventueel: geraspte radijs of een kneepje honing
Bereiding:
Meng alle ingrediënten tot een frisse dip. Heerlijk bij rauwkost, brood of een krokante cracker.
Pien op smaakreis…
Pinksterbloemen zijn niet alleen een lust voor het oog, maar ook een verrassende toevoeging aan mijn lentemenu. In mijn voedselbos in de Bourgogne ontdek ik elke dag weer nieuwe smaken en verhalen.
Meer inspiratie? Volg mijn blogs en ontdek hoe je zelf op smaakreis kunt gaan – met bloemen, kruiden en groenten uit de natuur.
Eén van mijn meest favoriete plekken is de natuur van de Bourgogne. Moeder Aarde geeft hier zoveel moois — zoals deze ochtend, toen ik velden vol geurige daslook vond: een teken dat de lente echt begonnen is. Daslook is niet alleen een smaakmaker, maar ook een schat voor onze gezondheid. In dit blog neem ik je mee op mijn pluktocht, vertel ik je meer over de bijzondere voordelen van daslook én deel ik mijn favoriete recept: zelfgemaakte daslookpesto!
Daslook (Allium ursinum), ook wel berenlook genoemd, is niet alleen verrukkelijk, maar ook bijzonder gezond.
Daslook staat bekend om haar ontsmettende werking op het spijsverteringsstelsel – maag, lever en darmen profiteren van haar krachten. Daarnaast helpt daslook preventief tegen hart- en vaatziekten:
het bevordert een goede bloedstolling,
gaat aderverkalking tegen,
en verlaagt de bloeddruk.
Dankzij haar ontstekingsremmende eigenschappen biedt daslook ook verlichting bij verkoudheid en andere kwaaltjes. Geen wonder dat bruine beren na hun winterslaap graag daslook eten om hun darmen te reinigen!
Koken met daslook
Daslook is heerlijk veelzijdig:
Rauw in salades
Versnipperd over een warme soep
Verwerkt in kruidenboter
Gemixt tot groene pesto
Hoewel daslook naar knoflook smaakt, geeft het geen vervelende geur achteraf – ideaal dus voor wie van een volle smaak houdt zonder de nadelen.
Let op!
Daslook lijkt sterk op het giftige meiklokje en de herfsttijloos. Controleer bij het plukken altijd op de typische geur: kneus een blaadje tussen je vingers – ruik je knoflook, dan zit je goed!
Recept: Daslookpesto
Ingrediënten:
75 g cashewnoten
100 g verse daslook
100 g Parmezaanse kaas (geraspt)
half teentje knoflook
75 ml olijfolie
1 tl citroensap
Zwarte peper naar smaak
Bereidingswijze:
Rooster de cashewnoten kort in een droge koekenpan en laat afkoelen.
Maal de daslook fijn in een keukenmachine, of met een vijzel.
Voeg de kaas, half knoflook teentje, cashewnoten en olijfolie toe en mix tot de gewenste structuur.
Breng op smaak met citroensap en versgemalen peper.
Heerlijk op brood, door de pasta of als smaakmaker bij een kaasplankje! een schepje door de aardappelen, soep, pizza en zelfs op een wrap.
*Wil je dat je pesto zijn mooie kleur en verse smaak behoudt? Dek hem dan af met een dun laagje olijfolie!
Daslook bewaren
Wil je het hele jaar door genieten van deze heerlijke smaakmaker? Droog de daslook zorgvuldig, hak hem fijn of pers hem. Zo heb je altijd een beetje Bourgogne binnen handbereik.
Ik hou niet zozeer van de feestdagen zelf, maar wél van tradities. Voor mij draait Pasen om creativiteit, samen genieten en het vieren van de lente. Daarom zat ik deze week achter mijn naaimachine en ontstonden Floris Flapoor en Pip de Kip – gezellige paasvriendjes, gemaakt van kleine restjes stof die anders verloren zouden gaan.
Ik versier eieren, bedenk nieuwe recepten en geniet van de voorbereiding. In Frankrijk eten veel mensen traditioneel lamsvlees tijdens het paasdiner, maar voor mij is dat geen optie: ik heb onlangs nog jonge lammetjes geknuffeld en ik zou er niet aan moeten denken om zo’n lief dier te eten.
Voor ons wordt het een feestelijk en vegetarisch Paasmenu:
Oeufs en cocotte met paddenstoelen
Een mooi versierde paasbûche (een luchtige rolcake)
En een kleurrijke vegetarische quiche
Later zal ik mijn mooiste gerechten nog delen. 🌿
Maar eerst… het traditionele Franse paasverhaal! ✨
De legende van Pasen in Frankrijk: vliegende klokken en chocolade
In Frankrijk hoort bij Pasen niet alleen de paashaas, maar ook een prachtige legende over vliegende klokken. Volgens de traditie blijven van Witte Donderdag tot Paaszaterdag de kerkklokken stil. De klokken, zo wordt verteld, vliegen in deze dagen naar Rome om daar de zegen van de paus te ontvangen.
Wanneer ze terugkeren, vliegen ze over het land en strooien ze onderweg chocolade-eieren uit voor de kinderen. Op paasochtend rennen de kinderen dan enthousiast de tuinen in om de eieren te zoeken die ‘door de klokken’ zijn gebracht.
In veel Franse dorpen worden nog steeds grote paas-eierzoektochten georganiseerd, en je vindt werkelijk overal prachtige chocoladefiguren in de winkels: klokken, lammetjes, eieren, kippen en zelfs kleine vogeltjes.
Pasen in Frankrijk is dus een vrolijk lentefeest, waarin de lente, het nieuwe leven en het samenzijn centraal staan – en dat maakt het, vind ik, extra mooi.
Vier de lente met pure smaken uit de natuur, een feestelijk vegetarisch menu en Franse paasmagie
De lente proef je… in de lucht, in de zon, en in elk plakje van deze bûche vol zoete aardbeien.
Een lente bûche uit de Bourgogne
Het is lente in de Bourgogne en de natuur lijkt al halverwege de zomer. De lucht is blauw, de zon warm op mijn huid, en de geur van bloeiend koolzaad zweeft als een zacht parfum door de velden. In mijn moestuin staan de eerste aardbeien al te stralen — groot, rood, geurend naar de zomer.
De keuze voor een gebakje was dan ook snel gemaakt: iets met aardbeien natuurlijk. Het werd deze luchtige, frisse bûche de printemps, gevuld met mascarpone, slagroom en plakjes verse aardbei. Niet moeilijk, al zijn er wel een paar aandachtspunten.
Bij mij breekt de cake soms bij het rollen, maar dat is geen ramp: er komt immers nog een laagje romige vulling bovenop. Vandaag ging alles perfect. Misschien door het licht invetten van het bakpapier? Of doordat ik het eimengsel net iets langer mixte, zodat het extra schuimig werd? Hoe dan ook: deze bûche smaakte naar lente. 💛
🍰 Recept: Bûche de printemps met aardbeien
Gebak/dessert – 50 min + 12 min oventijd + koeltijd – voor 10 tot 12 plakjes
📝 Ingrediënten
Voor de cake:
5 eieren + 1 extra eidooier
150 g fijne kristalsuiker
1 el zonnebloemolie
1 tl bakpoeder
Snuf zout
100 g bloem
75 g poedersuiker
Boter om in te vetten
Voor de vulling:
1 bakje verse aardbeien (liefst uit eigen tuin 😉)
250 g mascarpone
400 ml slagroom
1 zakje klop fix
4 eetlepels suiker
Benodigdheden: Bakpapier, schone theedoek, mixer, huishoudfolie, spuitzak, bakplaat (ca. 30 x 40 cm) beslagkom, oven, koelkast, spuitzak is makkelijk!
👩🍳 Bereiding
Voorverwarmen & beslag maken Verwarm de oven voor op 180 °C. Bekleed de bakplaat met bakpapier en vet ook de bovenzijde licht in met boter. Mix de eieren 4 minuten luchtig. Voeg de suiker toe en mix nog eens 4 minuten tot het dikker en schuimig is. Voeg olie en zout toe, mix kort. Meng bloem en bakpoeder erdoor en mix nogmaals kort.
Bakken & rollen Giet het beslag op de bakplaat en strijk glad. Bak 12 minuten, tot lichtbruin en gaar. Bestrooi een theedoek royaal met poedersuiker. Stort de cake direct na het bakken op de doek en verwijder het bakpapier. Rol de cake op (korte zijde) en laat afkoelen — liefst een nachtje in de koelkast.
Vulling maken Klop de mascarpone los, voeg slagroom, suiker en klop fix toe en mix tot een stevige room.
Samenstellen Rol de cake voorzichtig uit. Smeer de roomlaag erop (met een spuitzak zonder spuitmond werkt goed) en leg er aardbeienplakjes op. Rol weer op met behulp vanhuishoudfolie, bakpapier. Laat 2 uur of langer opstijven.
Afwerking Snijd de zijkanten recht. Spuit een toplaag van mascarpone-room en versier naar wens met aardbeien, citroenrasp, choclade chips en/of muntblaadjes.
✨ 10 gouden tips voor een perfecte cakerol
Laat de cakemix staan. Voor deze luchtige rol werkt een zelfgemaakt beslag veel beter. Een cakemix is te zwaar en rolt minder mooi — dus even wat extra liefde met de mixer loont écht.
Wees royaal met poedersuiker op je theedoek. Dit voorkomt dat de cake blijft plakken of scheurt bij het oprollen.
Rol direct na het bakken op. Als de cake nog warm is, is hij soepel en buigzaam. Ik doe dit meestal samen met mijn dochter Lies — vier handen maken licht werk en veel plezier.
Blijft het bakpapier plakken? Geen paniek. Als er wat cake blijft hangen, rol dan gewoon rustig verder. Later zie je daar niets meer van terug. Rustig afrollen is hier het geheim.
Laat de rol goed afkoelen in zijn vorm. Zo behoudt hij zijn mooie, ronde structuur en wordt hij straks makkelijker te vullen en te snijden.
Breng de topping pas aan na het opstijven. Laat je de cakerol een nacht in de koelkast rusten? Breng de mascarponelaag dan pas de volgende dag aan, en haal die een paar uur vooraf uit de koelkast. Te koude mascarpone is lastig smeerbaar — dat heb ik zelf ondervonden!
Werk met mooie, verse aardbeien. Liefst onbespoten en uit eigen tuin. Aardbeien zijn het voorjaar op je bord, en ze verdienen een hoofdrol in dit gebak.
Gebruik een grote spuitzak zonder spuitmond. Hiermee kun je het mascarpone-slagroommengsel makkelijk en gelijkmatig verdelen, laag voor laag.
Snijd de uiteinden strak bij. Zo krijg je die perfecte ‘bûche-vorm’. De afgesneden stukjes zijn ideaal om meteen even te proeven (altijd mijn favoriete momentje…).
Laat de cakerol goed opstijven voor je hem serveert. Dan is hij stevig, goed snijbaar en blijft alles prachtig in vorm. Voor de afwerking kies ik zelf toefjes slagroom, halve aardbeien en chocoladekrullen — een gouden combinatie.
Soms heb je aan een paar ingrediënten genoeg om de lente te vangen in een gebakje.
Vanmorgen scheen het Bourgondische zonnetje door mijn keukenraam naar binnen, en van zo’n Frans zonnetje raak ik bijna buiten zinnen. Vol liefde maakte ik een zalig zondagsochtendontbijt – eieren met dooiers vol oranje maïskleur van mijn eigen geliefde kippen, broodjes, gebakken in boter om in de dooiers te dippen, en de verrukkelijke jam op precies het juiste formaat brood – niet te klein en niet te groot, gemaakt met aardbeien uit eigen tuin, zo rood en vol smaak, dat iedereen ervan smult, dat is altijd raak.
Fijne zondag allemaal, geniet van het “belle vie, O, la la oui, oui”.
Persoonlijke noot: Na een heerlijke winterwandeling, waarbij de frisse kou ons wangen roze kleurde en de natuur prachtig verstild aanvoelde, genoten we thuis van een dampende kop gemberthee. Daarbij serveerden we een dikke plak zelfgebakken pain d’épices, vol warme kruiden en zoete honing. Wat een perfecte manier om weer op te warmen en na te genieten van zo’n fijne dag!
Pain d’épices: De smaken van winterse warmte
Pain d’épices, letterlijk vertaald als “kruidenbrood,” is een Franse klassieker die perfect past bij de koude wintermaanden. Oorspronkelijk geïnspireerd door de specerijenroutes en het geliefde Lebkuchen uit Duitsland, vond dit kruidige honingbrood al in de Middeleeuwen zijn weg naar Frankrijk. In de streek van Dijon, beroemd om zijn mosterd én pain d’épices, groeide het uit tot een onmisbaar element van de Franse culinaire traditie.
Wat pain d’épices zo bijzonder maakt, zijn de rijke specerijen zoals kaneel, gember, kruidnagel en anijs, die je direct in een feestelijke stemming brengen. Honing, een essentieel ingrediënt, zorgt niet alleen voor een natuurlijke zoetheid maar ook voor een zachte, houdbare textuur. Geen wonder dat dit brood zo geliefd is rond Kerst: het straalt nostalgie uit en vult je huis met de heerlijke geur van specerijen.
Of je het nu serveert met een plakje boter, bij een kaasplankje, of gewoon als zoete traktatie bij de thee, pain d’épices is een heerlijke manier om de winter te vieren. Een hap, en je voelt je meteen omringd door de warme smaken van het seizoen.
Recept voor Franse Pain d’Épices (Kruidige Honingkoek)
Ingrediënten
250 g honing (bij voorkeur bloemhoning)
250 g bloem (half tarwebloem, half roggebloem voor een authentiekere smaak)
10 g bakpoeder
1 theelepel kaneelpoeder
1 theelepel gemberpoeder
1 theelepel nootmuskaatpoeder
1/2 theelepel kruidnagelpoeder
1/2 theelepel anijszaad (optioneel)
1 snufje zout
100 ml melk
50 g boter
50 g bruine suiker
1 ei
Bereidingswijze
Voorverwarmen: Verwarm de oven voor op 160°C. Bekleed een cakevorm met bakpapier of vet deze in.
Honing en melk verwarmen: Verwarm de melk samen met de honing in een pan op laag vuur totdat de honing is opgelost. Laat dit mengsel iets afkoelen.
Droge ingrediënten mengen: Zeef de bloem, bakpoeder, kruiden en zout in een grote kom. Roer de bruine suiker erdoor.
Nat bij droog: Voeg het honing-melkmengsel en de gesmolten boter toe aan de droge ingrediënten. Meng goed met een spatel of garde.
Ei toevoegen: Klop het ei los en roer dit door het beslag tot alles goed gemengd is. Het beslag moet glad zijn, maar niet te dun.
In de vorm gieten: Giet het beslag in de voorbereide cakevorm en strijk de bovenkant glad.
Bakken: Bak de pain d’épices in ongeveer 50–60 minuten. Controleer met een satéprikker of de cake gaar is (de prikker moet er schoon uitkomen).
Afkoelen: Laat de cake afkoelen in de vorm voordat je hem voorzichtig uit de vorm haalt.
Tips:
Voor een extra feestelijke touch kun je fijngehakte gekonfijte sinaasappelschil of stukjes amandel toevoegen aan het beslag.
Serveer de pain d’épices met wat boter, jam of kaas, zoals een zachte geitenkaas.
Een herfstdag in de Bourgogne: wandelen, havermoutkoekjes bakken, thee leuten en aquarelleren
Vandaag hebben Lies, de honden en ik weer een heerlijke wandeling gemaakt. Het is nog niet echt koud hier in de Bourgogne, en deze tijd van het jaar is eigenlijk perfect om te lopen – veel fijner dan in de hete zomer. Onderweg zagen we nog een enkele vlinder fladderen en wat blaadjes zachtjes van de bomen dwarrelen. Thuisgekomen, besloot ik havermoutkoekjes te bakken.
De koekjes zijn eenvoudig te maken, en hoewel ze niet echt onder de categorie ‘gezond’ vallen door de suiker, zijn ze toch een stuk beter dan de meeste fabriekskoekjes. Dankzij de relatief kleine hoeveelheid boter kun je ze gerust eens proberen. Ik maal de havermout vaak fijn voor een zachtere textuur, maar als je liever een grovere structuur hebt, is dat helemaal niet nodig. De ingrediënten zijn simpel: alles wordt gemengd, waarna je kleine balletjes ter grootte van een walnoot vormt. Deze leg je op een herbruikbare siliconenmat of gewoon bakpapier op een bakplaat.
De koekjes, ze zijn heel lekker!De koekjes voordat ze de oven in gaan, ik heb de noten er als laatste ingedruktHet deeg, het is nog wat plakkerig dat is geen probleem voor de koekjes
Je kunt de koekjes naar wens vullen met pure chocolade, grof gehakte noten, rozijnen of stukjes fruit. Vandaag heb ik gekozen voor grof gehakte pure chocolade en walnoten uit onze eigen tuin, samen met wat andere noten die ik nog had liggen. Ik bakte ze op 200 graden gedurende 15 minuten. In het begin zijn ze nog zacht, maar terwijl ze afkoelen, worden ze heerlijk krokant. Dit recept leverde me zo’n 15 koekjes op, perfect voor deze tijd van het jaar!
Nu genieten we van een kruidenthee met een versgebakken havermoutkoekje erbij. Ondertussen heb ik ook nog een aquarel geschilderd en het hele huis ruikt heerlijk, want in de slowcooker pruttelt de groente-kippensoep voor vanavond. Morgen maak ik een ovenschotel met pastinaak en pompoen, een combinatie van smaken die echt bij de herfst passen. Pastinaak is een vergeten groente, maar o zo lekker! Het recept zal ik morgen delen.
Warm jezelf op met de volle smaken van geroosterde pompoen en wortel – de perfecte herfstsoep voor kortere dagen
Lies en ik werken veel uren voor ons bedrijf CoukoeLifestyle, maar één Franse gewoonte hebben we graag overgenomen: we eten warm tussen de middag. Vandaag stond deze verrukkelijke pompoen-wortelsoep op het menu, gemaakt met groenten grotendeels uit onze eigen moestuin – hoe luxe en makkelijk is dat! De herfst in de Bourgogne brengt niet alleen een prachtige kleurenpracht, maar ook koelere dagen, perfect om te genieten van een verwarmende soep. Het roosteren van de groenten geeft de soep een extra diepe, zoete smaak en een zachte, fluweelachtige textuur. Door de karamelisatie komen de natuurlijke smaken van de pompoen en wortel nóg beter tot hun recht, en zo wordt elke lepel een pure traktatie van het seizoen.
Het recept: ingrediënten en bereidingswijze
Ingrediënten:
1 middelgrote pompoen, geschild en in blokjes gesneden
3 wortels, geschild en in stukjes gesneden
1 ui, grof gesneden
3 teentjes knoflook, ongepeld
1,5 liter groentebouillon
1 eetlepel olijfolie
1 theelepel komijnpoeder
1 theelepel paprikapoeder
Een snufje chilipoeder (optioneel)
Zout en peper naar smaak
100 ml room of kokosmelk
Verse kruiden, zoals peterselie of koriander, ter garnering
Bereiding:
Voorverwarmen: Verwarm de oven voor op 200°C.
Groenten roosteren: Leg de pompoen, wortels, ui en knoflookteentjes (in de schil) op een bakplaat. Besprenkel met olijfolie, komijnpoeder, paprikapoeder, zout en peper. Rooster de groenten in de oven voor ongeveer 25-30 minuten, tot ze zacht en licht gekarameliseerd zijn.
Bouillon bereiden: Verwarm ondertussen de groentebouillon in een grote pan.
Knoflook schillen: Haal de geroosterde knoflook uit de schil en voeg toe aan de geroosterde groenten.
Soep maken: Doe de geroosterde groenten in de pan met de hete bouillon. Laat dit 5-10 minuten zachtjes koken om de smaken samen te laten komen.
Pureren: Pureer de soep met een staafmixer of blender tot een gladde soep. Voeg de room of kokosmelk toe en meng goed.
Op smaak brengen: Proef en breng op smaak met extra zout, peper of chilipoeder, afhankelijk van je smaak.
Serveren: Garneer met verse kruiden en eventueel een scheutje extra room. Serveer de soep met een stuk knapperig brood.
Tip: Deze soep is perfect voor een herfstige lunch of diner, en je kunt hem ook makkelijk van tevoren maken. Geniet van de diepe, warme smaken van de geroosterde pompoen en wortel!
De bereidingstijd voor de Herfstsoep van Geroosterde Pompoen en Wortel is ongeveer 45 minuten (inclusief roosteren).
Dit recept is voldoende voor 4 tot 6 personen, afhankelijk van de portiegrootte.
Vers uit eigen boomgaard – een tartelette met een vleugje joie de vivre en puur moestuingeluk
Even een hapje tussendoor – ik maak altijd extra veel, voor onverwachte visite én zodat ik zelf wat vaker kan proeven 😉 Dit alles in mijn prachtige buitenkeuken, waar de aangename herfsttemperaturen het mogelijk maken om heerlijk buiten te koken, bakken en genieten!
Vandaag heb ik weer mijn vertrouwde CoukoeLifestyle keukenschort aangetrokken om heerlijke vijgentaartjes te maken. Ook mijn frambozenplant blijft maar frambozen geven, wat ik natuurlijk helemaal niet erg vind! Dus besloot ik er ook wat frambozen bij de vulling te doen – die voeg ik trouwens pas na het bakken toe, voor extra frisheid.
De crumble maakt deze vijgentaartjes echt onweerstaanbaar. Ik maak altijd een dubbele lading, want die is hier favoriet. We gebruiken het op alles: in de yoghurt, over zondagse pannenkoekjes, en als ik heel eerlijk ben, snoep ik soms stiekem een klein handje uit de luchtdichte bak waarin ik het bewaar. Als je het goed opbergt, blijft de crumble heerlijk vers en knapperig.
Ondanks de vele regen en de slakken in het voorjaar, doen mijn vijgen en frambozen het fantastisch goed. Dat betekent volop vijgentaartjes, vijgenjam en zelfs chutney, soms gecombineerd met frambozen. Het recept van deze heerlijke vijgentaartjes komt rechtstreeks uit ons eigen CoukoeLifestyle Kookboek– een perfect weekendtaartje, simpel te maken en ongelooflijk lekker. En eerlijk gezegd ook doordeweeks onweerstaanbaar!
Eigenlijk zijn deze taartjes heel eenvoudig en vragen ze niet eens om een ingewikkeld recept. Begin met een rol vers bladerdeeg, bij voorkeur roomboter. Sorry voor alle lijners, maar roomboter maakt deze taartjes echt zoveel lekkerder! Snijd het deeg in vieren en vouw de buitenste randen naar binnen. Druk ze plat en bewerk de randen met een vorkje, zodat er een mooi patroontje ontstaat. Prik gaatjes in het midden van het deeg.
Maak een mengsel van suiker, vanillesuiker en een vleugje kaneel (mijn favoriete combinatie). Als je niet van kaneel houdt, kun je het gerust weglaten. Strooi dit mengsel over de deegflapjes.
Ik ben gezegend met een overvloed aan fruit in mijn tuin, dus plukte ik verse vijgen en frambozen. Was de vijgen en snijd ze in kwarten. Omdat mijn vijgen vrij groot zijn, gebruik ik één vijg per taartje. Leg de vijgenkwarten op het deeg en bestrijk de randen met losgeklopt eigeel voor een mooie, goudbruine kleur. Strooi vervolgens nog wat van het suikermengsel over de vijgen en bak de taartjes ongeveer 20 minuten op 180 graden, of tot het deeg goudbruin is. Na het bakken voeg ik een handje verse frambozen toe en strooi ik crumble over de taartjes voor extra smaak en textuur.
De vijgen geven tijdens het bakken wat vocht af, wat de smaak alleen maar intenser maakt doordat het in de poreuze bodem trekt. Voor deze heerlijke taartjes heb je nodig: vers bladerdeeg, suiker, vanillesuiker, kaneel, een eitje, verse vijgen en eventueel frambozen.
En nu de herfst zijn intrede doet – een zalig seizoen – kun je eindeloos variëren. Vervang de vijgen bijvoorbeeld door appelschijfjes. Ik bak ze kort in de koekenpan met een beetje honing uit de Morvan, wat ze heerlijk zacht maakt. Voeg wat kaneel en speculaaskruiden toe voor een extra warme smaak. Peren met walnoot zijn ook een geweldige optie, maar peren geven wel wat meer vocht af. Om dat op te vangen, kun je een dun laagje maizena of custard over de bodem strooien.
Extra lekker worden de taartjes met een topping van crumble. Dit kruimeldeeg maak je heel eenvoudig zelf en je kunt het naar wens grof of fijn maken. Hoewel je de crumble mee kunt bakken op het taartje, bak ik het liever apart voor die extra knapperigheid.
Optioneel: 40 gram fijngehakte noten zoals pecan, amandel, hazelnoot of walnoot (bij voorkeur vers uit eigen tuin)
2 theelepels specerijen (zoals speculaas, kaneel of gingerbread)
Een goede snuf zout
Ik werk graag met mijn handen voor dit deeg. Doe alle ingrediënten in een kom en voeg koude boter in kleine blokjes toe. Wrijf de boter tussen je vingers en meng het met de overige ingrediënten tot een stevig, maar kruimelig deeg. Het deeg zal uiteindelijk net wel of net niet samenhangend worden – en dat is precies goed. Je bepaalt zelf hoe grof of fijn je de kruimels wilt.
Wil je de crumble los bakken? Verspreid de kruimels over een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 12-15 minuten op 180°C (boven- en onderwarmte), of tot ze goudbruin zijn. Het resultaat? Heerlijke, knapperige kruimels die je taartjes naar een hoger niveau tillen!
Geniet van de rijke smaak van schapenkaas in een Bourgondisch gerecht vol traditie
Schapenkaas in de Bourgogne
Ons geliefde Bourgogne – waar de zonnebloemen hun laatste bloei beleven, de koeien nog vredig genieten van het gras en het warme zonnetje, en de boeren druk bezig zijn met het binnenhalen van hun hooi en stro.
In dit prachtige landschap, waar de tijd soms lijkt stil te staan, genieten wij vaak van een lokale delicatesse: schapenkaas.
In de Bourgogne is schapenkaas een geliefd product, bereid van de melk van bijzondere schapenrassen zoals de Lacaune en Basco-Béarnaise. Hoewel deze rassen oorspronkelijk uit andere delen van Frankrijk komen, hebben ze hier hun thuis gevonden, en leveren ze melk van uitzonderlijke kwaliteit. De schapenkaas staat bekend om zijn romige, rijke smaak en kan zowel vers als gerijpt worden gegeten.
Denk aan iconische Franse schapenkazen zoals Roquefort en Ossau-Iraty, maar ook de Bourgogne kent haar eigen varianten, die vaak op de lokale markten te vinden zijn. Vandaag delen wij een van onze favoriete recepten met schapenkaas – een eenvoudige en heerlijke manier om van deze regionale schat te genieten.
Recept: Herfst salade met gebakken schapenkaas
Ingrediënten:
150g zachte schapenkaas (bijv. Ossau-Iraty of een lokale variant)
200g gemengde sla (bijv. veldsla, rucola)
1 peer, in dunne schijfjes gesneden
50g walnoten
1 eetlepel honing
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel balsamicoazijn
Zout en peper naar smaak
Bereidingswijze:
Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg de walnoten toe. Rooster ze lichtjes en zet ze opzij.
Snijd de schapenkaas in plakjes van ongeveer 1 cm dik.
Verhit in dezelfde pan een beetje olijfolie en bak de plakjes schapenkaas kort, totdat ze goudbruin zijn aan beide kanten.
Meng in een kom de sla, peer en geroosterde walnoten.
Maak een dressing van de olijfolie, balsamicoazijn, honing, zout en peper. Giet dit over de salade en meng goed.
Serveer de salade op borden en leg de gebakken schapenkaas er bovenop.
Tip: Voeg eventueel wat verse kruiden toe zoals tijm of rozemarijn voor extra smaak.
Bij deze herfstsalade heb ik weer enkele sfeervolle aquarellen geschilderd om het moment volledig vast te leggen. De salade doet denken aan de klassieke warme geitenkaassalade, maar de smaakbeleving is uniek door de toevoeging van schapenkaas.