Vandaag, halverwege september, konden we eindelijk weer een lange wandeling maken van zo’n 10 kilometer. Met zo’n 20 graden was het een verademing na de hete zomer, en onderweg wachtten er nóg meer verrassingen: overal paddenstoelen!
De roze weidechampignons herken ik meteen, en deze week heb ik ze al drie keer gegeten. Zo’n verrukkelijke delicatesse, gewoon in de achtertuin. Toen we thuis kwamen na de wandeling, maakten we een Franse omelet met verse roze weidechampignons. Heerlijk eenvoudig, puur genieten.
Andere paddenstoelen laat ik altijd checken bij de Franse apotheek. Dat is hier een geweldige gewoonte: je neemt je vondst gewoon mee, en de apotheker bekijkt of ze eetbaar zijn of niet. Zo weet je zeker dat je geen risico loopt. Een service die in Nederland onbekend is, maar in Frankrijk heel normaal. Het geeft een veilig gevoel en je leert er vaak ook nog iets van bij.
Er zijn van die gerechten die nooit vervelen. Voor mij is de Franse omelet er zo één: snel, simpel en verrukkelijk. Helemaal bijzonder wordt hij met verse scharreleitjes van mijn kippen en roze weidechampignons uit de weide achter ons huis.
Mijn recept: Franse omelet met roze weidechampignons
Ingrediënten (2 personen)
4 scharreleitjes
3 grote roze weidechampignons (of andere eetbare champignons)
klein scheutje koffiemelk of slagroom
1 klontje roomboter
1 teentje knoflook, fijngesneden
zwarte peper, vers gemalen
fleur de sel (of ander zeezout)
Bereiding
Kluts de eieren luchtig met een scheutje koffiemelk of slagroom. Breng op smaak met peper en een snufje zout.
Snijd de champignons in blokjes en bak ze in roomboter met de knoflook tot ze net gaar zijn.
Giet het eimengsel in de pan, verdeel de champignons erover en bak de omelet op zacht vuur.
Laat de binnenkant nog een beetje vochtig, klap de omelet dubbel en serveer direct.
🌿 Eenvoud op zijn best: boter, eieren, paddenstoelen en een royale draai uit de pepermolen.
Het weer wordt al wat wisselvalliger, maar toch konden we zalig in de tuin eten. Zo voelt de overgang van nazomer naar herfst bijzonder aangenaam: paddenstoelen, walnoten, kweeperen, appels, kastanjes en pompoenen vullen het seizoen. Buiten zitten met een fleecedekentje en een kruidig theetje erbij… ik ben helemaal fan van deze tijd van het jaar.
Mijn droom is om ooit mijn eigen olijven en olijfolie te produceren. Voor mij is de olijf één van de meest waardevolle ingrediënten: tijdloos, puur en veelzijdig. De olijfboom zelf blijft me fascineren, met zijn slanke blauwgroene blaadjes en de rijke geschiedenis die hij met zich meedraagt. Het voelt bijna symbolisch om dit project stap voor stap, met liefde en geduld, voort te zetten.
Maar mijn dromen gaan verder. Ik wil graag bijen houden en ooit de overgebleven honing uit de honingraten zelf bottelen. Ik zie mezelf ook paddenstoelen kweken en een botanische tuin aanleggen: een plek vol leven, waar insecten en vogels zich thuis voelen.
Het begint vaak met een klein zaadje in mijn hoofd, een gedachte die wortel schiet. En dan volgt de rest als vanzelf. Vandaag zag ik mijn allereerste olijven groeien. Een klein begin, maar het voelt als het startpunt van iets groters. En zoals met alles in de natuur: de rest volgt…
Het groene goud: mijn olijfboom en eerste olijven
Bij een heerlijk temperatuurtje van 25 graden staat mijn olijfboom te stralen – en vandaag ontdekte ik de allereerste olijven! Het blijft bijzonder: olijfbomen kunnen honderden jaren oud worden en pas na vier à vijf jaar echt rijkelijk vruchten dragen.
De boom zelf vind ik prachtig, met zijn blauwgroene, smalle blaadjes en eeuwenoude symboliek. De olijfboom staat niet alleen voor vrede, liefde en trouw, maar draagt ook de kracht van hoop, overwinning en een positieve toekomst. Als één van de oudste bomen ter wereld komt hij terug in talloze tradities.
Vroeger was een olijfboom een kostbaar bezit. Olijfolie – het ‘groene goud’ – werd eeuwenlang geroemd om zijn zuiverende werking en enorme waarde. Vandaag voelde ik mij rijk toen ik die kleine, groene vruchtjes zag verschijnen. Natuurlijk kon ik het niet laten om er meteen een aquarel van te maken. En ja, ik droom ervan om ooit mijn eigen olijven te oogsten én olijfolie te bottelen…
10 leuke weetjes over de olijf
🌳 Olijfbomen kunnen meer dan 1000 jaar oud worden. In sommige mediterrane landen staan nog exemplaren van ruim 2000 jaar.
🍈 De olijf is technisch gezien geen groente, maar een steenvrucht.
🫒 Verse olijven zijn niet eetbaar door de bittere stof oleuropeïne. Ze moeten eerst behandeld of gefermenteerd worden.
🌞 Olijfbomen hebben veel zonlicht en warmte nodig, maar kunnen verrassend goed tegen droogte.
🍃 Eén boom kan wel 20 tot 90 kilo olijven per jaar geven, afhankelijk van leeftijd en verzorging.
🫒 Er bestaan meer dan 1000 verschillende olijvensoorten, elk met hun eigen smaakprofiel.
🍸 De olijf wordt al sinds 3000 v. Chr. geteeld in de Middellandse Zee.
🫒 Olijven verschillen in kleur door de rijpheid: groene olijven zijn onrijp, zwarte zijn volledig gerijpt.
🌿 Olijfolie is rijk aan gezonde enkelvoudig onverzadigde vettenen antioxidanten.
🌍 Olijfbomen symboliseren vrede; een olijftak is wereldwijd hét teken van verzoening.
Olijven in een pot zetten (conserveren)
Om zelf geoogste olijven eetbaar te maken, kun je ze inleggen:
Bitterheid verwijderen: Olijven worden eerst een paar weken in water gelegd, waarbij je het water regelmatig ververst.
Pekelbad: Daarna gaan ze in een mengsel van water en zout (pekel) om verder te rijpen. Dit kan enkele weken duren.
Op smaak brengen: Voeg kruiden toe zoals knoflook, tijm, laurier of citroen.
Bewaren: Doe de olijven in gesteriliseerde potten en bewaar ze in hun pekel of in olie.
Hoe wordt olijfolie gemaakt?
De basisstappen voor olijfolie zijn verrassend eenvoudig, al vraagt het wel om de juiste apparatuur:
Oogsten– meestal in de late herfst, wanneer de olijven rijp zijn.
Wassen en malen – de hele olijven (met pit) worden gemalen tot een pasta.
Kneden– de pasta wordt rustig gekneed zodat de kleine oliedruppels samenkomen.
Persen of centrifugeren – hiermee wordt de olie van het water en de vaste delen gescheiden.
Filteren – de olie wordt helder gemaakt en klaar voor gebruik.
Het resultaat? Extra vergine olijfolie: het vloeibare goud dat al eeuwen symbool staat voor gezondheid en rijkdom.
“Elke olijf vertelt een verhaal, elke druppel olie een traditie.”
*Eindervaring & recept-tip:
Soms zijn de simpelste combinaties het allerlekkerst. Neem een goede olijfolie van topkwaliteit, een snufje zeezout en een verse baguette – meer heb je eigenlijk niet nodig om pure geluksmomenten op je tong te beleven.
👉 Nog twee heerlijke variaties:
Olijfolie & balsamico – een klein schaaltje met olijfolie, een druppel dikke balsamicoazijn erbij en wat versgemalen zwarte peper. Perfect om brood in te dippen.
Olijfolie met kruiden – meng olijfolie met fijngesneden rozemarijn, tijm, een beetje knoflook en een snuf chili. Even laten trekken en je hebt een geurige dip die naar de Middellandse Zee smaakt.
Simpel, eerlijk en altijd verrukkelijk – olijfolie in haar puurste glorie.
“De mooiste momenten zijn zelden perfect – maar altijd echt.”
In het glooiende hart van de Bourgogne, tussen de uitgestrekte weilanden waar onze paarden vrij lopen, vond dit zomerse tafereel plaats. Ik rijd samen met Lies in onze 4×4 om de paarden te bereiken; Jeroen, onze Nederlandse hoefsmid, komt met zijn eigen terreinwagen. Het is heet, de zon brandt, en de steekvliegen zijn meedogenloos. Maar met een mix van vaseline en vliegenspray houden we ze op afstand – en ondanks de hitte is het weer gelukt: de hoeven zijn netjes bekapt, de paarden gezond en tevreden.
Na afloop is het vaste prik: een kop thee uit de thermosfles, een zelfgebakken taartje en gezellig napraten in de schaduw van de auto. Deze keer wilde ik zelf eens op de foto met Jeroen – geen gestylede opname, maar een royale lach, een hoed tegen de zon, zweethaar, geschaafde benen van de bramen, en plakhanden van de liksteen waarmee we de paarden rustig houden tijdens het bekappen. Een oude korte broek en grote schoenen, waarmee we stevig hechten aan het ongelijkmatige weiland. In een wereld vol filters is het juist dát wat echt geluk laat zien. En ja, ik had kunnen kiezen voor een gestroomlijnde, mooie foto – maar is dit niet véél leuker?
De taart van vandaag had zo z’n eigen avontuur. Twee ovens die dienst weigerden en een ochtend vol vloeken en improviseren eindigden in een heerlijke koekenpantaart – een omgekeerde appeltaart, goudbruin gekaramelliseerd in de pan. Vers gemaakt van eieren, citroenrasp, crème fraîche en een topping van appels, boter, suiker en kaneel. Met een beetje geduld en een deksel van glas kwam het allemaal goed. Ik bewaarde hem koel in een thermostas met een bol crème fraîche ernaast. Thee erbij – earl grey – en water met zout en suiker voor de hydratatie
Het recept van mijn koekenpan taartje:
🍎 Omgekeerde appeltaart uit de koekenpan (Pien’s recept)
Ingrediënten – beslag:
2 eieren
50 g suiker
Rasp van 1 citroen (goed schoon geboend)
60 g zonnebloemolie
30 g crème fraîche
1 tl vanille-extract
6 g bakpoeder
85 g meel
5 g zout
Ingrediënten – bodem (wordt later de bovenkant):
2 appels (geschild, klokhuis verwijderd, in dunne plakjes)
30 g boter
45 g suiker
4 g kaneelpoeder
Bereidingswijze:
Maak het beslag: Klop de eieren, suiker, citroenrasp, zonnebloemolie, crème fraîche en vanille-extract goed luchtig. Voeg dan het meel, bakpoeder en zout toe en klop alles tot een glad, luchtig beslag. Zet het even opzij.
Bereid de koekenpan voor: Laat de boter in de pan langzaam smelten op laag vuur. Voeg de suiker toe en laat deze karamelliseren op het allerlaagste vuur – blijf erbij, het mag niet verbranden.
Appels in de pan: Haal de pan even van het vuur. Leg de appelplakjes als dakpannetjes netjes in de warme karamel. Bestrooi met kaneelpoeder.
Giet het beslag erover: Schenk het beslag voorzichtig over de appels. Dek de pan af met een glazen deksel (zo kun je de voortgang zien) en zet hem terug op laag vuur.
Bakken: Laat de taart zo’n 20 minuten garen. Controleer met een tandenstoker – die moet er schoon uitkomen. De bovenkant moet gaar zijn, de onderkant mag licht gekaramelliseerd zijn, maar niet zwart.
Storten en serveren: Laat de taart een paar minuten rusten. Keer hem dan om op een groot bord: de appels liggen nu bovenop. Laat afkoelen.
Serveren: Serveer lauwwarm of koud, met een flinke lepel crème fraîche of eventueel een bolletje vanille-ijs.
Tevreden paarden, mooie hoeven, blije mensen – en met een kommetje thee en taart smaakt zelfs het bekappen naar meer!
“Eenvoud is niet het tegenovergestelde van rijkdom, het is de rijkdom zelf.”
Toen ik samen met mijn dochter en schoonzoon emigreerde naar de Bourgogne, had ik bepaalde dromen. Niet alles kwam uit — maar eerlijk? Dat ligt niet aan het land. Eén grote wens is wél werkelijkheid geworden: leven van onze eigen moestuin en eitjes van de kippen. In de zomer is er overvloed, echt waar. Dan ben ik dagen bezig met inmaken: courgettes, witte kool, komkommer, pepers… noem maar op. Vandaag tikte de thermometer de 35 graden aan, zelfs voor mij is dat warm, maar de tuin? Die bloeit.
De eerste watermeloenen verschijnen, de mandarijnen groeien door van juni tot februari, en mijn citroenboom laat al kleine vruchtjes zien. De aardbeien en blauwe bessen pluk ik letterlijk met bakken tegelijk, en de frambozen volgen snel. Straks komen de vijgen, appels, pruimen en walnoten eraan. Alles groeit, alles leeft. En dankzij de bloemen en bomen voor vlinders en bijen is de tuin ook écht vruchtbaar. Bij ons nieuwe kleine gehucht — een hameau met slechts een paar huizen — dromen we van onze eigen bijen en misschien zelfs van paddenstoelen kweken.
We hebben ons goed aangepast aan het Franse klimaat en een siësta in de hangmat, in de schaduw onder het bladerendak, is zo zalig. Mijn klanten en vrienden hier zijn ook royaal. Gisteren kreeg ik een pot aalbessenjam, verrukkelijk. Soms krijg ik tomaten, dan weer een emmer peren. De ruilhandel van het platteland leeft hier echt. Vandaag lunchte ik zoals ik bijna elke dag doe: buiten, aan een houten tafel in de schaduw, met een bord pasta met gegrilde groenten, een schepje zoetzuur courgette als bijgerecht, en een eitje van onze eigen kippen — die zichzelf momenteel verstopt hebben onder de bomen om aan de hitte te ontsnappen. Ze hebben hun badje en schaduwplekken, dus ze redden zich wel.
Het is werk, zo’n tuin. Maar wat je ervoor terugkrijgt, is onbetaalbaar: smaak, gezondheid en verbondenheid met het seizoen. 🌿
“La terre ne ment pas – wie met liefde zaait, oogst altijd meer dan alleen voedsel.”
🍋 Recepttip: Courgette zoetzuur (als bijgerecht)
Wat heb je nodig:
2 middelgrote courgettes (in dunne plakjes)
250 ml witte wijnazijn
200 ml water
150 g suiker
1 theelepel mosterdzaad
1 theelepel kurkuma
1 kleine ui, in fijne ringetjes
Zout naar smaak
Bereiding:
Strooi wat zout over de courgetteplakjes en laat ze een uurtje uitlekken.
Spoel ze daarna af en laat goed uitlekken.
Breng de azijn, water, suiker, kruiden en ui aan de kook.
Voeg de courgettes toe en laat 3 minuten meekoken.
Schep alles in schone potten en sluit af. Laat minimaal 3 dagen staan voor gebruik.
Heerlijk bij een stukje brood, gegrilde groenten of een zomerse maaltijd buiten onder de bomen 🌞
“Parmi les champs violets de la Provence, là où le vent chante et la lavande danse, naît la magie des anciens verhalen.” (Tussen de paarse velden van de Provence, waar de wind zingt en de lavendel danst, wordt de magie van oude verhalen geboren.)
Ken je de legende van de “la sorcière de lavande?”
Diep in de zonovergoten heuvels van de Provence waart nog altijd het verhaal rond van “la Sorcière de Lavande“, de lavendelheks. Wanneer de zomerlucht zwaar geurt naar paarse bloei, waakt zij in het geheim over de velden. Met haar wapperende rokken en vlechten vol lavendelbloesem fluistert ze oude spreuken tegen naderende stormen. Dieven die het wagen om lavendel te stelen, raken volgens de legende voor altijd hun reukvermogen kwijt. Maar wie haar respecteert en een takje lavendel onder zijn kussen legt, mag rekenen op zoete dromen en een jaar vol geluk. Ze verschijnt soms in de schemering, dansend tussen de rijen, bijna één met de wind. In elke geurige bries lijkt een vleugje van haar magie te zweven – een betovering van puur Provençaalse charme.
Persoonlijke notitie:
La Sorcière de Lavande – wat een prachtige legende… Ik ken Zuid-Frankrijk goed, heb er vele zomers doorgebracht, en soms, als de avond na een zinderend warme dag zachtjes afkoelde en de cicaden hun zilveren lied lieten horen, kon ik haar aanwezigheid bijna voelen. Dan hing de lucht vol zoete lavendelgeur, verzadigd van zonlicht, overvloed en stilte – alsof de tijd zelf even stilstond. In die momenten geloofde ik dat zij daar was, dansend tussen de rijen, één met de wind, zegenend wat groeit en bloeit. De rust, de rijkdom van het land, het zachte geluk van “la douce France” – het lijkt allemaal een echo van haar magie. Misschien is het maar een sprookje, maar ik geloof graag dat zij bestaat. Want het leven is zoveel mooier als je blijft dromen… en gelooft in een beetje betovering.
Soms zit het geluk in een eenvoudige kom dampende pasta, met een vleugje herinnering en een snufje traditie
Persoonlijke notitie: Mijn oma, naar wie ik vernoemd ben, kwam uit de Elzas – en zo komt ook mijn recept voor spätzle uit die streek. Spätzle, wat letterlijk “musjes” betekent, zijn een soort zachte pasta die traditioneel in Zuidwest-Duitsland wordt gegeten, maar ook in de Elzas en Noord-Zwitserland staan ze regelmatig op het menu. Zelfgemaakte spätzle zijn echt niet te vergelijken met de variant uit de winkel; het verschil proef je meteen.
Bij mij begint het met een grote pan gezouten water op het vuur en daarnaast een kom met koud water om de spätzle na het koken kort in af te koelen. Laat de spätzle goed uitlekken. Ik doe het daarna in een afsluitbare vershoud bak en bak het later op in een pan met dikke bodem, met een klontje boter en/of wat olijfolie. Vroeger gebruikte men een houten plank met een mes om de slierten in het water te schaven, maar ik ben inmiddels overgestapt op een spatzenhobel, een speciaal soort schaaf. Het resultaat is iets tussen spätzle en knöpfli in – Zwitsers van vorm, Elzassisch van gevoel en oorsprong. Voor mij helemaal perfect! Mijn familie in de Elzas gebruikt ook de “spatzenhobel” Het is een soort schaaf waarmee je dus makkelijk sliertjes spätzle kunt maken.
Geserveerd met gekaramelliseerde uien, wat groenten, en dan een keuze tussen gesmolten kaas of gestoofd vlees met veel saus: het is een feestmaal. Kässpätzle met een mix van zachte en pittige kazen als Comté of Gruyère is mijn favoriet!
Het lijkt misschien een hoop werk, maar in de praktijk valt het erg mee. Met een goede schaaf en een goed humeur kom je al een heel eind. En ik denk altijd: ik maak iets lekkers, voor mijn familie, voor vrienden en voor mezelf.
Spätzle is een populaire specialiteit in de Franse Elzas, een regio met sterke Duitse invloeden. Oorspronkelijk afkomstig uit Zwaben in Zuid-Duitsland, heeft deze pasta-achtige lekkernij ook in de Elzas een stevige plek op het menu veroverd. Spätzle zijn kleine, onregelmatige sliertjes of knoedeltjes gemaakt van een eenvoudig deeg op basis van bloem, eieren, en water of melk. In de Elzas vind je ze zowel in klassieke vorm als in variaties met aardappel in het deeg, wat een zachtere, vollere structuur geeft.
Ze worden vaak geserveerd als bijgerecht bij vleesgerechten zoals Baeckeoffe (stoofpot), wild of gebraden kip met romige saus. Een geliefde vegetarische variant is Spätzle au fromage, waarbij de warme spätzle worden gemengd met een lokale bergkaas en gekarameliseerde uitjes – een soort Elzasser mac & cheese! Je kunt ze ook eenvoudig wokken met champignons, spekjes en een scheutje room, of met boter en knoflook als snelle lunch.
Deze comfort food klassieker uit de Elzas laat perfect zien hoe Duits-Franse smaken samensmelten tot iets onweerstaanbaars!
Zin om zelf aan de slag te gaan met spätzle?
🥚 Basisrecept spätzle (voor 4 personen)
Ingrediënten:
250 à 300 g bloem (type 405 of gewone tarwebloem)
4 eieren
ongeveer 120 ml water of melk (of een combinatie)
1 theelepel zout
(optioneel: een snufje nootmuskaat voor extra smaak)
Bereidingswijze:
Maak het deeg Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje en voeg de eieren, het zout en het water/melk toe. Roer stevig met een houten lepel tot je een glad, elastisch en iets plakkerig deeg hebt. Het moet nét van een lepel vallen maar niet te dun zijn. Laat het 10 minuten rusten.
Vorm de spätzle Breng een grote pan water met wat zout aan de kook. Gebruik een spätzle-pers, grove rasp, of snijplank en mes om het deeg in sliertjes in het kokende water te laten vallen.
Kook de spätzle Zodra ze boven komen drijven (na ca. 1–2 minuten), zijn ze gaar. Schep ze met een schuimspaan uit de pan en laat uitlekken.
Laat afkoelen & bak op Laat de spätzle eerst afkoelen (op een bakplaat of in een schaal met wat olie om plakken te voorkomen), en bak ze daarna goudbruin in boter of olie in de koekenpan. Heerlijk met kaas, spek of gewoon naturel!
Tip: Je kunt ze ook invriezen na het koken en later opbakken.
Met bloem op mijn handen en oma in mijn hart smaakt spätzle altijd naar thuis
Elke ochtend brengt een nieuwe oogst en een nieuwe glimlach
In de vroege ochtend, wanneer de dauw nog op de bladeren ligt en het bos langzaam ontwaakt, gaan Lies en ik – moeder en dochter – samen op pad. Met rieten mandjes in de hand struinen we door ons voedselbos in de Bourgogne, op zoek naar een ware lentetraktatie: wilde asperges. Ze lijken op dunne groene asperges, maar officieel behoren ze tot de hyacintenfamilie (Asparagus acutifolius in het Latijn, ook wel “asperges sauvages” in het Frans en “wild asparagus” in het Engels).
Deze plantjes groeien niet uit de grond als witte asperges, maar komen tevoorschijn als trossige, frisse scheuten, vaak aan de bosrand of onder struiken, van april tot juni. De smaak? Tussen spinazie en groene asperge in – zacht, aards en een tikkeltje nootachtig. Ze zitten vol vezels, vitamine C, A en K, en zijn arm aan calorieën. Een mooie bonus: we plukken ze met mate, zodat er altijd genoeg overblijft voor de dieren in het bos.
Na het plukken wassen we ze goed – je weet maar nooit welk bosdiertje nieuwsgierig is geweest – en dan blancheren we ze 3 minuten in licht gezouten water. Daarna direct in ijskoud water: zo blijven ze knapperig, frisgroen en vol smaak.
We verwerken ze in allerlei gerechten: met noedels of rijst, in hartige taarten of omeletten, en zelfs in frisse salades of romige soepen. Soms eten we ze gewoon zo, met een scheutje olijfolie en een snuf zeezout. De natuur op z’n puurst – en het is pure luxe, zomaar in onze achtertuin.
Voordat we naar de recepten gaan, nog even dit: ik heb intussen heel wat gerechten met wilde asperges op mijn naam staan. In principe kun je ze in vrijwel elk recept vervangen waar groene asperges in staan – maar let op: ze zijn fijner van structuur en iets anders van smaak.
👉 Kleine tip als je een omelet wilt maken: was de wilde asperges goed, blancheer ze kort, koel ze af in ijswater en laat ze uitlekken. Klop dan je eieren en voeg de asperges toe – dek af en laat dit mengsel een nachtje in de koelkast rusten. Zo trekken de smaken perfect in elkaar en wordt je omelet nóg lekkerder.
Hieronder deel ik een paar van mijn favoriete recepten met wilde asperges. Bon appétit!
🥧 Quiche met groene asperges en Échiré-boter
(voor 4 personen)
Ingrediënten:
1 rol bladerdeeg of quichedeeg
300 g groene asperges/wilde asperges (in het seizoen!)
3 eieren
200 ml crème fraîche
1 sjalot, fijngesneden
1 el Échiré-boter (of andere gezouten boter van hoge kwaliteit)
100 g geraspte Comté of Gruyère
Peper, zout, nootmuskaat
*Voor deze feestelijke brunch heb ik de groene asperges vervangen door wilde asperges, die nu volop groeien in mijn voedselbos – gratis, puur en net zo lekker. Ze geven dit eenvoudige gerecht een extra bijzonder tintje: geplukt in de ochtend, op tafel tijdens de brunch.
Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Snijd de houtige onderkant van de asperges af en blancheer ze 3 minuten. Spoel met koud water.
Bak de sjalot glazig in Échiré-boter.
Klop de eieren los met crème fraîche, sjalot, kaas, peper, zout en een snuf nootmuskaat.
Bekleed een quichevorm met deeg. Schenk het eimengsel erin. Verdeel de asperges mooi bovenop.
Bak 30-35 minuten tot goudbruin en stevig.
Serveer warm of lauwwarm met een frisse salade van jonge bladsla en radijsjes. Een glaasje cider of een lichte witte wijn erbij maakt het feestelijk.
Wilde asperges met noedels, champignons en tuin-erwten
Het tweede gerecht is weer zo’n simpele topper uit mijn keuken – bomvol smaak en precies wat je wilt op een lentedag. De vers geplukte wilde asperges kookte ik 3 minuten in licht gezouten water en dompelde ze daarna direct in ijskoud water om hun bite en kleur te behouden. In de wok gingen vervolgens verse champignons en groene tuin-erwtjes mee, en ik combineerde alles met noedels (rijst kan natuurlijk ook). Als extraatje roosterde ik een rode paprika die ik nog over had – want ik hou van lekker, maar ook van zero waste. Een makkelijk, voedzaam en kleurrijk gerecht dat bewijst dat simpel vaak het allerlekkerst is.
Mijn derde recept lijkt op het eerste recept maar is nog simpeler en minstens net zo lekker!
Neem 1 bladerdeeg rol (vers is favoriet)Ingrediënten
olijfolie 🥂✨
1 rol bladerdeeg
150 g kruidenkaas type Boursin look en fijne kruiden
200 g kleine groene asperges
120 g pancetta in stukjes, of zon gedroogde tomaatjes
1 ei losgeklopt
1/2 citroen
peper, zout
Instructies
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het bladerdeeg uit, prik er enkele gaatjes in en smeer er de kruidenkaas over uit. Laat hierbij een randje van 2 à 3 cm vrij.
Doe de asperges in een menkom en besprenkel met olijfolie en het sap van de citroen. Kruid met peper en zout. Meng en schik de asperges over de kruidenkaas.
Verdeel er de pancetta over. Ik heb zon gedroogde tomaten in reepjes gebruikt, in plaats van pancetta, ik hou van vegetarisch eten.
Plooi de randjes van het bladerdeeg om en smeer deze in met het ei.
Bak 20 minuten, laat lichtjes afkoelen en serveer.
Notities
De taart is super lekker zowel warm, lauw als koud.
Je kan hem als hapje serveren, als voorgerecht met een kleine salade erbij of als hoofdgerecht.
Indien je grote groene asperges wenst te gebruiken, halveer deze dan vooraleer je ze op de taart legt. Wil je ze toch zo gebruiken, kook ze eerst even beetgaar zodat ze zeker gaar uit de oven komen.
Variëren is mogelijk: Wissel eens van kruidenkaas, neem gerookte spekblokjes in plaats van pancetta of voeg een extra groente toe. Alles kan!
De natuur serveert het beste ontbijt, zolang je er maar op tijd bij bent
Rijd je op een zonnige lentedag door het Franse platteland, dan is de kans groot dat je je plotseling omringd voelt door een zee van geel. Hectares vol koolzaad strekken zich uit tot aan de horizon, als een gouden tapijt onder een blauwe lucht.
Hoewel het nog maar begin mei is, beginnen de uitgestrekte koolzaadvelden in de Bourgogne hun intense gele gloed al te verliezen. Tussen het goudgeel verschijnen steeds meer groene eilandjes, en de tere bloempjes lijken langzaam in te zakken. De ongewoon warme dagen van de afgelopen tijd hebben hier vast hun invloed op gehad. Toch hebben de velden nog altijd een betoverende schoonheid.
Maar achter die schoonheid schuilt een bijzonder gewas. In deze blog duiken we in de wereld van koolzaad: wat het is, waarom het zo populair is, en wat we er allemaal van maken, en ook de keerzijde van het gele koolzaad.
🌱 Wat is koolzaad?
Koolzaad (Frans: colza, Latijn: Brassica napus) is een plant uit de kruisbloemenfamilie, nauw verwant aan kool, mosterd en raapzaad. De plant groeit snel, is winterhard en vormt in het voorjaar opvallend gele bloemen.
In Frankrijk is koolzaad een belangrijke landbouwteelt. Je ziet het vooral in open velden, vaak in wisselteelt met granen of zonnebloemen. Het zaad wordt geoogst in de zomer, meestal in juli.
🐝 Waarom is koolzaad zo populair?
Veelzijdige toepassingen Koolzaad is een multifunctioneel gewas. De zaden worden geperst tot olie, gebruikt voor menselijke consumptie, maar ook als grondstof voor biodiesel en in veevoeder. Zelfs de overgebleven perskoek is waardevol.
Goede bodemstructuur Door zijn diepe wortels verbetert koolzaad de bodemstructuur. Het maakt het land luchtiger en voedzamer voor de volgende teelten.
Bijenparadijs Koolzaad is enorm geliefd bij bijen. Imkers plaatsen graag hun kasten naast koolzaadvelden: het levert een zachte, lichtgele honing op — koolzaadhoning — met een frisse smaak.
Klimaatvriendelijk alternatief Koolzaadolie wordt ook gebruikt voor biobrandstof (biodiesel), een duurzamer alternatief voor fossiele brandstoffen.
🌻 Van bloem tot olie – de reis van koolzaad
Bloei (april–mei) De velden kleuren geel, de bloemen worden bestoven en ontwikkelen kleine peulen.
Zaadvorming (mei–juni) In de peulen groeien zwarte zaden – rijk aan olie.
Oogst (juli) Zodra de planten dor en droog zijn, worden de zaden geoogst.
Persen & raffineren De zaden worden koud of warm geperst tot koolzaadolie. Deze olie is rijk aan omega 3 en wordt veel gebruikt in salades, sauzen en margarine.
Restproduct De droge resten na het persen worden verwerkt tot veevoer.
🍶 Wat maken we van koolzaad?
Koolzaadolie (culinair) – zacht van smaak, ideaal voor koude bereidingen
Koolzaadhoning – crèmig, licht van kleur en geliefd bij bijen
Biodiesel – duurzame brandstof, met name in landbouwvoertuigen
Veevoer – rijk aan eiwitten
Groene bemesting – soms gebruikt als tussengewas om de bodem te voeden
🌾Koolzaadgeel: schoonheid, klimaat en schaduwzijde
Koolzaad is een van de gewassen die goed passen in een toekomstgerichte landbouw. Het is relatief makkelijk te verbouwen, heeft een korte groeicyclus, verbetert de bodem, en ondersteunt biodiversiteit door zijn aantrekkingskracht op insecten.
Toch moeten we eerlijk zijn over de voor en nadelen van de grote koolzaadvelden:
🌾 Nadelen van koolzaadvelden:
Gebruik van pesticiden en herbiciden In de conventionele landbouw worden koolzaadvelden vaak bespoten met chemische middelen tegen onkruid, schimmels en insecten. Sommige van deze middelen zijn schadelijk voor bijen en andere bestuivers. In Frankrijk wordt dit inderdaad genoemd als een reden voor de daling van de bijenpopulatie.
Risico op monocultuur Koolzaad wordt vaak op grote schaal en als monocultuur verbouwd, wat leidt tot een verlies van biodiversiteit in de bodem én erboven. Dit maakt de gewassen ook vatbaarder voor ziektes, wat op zijn beurt leidt tot méér gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Impact op bijen Koolzaad bloeit in het voorjaar en trekt bijen aan, maar als het veld is behandeld met neonicotinoïden of andere systemische pesticiden, nemen bijen via de nectar en het stuifmeel giftige stoffen op. Dat verzwakt hun immuunsysteem en oriëntatievermogen, met als gevolg massale bijensterfte in sommige gebieden.
Verarming van de bodem Koolzaad onttrekt veel voedingsstoffen aan de bodem, vooral stikstof, wat betekent dat er vaak kunstmest wordt gebruikt. Ook dat heeft weer milieugevolgen, zoals uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater.
🌱 Positieve alternatieven of oplossingen:
Biologische teelt van koolzaad beperkt of vermijdt het gebruik van gifstoffen.
Bloemrijke akkerranden kunnen bijen en insecten helpen door ze alternatieve, niet-giftige nectarbronnen te bieden.
Agro-ecologische rotatie kan helpen de bodem gezond te houden en plagen natuurlijk te beheersen.
Recept met koolzaadhoning:🍯 Yoghurt met geroosterde noten en koolzaadhoning
Ingrediënten (voor 2 personen): – 200 ml volle Griekse yoghurt – 2 eetlepels koolzaadhoning – 1 handje gemengde ongezouten noten (amandel, walnoot, hazelnoot) – 1 theelepel boter – Snufje kaneel – Optioneel: een paar plakjes rijpe peer of verse vijg
Bereiding:
Rooster de noten in een droge koekenpan tot ze licht beginnen te kleuren. Voeg dan de boter toe en een snufje kaneel. Laat even karamelliseren op laag vuur.
Schep de yoghurt in mooie glazen of schaaltjes.
Verdeel de warme noten eroverheen.
Druppel royaal koolzaadhoning over het geheel.
Werk eventueel af met wat plakjes peer, banaan of vijg voor een extra zachte, frisse toets.
Tip: Serveer met een stukje knapperig briochebrood of een dun galetje voor een Franse lente-brunch 🌸
Ze bloeien stil, fel en gulzig, als een fluisterend voorjaar. Koolzaad — het licht van het land, en de geur van een nieuw seizoen.
Op een dag als deze, wanneer de zon vroeg opstaat en de lucht helderblauw is, voelt het leven simpelweg lichter.
1 mei staat voor mij dit jaar letterlijk in het zonnetje. Vroeg in de ochtend stond de zon al te stralen aan een felblauwe lucht — de perfecte start van een vrije dag in de Bourgogne. Terwijl de vogels zingen en het land langzaam opwarmt, sta ik stil bij de betekenis van deze dag.
1 mei is in Frankrijk niet alleen een officiële feestdag – la Fête du Travail – maar ook een dag vol symboliek. Al sinds begin 20e eeuw wordt deze dag gevierd als eerbetoon aan arbeiders, met vrije tijd als belangrijkste geschenk. Maar in Frankrijk wordt op deze dag ook massaal een ander klein geschenk uitgewisseld: het geurige meiklokje, het ‘muguet’.
Het lelietje-van-dalen: klein bloemetje, grote betekenis
Op 1 mei geven de Fransen elkaar al eeuwenlang lelietjes-van-dalen, ook wel bekend als meiklokjes. Dit sierlijke bloemetje staat symbool voor geluk en hoop, en wordt sinds 1561 aan geliefden, vrienden of familie geschonken. De oorsprong van deze traditie gaat terug naar koning Karel IX, die tijdens een bezoek aan de Drôme een boeketje ontving en zo onder de indruk was dat hij besloot deze mooie gewoonte aan het hof in te voeren.
Sindsdien is het een geliefde traditie die niet alleen charmant is, maar ook uniek: het lelietje-van-dalen is het enige bloemetje dat je op 1 mei zónder vergunning op straat mag verkopen. Volgens de traditie is een perfect boeketje samengesteld uit drie takjes met elk dertien klokjes.
Pas in de 20e eeuw werd het lelietje-van-dalen het officiële symbool van de Dag van de Arbeid. In Parijs werd het gebaar omarmd onder invloed van maarschalk Pétain, waarna het zich verspreidde over heel Frankrijk. Vandaag de dag wordt het bloemetje nog steeds met liefde gedeeld. In 2023/24 gaven de Fransen samen zo’n €19,5 miljoen uit aan deze traditie.
Ruim 85% van alle verkochte lelietjes-van-dalen komt uit de streek rond Nantes, maar ook in de Bourgogne – waar ik zelf woon – bloeien ze volop. De heerlijke geur van een bosje meiklokjes kan een hele kamer parfumeren.
Maar een kleine waarschuwing is op zijn plaats: ondanks hun schoonheid zijn ze erg giftig. Houd ze daarom uit de buurt van kinderen en huisdieren.
En terwijl de zon deze 1 mei alles in een gouden gloed zet, leek het me het perfecte moment om niet alleen stil te staan bij tradities, maar er ook iets lekkers mee te doen. Want wat is er nu feestelijker dan een klein gerecht of drankje geïnspireerd op de symboliek van deze dag? Hieronder deel ik een eenvoudig, maar bijzonder recept dat perfect past bij de sfeer van 1 mei – vol lente, lichtheid en een vleugje Frankrijk.
🌿 1 mei-receptje: Voorjaarsbruschetta met geitenkaas & bloemen 🌼
Een feestelijk hapje voor op een zonnige vrije dag, met eetbare bloemen als knipoog naar het lelietje-van-dalen. (Let op: muguet zelf is giftig – gebruik dus andere eetbare bloemen zoals viooltjes of Oost-Indische kers!)
Garneer met eetbare bloemen voor een vrolijke, lenteachtige touch.
En van het Franse luxe 1 mei-broodje stappen we moeiteloos over naar een nóg Fransere verwennerij: een glas sirop d’orgeat, vol amandelaroma en nostalgie.
🍹 Recept: Lente-aperitief met sirop d’orgeat
Ingrediënten (per glas):
2 cl sirop d’orgeat
200 ml bruiswater of plat koud water
een paar ijsblokjes
schijfje citroen of sinaasappel
optioneel: een scheutje versgeperst sinaasappelsap of een takje munt
Bereiding: Vul een glas met ijs. Giet de siroop erbij en vul aan met bruisend water. Roer zachtjes door. Garneer met een schijfje citrusfruit en eventueel wat verse munt. Serveer direct – fris, bloemig en vol Franse charme!
🥂 Wat is Sirop d’Orgeat?
Sirop d’orgeat is een Franse amandelsiroop met een zachte, bloemige smaak, vaak op basis van amandelen, suiker en oranjebloesemwater. De siroop is wit tot lichtgeel van kleur en wordt al generaties lang in Frankrijk gedronken – vooral als verfrissend drankje in de zomer, aangelengd met koud water of toegevoegd aan cocktails. Het heeft een licht nostalgische, bijna feestelijke bistro-uitstraling.
*Weet je dat… sirop d’orgeat ooit populair werd in de Franse cafés als alternatief voor alcohol op warme dagen? Een drupje zon in je glas!
In de stilte van het voedselbos vertellen zelfs de kleinste bloemen hun verhaal — en soms smaken ze verrassend pittig
Tussen het frisse lentegroen van mijn voedselbos in de Bourgogne bloeit een bijzondere bloem: de pinksterbloem. Met haar roze/lila bloemetjes en verfijnde, pittige smaak lijkt ze misschien onschuldig, maar deze bloem is een echte smaakmaker én vol geschiedenis.
Wat is een pinksterbloem eigenlijk?
Latijnse naam:Cardamine pratensis
Familie: Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
Nederlandse naam: Pinksterbloem
Franse naam:Cresson des prés
Engelse naam:Cuckoo flower of Lady’s smock
De naam pinksterbloem is eigenlijk misleidend. Je zou denken dat ze met Pinksteren bloeit, maar de meeste pinksterbloemen zie je al vanaf half april verschijnen – zeker hier in de Bourgogne, waar de lente vaak net iets vroeger inzet. In Nederland en België is ze helaas zeldzamer geworden, maar hier groeit ze nog volop!
De Engelse naam “cuckoo flower” verwijst naar het verschijnen van de bloem rond de tijd dat de koekoek voor het eerst roept. In Frankrijk noemt men haar “weidekervel”, wat haar voorkeur voor vochtige graslanden verraadt.
Wat maakt de pinksterbloem zo bijzonder?
Smaak: zachte radijs, met een licht pittige bite
Eetbaar: bloemetjes, blaadjes én jonge stengels
Rijk aan vitamine C en mosterdolie-verbindingen
Waardplant voor het oranjetipje (vlindersoort)
Receptidee: Dipsaus met pinksterbloemen
Ingrediënten:
Handvol jonge pinksterbloemblaadjes en bloemetjes
2 el volle yoghurt of plantaardige variant
1 tl citroensap
Snuf zout & peper
Eventueel: geraspte radijs of een kneepje honing
Bereiding:
Meng alle ingrediënten tot een frisse dip. Heerlijk bij rauwkost, brood of een krokante cracker.
Pien op smaakreis…
Pinksterbloemen zijn niet alleen een lust voor het oog, maar ook een verrassende toevoeging aan mijn lentemenu. In mijn voedselbos in de Bourgogne ontdek ik elke dag weer nieuwe smaken en verhalen.
Meer inspiratie? Volg mijn blogs en ontdek hoe je zelf op smaakreis kunt gaan – met bloemen, kruiden en groenten uit de natuur.