Een herfstdag in de Bourgogne: wandelen, havermoutkoekjes bakken, thee leuten en aquarelleren
Vandaag hebben Lies, de honden en ik weer een heerlijke wandeling gemaakt. Het is nog niet echt koud hier in de Bourgogne, en deze tijd van het jaar is eigenlijk perfect om te lopen – veel fijner dan in de hete zomer. Onderweg zagen we nog een enkele vlinder fladderen en wat blaadjes zachtjes van de bomen dwarrelen. Thuisgekomen, besloot ik havermoutkoekjes te bakken.
De koekjes zijn eenvoudig te maken, en hoewel ze niet echt onder de categorie ‘gezond’ vallen door de suiker, zijn ze toch een stuk beter dan de meeste fabriekskoekjes. Dankzij de relatief kleine hoeveelheid boter kun je ze gerust eens proberen. Ik maal de havermout vaak fijn voor een zachtere textuur, maar als je liever een grovere structuur hebt, is dat helemaal niet nodig. De ingrediënten zijn simpel: alles wordt gemengd, waarna je kleine balletjes ter grootte van een walnoot vormt. Deze leg je op een herbruikbare siliconenmat of gewoon bakpapier op een bakplaat.
De koekjes, ze zijn heel lekker!De koekjes voordat ze de oven in gaan, ik heb de noten er als laatste ingedruktHet deeg, het is nog wat plakkerig dat is geen probleem voor de koekjes
Je kunt de koekjes naar wens vullen met pure chocolade, grof gehakte noten, rozijnen of stukjes fruit. Vandaag heb ik gekozen voor grof gehakte pure chocolade en walnoten uit onze eigen tuin, samen met wat andere noten die ik nog had liggen. Ik bakte ze op 200 graden gedurende 15 minuten. In het begin zijn ze nog zacht, maar terwijl ze afkoelen, worden ze heerlijk krokant. Dit recept leverde me zo’n 15 koekjes op, perfect voor deze tijd van het jaar!
Nu genieten we van een kruidenthee met een versgebakken havermoutkoekje erbij. Ondertussen heb ik ook nog een aquarel geschilderd en het hele huis ruikt heerlijk, want in de slowcooker pruttelt de groente-kippensoep voor vanavond. Morgen maak ik een ovenschotel met pastinaak en pompoen, een combinatie van smaken die echt bij de herfst passen. Pastinaak is een vergeten groente, maar o zo lekker! Het recept zal ik morgen delen.
Warm jezelf op met de volle smaken van geroosterde pompoen en wortel – de perfecte herfstsoep voor kortere dagen
Lies en ik werken veel uren voor ons bedrijf CoukoeLifestyle, maar één Franse gewoonte hebben we graag overgenomen: we eten warm tussen de middag. Vandaag stond deze verrukkelijke pompoen-wortelsoep op het menu, gemaakt met groenten grotendeels uit onze eigen moestuin – hoe luxe en makkelijk is dat! De herfst in de Bourgogne brengt niet alleen een prachtige kleurenpracht, maar ook koelere dagen, perfect om te genieten van een verwarmende soep. Het roosteren van de groenten geeft de soep een extra diepe, zoete smaak en een zachte, fluweelachtige textuur. Door de karamelisatie komen de natuurlijke smaken van de pompoen en wortel nóg beter tot hun recht, en zo wordt elke lepel een pure traktatie van het seizoen.
Het recept: ingrediënten en bereidingswijze
Ingrediënten:
1 middelgrote pompoen, geschild en in blokjes gesneden
3 wortels, geschild en in stukjes gesneden
1 ui, grof gesneden
3 teentjes knoflook, ongepeld
1,5 liter groentebouillon
1 eetlepel olijfolie
1 theelepel komijnpoeder
1 theelepel paprikapoeder
Een snufje chilipoeder (optioneel)
Zout en peper naar smaak
100 ml room of kokosmelk
Verse kruiden, zoals peterselie of koriander, ter garnering
Bereiding:
Voorverwarmen: Verwarm de oven voor op 200°C.
Groenten roosteren: Leg de pompoen, wortels, ui en knoflookteentjes (in de schil) op een bakplaat. Besprenkel met olijfolie, komijnpoeder, paprikapoeder, zout en peper. Rooster de groenten in de oven voor ongeveer 25-30 minuten, tot ze zacht en licht gekarameliseerd zijn.
Bouillon bereiden: Verwarm ondertussen de groentebouillon in een grote pan.
Knoflook schillen: Haal de geroosterde knoflook uit de schil en voeg toe aan de geroosterde groenten.
Soep maken: Doe de geroosterde groenten in de pan met de hete bouillon. Laat dit 5-10 minuten zachtjes koken om de smaken samen te laten komen.
Pureren: Pureer de soep met een staafmixer of blender tot een gladde soep. Voeg de room of kokosmelk toe en meng goed.
Op smaak brengen: Proef en breng op smaak met extra zout, peper of chilipoeder, afhankelijk van je smaak.
Serveren: Garneer met verse kruiden en eventueel een scheutje extra room. Serveer de soep met een stuk knapperig brood.
Tip: Deze soep is perfect voor een herfstige lunch of diner, en je kunt hem ook makkelijk van tevoren maken. Geniet van de diepe, warme smaken van de geroosterde pompoen en wortel!
De bereidingstijd voor de Herfstsoep van Geroosterde Pompoen en Wortel is ongeveer 45 minuten (inclusief roosteren).
Dit recept is voldoende voor 4 tot 6 personen, afhankelijk van de portiegrootte.
Persoonlijke noot: mijn wandeling door de Gorge de Narvau in Lormes – een onvergetelijke ervaring! Zorg wel voor een goed uithoudingsvermogen, stevige wandelschoenen en een vaste tred, want sommige stukken kunnen behoorlijk glad en uitdagend zijn. Het is zeker een klim, maar elke inspanning en zweetdruppel wordt beloond. Wat een prachtige plek! De grillige bomen en ruige natuur brengen de oude legende van de draak echt tot leven. Ik ben dol op dit soort verhalen, en hier voel je de geschiedenis bijna door de lucht zweven.
Mocht je ooit in de buurt van Lormes komen, dan kan ik je deze wandeling van harte aanbevelen. Het is een avontuur dat je niet snel zult vergeten!
Tijdens mijn wandeling door de prachtige Gorge de Narvau besefte ik opnieuw hoe ongelooflijk divers de natuur in de Bourgogne is. Deze wandeling, net buiten het charmante plaatsje Lormes, is een ware traktatie voor natuurliefhebbers. Je voelt je hier omringd door eeuwenoude bossen, ruige rotsformaties en het rustgevende geluid van kabbelende beekjes. De Gorge de Narvau is niet alleen een plek van ongekende schoonheid, maar ook een stukje historie, verweven met legendes en lokale verhalen. Het is hier echt prachtig!
Lormes: Het hart van de Bourgondische natuur
Lormes, gelegen in het departement Nièvre, is een klein maar levendig dorp midden in de regio Morvan. Dit gebied staat bekend om zijn uitgestrekte bossen, glooiende heuvels en talrijke meren, en Lormes is de ideale uitvalsbasis om deze natuurpracht te verkennen. Ondanks zijn bescheiden grootte, biedt Lormes een rijke geschiedenis en een warme, gastvrije sfeer. Hier vind je rust en ruimte, ver weg van de drukte van de stad.
Het dorp heeft alles wat je nodig hebt voor een ontspannen verblijf: een bakker voor verse croissants, een klein marktje waar lokale producten worden verkocht en gezellige terrasjes waar je kunt genieten van de zon. Maar de echte aantrekkingskracht van Lormes is de natuur die het omringt.
De betoverende Gorge de Narvau
De Gorge de Narvau, gelegen op slechts een steenworp afstand van Lormes, is een diepe kloof die is uitgesleten door de rivier die door het hart van het Morvan-gebergte stroomt. De wandeling door de kloof voert je langs ruige rotswanden en dichte bossen, met af en toe adembenemende uitzichten over de vallei.
Wat deze plek zo bijzonder maakt, is de combinatie van natuurlijke schoonheid en rust. Je loopt over slingerende paden die je langs watervallen en beekjes leiden. De Cascade de Narvau, een kleine waterval in de kloof, is een van de hoogtepunten van de wandeling. Vooral na een regenbui is het water krachtig en indrukwekkend. De frisse geur van mos en dennen, het geluid van het stromende water en het gevoel van de schone, koele lucht maken de ervaring compleet.
Legendes en mysterie
De Gorge de Narvau is niet alleen een plek van adembenemende natuur, maar het is ook doordrenkt met mysterie en oude verhalen. Een van de bekendste legendes die deze kloof omringt, gaat over een angstaanjagende draak die de bewoners van het nabijgelegen Lormes zou hebben geterroriseerd.
Volgens de overlevering leefde deze draak diep in de kloof, waar hij de bevolking angst inboezemde met zijn dreigende aanwezigheid. Het beest zou zich in de schaduwrijke, rotsachtige diepten van de Gorge hebben verscholen, wachtend op het juiste moment om het land en de mensen in de omgeving te teisteren. De draak vernietigde oogsten, verwoestte huizen, en hield de bevolking in zijn greep. Geen mens durfde de kloof te betreden, uit angst voor het woeste monster.
De legende vertelt dat op een dag een moedige ridder, gestuurd door de koning, naar Lormes kwam om de draak te verslaan. Bewapend met een zwaard en een sterk geloof, daalde hij af in de donkere diepten van de kloof. Na een hevige strijd, waarbij de aarde beefde en de rotsen scheurden, slaagde de ridder erin om de draak te doden en de kloof te bevrijden van zijn kwade invloed. De vreugde onder de bevolking was groot, en de kloof werd opnieuw een plek van rust en vrede.
Hoewel dit verhaal in de loop der eeuwen waarschijnlijk is aangedikt, zorgt het voor een mysterieuze sfeer rond de Gorge de Narvau. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe deze legendes zijn ontstaan wanneer je door de diepe, met bomen omzoomde paden van de kloof wandelt. De hoge rotsformaties en het donker stromende water kunnen de fantasie van iedere wandelaar prikkelen en doen denken aan tijden van weleer, toen verhalen als deze de wereld verklaarden.
De Betekenis van de Legende Vandaag
Zoals veel legendes in Frankrijk, biedt het verhaal van de draak niet alleen een spannend stukje folklore, maar het laat ook zien hoe het landschap de verbeelding van mensen door de eeuwen heen heeft beïnvloed. Tegenwoordig is de Gorge de Narvau een vredige, schilderachtige plek waar wandelaars van over de hele wereld komen genieten van de ongerepte natuur. Maar als je goed luistert naar het ruisen van de bomen en het kabbelen van het water, kun je misschien nog een glimp opvangen van de oude verhalen die deze plek zo bijzonder maken.
Wandeltips voor de Gorge de Narvau
Moeilijkheidsgraad: De wandeling door de kloof is geschikt voor de meeste wandelaars, maar houd er rekening mee dat het terrein op sommige plekken wat ruiger kan zijn. Goede wandelschoenen zijn aan te raden.
Duur: De wandeling zelf duurt ongeveer 2 uur, afhankelijk van je tempo en hoe lang je de tijd neemt om van het uitzicht te genieten.
Seizoenen: Elk seizoen heeft zijn eigen charme in de Gorge de Narvau. In de lente en zomer bloeit de natuur volop, terwijl de herfst de kloof omtovert tot een schilderachtig kleurenpalet van goud, rood en oranje. Zelfs in de winter, wanneer het water in de rivier ijzig koud is, heeft de kloof een stille, serene schoonheid.
Lormes en de Bourgondische omgeving
Na je wandeling door de Gorge de Narvau is het de moeite waard om de omgeving van Lormes verder te verkennen. Het dorp ligt dicht bij het Lac de Chaumeçon, een idyllisch meer dat perfect is voor een picknick of een verfrissende duik in de zomermaanden. Ook kun je hier kajakken of gewoon genieten van de rust langs de waterkant.
De Morvan, waar Lormes deel van uitmaakt, is een paradijs voor wandelaars en natuurliefhebbers. Het regionale natuurpark Morvan biedt talloze wandelpaden, meren en charmante dorpjes. De uitgestrekte bossen en glooiende heuvels maken dit gebied ideaal voor iedereen die even wil ontsnappen aan het hectische leven en zich wil onderdompelen in de schoonheid van de natuur.
Conclusie De Gorge de Narvau en het omliggende landschap van Lormes bieden een onvergetelijke wandelervaring in het hart van de Bourgogne. Of je nu op zoek bent naar avontuur, rust of gewoon een mooie plek om te wandelen, deze kloof heeft het allemaal. Het is een plek waar natuur, geschiedenis en mysterie samenkomen, en waar je je verbonden voelt met de tijdloze schoonheid van de Bourgondische natuur.
Geniet van de rijke smaak van schapenkaas in een Bourgondisch gerecht vol traditie
Schapenkaas in de Bourgogne
Ons geliefde Bourgogne – waar de zonnebloemen hun laatste bloei beleven, de koeien nog vredig genieten van het gras en het warme zonnetje, en de boeren druk bezig zijn met het binnenhalen van hun hooi en stro.
In dit prachtige landschap, waar de tijd soms lijkt stil te staan, genieten wij vaak van een lokale delicatesse: schapenkaas.
In de Bourgogne is schapenkaas een geliefd product, bereid van de melk van bijzondere schapenrassen zoals de Lacaune en Basco-Béarnaise. Hoewel deze rassen oorspronkelijk uit andere delen van Frankrijk komen, hebben ze hier hun thuis gevonden, en leveren ze melk van uitzonderlijke kwaliteit. De schapenkaas staat bekend om zijn romige, rijke smaak en kan zowel vers als gerijpt worden gegeten.
Denk aan iconische Franse schapenkazen zoals Roquefort en Ossau-Iraty, maar ook de Bourgogne kent haar eigen varianten, die vaak op de lokale markten te vinden zijn. Vandaag delen wij een van onze favoriete recepten met schapenkaas – een eenvoudige en heerlijke manier om van deze regionale schat te genieten.
Recept: Herfst salade met gebakken schapenkaas
Ingrediënten:
150g zachte schapenkaas (bijv. Ossau-Iraty of een lokale variant)
200g gemengde sla (bijv. veldsla, rucola)
1 peer, in dunne schijfjes gesneden
50g walnoten
1 eetlepel honing
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel balsamicoazijn
Zout en peper naar smaak
Bereidingswijze:
Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg de walnoten toe. Rooster ze lichtjes en zet ze opzij.
Snijd de schapenkaas in plakjes van ongeveer 1 cm dik.
Verhit in dezelfde pan een beetje olijfolie en bak de plakjes schapenkaas kort, totdat ze goudbruin zijn aan beide kanten.
Meng in een kom de sla, peer en geroosterde walnoten.
Maak een dressing van de olijfolie, balsamicoazijn, honing, zout en peper. Giet dit over de salade en meng goed.
Serveer de salade op borden en leg de gebakken schapenkaas er bovenop.
Tip: Voeg eventueel wat verse kruiden toe zoals tijm of rozemarijn voor extra smaak.
Bij deze herfstsalade heb ik weer enkele sfeervolle aquarellen geschilderd om het moment volledig vast te leggen. De salade doet denken aan de klassieke warme geitenkaassalade, maar de smaakbeleving is uniek door de toevoeging van schapenkaas.
Om te beginnen: ik ben helemaal gek op écht Frans stokbrood. Knapperig aan de buitenkant, zacht en vol van smaak aan de binnenkant – een ware traktatie. Mijn favoriet? Dopen in heerlijke olijfolie met een snufje fleur de sel, simpelweg genieten. Een verse baguette met een dun laagje gezouten boter en mijn zelfgemaakte confituur erop, dat is puur geluk. In Parijs neem ik vaak een vers stokbrood van de bakker, besmeer het met boter en leg er een plak ham op. Maar zelfs zonder iets erop, vers van de bakker, is het al hemels. Het moet echter écht Frans stokbrood zijn. In Nederland moet ik altijd glimlachen wanneer er ‘het echte Franse stokbrood’ op de verpakking staat. Zelfs met een blinddoek om zou ik het verschil proeven, en zonder blinddoek zou ik het ook meteen zien – het is de totale ervaring.
Hier in ons dorpje zie je auto’s stoppen bij de bakker, iedereen loopt naar binnen voor een stokbrood met een wit papiertje eromheen. En dan hup, weer aan het werk. Toch heb ik ook een zwak voor écht Nederlands meerzadenbrood, iets wat je hier bijna niet ziet. Gelukkig bak ik tegenwoordig zelf mijn brood weer met de hand, na een periode met de broodmachine. Het voelt nét even lekkerder. Uit Nederland neem ik altijd een stuk belegen Hollandse kaas mee, vacuüm verpakt – heerlijk op mijn bruine brood. Kiezen tussen de twee hoeft niet; ik eet ze allebei en geniet elke keer weermeeste traditionele Franse stokbroden zoals baguette, flûte, ficelle, en bâtard worden doorgaans gemaakt van wit tarwemeel. Het specifieke type meel dat vaak wordt gebruikt voor deze broden in Frankrijk is Type 55 (T55), een wit bloemsoort met een relatief laag asgehalte in vergelijking met volkorenmeel. Dit zorgt voor een lichtere, fijnere structuur, die kenmerkend is voor de klassieke Franse stokbroden.
Hoewel de meeste stokbroden van wit meel worden gemaakt, zijn er ook varianten die gebruik maken van volkorenmeel, roggebloem of andere soorten, maar de typische witte stokbroden zoals de baguette gebruiken doorgaans T55.
Dit meel wordt speciaal gemalen voor het maken van deze luchtige en knapperige broden, en hoewel het tarwemeel is, verschilt het in kwaliteit en consistentie van standaard bloem. Het zorgt ervoor dat het brood de juiste textuur en korst krijgt, die zo typerend is voor Franse stokbroden. Hieronder vind je mijn recept voor mijn bruine brood, aan het Franse stokbrood heb ik me niet gewaagd en waarom zou ik ook, de echte Franse bakker is vlakbij.
Ingrediënten:
300 g volkorenmeel
100 g tarwebloem (bijv. T65 of patentbloem)
50 g gemengde zaden (bijv. zonnebloempitten, pompoenpitten, lijnzaad, sesamzaad)
7 g droge gist (of 21 g verse gist)
8 g zout (ongeveer 1 theelepel)
300 ml lauwwarm water
1 eetlepel olijfolie (optioneel)
1 eetlepel honing (optioneel, voor een subtiel zoete smaak)
Extra zaden voor de bovenkant van het brood
Bereidingswijze:
Meng de droge ingrediënten: Meng het volkorenmeel, tarwebloem, zout, gist en de gemengde zaden in een grote kom.
Voeg het water toe: Maak een kuiltje in het midden van het meel en giet hier langzaam het lauwwarme water in. Voeg ook de olijfolie en honing toe (optioneel). Meng alles tot een samenhangend deeg.
Kneed het deeg: Kneed het deeg ongeveer 10 minuten met de hand op een licht met bloem bestoven werkblad, of 5 minuten in een keukenmachine met deeghaak, totdat het soepel en elastisch is.
Eerste rijs: Plaats het deeg in een licht ingevette kom, dek af met een vochtige theedoek of plastic folie, en laat het ongeveer 1 tot 1,5 uur rijzen op een warme plek, tot het in volume verdubbeld is.
Vorm het brood: Kneed het deeg na het rijzen kort door om de lucht eruit te slaan. Vorm het vervolgens tot een brood (bijv. een bol of langwerpig). Leg het in een ingevette broodvorm of op een met bakpapier beklede bakplaat.
Tweede rijs: Dek het gevormde brood af en laat het nog eens 30-45 minuten rijzen. Verwarm ondertussen de oven voor op 220°C.
Bestrooi met zaden: Bestrijk het brood licht met water en bestrooi de bovenkant met extra zaden voor een decoratieve afwerking. Ik snij mijn broden in aan de bovenkant.
Bak het brood: Plaats het brood in de voorverwarmde oven en bak het gedurende 25-30 minuten, tot het goudbruin is en hol klinkt als je op de onderkant klopt. Voor een knapperige buitenkant zet ik onderaan de oven een klein ovenvast bakje met kokend water.
Afkoelen: Laat het brood volledig afkoelen op een rooster voordat je het aansnijdt. Omdat ik altijd 2 broden bak, vries ik 1 brood in nadat het brood is afgekoeld.
Geniet van je zelfgemaakte meerzadenbrood – heerlijk met kaas, beleg of gewoon zo!
Vandaag maakten Lies en ik opnieuw een lange wandeling, waarbij ons bezoek aan de Temple de Janus in Autun een absoluut hoogtepunt was. Na het verkennen van deze bijzondere historische plek, trakteerden we onszelf op een eenvoudig maar verrukkelijk Romeins gerecht: Alita Dolcia. Deze dunne pannenkoekjes, vergelijkbaar met flensjes, bereidden we op traditionele wijze en aten we met honing. Dit gerecht bracht een vleugje Romeinse geschiedenis aan onze tafel en maakte onze dag in Autun nog specialer.
De combinatie van geschiedenis en culinaire ontdekkingen maakt onze moeder-dochter dag echt onvergetelijk.
Geschiedenis van de Tempel van Janus
De “Tempel van Janus” dateert uit de 1e eeuw na Christus, tijdens de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk. Autun, toen Augustodunum genoemd, was een belangrijke stad in Gallia, de Romeinse provincie die het grootste deel van het huidige Frankrijk besloeg. De stad was een centrum van cultuur en onderwijs en speelde een cruciale rol in het Romeinse bestuur van de regio.
De tempel zelf was waarschijnlijk gewijd aan een Gallo-Romeinse godheid, hoewel de exacte toewijding onzeker is. De naam “Janus” is een latere toewijzing en heeft mogelijk weinig te maken met de werkelijke functie van de tempel in de Romeinse tijd. Janus was de Romeinse god van poorten, overgangen, en tweezijdigheid, maar er is geen direct bewijs dat deze tempel specifiek aan hem was gewijd.
De tempel werd gebouwd op een strategische locatie net buiten de stadsmuren van Augustodunum, wat erop wijst dat het waarschijnlijk een belangrijke religieuze of ceremoniële functie had. Het gebouw was waarschijnlijk oorspronkelijk een vierkant of rechthoekig bouwwerk met een centrale ruimte die werd gebruikt voor offers en rituelen.
Bijzonderheden van de Tempel van Janus
Wat deze tempel bijzonder maakt, is het feit dat het een van de best bewaarde Romeinse monumenten in de regio is. Hoewel het grootste deel van de tempel verloren is gegaan door de eeuwen heen, blijven de imposante muren staan, die een idee geven van de omvang en grandeur van het oorspronkelijke bouwwerk.
Een ander opvallend kenmerk is de constructie van de muren, die zijn opgebouwd uit afwisselende lagen stenen en bakstenen, een typische bouwtechniek uit de Romeinse tijd. Dit type constructie bood zowel duurzaamheid als esthetische waarde en is typerend voor Romeinse architectuur.
De ligging van de tempel, in een open veld net buiten de stad, draagt bij aan de mysterieuze sfeer van de plek. Het is een populaire bestemming voor zowel geschiedenisliefhebbers als toeristen die geïnteresseerd zijn in de “oude” wereld.
Wat een succesvolle zomer hebben we tot nu toe gehad! Als jong bedrijf hebben we zoveel geïllustreerde kookboeken verkocht, talloze keukentextielen, en momenteel vliegen de houten serveerplanken—vaak gepersonaliseerd—de deur uit. Ik hou van de zomer, maar als september aanbreekt, word ik misschien nog gelukkiger. De avonden worden al iets korter, maar dat maakt het des te gezelliger wanneer we de vuurkorf aansteken.
Dauw en mist zweven boven de uitgestrekte weilanden en tussen de glooiende heuvels van het ongerepte, prachtige Parc du Morvan. Ik ben dol op de aardse geuren en de paddenstoelen die weldra zullen verschijnen. September is mijn favoriete maand, vol lange wandelingen en de rust die terugkeert nu veel toeristen huiswaarts zijn gekeerd.
De spinnen met hun kunstige webben bieden prachtige fotomomenten, al vind ik het iets minder leuk dat ze ook onze huizen intrekken. Maar ik zet ze altijd diervriendelijk buiten, want spinnen zijn nuttige insecten.
En dan zijn er de septemberklassiekers in de keuken: gratin Dauphinois, coq au vin, ratatouille, boeuf Bourguignon, moules marinières, kweeperen, appels, vijgen en bramen—kom maar op, september! Ik begroet je met open armen, et bon appétit!
Geschiedenis en weetjes van mijn recept van de eerste september “gratin Dauphinois”
De Gratin Dauphinois is een klassiek Frans gerecht met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw. Dit gerecht komt oorspronkelijk uit de Dauphiné-regio in Zuidoost-Frankrijk, die ligt aan de voet van de Alpen. Het gerecht ontleent zijn naam aan deze regio, wat aangeeft dat het een specialiteit van de streek is.
Oorsprong en ontwikkeling:
De eerste schriftelijke vermelding van Gratin Dauphinois dateert van 12 juli 1788, toen het gerecht werd geserveerd tijdens een diner dat werd gehouden door Charles-Henri, hertog van Clermont-Tonnerre, toenmalig bevelhebber van het Dauphiné-leger. Dit gerecht was oorspronkelijk een eenvoudige schotel die in landelijke huishoudens werd bereid, met aardappelen die werden gesneden en gelaagd met room en soms melk, en vervolgens langzaam werden gebakken in de oven tot ze zacht en goudbruin waren.
Ingrediënten:
De traditionele Gratin Dauphinois bevat geen kaas, wat het onderscheidt van andere aardappelgratin-gerechten. Het gerecht is gebaseerd op een paar eenvoudige ingrediënten: aardappelen, room (soms in combinatie met melk), knoflook, zout, peper en nootmuskaat. Deze ingrediënten worden langzaam gegaard, zodat de aardappelen de rijke, romige smaak van de room opnemen en een zachte, smeuïge textuur krijgen.
Bereidingswijze:
Het gerecht werd oorspronkelijk gekookt in een zware, aardenwerken schaal die in de haard werd geplaatst, waar het langzaam kon garen. Tegenwoordig wordt Gratin Dauphinois meestal in de oven bereid. De aardappelen worden dun gesneden en gelaagd in de schaal, afgewisseld met room en kruiden. De lange, langzame kooktijd zorgt ervoor dat de aardappelen perfect gaar worden en de smaken zich goed vermengen.
Culinaire invloed:
Gratin Dauphinois is een geliefd gerecht geworden in heel Frankrijk en daarbuiten. Het wordt vaak geserveerd als bijgerecht bij vleesgerechten, zoals gebraden kip, lam of rundvlees, en past goed bij de rijke, volle smaken van de herfst en winter. Hoewel het oorspronkelijk een gerecht was uit de arme landelijke keuken, is het door de tijd heen uitgegroeid tot een verfijnde delicatesse die in veel restaurants op de menukaart staat.
Variaties:
Hoewel de traditionele versie strikt is in zijn eenvoud, zijn er door de jaren heen verschillende variaties van Gratin Dauphinois ontstaan. Sommige recepten voegen kaas toe, zoals Gruyère of Comté, voor een extra laag smaak en textuur. Andere versies kunnen kruiden zoals tijm of rozemarijn bevatten, of zelfs een vleugje knapperig spek.
Gratin Dauphinois blijft een iconisch gerecht dat de Franse culinaire traditie eer aandoet, met zijn eenvoudige maar rijke combinatie van aardappelen en room die de smaak van het terroir van de Dauphiné perfect vangt.
Ingrediënten:
1 kg vastkokende aardappelen
2 teentjes knoflook
500 ml slagroom
250 ml melk
50 g boter (voor het invetten van de schaal)
Zout en peper naar smaak
Optioneel: een snufje nootmuskaat
Bereidingswijze:
Voorbereiding:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet een ovenschaal in met boter.
Pel de knoflook en snijd deze doormidden. Wrijf de binnenkant van de ovenschaal in met de gesneden knoflook voor extra smaak.
Aardappelen voorbereiden:
Schil de aardappelen en snijd ze in dunne plakjes (ongeveer 3 mm dik).
Gratin samenstellen:
Leg de aardappelschijfjes dakpansgewijs in de ovenschaal.
Breng in een pan de slagroom en melk aan de kook met zout, peper en eventueel een snufje nootmuskaat. Giet het mengsel over de aardappelen, zodat ze net onder staan.
Bakken:
Bak de gratin 60 tot 75 minuten in de voorverwarmde oven, tot de aardappelen zacht zijn en de bovenkant goudbruin is.
Serveren:
Laat de gratin enkele minuten rusten voordat je hem serveert, zodat hij kan opstijven.
Lekker bij de ratatouille: Dit Provençaalse groentegerecht van aubergine, courgette, paprika, en tomaat voegt een vleugje frisheid en kleur toe naast de gratin. Ik gebruik groenten uit mijn eigen moestuin. Vegetarische maaltijd en je mist geen vlees.
Dit is een traditioneel Frans dessert vergelijkbaar met clafoutis, maar in plaats van kersen wordt het gemaakt met ander fruit zoals perziken, appels, peren, of pruimen. Flognarde is vooral populair in de regio’s van Auvergne en Limousin.
Buiten koken en genieten: Flognarde met perziken en amandel schilfers
Vandaag hebben Lies en ik iets bijzonders gemaakt: een heerlijke flognarde met perziken en amandelschilfers. We besloten buiten te koken, en ik moet zeggen, het was zowel leuk als praktisch. Onze buitenkeuken is nog niet helemaal af, maar het begint al vorm te krijgen. Ik heb zelf het mozaïekblad van het aanrecht gelegd, en hoewel de oven nog niet ingebouwd is, konden we toch een deel van de bereiding buiten doen. De flognarde hebben we binnen gebakken, maar buiten in mooie punten gesneden en geserveerd.
Ik ben altijd al dol geweest op clafoutis, maar deze flognarde, met haar zachte, luchtige structuur en de smaakvolle combinatie van perziken en amandelmeel, is net zo lekker. En als je wat extra’s wilt, kan een scheutje amaretto in het beslag het geheel een verrukkelijke twist geven. Verse perziken zijn natuurlijk heerlijk, maar ook perziken uit blik zijn moeilijk te weerstaan – zorg er alleen voor dat je ze goed laat uitlekken voordat je ze gebruikt.
Wat heb je nodig?
1 blik halve perziken, goed uitgelekt
4 eieren van scharrelkippen (zoals mijn eigen kipjes)
200 ml melk
45 gram boter op kamertemperatuur
1 el vanille-aroma
70 gram fijne bloem
30 gram amandelmeel
Snufje zout
1 theelepel citroensap
Amandelschilfers, voor de topping
Optioneel: een scheutje amaretto
Poedersuiker, om te bestuiven (als je het extra feestelijk wilt maken)
Bereidingswijze:
Perziken voorbereiden: Laat de perziken goed uitlekken en leg ze vervolgens met de bolle kant omhoog in een siliconen bakvorm. Gebruik je een gewone bakvorm? Leg dan eerst bakpapier op de bodem en vet de zijkanten goed in met boter of olie.
Beslag maken: Meng alle ingrediënten – behalve de amandelschilfers – tot een glad beslag. Voeg optioneel wat amaretto toe voor een extra smaakdimensie.
Flognarde bakken: Giet het beslag gelijkmatig over de perziken in de bakvorm. Bestrooi royaal met amandelschilfers.
Oven: Bak de flognarde in een voorverwarmde oven op 180 graden gedurende 40 minuten, of totdat hij mooi goudbruin is en stevig aanvoelt.
Afwerking: Laat de flognarde even afkoelen voordat je hem in mooie punten snijdt. Bestuif eventueel met poedersuiker voor een feestelijk tintje.
Of je nu een ervaren bakker bent of net begint met het ontdekken van klassieke Franse zoetigheden, een flognarde is echt een traktatie. De combinatie van sappige perziken en knapperige amandelschilfers maakt dit dessert onweerstaanbaar. Geserveerd buiten, onder de bomen, terwijl het zonlicht door de bladeren op de houten tafel valt, omringd door leuke mensen die maar al te graag willen proeven – zo ervaren wij “la douce France” op haar mooist. Bon appétit!
Het is volop zomer in Bourgondië en eigenlijk in heel Frankrijk; de perfecte tijd om citronnade te bereiden. Het basisrecept vind je in mijn eigen Franse familiereceptenboek, maar de variant die ik vandaag maak met lavendel en enkele rozenblaadjes is net even anders. Het is niet moeilijk te maken, het vereist alleen wat tijd. Ondanks dat het lijkt alsof er veel suiker wordt gebruikt, bereiden we eigenlijk een siroop waarvan we slechts een kleine hoeveelheid aan het glas toevoegen, rijkelijk aangevuld met water of mineraalwater.”
Let goed op de hoeveelheid lavendel; hoewel het een heerlijke toevoeging is aan gerechten, kan te veel lavendel leiden tot een zeepachtige smaak. Naast lavendel voeg ik ook een handjevol blaadjes met framboos-rozensmaak toe, die je naar wens kunt weglaten of toevoegen. Hieronder vind je het recept:”
400 g suiker
500 ml water
40 g gedroogde lavendel
handvol onbespoten eetbare rozenblaadjes
10 citroenen
bruiswater
ijsblokjes
Pers het sap van de citroenen en zeef het sap, of je moet een beetje vruchtvlees lekker vinden.
Breng de suiker aan de kook met het water.
Voeg de lavendel en rozenblaadjes toe en laat nog 15 minuten trekken.
Zeef de bereiding en voeg ook het gezeefde citroensap toe.
Vul aan met spuitwater of bruiswater en ijsblokjes.
Laat de suiker in het water helemaal oplossen, pers de citroenen, kies mooie biolochische citroenen.Als de suiker is opgelost voeg dan de lavendel toe en de rozenblaadjes. Laat op een heel laag pitje langzaam trekken, ongeveer 15 minuten.Dit is mijn roos waarvan de blaadjes een frambozen smaak hebben. Het is een zalige smaak, ik maak van de rozenblaadjes ook gezichts reinigings water.Dit is de kleur van het vocht na het zeven, kies een fijne zeef anders gaat de lavendel door de zeef gaten heen.Zo ziet de citronnade met lavendel en rozenblaadjes eruit. Ik wist dat het zonder kleurstof nauwelijks een paarse kleur zou hebben. Ik wil geen kleurstoffen en de smaak is verrukkelijk!Rozenblaadjes en lavendel uit eigen tuin, onbespoten.
De is in volle gang in de Bourgogne en brengt talloze mooie momenten, buiten eten, frisse salades, heerlijk gevulde groenten, fruit van de barbecue, en citroen-lavendel limonade, alles “à la maison” gemaakt met groenten en fruit uit eigen moestuin. Eieren van de eigen kipjes en de cider is gemaakt van de appels uit onze boomgaarden. Ik verheug me erop om zomer recepten te delen zoals de verrukkelijke aubergine dip die in Zuid-Frankrijk geserveerd wordt bij kikkererwten crêpes, de klassieke pissaladière, en het eenvoudige maar o zo lekkere tomaten-taartje. Geniet van de zomer, de smakelijke maaltijden, elkaars gezelschap, een glas gekoelde rosè of een verfrissende citronnade. Leef en vier de dagen, zomerse groetjes van Lies en Philippine.