Persoonlijke noot: mijn wandeling door de Gorge de Narvau in Lormes – een onvergetelijke ervaring! Zorg wel voor een goed uithoudingsvermogen, stevige wandelschoenen en een vaste tred, want sommige stukken kunnen behoorlijk glad en uitdagend zijn. Het is zeker een klim, maar elke inspanning en zweetdruppel wordt beloond. Wat een prachtige plek! De grillige bomen en ruige natuur brengen de oude legende van de draak echt tot leven. Ik ben dol op dit soort verhalen, en hier voel je de geschiedenis bijna door de lucht zweven.
Mocht je ooit in de buurt van Lormes komen, dan kan ik je deze wandeling van harte aanbevelen. Het is een avontuur dat je niet snel zult vergeten!
Tijdens mijn wandeling door de prachtige Gorge de Narvau besefte ik opnieuw hoe ongelooflijk divers de natuur in de Bourgogne is. Deze wandeling, net buiten het charmante plaatsje Lormes, is een ware traktatie voor natuurliefhebbers. Je voelt je hier omringd door eeuwenoude bossen, ruige rotsformaties en het rustgevende geluid van kabbelende beekjes. De Gorge de Narvau is niet alleen een plek van ongekende schoonheid, maar ook een stukje historie, verweven met legendes en lokale verhalen. Het is hier echt prachtig!
Lormes: Het hart van de Bourgondische natuur
Lormes, gelegen in het departement Nièvre, is een klein maar levendig dorp midden in de regio Morvan. Dit gebied staat bekend om zijn uitgestrekte bossen, glooiende heuvels en talrijke meren, en Lormes is de ideale uitvalsbasis om deze natuurpracht te verkennen. Ondanks zijn bescheiden grootte, biedt Lormes een rijke geschiedenis en een warme, gastvrije sfeer. Hier vind je rust en ruimte, ver weg van de drukte van de stad.
Het dorp heeft alles wat je nodig hebt voor een ontspannen verblijf: een bakker voor verse croissants, een klein marktje waar lokale producten worden verkocht en gezellige terrasjes waar je kunt genieten van de zon. Maar de echte aantrekkingskracht van Lormes is de natuur die het omringt.
De betoverende Gorge de Narvau
De Gorge de Narvau, gelegen op slechts een steenworp afstand van Lormes, is een diepe kloof die is uitgesleten door de rivier die door het hart van het Morvan-gebergte stroomt. De wandeling door de kloof voert je langs ruige rotswanden en dichte bossen, met af en toe adembenemende uitzichten over de vallei.
Wat deze plek zo bijzonder maakt, is de combinatie van natuurlijke schoonheid en rust. Je loopt over slingerende paden die je langs watervallen en beekjes leiden. De Cascade de Narvau, een kleine waterval in de kloof, is een van de hoogtepunten van de wandeling. Vooral na een regenbui is het water krachtig en indrukwekkend. De frisse geur van mos en dennen, het geluid van het stromende water en het gevoel van de schone, koele lucht maken de ervaring compleet.
Legendes en mysterie
De Gorge de Narvau is niet alleen een plek van adembenemende natuur, maar het is ook doordrenkt met mysterie en oude verhalen. Een van de bekendste legendes die deze kloof omringt, gaat over een angstaanjagende draak die de bewoners van het nabijgelegen Lormes zou hebben geterroriseerd.
Volgens de overlevering leefde deze draak diep in de kloof, waar hij de bevolking angst inboezemde met zijn dreigende aanwezigheid. Het beest zou zich in de schaduwrijke, rotsachtige diepten van de Gorge hebben verscholen, wachtend op het juiste moment om het land en de mensen in de omgeving te teisteren. De draak vernietigde oogsten, verwoestte huizen, en hield de bevolking in zijn greep. Geen mens durfde de kloof te betreden, uit angst voor het woeste monster.
De legende vertelt dat op een dag een moedige ridder, gestuurd door de koning, naar Lormes kwam om de draak te verslaan. Bewapend met een zwaard en een sterk geloof, daalde hij af in de donkere diepten van de kloof. Na een hevige strijd, waarbij de aarde beefde en de rotsen scheurden, slaagde de ridder erin om de draak te doden en de kloof te bevrijden van zijn kwade invloed. De vreugde onder de bevolking was groot, en de kloof werd opnieuw een plek van rust en vrede.
Hoewel dit verhaal in de loop der eeuwen waarschijnlijk is aangedikt, zorgt het voor een mysterieuze sfeer rond de Gorge de Narvau. Het is niet moeilijk om je voor te stellen hoe deze legendes zijn ontstaan wanneer je door de diepe, met bomen omzoomde paden van de kloof wandelt. De hoge rotsformaties en het donker stromende water kunnen de fantasie van iedere wandelaar prikkelen en doen denken aan tijden van weleer, toen verhalen als deze de wereld verklaarden.
De Betekenis van de Legende Vandaag
Zoals veel legendes in Frankrijk, biedt het verhaal van de draak niet alleen een spannend stukje folklore, maar het laat ook zien hoe het landschap de verbeelding van mensen door de eeuwen heen heeft beïnvloed. Tegenwoordig is de Gorge de Narvau een vredige, schilderachtige plek waar wandelaars van over de hele wereld komen genieten van de ongerepte natuur. Maar als je goed luistert naar het ruisen van de bomen en het kabbelen van het water, kun je misschien nog een glimp opvangen van de oude verhalen die deze plek zo bijzonder maken.
Wandeltips voor de Gorge de Narvau
Moeilijkheidsgraad: De wandeling door de kloof is geschikt voor de meeste wandelaars, maar houd er rekening mee dat het terrein op sommige plekken wat ruiger kan zijn. Goede wandelschoenen zijn aan te raden.
Duur: De wandeling zelf duurt ongeveer 2 uur, afhankelijk van je tempo en hoe lang je de tijd neemt om van het uitzicht te genieten.
Seizoenen: Elk seizoen heeft zijn eigen charme in de Gorge de Narvau. In de lente en zomer bloeit de natuur volop, terwijl de herfst de kloof omtovert tot een schilderachtig kleurenpalet van goud, rood en oranje. Zelfs in de winter, wanneer het water in de rivier ijzig koud is, heeft de kloof een stille, serene schoonheid.
Lormes en de Bourgondische omgeving
Na je wandeling door de Gorge de Narvau is het de moeite waard om de omgeving van Lormes verder te verkennen. Het dorp ligt dicht bij het Lac de Chaumeçon, een idyllisch meer dat perfect is voor een picknick of een verfrissende duik in de zomermaanden. Ook kun je hier kajakken of gewoon genieten van de rust langs de waterkant.
De Morvan, waar Lormes deel van uitmaakt, is een paradijs voor wandelaars en natuurliefhebbers. Het regionale natuurpark Morvan biedt talloze wandelpaden, meren en charmante dorpjes. De uitgestrekte bossen en glooiende heuvels maken dit gebied ideaal voor iedereen die even wil ontsnappen aan het hectische leven en zich wil onderdompelen in de schoonheid van de natuur.
Conclusie De Gorge de Narvau en het omliggende landschap van Lormes bieden een onvergetelijke wandelervaring in het hart van de Bourgogne. Of je nu op zoek bent naar avontuur, rust of gewoon een mooie plek om te wandelen, deze kloof heeft het allemaal. Het is een plek waar natuur, geschiedenis en mysterie samenkomen, en waar je je verbonden voelt met de tijdloze schoonheid van de Bourgondische natuur.
Vers uit eigen boomgaard – een tartelette met een vleugje joie de vivre en puur moestuingeluk
Even een hapje tussendoor – ik maak altijd extra veel, voor onverwachte visite én zodat ik zelf wat vaker kan proeven 😉 Dit alles in mijn prachtige buitenkeuken, waar de aangename herfsttemperaturen het mogelijk maken om heerlijk buiten te koken, bakken en genieten!
Vandaag heb ik weer mijn vertrouwde CoukoeLifestyle keukenschort aangetrokken om heerlijke vijgentaartjes te maken. Ook mijn frambozenplant blijft maar frambozen geven, wat ik natuurlijk helemaal niet erg vind! Dus besloot ik er ook wat frambozen bij de vulling te doen – die voeg ik trouwens pas na het bakken toe, voor extra frisheid.
De crumble maakt deze vijgentaartjes echt onweerstaanbaar. Ik maak altijd een dubbele lading, want die is hier favoriet. We gebruiken het op alles: in de yoghurt, over zondagse pannenkoekjes, en als ik heel eerlijk ben, snoep ik soms stiekem een klein handje uit de luchtdichte bak waarin ik het bewaar. Als je het goed opbergt, blijft de crumble heerlijk vers en knapperig.
Ondanks de vele regen en de slakken in het voorjaar, doen mijn vijgen en frambozen het fantastisch goed. Dat betekent volop vijgentaartjes, vijgenjam en zelfs chutney, soms gecombineerd met frambozen. Het recept van deze heerlijke vijgentaartjes komt rechtstreeks uit ons eigen CoukoeLifestyle Kookboek– een perfect weekendtaartje, simpel te maken en ongelooflijk lekker. En eerlijk gezegd ook doordeweeks onweerstaanbaar!
Eigenlijk zijn deze taartjes heel eenvoudig en vragen ze niet eens om een ingewikkeld recept. Begin met een rol vers bladerdeeg, bij voorkeur roomboter. Sorry voor alle lijners, maar roomboter maakt deze taartjes echt zoveel lekkerder! Snijd het deeg in vieren en vouw de buitenste randen naar binnen. Druk ze plat en bewerk de randen met een vorkje, zodat er een mooi patroontje ontstaat. Prik gaatjes in het midden van het deeg.
Maak een mengsel van suiker, vanillesuiker en een vleugje kaneel (mijn favoriete combinatie). Als je niet van kaneel houdt, kun je het gerust weglaten. Strooi dit mengsel over de deegflapjes.
Ik ben gezegend met een overvloed aan fruit in mijn tuin, dus plukte ik verse vijgen en frambozen. Was de vijgen en snijd ze in kwarten. Omdat mijn vijgen vrij groot zijn, gebruik ik één vijg per taartje. Leg de vijgenkwarten op het deeg en bestrijk de randen met losgeklopt eigeel voor een mooie, goudbruine kleur. Strooi vervolgens nog wat van het suikermengsel over de vijgen en bak de taartjes ongeveer 20 minuten op 180 graden, of tot het deeg goudbruin is. Na het bakken voeg ik een handje verse frambozen toe en strooi ik crumble over de taartjes voor extra smaak en textuur.
De vijgen geven tijdens het bakken wat vocht af, wat de smaak alleen maar intenser maakt doordat het in de poreuze bodem trekt. Voor deze heerlijke taartjes heb je nodig: vers bladerdeeg, suiker, vanillesuiker, kaneel, een eitje, verse vijgen en eventueel frambozen.
En nu de herfst zijn intrede doet – een zalig seizoen – kun je eindeloos variëren. Vervang de vijgen bijvoorbeeld door appelschijfjes. Ik bak ze kort in de koekenpan met een beetje honing uit de Morvan, wat ze heerlijk zacht maakt. Voeg wat kaneel en speculaaskruiden toe voor een extra warme smaak. Peren met walnoot zijn ook een geweldige optie, maar peren geven wel wat meer vocht af. Om dat op te vangen, kun je een dun laagje maizena of custard over de bodem strooien.
Extra lekker worden de taartjes met een topping van crumble. Dit kruimeldeeg maak je heel eenvoudig zelf en je kunt het naar wens grof of fijn maken. Hoewel je de crumble mee kunt bakken op het taartje, bak ik het liever apart voor die extra knapperigheid.
Optioneel: 40 gram fijngehakte noten zoals pecan, amandel, hazelnoot of walnoot (bij voorkeur vers uit eigen tuin)
2 theelepels specerijen (zoals speculaas, kaneel of gingerbread)
Een goede snuf zout
Ik werk graag met mijn handen voor dit deeg. Doe alle ingrediënten in een kom en voeg koude boter in kleine blokjes toe. Wrijf de boter tussen je vingers en meng het met de overige ingrediënten tot een stevig, maar kruimelig deeg. Het deeg zal uiteindelijk net wel of net niet samenhangend worden – en dat is precies goed. Je bepaalt zelf hoe grof of fijn je de kruimels wilt.
Wil je de crumble los bakken? Verspreid de kruimels over een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 12-15 minuten op 180°C (boven- en onderwarmte), of tot ze goudbruin zijn. Het resultaat? Heerlijke, knapperige kruimels die je taartjes naar een hoger niveau tillen!
Geniet van de rijke smaak van schapenkaas in een Bourgondisch gerecht vol traditie
Schapenkaas in de Bourgogne
Ons geliefde Bourgogne – waar de zonnebloemen hun laatste bloei beleven, de koeien nog vredig genieten van het gras en het warme zonnetje, en de boeren druk bezig zijn met het binnenhalen van hun hooi en stro.
In dit prachtige landschap, waar de tijd soms lijkt stil te staan, genieten wij vaak van een lokale delicatesse: schapenkaas.
In de Bourgogne is schapenkaas een geliefd product, bereid van de melk van bijzondere schapenrassen zoals de Lacaune en Basco-Béarnaise. Hoewel deze rassen oorspronkelijk uit andere delen van Frankrijk komen, hebben ze hier hun thuis gevonden, en leveren ze melk van uitzonderlijke kwaliteit. De schapenkaas staat bekend om zijn romige, rijke smaak en kan zowel vers als gerijpt worden gegeten.
Denk aan iconische Franse schapenkazen zoals Roquefort en Ossau-Iraty, maar ook de Bourgogne kent haar eigen varianten, die vaak op de lokale markten te vinden zijn. Vandaag delen wij een van onze favoriete recepten met schapenkaas – een eenvoudige en heerlijke manier om van deze regionale schat te genieten.
Recept: Herfst salade met gebakken schapenkaas
Ingrediënten:
150g zachte schapenkaas (bijv. Ossau-Iraty of een lokale variant)
200g gemengde sla (bijv. veldsla, rucola)
1 peer, in dunne schijfjes gesneden
50g walnoten
1 eetlepel honing
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel balsamicoazijn
Zout en peper naar smaak
Bereidingswijze:
Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg de walnoten toe. Rooster ze lichtjes en zet ze opzij.
Snijd de schapenkaas in plakjes van ongeveer 1 cm dik.
Verhit in dezelfde pan een beetje olijfolie en bak de plakjes schapenkaas kort, totdat ze goudbruin zijn aan beide kanten.
Meng in een kom de sla, peer en geroosterde walnoten.
Maak een dressing van de olijfolie, balsamicoazijn, honing, zout en peper. Giet dit over de salade en meng goed.
Serveer de salade op borden en leg de gebakken schapenkaas er bovenop.
Tip: Voeg eventueel wat verse kruiden toe zoals tijm of rozemarijn voor extra smaak.
Bij deze herfstsalade heb ik weer enkele sfeervolle aquarellen geschilderd om het moment volledig vast te leggen. De salade doet denken aan de klassieke warme geitenkaassalade, maar de smaakbeleving is uniek door de toevoeging van schapenkaas.
Om te beginnen: ik ben helemaal gek op écht Frans stokbrood. Knapperig aan de buitenkant, zacht en vol van smaak aan de binnenkant – een ware traktatie. Mijn favoriet? Dopen in heerlijke olijfolie met een snufje fleur de sel, simpelweg genieten. Een verse baguette met een dun laagje gezouten boter en mijn zelfgemaakte confituur erop, dat is puur geluk. In Parijs neem ik vaak een vers stokbrood van de bakker, besmeer het met boter en leg er een plak ham op. Maar zelfs zonder iets erop, vers van de bakker, is het al hemels. Het moet echter écht Frans stokbrood zijn. In Nederland moet ik altijd glimlachen wanneer er ‘het echte Franse stokbrood’ op de verpakking staat. Zelfs met een blinddoek om zou ik het verschil proeven, en zonder blinddoek zou ik het ook meteen zien – het is de totale ervaring.
Hier in ons dorpje zie je auto’s stoppen bij de bakker, iedereen loopt naar binnen voor een stokbrood met een wit papiertje eromheen. En dan hup, weer aan het werk. Toch heb ik ook een zwak voor écht Nederlands meerzadenbrood, iets wat je hier bijna niet ziet. Gelukkig bak ik tegenwoordig zelf mijn brood weer met de hand, na een periode met de broodmachine. Het voelt nét even lekkerder. Uit Nederland neem ik altijd een stuk belegen Hollandse kaas mee, vacuüm verpakt – heerlijk op mijn bruine brood. Kiezen tussen de twee hoeft niet; ik eet ze allebei en geniet elke keer weermeeste traditionele Franse stokbroden zoals baguette, flûte, ficelle, en bâtard worden doorgaans gemaakt van wit tarwemeel. Het specifieke type meel dat vaak wordt gebruikt voor deze broden in Frankrijk is Type 55 (T55), een wit bloemsoort met een relatief laag asgehalte in vergelijking met volkorenmeel. Dit zorgt voor een lichtere, fijnere structuur, die kenmerkend is voor de klassieke Franse stokbroden.
Hoewel de meeste stokbroden van wit meel worden gemaakt, zijn er ook varianten die gebruik maken van volkorenmeel, roggebloem of andere soorten, maar de typische witte stokbroden zoals de baguette gebruiken doorgaans T55.
Dit meel wordt speciaal gemalen voor het maken van deze luchtige en knapperige broden, en hoewel het tarwemeel is, verschilt het in kwaliteit en consistentie van standaard bloem. Het zorgt ervoor dat het brood de juiste textuur en korst krijgt, die zo typerend is voor Franse stokbroden. Hieronder vind je mijn recept voor mijn bruine brood, aan het Franse stokbrood heb ik me niet gewaagd en waarom zou ik ook, de echte Franse bakker is vlakbij.
Ingrediënten:
300 g volkorenmeel
100 g tarwebloem (bijv. T65 of patentbloem)
50 g gemengde zaden (bijv. zonnebloempitten, pompoenpitten, lijnzaad, sesamzaad)
7 g droge gist (of 21 g verse gist)
8 g zout (ongeveer 1 theelepel)
300 ml lauwwarm water
1 eetlepel olijfolie (optioneel)
1 eetlepel honing (optioneel, voor een subtiel zoete smaak)
Extra zaden voor de bovenkant van het brood
Bereidingswijze:
Meng de droge ingrediënten: Meng het volkorenmeel, tarwebloem, zout, gist en de gemengde zaden in een grote kom.
Voeg het water toe: Maak een kuiltje in het midden van het meel en giet hier langzaam het lauwwarme water in. Voeg ook de olijfolie en honing toe (optioneel). Meng alles tot een samenhangend deeg.
Kneed het deeg: Kneed het deeg ongeveer 10 minuten met de hand op een licht met bloem bestoven werkblad, of 5 minuten in een keukenmachine met deeghaak, totdat het soepel en elastisch is.
Eerste rijs: Plaats het deeg in een licht ingevette kom, dek af met een vochtige theedoek of plastic folie, en laat het ongeveer 1 tot 1,5 uur rijzen op een warme plek, tot het in volume verdubbeld is.
Vorm het brood: Kneed het deeg na het rijzen kort door om de lucht eruit te slaan. Vorm het vervolgens tot een brood (bijv. een bol of langwerpig). Leg het in een ingevette broodvorm of op een met bakpapier beklede bakplaat.
Tweede rijs: Dek het gevormde brood af en laat het nog eens 30-45 minuten rijzen. Verwarm ondertussen de oven voor op 220°C.
Bestrooi met zaden: Bestrijk het brood licht met water en bestrooi de bovenkant met extra zaden voor een decoratieve afwerking. Ik snij mijn broden in aan de bovenkant.
Bak het brood: Plaats het brood in de voorverwarmde oven en bak het gedurende 25-30 minuten, tot het goudbruin is en hol klinkt als je op de onderkant klopt. Voor een knapperige buitenkant zet ik onderaan de oven een klein ovenvast bakje met kokend water.
Afkoelen: Laat het brood volledig afkoelen op een rooster voordat je het aansnijdt. Omdat ik altijd 2 broden bak, vries ik 1 brood in nadat het brood is afgekoeld.
Geniet van je zelfgemaakte meerzadenbrood – heerlijk met kaas, beleg of gewoon zo!
Vandaag maakten Lies en ik opnieuw een lange wandeling, waarbij ons bezoek aan de Temple de Janus in Autun een absoluut hoogtepunt was. Na het verkennen van deze bijzondere historische plek, trakteerden we onszelf op een eenvoudig maar verrukkelijk Romeins gerecht: Alita Dolcia. Deze dunne pannenkoekjes, vergelijkbaar met flensjes, bereidden we op traditionele wijze en aten we met honing. Dit gerecht bracht een vleugje Romeinse geschiedenis aan onze tafel en maakte onze dag in Autun nog specialer.
De combinatie van geschiedenis en culinaire ontdekkingen maakt onze moeder-dochter dag echt onvergetelijk.
Geschiedenis van de Tempel van Janus
De “Tempel van Janus” dateert uit de 1e eeuw na Christus, tijdens de hoogtijdagen van het Romeinse Rijk. Autun, toen Augustodunum genoemd, was een belangrijke stad in Gallia, de Romeinse provincie die het grootste deel van het huidige Frankrijk besloeg. De stad was een centrum van cultuur en onderwijs en speelde een cruciale rol in het Romeinse bestuur van de regio.
De tempel zelf was waarschijnlijk gewijd aan een Gallo-Romeinse godheid, hoewel de exacte toewijding onzeker is. De naam “Janus” is een latere toewijzing en heeft mogelijk weinig te maken met de werkelijke functie van de tempel in de Romeinse tijd. Janus was de Romeinse god van poorten, overgangen, en tweezijdigheid, maar er is geen direct bewijs dat deze tempel specifiek aan hem was gewijd.
De tempel werd gebouwd op een strategische locatie net buiten de stadsmuren van Augustodunum, wat erop wijst dat het waarschijnlijk een belangrijke religieuze of ceremoniële functie had. Het gebouw was waarschijnlijk oorspronkelijk een vierkant of rechthoekig bouwwerk met een centrale ruimte die werd gebruikt voor offers en rituelen.
Bijzonderheden van de Tempel van Janus
Wat deze tempel bijzonder maakt, is het feit dat het een van de best bewaarde Romeinse monumenten in de regio is. Hoewel het grootste deel van de tempel verloren is gegaan door de eeuwen heen, blijven de imposante muren staan, die een idee geven van de omvang en grandeur van het oorspronkelijke bouwwerk.
Een ander opvallend kenmerk is de constructie van de muren, die zijn opgebouwd uit afwisselende lagen stenen en bakstenen, een typische bouwtechniek uit de Romeinse tijd. Dit type constructie bood zowel duurzaamheid als esthetische waarde en is typerend voor Romeinse architectuur.
De ligging van de tempel, in een open veld net buiten de stad, draagt bij aan de mysterieuze sfeer van de plek. Het is een populaire bestemming voor zowel geschiedenisliefhebbers als toeristen die geïnteresseerd zijn in de “oude” wereld.
Wat een succesvolle zomer hebben we tot nu toe gehad! Als jong bedrijf hebben we zoveel geïllustreerde kookboeken verkocht, talloze keukentextielen, en momenteel vliegen de houten serveerplanken—vaak gepersonaliseerd—de deur uit. Ik hou van de zomer, maar als september aanbreekt, word ik misschien nog gelukkiger. De avonden worden al iets korter, maar dat maakt het des te gezelliger wanneer we de vuurkorf aansteken.
Dauw en mist zweven boven de uitgestrekte weilanden en tussen de glooiende heuvels van het ongerepte, prachtige Parc du Morvan. Ik ben dol op de aardse geuren en de paddenstoelen die weldra zullen verschijnen. September is mijn favoriete maand, vol lange wandelingen en de rust die terugkeert nu veel toeristen huiswaarts zijn gekeerd.
De spinnen met hun kunstige webben bieden prachtige fotomomenten, al vind ik het iets minder leuk dat ze ook onze huizen intrekken. Maar ik zet ze altijd diervriendelijk buiten, want spinnen zijn nuttige insecten.
En dan zijn er de septemberklassiekers in de keuken: gratin Dauphinois, coq au vin, ratatouille, boeuf Bourguignon, moules marinières, kweeperen, appels, vijgen en bramen—kom maar op, september! Ik begroet je met open armen, et bon appétit!
Geschiedenis en weetjes van mijn recept van de eerste september “gratin Dauphinois”
De Gratin Dauphinois is een klassiek Frans gerecht met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw. Dit gerecht komt oorspronkelijk uit de Dauphiné-regio in Zuidoost-Frankrijk, die ligt aan de voet van de Alpen. Het gerecht ontleent zijn naam aan deze regio, wat aangeeft dat het een specialiteit van de streek is.
Oorsprong en ontwikkeling:
De eerste schriftelijke vermelding van Gratin Dauphinois dateert van 12 juli 1788, toen het gerecht werd geserveerd tijdens een diner dat werd gehouden door Charles-Henri, hertog van Clermont-Tonnerre, toenmalig bevelhebber van het Dauphiné-leger. Dit gerecht was oorspronkelijk een eenvoudige schotel die in landelijke huishoudens werd bereid, met aardappelen die werden gesneden en gelaagd met room en soms melk, en vervolgens langzaam werden gebakken in de oven tot ze zacht en goudbruin waren.
Ingrediënten:
De traditionele Gratin Dauphinois bevat geen kaas, wat het onderscheidt van andere aardappelgratin-gerechten. Het gerecht is gebaseerd op een paar eenvoudige ingrediënten: aardappelen, room (soms in combinatie met melk), knoflook, zout, peper en nootmuskaat. Deze ingrediënten worden langzaam gegaard, zodat de aardappelen de rijke, romige smaak van de room opnemen en een zachte, smeuïge textuur krijgen.
Bereidingswijze:
Het gerecht werd oorspronkelijk gekookt in een zware, aardenwerken schaal die in de haard werd geplaatst, waar het langzaam kon garen. Tegenwoordig wordt Gratin Dauphinois meestal in de oven bereid. De aardappelen worden dun gesneden en gelaagd in de schaal, afgewisseld met room en kruiden. De lange, langzame kooktijd zorgt ervoor dat de aardappelen perfect gaar worden en de smaken zich goed vermengen.
Culinaire invloed:
Gratin Dauphinois is een geliefd gerecht geworden in heel Frankrijk en daarbuiten. Het wordt vaak geserveerd als bijgerecht bij vleesgerechten, zoals gebraden kip, lam of rundvlees, en past goed bij de rijke, volle smaken van de herfst en winter. Hoewel het oorspronkelijk een gerecht was uit de arme landelijke keuken, is het door de tijd heen uitgegroeid tot een verfijnde delicatesse die in veel restaurants op de menukaart staat.
Variaties:
Hoewel de traditionele versie strikt is in zijn eenvoud, zijn er door de jaren heen verschillende variaties van Gratin Dauphinois ontstaan. Sommige recepten voegen kaas toe, zoals Gruyère of Comté, voor een extra laag smaak en textuur. Andere versies kunnen kruiden zoals tijm of rozemarijn bevatten, of zelfs een vleugje knapperig spek.
Gratin Dauphinois blijft een iconisch gerecht dat de Franse culinaire traditie eer aandoet, met zijn eenvoudige maar rijke combinatie van aardappelen en room die de smaak van het terroir van de Dauphiné perfect vangt.
Ingrediënten:
1 kg vastkokende aardappelen
2 teentjes knoflook
500 ml slagroom
250 ml melk
50 g boter (voor het invetten van de schaal)
Zout en peper naar smaak
Optioneel: een snufje nootmuskaat
Bereidingswijze:
Voorbereiding:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet een ovenschaal in met boter.
Pel de knoflook en snijd deze doormidden. Wrijf de binnenkant van de ovenschaal in met de gesneden knoflook voor extra smaak.
Aardappelen voorbereiden:
Schil de aardappelen en snijd ze in dunne plakjes (ongeveer 3 mm dik).
Gratin samenstellen:
Leg de aardappelschijfjes dakpansgewijs in de ovenschaal.
Breng in een pan de slagroom en melk aan de kook met zout, peper en eventueel een snufje nootmuskaat. Giet het mengsel over de aardappelen, zodat ze net onder staan.
Bakken:
Bak de gratin 60 tot 75 minuten in de voorverwarmde oven, tot de aardappelen zacht zijn en de bovenkant goudbruin is.
Serveren:
Laat de gratin enkele minuten rusten voordat je hem serveert, zodat hij kan opstijven.
Lekker bij de ratatouille: Dit Provençaalse groentegerecht van aubergine, courgette, paprika, en tomaat voegt een vleugje frisheid en kleur toe naast de gratin. Ik gebruik groenten uit mijn eigen moestuin. Vegetarische maaltijd en je mist geen vlees.
Persoonlijke noot:Deze klassieke Franse taart is intens, een ware explosie van smaken. Ik had graag foto’s willen maken van de prachtige laagjes – de knapperige bodem, de frisse citroencrème, en de luchtige meringue – maar de taart was zo snel op dat ik daar niet eens de kans voor kreeg. Deze taart vraagt om wat geduld en aandacht voor het recept, waarbij nauwkeurig wegen essentieel is. Hoewel gewone Franse meringue uitstekend werkt, maakt de Italiaanse variant het net iets uitdagender. Door de pieken van de meringue met een brander te kleuren, worden ze beschermd tegen uitdrogen, wat een prachtige afwerking geeft. Dit is echt een bijzondere taart die je een keertje zelf gemaakt moet hebben.
Geschiedenis
De Tarte au citron meringuéeis een klassieker in de Franse patisserie. Deze combinatie van een knapperige pâte sucrée, romige citroenvulling en luchtige meringue is al sinds de 19e eeuw geliefd.
In Frankrijk, met name aan de Côte d’Azur, vieren ze elk jaar de citroenen oogst tijdens het beroemde Fête du Citron in Menton. In Nederland is het lastig om deze citroenen te kopen. Kies in ieder geval voor mooie, liefst biologische citroenen, dat proef je zeker terug in je citroen taart.
Bereidingswijze tarte au citron meringuée:
Ingrediënten voor het zoete kruimeldeeg: 250 g fijne bloem 135 g gekoelde boter in kleine blokjes 2-3 eetlepels koud water snuf zout 2 el fijne kristalsuiker
Voor de vulling: 30 g bloem 30 g maïzena 250 g fijne kristalsuiker 2 dl citroensap (ongeveer) 1 el geraspte (biologische) citroenschil 50 g ongezouten boter in kleine blokjes 6 eidooiers, ik gebruik eidooiers van mijn eigen scharrel kipjes
Voor de normale simpele meringue: 3 eiwitten 170 g suiker
*ik maak Italiaanse merinque, ingrediënten:
4 eiwitten
200 g kristalsuiker
60 ml water
Bereidingswijze Italiaanse meringue:
Suikersiroop maken: Breng het water en de suiker in een pan aan de kook. Kook tot de siroop een temperatuur van 118°C bereikt (gebruik een suikerthermometer).
Eiwitten opkloppen: Terwijl de siroop kookt, klop je de eiwitten in een schone kom tot zachte pieken.
Suikersiroop toevoegen: Giet de hete suikersiroop in een dunne straal, al kloppend, bij de eiwitten. Blijf kloppen tot de meringue dik, glanzend en afgekoeld is.
Bereidingswijze voor de Franse klassieke citroen taart:
1. Zeef de bloem met een snufje zout in een kom. Kneed de boter door het deeg met je vingertoppen. Voeg 2 el fijne kristalsuiker toe aan het deeg en meng door elkaar. Maak een kuiltje in het midden, voeg het water toe en meng het tot een samenhangend geheel. Wikkel in folie en leg het deeg 30 minuten in de koelkast.
2. Vet een taartvorm in en rol het deeg uit tussen twee vellen bakpapier. Leg de deeglap in de vorm en snijd het overtollige deeg weg.
3. Vul de vorm met een laag bakpapier en vul met bakbonen of bakrijst en bak het deeg 15 minuten blind in de oven op 200º graden (180 º hetelucht). Verwijder de bakbonen of de rijst en het bakpapier en bak nog 15-20 minuten. Haal uit de oven en laat afkoelen.
4. Maak de vulling van de taart door de bloem, de maïzena, de suiker, het citroensap en de citroenschil in een pan te doen en aan te lengen met 3 dl water. Zet de pan op het vuur en roer het geheel met een garde goed door. Na twee minuten koken is het mengsel dikker van structuur. Haal de pan van het vuur en laat iets afkoelen.
5. Voeg de boter en de zes eidooiers toe ( de mix moet niet meer te warm zijn) en mix deze er goed doorheen. Roer nog twee minuten door op laag vuur en verdeel het mengsel over de taartbodem. Laat afkoelen.
6. Klop de drie eiwitten in een vetvrije kom stijf en voeg de suiker toe. Mix tot de meringue in pieken omhoog blijft staan.
7. Verdeel de meringue over de citroenvulling. Vorm met een vork wat extra pieken in de meringue. Ik gebruik een spuitzak met spuitmondje om mooie pieken te maken. En in plaats van “gewone” meringue gebruik ik Italiaanse meringue.
Bak de taart 8-10 minuten onder de grill tot deze lichtbruin en gaar is, of verwarm de pieken van het eiwitschuim voorzichtig met een crème brûlée brander.
Als je bodem klaar is, leg die met bakpapier in de bakvormBak de bodem blind met bakbonen of gewone bonen, of rijstUiteindelijk moet de bodem er zo uitzien nadat deze uit de oven komtVerdeel de citroen crémeAls je kiest voor Italiaanse meringue, gebruik dan een suiker thermometerMet een spuitzak met groot spuitmondje kan je makkelijk de meringue verdelen en pieken makenAls je alle toefjes hebt gemaakt kan je de eiwit toefjes met een kleine brandertje voorzichtig branden. Of je zet de taart even in de oven op de grill standDe aquarel van de citroen, meringue taartCitroenen
Dit is een traditioneel Frans dessert vergelijkbaar met clafoutis, maar in plaats van kersen wordt het gemaakt met ander fruit zoals perziken, appels, peren, of pruimen. Flognarde is vooral populair in de regio’s van Auvergne en Limousin.
Buiten koken en genieten: Flognarde met perziken en amandel schilfers
Vandaag hebben Lies en ik iets bijzonders gemaakt: een heerlijke flognarde met perziken en amandelschilfers. We besloten buiten te koken, en ik moet zeggen, het was zowel leuk als praktisch. Onze buitenkeuken is nog niet helemaal af, maar het begint al vorm te krijgen. Ik heb zelf het mozaïekblad van het aanrecht gelegd, en hoewel de oven nog niet ingebouwd is, konden we toch een deel van de bereiding buiten doen. De flognarde hebben we binnen gebakken, maar buiten in mooie punten gesneden en geserveerd.
Ik ben altijd al dol geweest op clafoutis, maar deze flognarde, met haar zachte, luchtige structuur en de smaakvolle combinatie van perziken en amandelmeel, is net zo lekker. En als je wat extra’s wilt, kan een scheutje amaretto in het beslag het geheel een verrukkelijke twist geven. Verse perziken zijn natuurlijk heerlijk, maar ook perziken uit blik zijn moeilijk te weerstaan – zorg er alleen voor dat je ze goed laat uitlekken voordat je ze gebruikt.
Wat heb je nodig?
1 blik halve perziken, goed uitgelekt
4 eieren van scharrelkippen (zoals mijn eigen kipjes)
200 ml melk
45 gram boter op kamertemperatuur
1 el vanille-aroma
70 gram fijne bloem
30 gram amandelmeel
Snufje zout
1 theelepel citroensap
Amandelschilfers, voor de topping
Optioneel: een scheutje amaretto
Poedersuiker, om te bestuiven (als je het extra feestelijk wilt maken)
Bereidingswijze:
Perziken voorbereiden: Laat de perziken goed uitlekken en leg ze vervolgens met de bolle kant omhoog in een siliconen bakvorm. Gebruik je een gewone bakvorm? Leg dan eerst bakpapier op de bodem en vet de zijkanten goed in met boter of olie.
Beslag maken: Meng alle ingrediënten – behalve de amandelschilfers – tot een glad beslag. Voeg optioneel wat amaretto toe voor een extra smaakdimensie.
Flognarde bakken: Giet het beslag gelijkmatig over de perziken in de bakvorm. Bestrooi royaal met amandelschilfers.
Oven: Bak de flognarde in een voorverwarmde oven op 180 graden gedurende 40 minuten, of totdat hij mooi goudbruin is en stevig aanvoelt.
Afwerking: Laat de flognarde even afkoelen voordat je hem in mooie punten snijdt. Bestuif eventueel met poedersuiker voor een feestelijk tintje.
Of je nu een ervaren bakker bent of net begint met het ontdekken van klassieke Franse zoetigheden, een flognarde is echt een traktatie. De combinatie van sappige perziken en knapperige amandelschilfers maakt dit dessert onweerstaanbaar. Geserveerd buiten, onder de bomen, terwijl het zonlicht door de bladeren op de houten tafel valt, omringd door leuke mensen die maar al te graag willen proeven – zo ervaren wij “la douce France” op haar mooist. Bon appétit!
Gougères, die heerlijke Franse kaassoesjes, zijn diep geworteld in de culinaire tradities van Bourgondië, Frankrijk. Ze komen oorspronkelijk uit het departement Yonne en worden gemaakt van soezendeeg vermengd met kaas, meestal Gruyère, Comté of Emmental, hoewel er ook andere kazen gebruikt kunnen worden voor verschillende smaakprofielen. Ik gebruik een mengsel van deze drie kazen samen.
Historisch gezien zijn gougères een populaire begeleiding bij aperitieven en worden vaak geserveerd bij vieringen en samenkomsten. Hun lichte, luchtige textuur in combinatie met de rijke, kazige smaak maakt ze een favoriete keuze voor zowel informele snacks als feestelijke gelegenheden.
Het woord “gougère” is waarschijnlijk afgeleid van een regionale term die verband houdt met warmte of bakken, wat hun bereidingsmethode weerspiegelt waarbij het deeg wordt gebakken tot het luchtig en goudbruin is. Deze gebakjes worden niet alleen gewaardeerd om hun heerlijke smaak maar ook om hun eenvoudige maar veelzijdige aard. Ze kunnen traditioneel zonder vulling worden genoten, of met toevoegingen zoals paddenstoelen, kruiden of andere kaassoorten voor een meer decadente traktatie.
Voor iedereen die wil beginnen met Franse baktradities, vertegenwoordigen gougères een perfect startpunt vanwege hun eenvoudige bereidingsproces en het heerlijke eindproduct.
INGREDIENTEN :
(40 stuks ongeveer)
100 ml melk
100 ml water
100 g boter
120 g bloem
1/2 tl zout
4 eieren
125 geraspte kaas (Gruyere)
nootmuskaat, peper
BEREIDINGSWIJZE:
Verwarm de oven voor op 200 °C. Breng het water, melk en de boter aan de kook. Voeg de bloem toe en gaar het geheel al roerend circa 4 minuten. Voeg het beslag toe aan de mixer of een kom. Meng de zout, peper en nootmuskaat erdoor. Roer het beslag een beetje koud. Voeg dan één voor één de eieren toe en meng goed door. Meng 100 g geraspte kaas erdoor. Breng eventueel op smaak met zout en peper.
Schep het beslag in een spuitzak. Spuit soesjes op een bakplaat met bakpapier. Verdeel de rest van de geraspte kaas over de soesjes. Verlaag de oventemperatuur naar 170 °C. Bak de soesjes circa 30 minuten in de oven.
Laat de boter smelten in de panVoeg alle meel in één keer toe en laat het beslag ongeveer 3 à 4 minuten kokenVoeg één voor één de eieren toe. Voeg pas een volgend ei toe als het vorige ei helemaal is opgenomen in het beslagVoeg zout, peper en nootmuskaat oe en de geraspte kaas, doe het mengsel in een grote spuitzak. Ik werk zonder spuitmondje om de soesjes te spuitenSpuit kleine hoopjes van het mengselBak de soesjes ongeveer 30 minuten, doe de oven tussendoor niet openHet leukste en lekkerste moment. Het proeven, mijn kaas soesjes zijn verrukkelijk!
Persoonlijke notitie van een inmiddels ervaren bakker:
Ik kan het niet vaak genoeg benadrukken: kies voor kwalitatief hoogstaande, biologische ingrediënten. Meet al je ingrediënten vooraf nauwkeurig af en zorg dat alles klaarstaat volgens de ‘mise en place’. Soezendeeg, een zogenaamd kookdeeg, moet drie à vier minuten koken in de pan, tot het een bal vormt en een sissend geluid produceert; een lichte aanslag in de pan is normaal en kan later worden verwijderd.
Voeg de eieren één voor één toe, klop ze goed door het beslag. Gebruik verse, goed geraspte kaas voor de beste smaak. Met een spuitzak kun je eenvoudig gelijkmatige hoopjes van het beslag op de bakplaat aanbrengen. Maak met een natte vinger het puntje van elk soesje plat, zodat het niet verbrandt. Belangrijk: open tijdens het bakken nooit tussendoor de oven, om de perfecte textuur te garanderen.
Met deze tips van een ervaringsdeskundige en een perfect recept, kan het eigenlijk niet misgaan. Succes en bon appétit!
Persoonlijke noot:15 augustus is een belangrijke feestdag in Frankrijk, bekend als Maria-Tenhemelopneming (L’Assomption), een religieuze viering die door het hele land in ere wordt gehouden. Deze ochtend bezocht ik samen met mijn dochter Lies een brocante, altijd op zoek naar de fijnste ingrediënten. We vonden prachtige grote olijven en een handgemaakt aardewerken olijvenbakje. Na een eenvoudig, maar heerlijk hapje met een glaasje huiswijn genoten te hebben, keerde we huiswaarts om vier verrukkelijke Salambo-gebakjes te maken. Dit gebakje, verwant aan de eclair en vaak gezien als het vergeten juweel van de Franse patisserie, onderscheidt zich door zijn ronde of ovale vorm—een verfijnde tegenhanger van de langwerpige eclair. Wat het Salambo-gebakje bijzonder maakt, is de delicate laag glazuur, vaak verrijkt met knapperige nootjes of stukjes chocolade. Voor een speelse, Nederlandse twist gebruik ik graag hagelslag, wat een verrassend en heerlijk accent toevoegt.
De vulling, een rijke banketbakkersroom, wordt vaak op smaak gebracht met rum of een rumaroma, wat het gebakje een diepe, aromatische dimensie geeft. Persoonlijk vind ik het een heerlijk gebakje. Het werken met soezendeeg kan in het begin een uitdaging zijn, maar met enige ervaring en precisie is succes verzekerd. Een belangrijke tip: open tijdens het bakken nooit de ovendeur, dit om de perfecte textuur te garanderen.
De geschiedenis van het Saint-Honoré gebakje:
Oorsprong en betekenis Het Saint-Honoré gebakje is vernoemd naar de heilige Honoratus van Amiens, de beschermheilige van bakkers en banketbakkers. Gecreëerd in 1847 door de banketbakker Chiboust in Parijs, vond dit gebak zijn naam en plaats in de geschiedenis op de Rue Saint-Honoré. Het weerspiegelt de essentie van de Franse baktraditie, bekend om zijn innovatie en elegantie.
De verfijning begint met het bakken van een delicate ovale soes, krokant aan de buitenkant en luchtig van binnen, zorgvuldig gevuld met een romige, zijdezachte banketbakkersroom. Dit meesterwerk wordt bekroond met een elegant kapje van soezendeeg en afgewerkt met een glanzende laag glazuur of karamel. Ik kies voor een gladde, glanzende laag glazuur, royaal bestrooid met authentieke Hollandse hagelslag, wat zorgt voor een perfecte harmonie tussen smaak en textuur
Een modern meesterwerk In moderne patisserieën blijft het Saint-Honoré gebakje een bron van inspiratie. Van klassieke recepten tot hedendaagse interpretaties met karamel, chocolade of zelfs exotisch fruit, elke variant biedt een nieuwe ervaring die trouw blijft aan de essentie van het origineel.
Het Salambo-gebakje is een klassiek Frans gebak, ook wel bekend als een religieuse of een soort éclair, gevuld met crème en overgoten met karamel. Hieronder geef ik je een recept voor 4 stuks.
Ingrediënten (voor 4 stuks):
Voor het deeg (pâte à choux):
50 ml water
50 ml melk
45 g boter
1/2 tl suiker
1/4 tl zout
60 g bloem
2 eieren
Voor de banketbakkersroom (crème pâtissière):
250 ml melk
1 vanillestokje
50 g suiker
2 eierdooiers
20 g maïzena
20 g boter
Voor de karamel:
100 g suiker
50 ml water
Bereidingswijze:
1. Maak de pâte à choux:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Breng het water, de melk, de boter, de suiker en het zout aan de kook in een pan.
Voeg de bloem in één keer toe en roer goed door met een houten lepel tot het deeg loskomt van de pan en een gladde bal vormt.
Haal de pan van het vuur en voeg één voor één de eieren toe, roer goed na elk ei tot het deeg glad is.
Spuit het deeg in bolletjes of langwerpige vormen op een met bakpapier beklede bakplaat.
Bak de choux ongeveer 25-30 minuten tot ze goudbruin en luchtig zijn. Laat ze afkoelen.
2. Maak de banketbakkersroom:
Breng de melk met het vanillestokje (opengesneden en leeggeschraapt) aan de kook.
Klop in een kom de eierdooiers met de suiker tot een lichte, schuimige massa.
Voeg de maïzena toe en roer goed.
Giet de helft van de warme melk bij het eimengsel en meng goed door.
Giet het geheel terug in de pan en kook op laag vuur tot de room dik wordt, al roerend.
Haal van het vuur, voeg de boter toe en laat afkoelen.
3. Vul de choux:
Snijd een klein gaatje in de onderkant van elke choux en vul ze met de afgekoelde banketbakkersroom, gebruik hiervoor een spuitzak. Ik heb mijn soezen door midden gesneden en gevuld.
4. Maak de karamel: ik maak mijn gebakjes zonder karamel maar het is een mooie toevoeging. Het is een keuze, vaak wordt er wel voor gekozen. In plaats van karamel heb ik glazuur gemaakt van poedersuiker met een beetje water.
Verwarm de suiker met het water in een pan op middelhoog vuur zonder te roeren tot het mengsel een mooie goudbruine kleur krijgt.
Doop de bovenkant van elk gevuld gebakje in de karamel en laat het hard worden.
Bereidingstijd:
Voorbereiding en bakken: Ongeveer 1 uur en 30 minuten
Afkoelen en afwerken: Ongeveer 30 minuten
In totaal heb je ongeveer 2 uur nodig om de Salambo-gebakjes te maken en af te werken.