Poire William Rouge: De bijzondere rode peer van het seizoen
De Poire William Rouge, ook wel bekend als de Rode Williamspeer, is een unieke en opvallende variant van de klassieke Williamspeer. Wat deze peer zo bijzonder maakt, is niet alleen haar prachtige dieprode kleur, maar ook de smaak en veelzijdigheid. Deze peer heeft een heerlijk zoete, sappige textuur en een subtiel bloemig aroma, wat haar perfect maakt voor zowel zoete als hartige gerechten.
Wanneer is de Poire William Rouge verkrijgbaar?
De Poire William Rouge is een echte seizoenspeer en wordt meestal geoogst in de late zomer en vroege herfst. Van augustus tot oktober kun je deze heerlijke peren op hun best vinden. Door hun korte beschikbaarheid is het een fruitsoort waar je echt van moet genieten tijdens de herfstmaanden. Zodra de temperaturen dalen, is het tijd om deze prachtige, sappige peer in je keuken te halen!
Wat maakt deze peer zo goed?
Peren, en met name de Poire William Rouge, hebben tal van gezonde eigenschappen die ze tot een geweldige toevoeging aan je dieet maken:
Rijk aan vezels, wat helpt bij een goede spijsvertering.
Vitamine C, dat bijdraagt aan een gezond immuunsysteem.
Kalium, dat essentieel is voor een goede bloeddrukregulatie.
Daarnaast is deze peer laag in calorieën en bevat ze geen vet of cholesterol, waardoor het een lichte maar voedzame snack is.
Dankzij haar sappigheid en zoete smaak is de Poire William Rouge niet alleen heerlijk om zo te eten, maar ook fantastisch om mee te koken of te bakken.
Receptsuggesties met Poire William Rouge
Of je nu een zoet gerecht of een hartig gerecht wilt maken, de Poire William Rouge biedt eindeloze mogelijkheden. Hier zijn enkele heerlijke ideeën om deze peer optimaal te benutten:
Tarte Tatin met poire William: Vervang de traditionele appels door Poire William Rouge in een klassieke tarte tatin. De gekarameliseerde suiker en boter combineren perfect met de zoete sappigheid van deze peer. Het geeft de tarte tatin ook een prachtig rode gloed.
Poire William in rode wijn: Pocheer de peren in een mengsel van rode wijn, suiker en kruiden zoals kaneel en steranijs. Serveer deze verfijnde en smaakvolle peren als dessert met wat vanille-ijs of een bolletje mascarpone.
Salade met Geitenkaas en poire William: Combineer plakjes Poire William Rouge met zachte geitenkaas, walnoten en rucola voor een heerlijke herfstsalade. De zoetheid van de peer vormt een perfecte balans met de hartige smaak van de geitenkaas.
Rode Peren Clafoutis: Maak een clafoutis, een eenvoudig Frans dessert, door stukjes Poire William Rouge in een romig eimengsel te bakken. Dit dessert is luchtig, zoet en een ware traktatie.
Rode Peer Chutney: Maak een heerlijke chutney met rode peren, gember, ui, azijn en specerijen. Perfect als begeleider bij een kaasplank of bij een stukje geroosterd vlees.
Genieten van de Poire William Rouge
Of je nu op zoek bent naar een gezonde snack of een speciaal ingrediënt voor een feestelijk gerecht, de Poire William Rouge biedt veelzijdigheid en smaak in elke hap. Haal deze prachtige peren in huis tijdens de herfst en geniet van hun rijke smaak in een breed scala aan gerechten.
Ik heb een heerlijke perenclafoutis gemaakt met deze bijzondere peren, die zo’n unieke smaak hebben dat ik ze graag in dit recept wilde gebruiken. Het is een eenvoudig recept dat (bijna) niet kan mislukken. Wat heb je nodig: 65 gram bloem, 65 gram suiker, 25 gram roomboter (op kamertemperatuur of licht gesmolten), 3 peren (bij voorkeur Williams Rouge, maar andere stevige peren die niet te vochtig zijn, werken ook), 2 middelgrote (scharrel)eieren – ik gebruik de eieren van mijn eigen kippen, met prachtige, oranjegele dooiers – 25 ml halfvolle of volle melk, 10 ml crème fraîche, een beetje kaneel, een scheutje vanille-extract en een flinke snuf zout.
Bereidingswijze:
Verwarm de oven voor op 200 graden. Schil de peren, snijd ze in kwarten en verwijder de steeltjes en klokhuizen. Schik de peren in een bakvorm; ik gebruik een siliconen vorm, dus invetten is niet nodig, maar als je een andere vorm gebruikt, leg dan bakpapier op de bodem en vet de zijkanten licht in met boter of olie. Klop de overige ingrediënten samen tot een glad mengsel en giet dit over de peren in de bakvorm. Bak de clafoutis in ongeveer 35 minuten goudbruin – de baktijd kan variëren afhankelijk van je oven. Als extra kun je voor het bakken wat geschaafde amandelen over de bovenkant strooien.
Je kunt dit recept ook met ander fruit maken, zoals appels. Laatst maakte ik een verrukkelijke clafoutis met 1 banaan, 1 grote rode appel en 1 peer. In plaats van kaneel gebruikte ik speculaaskruiden voor een heerlijk herfstig taartje, en gehakte walnoten uit eigen tuin maakten het nog meer à la herfst. Fantaseer, creëer, en geniet van dit veelzijdige taartje. Perfect voor in het weekend, maar eigenlijk altijd lekker!
Ragoutbakje: Een luchtig hapje vol Franse verfijning
Als je ooit in Frankrijk hebt gegeten, ben je waarschijnlijk het gerecht vol-au-vent tegengekomen. Dit luchtige bladerdeegbakje gevuld met een heerlijke ragout is een klassieker in de Franse keuken en geliefd bij zowel locals als bezoekers. Maar waar komt deze naam vandaan? Wat betekent vol-au-vent precies, en waarom is het zo’n icoon van de Franse culinaire traditie?
Wat betekent “vol-au-vent?
De naam “vol-au-vent” betekent letterlijk “vliegend op de wind”. Dit verwijst naar de buitengewoon lichte, luchtige textuur van het bladerdeeg waaruit het bakje is gemaakt. Het deeg is zo fijn en delicaat dat het bijna lijkt alsof het met de wind kan wegvliegen. De naam werd bedacht door de beroemde Franse chef-kok Marie-Antoine Carême in de 18e eeuw. Carême stond bekend om zijn liefde voor verfijnde en visueel indrukwekkende gerechten, en de vol-au-vent is daar een perfect voorbeeld van.
Een stukje geschiedenis
De vol-au-vent ontstond in een tijd waarin de Franse keuken zich steeds verder verfijnde en culinaire technieken zich snel ontwikkelden. Chef-koks zoals Carême experimenteerden volop met nieuwe vormen van bakken, en bladerdeeg was een van de favoriete ingrediënten. De vol-au-vent bood de perfecte combinatie van krokant bladerdeeg en rijke, smaakvolle vullingen zoals ragout, waardoor het al snel populair werd.
Dit gerecht werd snel een vast onderdeel van de haute cuisine en wordt nog steeds geserveerd in de beste restaurants in Frankrijk en daarbuiten. Door zijn veelzijdigheid is de vol-au-vent ook een favoriet in huiselijke keukens en op feestelijke gelegenheden.
Hoe wordt een vol-au-vent gemaakt?
Een vol-au-vent is in de basis een rond, hol bakje van bladerdeeg, dat wordt gevormd door meerdere lagen deeg op elkaar te stapelen. Dit wordt vervolgens gebakken tot het bakje licht en luchtig is. Het resultaat is een krokant deeg met een zachte, boterachtige smaak, perfect om allerlei heerlijke vullingen in te serveren.
De traditionele vulling is een romige ragout, vaak gemaakt met kip, kalfsvlees, of vis, gecombineerd met groenten en soms champignons. De rijke saus vult het luchtige bakje, wat zorgt voor een mooie balans tussen textuur en smaak. Het is de perfecte combinatie van een knapperige buitenkant en een zachte, hartige binnenkant.
Zelfgemaakte Ragoutbakjes: Simpel en Heerlijk!
Ik maak mijn ragoutbakjes altijd zelf, en ik vind ze zoveel lekkerder dan de kant-en-klare versies uit de winkel. Bovendien is het verrassend eenvoudig! Hier deel ik graag mijn recept voor heerlijke, knapperige bladerdeegbakjes.
Stap voor stap: Zelf ragoutbakjes maken
Oven voorverwarmen Verwarm de oven voor op 200 graden en bekleed je bakplaat met bakpapier of een siliconen bakmat.
Bladerdeeg uitsteken Gebruik een lap vers bladerdeeg en een ronde uitsteekvorm. Steek bijvoorbeeld 4 ronde vormen uit voor de bodems. Vervolgens steek je 8 ringen uit door een kleiner rondje uit het midden te steken – dit worden de randen van je bakjes. Het kleine uitgestoken stukje kun je gebruiken als “hoedje” voor de bakjes.
Eimengsel bereiden Kluts een ei in een kommetje. Prik met een vork gaatjes in de 4 bodemrondjes van het bladerdeeg. Bestrijk één van de ringen licht met het eimengsel en leg deze ring op een van de rondjes. Bestrijk vervolgens ook de tweede ring en leg die erbovenop. Herhaal dit voor de overige bakjes.
Bakjes bakken Bestrijk de bovenkant van de bakjes licht met het eimengsel. Plaats de bakjes in de oven en bak ze in ongeveer 15 minuten goudbruin. De hoedjes kunnen na ongeveer 10 minuten uit de oven, omdat ze sneller bruin worden en anders kunnen verbranden.
Afwerking Als de bakjes uit de oven komen, kun je voorzichtig met de achterkant van een lepel de bodem iets naar beneden duwen, zodat er meer ruimte is voor de vulling. Laat de bakjes afkoelen tot lauw of koud.
Extra tips:
Je kunt de bakjes een dag van tevoren maken, maar persoonlijk vind ik ze het lekkerst als ze vers zijn.
Vul de bakjes vlak voor het serveren met je favoriete ragout voor de beste smaak.
Experimenteer met vormen! Voor kerst kun je bijvoorbeeld een ster of kerstboomvorm gebruiken. Zorg wel altijd voor twee maten, zodat je een dubbele ring voor de buitenkant hebt.
Het zelf maken van ragoutbakjes is niet alleen leuk, maar geeft ook een heerlijk resultaat. Veel succes en vooral: geniet van deze knapperige lekkernij!
Maak grote rondjes en ringen, door met 2 uitsteek vormen te werken. de een groter dan de andere
Zelfgemaakte Kip-Champignonragout
Mijn heerlijke kip-champignonragout maak ik altijd zelf, en ik deel graag mijn eenvoudige, maar smaakvolle recept. Perfect om je zelfgemaakte ragoutbakjes mee te vullen!
Ingrediënten:
2 malse scharrelkipfilets
250 gram champignons of andere paddenstoelen
2 teentjes knoflook (geperst)
1 ui (gesnipperd)
2 theelepels worcestershiresaus
200 ml volle melk
500-600 ml (verse) kippenbouillon
1 eetlepel + 75 gram roomboter
80 gram fijne bloem
Tijm en peterselie (vers)
Zout, peper en nootmuskaat (naar smaak)
Bereidingswijze:
Kip koken Kook de kipfilets in de bouillon tot ze gaar zijn. Haal de kip uit de bouillon en bewaar de bouillon voor later. Laat de kipfilets even afkoelen en pluis ze vervolgens in dunne reepjes.
Champignons bakken Smelt 1 eetlepel boter in een pan op middelhoog vuur. Bak de ui, knoflook en champignons tot ze goudbruin zijn. Haal de gebakken vulling uit de pan en zet apart.
Roux maken Smelt in dezelfde pan de resterende boter (ongeveer 75 gram). Voeg de bloem toe en roer op laag vuur tot een glad mengsel (roux). Laat de roux een paar minuten garen zodat de bloem goed wordt opgenomen.
Ragoutbasis bereiden Voeg de worcestershiresaus en de melk toe aan de roux, en roer goed door. Schenk vervolgens beetje bij beetje ongeveer 500 ml van de kippenbouillon erbij, totdat je een mooie, romige saus hebt. De hoeveelheid bouillon kan variëren, afhankelijk van hoe dik je de ragout wilt hebben.
Ragout afmaken Roer de gepluisde kip, de gebakken champignons, knoflook en ui door de ragout. Voeg de verse tijm, nootmuskaat, zout en peper naar smaak toe. Laat het geheel zachtjes pruttelen, zodat de smaken goed samenkomen en de ragout de juiste dikte krijgt.
Afwerking Proef de ragout en voeg indien nodig extra kruiden, zout of peper toe. Vul vervolgens je ragoutbakjes met deze heerlijke ragout. Garneer met de achtergehouden fijngehakte peterselie voor een frisse touch.
Tip: Deze ragout is ook heerlijk met andere paddenstoelen, zoals shiitake of oesterzwammen, voor een extra rijke smaak. Serveer de ragout warm in zelfgemaakte bladerdeegbakjes voor een feestelijke maaltijd
Hier zijn enkele heerlijke vegetarische varianten voor ragout die perfect werken met zelfgemaakte ragoutbakjes:
1. Champignonragout
Ingrediënten: 250 gram gemengde paddenstoelen (shiitake, oesterzwammen, champignons), 1 ui, 2 teentjes knoflook, 75 gram roomboter, 80 gram bloem, 500 ml groentebouillon, 200 ml melk, tijm, peterselie, zout en peper.
Bereiding: Bak de ui, knoflook en paddenstoelen in wat boter tot ze goudbruin zijn. Maak een roux met de resterende boter en bloem, en voeg langzaam de groentebouillon en melk toe. Breng op smaak met tijm, zout en peper. Roer de gebakken paddenstoelen erdoor en laat zachtjes pruttelen.
2. Prei-Mosterdragout
Ingrediënten: 2 preien, 1 eetlepel grove mosterd, 75 gram roomboter, 80 gram bloem, 500 ml groentebouillon, 200 ml melk, tijm, zout en peper.
Bereiding: Bak de prei in wat boter tot deze zacht is. Maak vervolgens een roux met de resterende boter en bloem. Voeg de groentebouillon en melk toe, roer tot een gladde saus. Meng de mosterd en de gebakken prei erdoor en breng op smaak met zout, peper en tijm.
3. Spinazie-Ricottaragout
Ingrediënten: 300 gram verse spinazie, 150 gram ricotta, 1 ui, 2 teentjes knoflook, 75 gram roomboter, 80 gram bloem, 500 ml groentebouillon, 200 ml melk, nootmuskaat, zout en peper.
Bereiding: Bak de ui en knoflook tot ze zacht zijn, voeg de spinazie toe en laat deze slinken. Maak een roux met de boter en bloem, voeg de groentebouillon en melk toe, en breng op smaak met nootmuskaat, zout en peper. Meng vervolgens de ricotta en de spinazie door de saus en laat kort pruttelen.
Een herfstdag in de Bourgogne: wandelen, havermoutkoekjes bakken, thee leuten en aquarelleren
Vandaag hebben Lies, de honden en ik weer een heerlijke wandeling gemaakt. Het is nog niet echt koud hier in de Bourgogne, en deze tijd van het jaar is eigenlijk perfect om te lopen – veel fijner dan in de hete zomer. Onderweg zagen we nog een enkele vlinder fladderen en wat blaadjes zachtjes van de bomen dwarrelen. Thuisgekomen, besloot ik havermoutkoekjes te bakken.
De koekjes zijn eenvoudig te maken, en hoewel ze niet echt onder de categorie ‘gezond’ vallen door de suiker, zijn ze toch een stuk beter dan de meeste fabriekskoekjes. Dankzij de relatief kleine hoeveelheid boter kun je ze gerust eens proberen. Ik maal de havermout vaak fijn voor een zachtere textuur, maar als je liever een grovere structuur hebt, is dat helemaal niet nodig. De ingrediënten zijn simpel: alles wordt gemengd, waarna je kleine balletjes ter grootte van een walnoot vormt. Deze leg je op een herbruikbare siliconenmat of gewoon bakpapier op een bakplaat.
De koekjes, ze zijn heel lekker!De koekjes voordat ze de oven in gaan, ik heb de noten er als laatste ingedruktHet deeg, het is nog wat plakkerig dat is geen probleem voor de koekjes
Je kunt de koekjes naar wens vullen met pure chocolade, grof gehakte noten, rozijnen of stukjes fruit. Vandaag heb ik gekozen voor grof gehakte pure chocolade en walnoten uit onze eigen tuin, samen met wat andere noten die ik nog had liggen. Ik bakte ze op 200 graden gedurende 15 minuten. In het begin zijn ze nog zacht, maar terwijl ze afkoelen, worden ze heerlijk krokant. Dit recept leverde me zo’n 15 koekjes op, perfect voor deze tijd van het jaar!
Nu genieten we van een kruidenthee met een versgebakken havermoutkoekje erbij. Ondertussen heb ik ook nog een aquarel geschilderd en het hele huis ruikt heerlijk, want in de slowcooker pruttelt de groente-kippensoep voor vanavond. Morgen maak ik een ovenschotel met pastinaak en pompoen, een combinatie van smaken die echt bij de herfst passen. Pastinaak is een vergeten groente, maar o zo lekker! Het recept zal ik morgen delen.
Warm jezelf op met de volle smaken van geroosterde pompoen en wortel – de perfecte herfstsoep voor kortere dagen
Lies en ik werken veel uren voor ons bedrijf CoukoeLifestyle, maar één Franse gewoonte hebben we graag overgenomen: we eten warm tussen de middag. Vandaag stond deze verrukkelijke pompoen-wortelsoep op het menu, gemaakt met groenten grotendeels uit onze eigen moestuin – hoe luxe en makkelijk is dat! De herfst in de Bourgogne brengt niet alleen een prachtige kleurenpracht, maar ook koelere dagen, perfect om te genieten van een verwarmende soep. Het roosteren van de groenten geeft de soep een extra diepe, zoete smaak en een zachte, fluweelachtige textuur. Door de karamelisatie komen de natuurlijke smaken van de pompoen en wortel nóg beter tot hun recht, en zo wordt elke lepel een pure traktatie van het seizoen.
Het recept: ingrediënten en bereidingswijze
Ingrediënten:
1 middelgrote pompoen, geschild en in blokjes gesneden
3 wortels, geschild en in stukjes gesneden
1 ui, grof gesneden
3 teentjes knoflook, ongepeld
1,5 liter groentebouillon
1 eetlepel olijfolie
1 theelepel komijnpoeder
1 theelepel paprikapoeder
Een snufje chilipoeder (optioneel)
Zout en peper naar smaak
100 ml room of kokosmelk
Verse kruiden, zoals peterselie of koriander, ter garnering
Bereiding:
Voorverwarmen: Verwarm de oven voor op 200°C.
Groenten roosteren: Leg de pompoen, wortels, ui en knoflookteentjes (in de schil) op een bakplaat. Besprenkel met olijfolie, komijnpoeder, paprikapoeder, zout en peper. Rooster de groenten in de oven voor ongeveer 25-30 minuten, tot ze zacht en licht gekarameliseerd zijn.
Bouillon bereiden: Verwarm ondertussen de groentebouillon in een grote pan.
Knoflook schillen: Haal de geroosterde knoflook uit de schil en voeg toe aan de geroosterde groenten.
Soep maken: Doe de geroosterde groenten in de pan met de hete bouillon. Laat dit 5-10 minuten zachtjes koken om de smaken samen te laten komen.
Pureren: Pureer de soep met een staafmixer of blender tot een gladde soep. Voeg de room of kokosmelk toe en meng goed.
Op smaak brengen: Proef en breng op smaak met extra zout, peper of chilipoeder, afhankelijk van je smaak.
Serveren: Garneer met verse kruiden en eventueel een scheutje extra room. Serveer de soep met een stuk knapperig brood.
Tip: Deze soep is perfect voor een herfstige lunch of diner, en je kunt hem ook makkelijk van tevoren maken. Geniet van de diepe, warme smaken van de geroosterde pompoen en wortel!
De bereidingstijd voor de Herfstsoep van Geroosterde Pompoen en Wortel is ongeveer 45 minuten (inclusief roosteren).
Dit recept is voldoende voor 4 tot 6 personen, afhankelijk van de portiegrootte.
Trakteer jezelf op deze verrukkelijke soep, met de volle smaken van geroosterde pompoen en wortel – de perfecte herfstsoep voor de alweer kortere dagen!
Lies en ik werken veel uren voor ons bedrijf CoukoeLifestyle, maar één Franse gewoonte hebben we graag overgenomen: we eten warm tussen de middag. Vandaag stond deze verrukkelijke pompoen-wortelsoep op het menu, gemaakt met groenten grotendeels uit onze eigen moestuin – hoe luxe en makkelijk is dat! De herfst in de Bourgogne brengt niet alleen een prachtige kleurenpracht, maar ook zalige soepjes. Het roosteren van de groenten geeft de soep een extra diepe, zoete smaak en een zachte, fluweelachtige textuur. Door de karamelisatie komen de natuurlijke smaken van de pompoen en wortel nóg beter tot hun recht, en zo wordt elke lepel een echt feestje van het seizoen.
Het recept: ingrediënten en bereidingswijze
Ingrediënten:
1 middelgrote pompoen, geschild en in blokjes gesneden
3 wortels, geschild en in stukjes gesneden
1 ui, grof gesneden
3 teentjes knoflook, ongepeld
1,5 liter groentebouillon
1 eetlepel olijfolie
1 theelepel komijnpoeder
1 theelepel paprikapoeder
Een snufje chilipoeder (optioneel)
Zout en peper naar smaak
100 ml room of kokosmelk
Verse kruiden, zoals peterselie of koriander, ter garnering
Bereidingswijze:
Voorverwarmen: Verwarm de oven voor op 200°C.
Groenten roosteren: Leg de pompoen, wortels, ui en knoflookteentjes (in de schil) op een bakplaat. Besprenkel met olijfolie, komijnpoeder, paprikapoeder, zout en peper. Rooster de groenten in de oven voor ongeveer 25-30 minuten, tot ze zacht en licht gekarameliseerd zijn.
Bouillon bereiden: Verwarm ondertussen de groentebouillon in een grote pan.
Knoflook schillen: Haal de geroosterde knoflook uit de schil en voeg toe aan de geroosterde groenten.
Soep maken: Doe de geroosterde groenten in de pan met de hete bouillon. Laat dit 5-10 minuten zachtjes koken om de smaken samen te laten komen.
Pureren: Pureer de soep met een staafmixer of blender tot een gladde soep. Voeg de room of kokosmelk toe en meng goed.
Op smaak brengen: Proef en breng op smaak met extra zout, peper of chilipoeder, afhankelijk van je smaak.
Serveren: Garneer met verse kruiden en eventueel een scheutje extra room. Serveer de soep met een stuk knapperig brood.
Tip: Deze soep is perfect voor een herfstige lunch of diner, en je kunt hem ook makkelijk van tevoren maken. Geniet van de diepe, warme smaken van de geroosterde pompoen en wortel!
De bereidingstijd voor de Herfstsoep van Geroosterde Pompoen en Wortel is ongeveer 45 minuten (inclusief roosteren).
Dit recept is voldoende voor4 tot 6 personen, afhankelijk van de portiegrootte.
Vers uit eigen boomgaard – een tartelette met een vleugje joie de vivre en puur moestuingeluk
Even een hapje tussendoor – ik maak altijd extra veel, voor onverwachte visite én zodat ik zelf wat vaker kan proeven 😉 Dit alles in mijn prachtige buitenkeuken, waar de aangename herfsttemperaturen het mogelijk maken om heerlijk buiten te koken, bakken en genieten!
Vandaag heb ik weer mijn vertrouwde CoukoeLifestyle keukenschort aangetrokken om heerlijke vijgentaartjes te maken. Ook mijn frambozenplant blijft maar frambozen geven, wat ik natuurlijk helemaal niet erg vind! Dus besloot ik er ook wat frambozen bij de vulling te doen – die voeg ik trouwens pas na het bakken toe, voor extra frisheid.
De crumble maakt deze vijgentaartjes echt onweerstaanbaar. Ik maak altijd een dubbele lading, want die is hier favoriet. We gebruiken het op alles: in de yoghurt, over zondagse pannenkoekjes, en als ik heel eerlijk ben, snoep ik soms stiekem een klein handje uit de luchtdichte bak waarin ik het bewaar. Als je het goed opbergt, blijft de crumble heerlijk vers en knapperig.
Ondanks de vele regen en de slakken in het voorjaar, doen mijn vijgen en frambozen het fantastisch goed. Dat betekent volop vijgentaartjes, vijgenjam en zelfs chutney, soms gecombineerd met frambozen. Het recept van deze heerlijke vijgentaartjes komt rechtstreeks uit ons eigen CoukoeLifestyle Kookboek– een perfect weekendtaartje, simpel te maken en ongelooflijk lekker. En eerlijk gezegd ook doordeweeks onweerstaanbaar!
Eigenlijk zijn deze taartjes heel eenvoudig en vragen ze niet eens om een ingewikkeld recept. Begin met een rol vers bladerdeeg, bij voorkeur roomboter. Sorry voor alle lijners, maar roomboter maakt deze taartjes echt zoveel lekkerder! Snijd het deeg in vieren en vouw de buitenste randen naar binnen. Druk ze plat en bewerk de randen met een vorkje, zodat er een mooi patroontje ontstaat. Prik gaatjes in het midden van het deeg.
Maak een mengsel van suiker, vanillesuiker en een vleugje kaneel (mijn favoriete combinatie). Als je niet van kaneel houdt, kun je het gerust weglaten. Strooi dit mengsel over de deegflapjes.
Ik ben gezegend met een overvloed aan fruit in mijn tuin, dus plukte ik verse vijgen en frambozen. Was de vijgen en snijd ze in kwarten. Omdat mijn vijgen vrij groot zijn, gebruik ik één vijg per taartje. Leg de vijgenkwarten op het deeg en bestrijk de randen met losgeklopt eigeel voor een mooie, goudbruine kleur. Strooi vervolgens nog wat van het suikermengsel over de vijgen en bak de taartjes ongeveer 20 minuten op 180 graden, of tot het deeg goudbruin is. Na het bakken voeg ik een handje verse frambozen toe en strooi ik crumble over de taartjes voor extra smaak en textuur.
De vijgen geven tijdens het bakken wat vocht af, wat de smaak alleen maar intenser maakt doordat het in de poreuze bodem trekt. Voor deze heerlijke taartjes heb je nodig: vers bladerdeeg, suiker, vanillesuiker, kaneel, een eitje, verse vijgen en eventueel frambozen.
En nu de herfst zijn intrede doet – een zalig seizoen – kun je eindeloos variëren. Vervang de vijgen bijvoorbeeld door appelschijfjes. Ik bak ze kort in de koekenpan met een beetje honing uit de Morvan, wat ze heerlijk zacht maakt. Voeg wat kaneel en speculaaskruiden toe voor een extra warme smaak. Peren met walnoot zijn ook een geweldige optie, maar peren geven wel wat meer vocht af. Om dat op te vangen, kun je een dun laagje maizena of custard over de bodem strooien.
Extra lekker worden de taartjes met een topping van crumble. Dit kruimeldeeg maak je heel eenvoudig zelf en je kunt het naar wens grof of fijn maken. Hoewel je de crumble mee kunt bakken op het taartje, bak ik het liever apart voor die extra knapperigheid.
Optioneel: 40 gram fijngehakte noten zoals pecan, amandel, hazelnoot of walnoot (bij voorkeur vers uit eigen tuin)
2 theelepels specerijen (zoals speculaas, kaneel of gingerbread)
Een goede snuf zout
Ik werk graag met mijn handen voor dit deeg. Doe alle ingrediënten in een kom en voeg koude boter in kleine blokjes toe. Wrijf de boter tussen je vingers en meng het met de overige ingrediënten tot een stevig, maar kruimelig deeg. Het deeg zal uiteindelijk net wel of net niet samenhangend worden – en dat is precies goed. Je bepaalt zelf hoe grof of fijn je de kruimels wilt.
Wil je de crumble los bakken? Verspreid de kruimels over een met bakpapier beklede bakplaat en bak ze 12-15 minuten op 180°C (boven- en onderwarmte), of tot ze goudbruin zijn. Het resultaat? Heerlijke, knapperige kruimels die je taartjes naar een hoger niveau tillen!
Geniet van de rijke smaak van schapenkaas in een Bourgondisch gerecht vol traditie
Schapenkaas in de Bourgogne
Ons geliefde Bourgogne – waar de zonnebloemen hun laatste bloei beleven, de koeien nog vredig genieten van het gras en het warme zonnetje, en de boeren druk bezig zijn met het binnenhalen van hun hooi en stro.
In dit prachtige landschap, waar de tijd soms lijkt stil te staan, genieten wij vaak van een lokale delicatesse: schapenkaas.
In de Bourgogne is schapenkaas een geliefd product, bereid van de melk van bijzondere schapenrassen zoals de Lacaune en Basco-Béarnaise. Hoewel deze rassen oorspronkelijk uit andere delen van Frankrijk komen, hebben ze hier hun thuis gevonden, en leveren ze melk van uitzonderlijke kwaliteit. De schapenkaas staat bekend om zijn romige, rijke smaak en kan zowel vers als gerijpt worden gegeten.
Denk aan iconische Franse schapenkazen zoals Roquefort en Ossau-Iraty, maar ook de Bourgogne kent haar eigen varianten, die vaak op de lokale markten te vinden zijn. Vandaag delen wij een van onze favoriete recepten met schapenkaas – een eenvoudige en heerlijke manier om van deze regionale schat te genieten.
Recept: Herfst salade met gebakken schapenkaas
Ingrediënten:
150g zachte schapenkaas (bijv. Ossau-Iraty of een lokale variant)
200g gemengde sla (bijv. veldsla, rucola)
1 peer, in dunne schijfjes gesneden
50g walnoten
1 eetlepel honing
2 eetlepels olijfolie
1 eetlepel balsamicoazijn
Zout en peper naar smaak
Bereidingswijze:
Verhit een koekenpan op middelhoog vuur en voeg de walnoten toe. Rooster ze lichtjes en zet ze opzij.
Snijd de schapenkaas in plakjes van ongeveer 1 cm dik.
Verhit in dezelfde pan een beetje olijfolie en bak de plakjes schapenkaas kort, totdat ze goudbruin zijn aan beide kanten.
Meng in een kom de sla, peer en geroosterde walnoten.
Maak een dressing van de olijfolie, balsamicoazijn, honing, zout en peper. Giet dit over de salade en meng goed.
Serveer de salade op borden en leg de gebakken schapenkaas er bovenop.
Tip: Voeg eventueel wat verse kruiden toe zoals tijm of rozemarijn voor extra smaak.
Bij deze herfstsalade heb ik weer enkele sfeervolle aquarellen geschilderd om het moment volledig vast te leggen. De salade doet denken aan de klassieke warme geitenkaassalade, maar de smaakbeleving is uniek door de toevoeging van schapenkaas.
Om te beginnen: ik ben helemaal gek op écht Frans stokbrood. Knapperig aan de buitenkant, zacht en vol van smaak aan de binnenkant – een ware traktatie. Mijn favoriet? Dopen in heerlijke olijfolie met een snufje fleur de sel, simpelweg genieten. Een verse baguette met een dun laagje gezouten boter en mijn zelfgemaakte confituur erop, dat is puur geluk. In Parijs neem ik vaak een vers stokbrood van de bakker, besmeer het met boter en leg er een plak ham op. Maar zelfs zonder iets erop, vers van de bakker, is het al hemels. Het moet echter écht Frans stokbrood zijn. In Nederland moet ik altijd glimlachen wanneer er ‘het echte Franse stokbrood’ op de verpakking staat. Zelfs met een blinddoek om zou ik het verschil proeven, en zonder blinddoek zou ik het ook meteen zien – het is de totale ervaring.
Hier in ons dorpje zie je auto’s stoppen bij de bakker, iedereen loopt naar binnen voor een stokbrood met een wit papiertje eromheen. En dan hup, weer aan het werk. Toch heb ik ook een zwak voor écht Nederlands meerzadenbrood, iets wat je hier bijna niet ziet. Gelukkig bak ik tegenwoordig zelf mijn brood weer met de hand, na een periode met de broodmachine. Het voelt nét even lekkerder. Uit Nederland neem ik altijd een stuk belegen Hollandse kaas mee, vacuüm verpakt – heerlijk op mijn bruine brood. Kiezen tussen de twee hoeft niet; ik eet ze allebei en geniet elke keer weermeeste traditionele Franse stokbroden zoals baguette, flûte, ficelle, en bâtard worden doorgaans gemaakt van wit tarwemeel. Het specifieke type meel dat vaak wordt gebruikt voor deze broden in Frankrijk is Type 55 (T55), een wit bloemsoort met een relatief laag asgehalte in vergelijking met volkorenmeel. Dit zorgt voor een lichtere, fijnere structuur, die kenmerkend is voor de klassieke Franse stokbroden.
Hoewel de meeste stokbroden van wit meel worden gemaakt, zijn er ook varianten die gebruik maken van volkorenmeel, roggebloem of andere soorten, maar de typische witte stokbroden zoals de baguette gebruiken doorgaans T55.
Dit meel wordt speciaal gemalen voor het maken van deze luchtige en knapperige broden, en hoewel het tarwemeel is, verschilt het in kwaliteit en consistentie van standaard bloem. Het zorgt ervoor dat het brood de juiste textuur en korst krijgt, die zo typerend is voor Franse stokbroden. Hieronder vind je mijn recept voor mijn bruine brood, aan het Franse stokbrood heb ik me niet gewaagd en waarom zou ik ook, de echte Franse bakker is vlakbij.
Ingrediënten:
300 g volkorenmeel
100 g tarwebloem (bijv. T65 of patentbloem)
50 g gemengde zaden (bijv. zonnebloempitten, pompoenpitten, lijnzaad, sesamzaad)
7 g droge gist (of 21 g verse gist)
8 g zout (ongeveer 1 theelepel)
300 ml lauwwarm water
1 eetlepel olijfolie (optioneel)
1 eetlepel honing (optioneel, voor een subtiel zoete smaak)
Extra zaden voor de bovenkant van het brood
Bereidingswijze:
Meng de droge ingrediënten: Meng het volkorenmeel, tarwebloem, zout, gist en de gemengde zaden in een grote kom.
Voeg het water toe: Maak een kuiltje in het midden van het meel en giet hier langzaam het lauwwarme water in. Voeg ook de olijfolie en honing toe (optioneel). Meng alles tot een samenhangend deeg.
Kneed het deeg: Kneed het deeg ongeveer 10 minuten met de hand op een licht met bloem bestoven werkblad, of 5 minuten in een keukenmachine met deeghaak, totdat het soepel en elastisch is.
Eerste rijs: Plaats het deeg in een licht ingevette kom, dek af met een vochtige theedoek of plastic folie, en laat het ongeveer 1 tot 1,5 uur rijzen op een warme plek, tot het in volume verdubbeld is.
Vorm het brood: Kneed het deeg na het rijzen kort door om de lucht eruit te slaan. Vorm het vervolgens tot een brood (bijv. een bol of langwerpig). Leg het in een ingevette broodvorm of op een met bakpapier beklede bakplaat.
Tweede rijs: Dek het gevormde brood af en laat het nog eens 30-45 minuten rijzen. Verwarm ondertussen de oven voor op 220°C.
Bestrooi met zaden: Bestrijk het brood licht met water en bestrooi de bovenkant met extra zaden voor een decoratieve afwerking. Ik snij mijn broden in aan de bovenkant.
Bak het brood: Plaats het brood in de voorverwarmde oven en bak het gedurende 25-30 minuten, tot het goudbruin is en hol klinkt als je op de onderkant klopt. Voor een knapperige buitenkant zet ik onderaan de oven een klein ovenvast bakje met kokend water.
Afkoelen: Laat het brood volledig afkoelen op een rooster voordat je het aansnijdt. Omdat ik altijd 2 broden bak, vries ik 1 brood in nadat het brood is afgekoeld.
Geniet van je zelfgemaakte meerzadenbrood – heerlijk met kaas, beleg of gewoon zo!
Wat een succesvolle zomer hebben we tot nu toe gehad! Als jong bedrijf hebben we zoveel geïllustreerde kookboeken verkocht, talloze keukentextielen, en momenteel vliegen de houten serveerplanken—vaak gepersonaliseerd—de deur uit. Ik hou van de zomer, maar als september aanbreekt, word ik misschien nog gelukkiger. De avonden worden al iets korter, maar dat maakt het des te gezelliger wanneer we de vuurkorf aansteken.
Dauw en mist zweven boven de uitgestrekte weilanden en tussen de glooiende heuvels van het ongerepte, prachtige Parc du Morvan. Ik ben dol op de aardse geuren en de paddenstoelen die weldra zullen verschijnen. September is mijn favoriete maand, vol lange wandelingen en de rust die terugkeert nu veel toeristen huiswaarts zijn gekeerd.
De spinnen met hun kunstige webben bieden prachtige fotomomenten, al vind ik het iets minder leuk dat ze ook onze huizen intrekken. Maar ik zet ze altijd diervriendelijk buiten, want spinnen zijn nuttige insecten.
En dan zijn er de septemberklassiekers in de keuken: gratin Dauphinois, coq au vin, ratatouille, boeuf Bourguignon, moules marinières, kweeperen, appels, vijgen en bramen—kom maar op, september! Ik begroet je met open armen, et bon appétit!
Geschiedenis en weetjes van mijn recept van de eerste september “gratin Dauphinois”
De Gratin Dauphinois is een klassiek Frans gerecht met een rijke geschiedenis die teruggaat tot de 18e eeuw. Dit gerecht komt oorspronkelijk uit de Dauphiné-regio in Zuidoost-Frankrijk, die ligt aan de voet van de Alpen. Het gerecht ontleent zijn naam aan deze regio, wat aangeeft dat het een specialiteit van de streek is.
Oorsprong en ontwikkeling:
De eerste schriftelijke vermelding van Gratin Dauphinois dateert van 12 juli 1788, toen het gerecht werd geserveerd tijdens een diner dat werd gehouden door Charles-Henri, hertog van Clermont-Tonnerre, toenmalig bevelhebber van het Dauphiné-leger. Dit gerecht was oorspronkelijk een eenvoudige schotel die in landelijke huishoudens werd bereid, met aardappelen die werden gesneden en gelaagd met room en soms melk, en vervolgens langzaam werden gebakken in de oven tot ze zacht en goudbruin waren.
Ingrediënten:
De traditionele Gratin Dauphinois bevat geen kaas, wat het onderscheidt van andere aardappelgratin-gerechten. Het gerecht is gebaseerd op een paar eenvoudige ingrediënten: aardappelen, room (soms in combinatie met melk), knoflook, zout, peper en nootmuskaat. Deze ingrediënten worden langzaam gegaard, zodat de aardappelen de rijke, romige smaak van de room opnemen en een zachte, smeuïge textuur krijgen.
Bereidingswijze:
Het gerecht werd oorspronkelijk gekookt in een zware, aardenwerken schaal die in de haard werd geplaatst, waar het langzaam kon garen. Tegenwoordig wordt Gratin Dauphinois meestal in de oven bereid. De aardappelen worden dun gesneden en gelaagd in de schaal, afgewisseld met room en kruiden. De lange, langzame kooktijd zorgt ervoor dat de aardappelen perfect gaar worden en de smaken zich goed vermengen.
Culinaire invloed:
Gratin Dauphinois is een geliefd gerecht geworden in heel Frankrijk en daarbuiten. Het wordt vaak geserveerd als bijgerecht bij vleesgerechten, zoals gebraden kip, lam of rundvlees, en past goed bij de rijke, volle smaken van de herfst en winter. Hoewel het oorspronkelijk een gerecht was uit de arme landelijke keuken, is het door de tijd heen uitgegroeid tot een verfijnde delicatesse die in veel restaurants op de menukaart staat.
Variaties:
Hoewel de traditionele versie strikt is in zijn eenvoud, zijn er door de jaren heen verschillende variaties van Gratin Dauphinois ontstaan. Sommige recepten voegen kaas toe, zoals Gruyère of Comté, voor een extra laag smaak en textuur. Andere versies kunnen kruiden zoals tijm of rozemarijn bevatten, of zelfs een vleugje knapperig spek.
Gratin Dauphinois blijft een iconisch gerecht dat de Franse culinaire traditie eer aandoet, met zijn eenvoudige maar rijke combinatie van aardappelen en room die de smaak van het terroir van de Dauphiné perfect vangt.
Ingrediënten:
1 kg vastkokende aardappelen
2 teentjes knoflook
500 ml slagroom
250 ml melk
50 g boter (voor het invetten van de schaal)
Zout en peper naar smaak
Optioneel: een snufje nootmuskaat
Bereidingswijze:
Voorbereiding:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Vet een ovenschaal in met boter.
Pel de knoflook en snijd deze doormidden. Wrijf de binnenkant van de ovenschaal in met de gesneden knoflook voor extra smaak.
Aardappelen voorbereiden:
Schil de aardappelen en snijd ze in dunne plakjes (ongeveer 3 mm dik).
Gratin samenstellen:
Leg de aardappelschijfjes dakpansgewijs in de ovenschaal.
Breng in een pan de slagroom en melk aan de kook met zout, peper en eventueel een snufje nootmuskaat. Giet het mengsel over de aardappelen, zodat ze net onder staan.
Bakken:
Bak de gratin 60 tot 75 minuten in de voorverwarmde oven, tot de aardappelen zacht zijn en de bovenkant goudbruin is.
Serveren:
Laat de gratin enkele minuten rusten voordat je hem serveert, zodat hij kan opstijven.
Lekker bij de ratatouille: Dit Provençaalse groentegerecht van aubergine, courgette, paprika, en tomaat voegt een vleugje frisheid en kleur toe naast de gratin. Ik gebruik groenten uit mijn eigen moestuin. Vegetarische maaltijd en je mist geen vlees.
Persoonlijke noot:Deze klassieke Franse taart is intens, een ware explosie van smaken. Ik had graag foto’s willen maken van de prachtige laagjes – de knapperige bodem, de frisse citroencrème, en de luchtige meringue – maar de taart was zo snel op dat ik daar niet eens de kans voor kreeg. Deze taart vraagt om wat geduld en aandacht voor het recept, waarbij nauwkeurig wegen essentieel is. Hoewel gewone Franse meringue uitstekend werkt, maakt de Italiaanse variant het net iets uitdagender. Door de pieken van de meringue met een brander te kleuren, worden ze beschermd tegen uitdrogen, wat een prachtige afwerking geeft. Dit is echt een bijzondere taart die je een keertje zelf gemaakt moet hebben.
Geschiedenis
De Tarte au citron meringuéeis een klassieker in de Franse patisserie. Deze combinatie van een knapperige pâte sucrée, romige citroenvulling en luchtige meringue is al sinds de 19e eeuw geliefd.
In Frankrijk, met name aan de Côte d’Azur, vieren ze elk jaar de citroenen oogst tijdens het beroemde Fête du Citron in Menton. In Nederland is het lastig om deze citroenen te kopen. Kies in ieder geval voor mooie, liefst biologische citroenen, dat proef je zeker terug in je citroen taart.
Bereidingswijze tarte au citron meringuée:
Ingrediënten voor het zoete kruimeldeeg: 250 g fijne bloem 135 g gekoelde boter in kleine blokjes 2-3 eetlepels koud water snuf zout 2 el fijne kristalsuiker
Voor de vulling: 30 g bloem 30 g maïzena 250 g fijne kristalsuiker 2 dl citroensap (ongeveer) 1 el geraspte (biologische) citroenschil 50 g ongezouten boter in kleine blokjes 6 eidooiers, ik gebruik eidooiers van mijn eigen scharrel kipjes
Voor de normale simpele meringue: 3 eiwitten 170 g suiker
*ik maak Italiaanse merinque, ingrediënten:
4 eiwitten
200 g kristalsuiker
60 ml water
Bereidingswijze Italiaanse meringue:
Suikersiroop maken: Breng het water en de suiker in een pan aan de kook. Kook tot de siroop een temperatuur van 118°C bereikt (gebruik een suikerthermometer).
Eiwitten opkloppen: Terwijl de siroop kookt, klop je de eiwitten in een schone kom tot zachte pieken.
Suikersiroop toevoegen: Giet de hete suikersiroop in een dunne straal, al kloppend, bij de eiwitten. Blijf kloppen tot de meringue dik, glanzend en afgekoeld is.
Bereidingswijze voor de Franse klassieke citroen taart:
1. Zeef de bloem met een snufje zout in een kom. Kneed de boter door het deeg met je vingertoppen. Voeg 2 el fijne kristalsuiker toe aan het deeg en meng door elkaar. Maak een kuiltje in het midden, voeg het water toe en meng het tot een samenhangend geheel. Wikkel in folie en leg het deeg 30 minuten in de koelkast.
2. Vet een taartvorm in en rol het deeg uit tussen twee vellen bakpapier. Leg de deeglap in de vorm en snijd het overtollige deeg weg.
3. Vul de vorm met een laag bakpapier en vul met bakbonen of bakrijst en bak het deeg 15 minuten blind in de oven op 200º graden (180 º hetelucht). Verwijder de bakbonen of de rijst en het bakpapier en bak nog 15-20 minuten. Haal uit de oven en laat afkoelen.
4. Maak de vulling van de taart door de bloem, de maïzena, de suiker, het citroensap en de citroenschil in een pan te doen en aan te lengen met 3 dl water. Zet de pan op het vuur en roer het geheel met een garde goed door. Na twee minuten koken is het mengsel dikker van structuur. Haal de pan van het vuur en laat iets afkoelen.
5. Voeg de boter en de zes eidooiers toe ( de mix moet niet meer te warm zijn) en mix deze er goed doorheen. Roer nog twee minuten door op laag vuur en verdeel het mengsel over de taartbodem. Laat afkoelen.
6. Klop de drie eiwitten in een vetvrije kom stijf en voeg de suiker toe. Mix tot de meringue in pieken omhoog blijft staan.
7. Verdeel de meringue over de citroenvulling. Vorm met een vork wat extra pieken in de meringue. Ik gebruik een spuitzak met spuitmondje om mooie pieken te maken. En in plaats van “gewone” meringue gebruik ik Italiaanse meringue.
Bak de taart 8-10 minuten onder de grill tot deze lichtbruin en gaar is, of verwarm de pieken van het eiwitschuim voorzichtig met een crème brûlée brander.
Als je bodem klaar is, leg die met bakpapier in de bakvormBak de bodem blind met bakbonen of gewone bonen, of rijstUiteindelijk moet de bodem er zo uitzien nadat deze uit de oven komtVerdeel de citroen crémeAls je kiest voor Italiaanse meringue, gebruik dan een suiker thermometerMet een spuitzak met groot spuitmondje kan je makkelijk de meringue verdelen en pieken makenAls je alle toefjes hebt gemaakt kan je de eiwit toefjes met een kleine brandertje voorzichtig branden. Of je zet de taart even in de oven op de grill standDe aquarel van de citroen, meringue taartCitroenen