“In juli, als de hitte alles vertraagt, is een ijsje (uit eigen tuin) het allerlekkerst.”
Elke Bourgondische zomer is het raak – dan begint het grote ijsjes maken! Wanneer de thermometer richting de 40 graden kruipt (zoals nu!), trek ik me terug in de koelte van de keuken en tover ik fruit uit de tuin om tot heerlijke verkoelende traktaties. Waterijs, fruitijsjes, en ook romige varianten, alles passeert de revue.
Eén van mijn favorieten is perenijs: fris, subtiel zoet en verrassend zacht van smaak. De peren voor mijn ijsjes zijn soms nog niet helemaal rijp in de tuin, dus koop ik dan biologische exemplaren – voelt altijd een beetje gek als je alles normaal zelf oogst uit moestuin of boomgaard. Maar: voor goede ijsjes mag dat best.
Behalve fruitijsjes maak ik ook speelse ijsjes, zoals bevroren plakjes banaan op een tapasprikker, even invriezen, dippen in gesmolten chocolade en daarna door gehakte nootjes halen. Superleuk om te doen, vooral met Lies – die dol is op manga en alles wat ‘kawaii’ is (lees: schattig). Daarom heb ik inmiddels een flinke verzameling schattige ijsvormpjes. Van mini tot maxi. En als je geen vormpjes hebt? Een leeg yoghurtbakje en een houten stokje volstaan ook.
Dit voorjaar maakte ik zelfs ijsjes met vlierbloesemsiroop. Eén variant met lavendel, één met citroen – beide verrassend verfijnd. En in mijn kookboek staan drie geliefde Franse familie-recepten voor ijsjes, inclusief een vrolijke aquarel van mezelf in het zwembad, gestippeld badpak, zwemband, ijsje in de hand… Je ziet het zomerplezier er zo vanaf spatten.
🍐 Recept: Perenijsjes (± 4 stuks)
Ingrediënten – 2 grote peren (geschild, zonder klokhuis, in blokjes – ± 250 g) – 1/4 biologische citroen (sap) – 1 eetlepel honing (ik gebruikte honing van de imker uit de Morvan) – 1 snufje fijn zeezout – 6 eetlepels water – 1 mokkalepeltje vanille-extract
Bereiding
Pureer alles in de keukenmachine tot een gladde massa. Je hebt ± 260 ml nodig.
Voeg eventueel een beetje water toe tot je op volume zit.
Giet het mengsel direct in de ijsvormpjes – perensap verkleurt namelijk snel!
Zet de stokjes erin en vries 4–6 uur.
Heb je geen stokjeshouder? Steek ze er dan na 1–2 uur in, als het mengsel al iets steviger is.
Houd de vorm even onder warm water om de ijsjes makkelijk los te krijgen.
💡 Tip van Pien: gebruik het liefst rijpe peren met een zachte smaak, en zorg dat je snel werkt na het pureren om verkleuring te voorkomen!
🍌 Extra leuk: mini-bananenijsjes met topping
Snijd banaan in plakjes, steek ze op tapasprikkers, vries 2 uur in, dip in gesmolten chocolade en rol door fijngehakte nootjes, kokos of granola. Nog even rechtop in een glas terug in de vriezer en klaar! Grotere ijsjes? Snijd dan grotere stukken banaan, zorg dat ze elkaar niet raken in het glas.
Zelf fruitijsjes maken is echt een feestje – zeker als het buiten zinderend heet is en de tuin uitpuilt van rijp fruit. Je kunt volop variëren: laagjes maken (watermeloen, kiwi, aardbei), siroop toevoegen, of zelfs met yoghurt experimenteren voor zachtere structuren.
En het mooie? Zo’n ijsje is klein… maar groots geluk in juli.
“Een ijsje is misschien klein, maar het is groot geluk – vooral als je het zelf hebt gemaakt.”
🍓 Suggesties voor goede fruitsoorten voor ijsjes:
Vlierbloesem/lavendel (voor siropen als smaakmaker)
👩🍳 Heb jij wel eens zelf fruitijsjes gemaakt? Wat zijn jouw favoriete smaken of combinaties? Laat het me weten – ik ben benieuwd naar jullie creaties!
“Onder de zinderende zon van de Bourgogne leven we langzaam, in de schaduw, met de zomer als metgezel.”
Op dit moment, om 16.16 uur, tikt de thermometer de 38 graden aan – en morgen wordt het nog warmer. De hitte maakt loom en sloom; in de middag komt er weinig uit mijn handen. Maar de was? Die gaat als een tierelier: binnen een uur droog aan de lijn. De grote tomaten in de moestuin verkleuren bijna waar je bij staat, van groen naar diep rood. Op de achtergrond speelt Radio Nostalgie z’n vertrouwde deuntjes en naast mijn laptop staat een glas frisse citronnade. In de koelte van ons authentieke Franse huis tik ik deze woorden, genietend van het langzame ritme van een zomer onder la canicule. Hier, op het platteland, geeft de natuur het tempo aan – trager, zachter, maar precies goed.
Frankrijk zit – net als een groot deel van Zuid-Europa – gevangen onder een hittekoepel. Dat gebeurt wanneer een krachtig hogedrukgebied het weer blokkeert. Vergelijk het gerust met een deksel op een kookpot: de lucht kan nergens heen en warmt razendsnel op. In Frankrijk geldt inmiddels in een recordaantal departementen code oranje, en ook in landen als Portugal, Spanje en Italië lopen de temperaturen richting of zelfs ruim boven de 40 graden. Op Sicilië is buiten werken tijdens de heetste uren zelfs verboden.
Hier leven we momenteel als mollen. Alle luiken zijn dicht en de dikke stenen muren (60 cm!) houden de warmte gelukkig nog enigszins buiten. De paarden staan met hun hoeven in het riviertje onder het bladerdek en zelfs de kippen zoeken de schaduw op in de bosjes — pas tegen de avond komen ze voorzichtig weer tevoorschijn. Zelf drink ik veel water en grote flessen citronnade staan klaar in de koelkast, soms met een takje lavendel of een beetje munt erbij, heerlijk verfrissend. Zware maaltijden slaan we over: op tafel komen frisse gerechten zoals salade niçoise. Uit de moestuin plukken we volop zomerfruit, vooral frambozen en blauwe bessen – eenvoudig en verrukkelijk.
Als we toch naar buiten moeten: zonnepet of hoed op, zonnebril, goed smeren en luchtige kleding – en dan: weren. Rondom ons oogsten de boeren inmiddels het verdroogde koolzaad en de tarwe, grote stofwolken stijgen op van de velden, overal liggen strobalen. ’s Avonds klinkt het orkest van cicaden onder een zwoele, warme hemel. Slapen is wat lastiger met die aanhoudende hitte, dus rekken we de dag gewoon een beetje op, en soms is een siësta helemaal zo gek nog niet. Tussen alle bedrijvigheid door heb ik ook nog twee tropische aquarellen gemaakt in mijn schetsboek — puur voor de ontspanning.
Mijn recept van vandaag: Salade Niçoise — een zomerse klassieker die perfect op tafel past, vergezeld van een glaasje huisgemaakte citronnade.
🥗 Salade Niçoise – het recept
Ingrediënten (voor 2–3 personen):
2 handjes jonge sperziebonen (eventueel haricots verts), kort gekookt en afgekoeld
“Eenvoud is niet het tegenovergestelde van rijkdom, het is de rijkdom zelf.”
Toen ik samen met mijn dochter en schoonzoon emigreerde naar de Bourgogne, had ik bepaalde dromen. Niet alles kwam uit — maar eerlijk? Dat ligt niet aan het land. Eén grote wens is wél werkelijkheid geworden: leven van onze eigen moestuin en eitjes van de kippen. In de zomer is er overvloed, echt waar. Dan ben ik dagen bezig met inmaken: courgettes, witte kool, komkommer, pepers… noem maar op. Vandaag tikte de thermometer de 35 graden aan, zelfs voor mij is dat warm, maar de tuin? Die bloeit.
De eerste watermeloenen verschijnen, de mandarijnen groeien door van juni tot februari, en mijn citroenboom laat al kleine vruchtjes zien. De aardbeien en blauwe bessen pluk ik letterlijk met bakken tegelijk, en de frambozen volgen snel. Straks komen de vijgen, appels, pruimen en walnoten eraan. Alles groeit, alles leeft. En dankzij de bloemen en bomen voor vlinders en bijen is de tuin ook écht vruchtbaar. Bij ons nieuwe kleine gehucht — een hameau met slechts een paar huizen — dromen we van onze eigen bijen en misschien zelfs van paddenstoelen kweken.
We hebben ons goed aangepast aan het Franse klimaat en een siësta in de hangmat, in de schaduw onder het bladerendak, is zo zalig. Mijn klanten en vrienden hier zijn ook royaal. Gisteren kreeg ik een pot aalbessenjam, verrukkelijk. Soms krijg ik tomaten, dan weer een emmer peren. De ruilhandel van het platteland leeft hier echt. Vandaag lunchte ik zoals ik bijna elke dag doe: buiten, aan een houten tafel in de schaduw, met een bord pasta met gegrilde groenten, een schepje zoetzuur courgette als bijgerecht, en een eitje van onze eigen kippen — die zichzelf momenteel verstopt hebben onder de bomen om aan de hitte te ontsnappen. Ze hebben hun badje en schaduwplekken, dus ze redden zich wel.
Het is werk, zo’n tuin. Maar wat je ervoor terugkrijgt, is onbetaalbaar: smaak, gezondheid en verbondenheid met het seizoen. 🌿
“La terre ne ment pas – wie met liefde zaait, oogst altijd meer dan alleen voedsel.”
🍋 Recepttip: Courgette zoetzuur (als bijgerecht)
Wat heb je nodig:
2 middelgrote courgettes (in dunne plakjes)
250 ml witte wijnazijn
200 ml water
150 g suiker
1 theelepel mosterdzaad
1 theelepel kurkuma
1 kleine ui, in fijne ringetjes
Zout naar smaak
Bereiding:
Strooi wat zout over de courgetteplakjes en laat ze een uurtje uitlekken.
Spoel ze daarna af en laat goed uitlekken.
Breng de azijn, water, suiker, kruiden en ui aan de kook.
Voeg de courgettes toe en laat 3 minuten meekoken.
Schep alles in schone potten en sluit af. Laat minimaal 3 dagen staan voor gebruik.
Heerlijk bij een stukje brood, gegrilde groenten of een zomerse maaltijd buiten onder de bomen 🌞
“Wie omhoog kijkt, ziet altijd meer dan wat voor hem ligt.”
Het Parc Naturel Régional du Morvan, gelegen in het hart van Bourgogne-Franche-Comté in Midden-Frankrijk, is sinds 17 juni 2025, officieel uitgeroepen tot “Réserve Internationale de Ciel Étoilé” – een zeldzaam en eervol label dat slechts 24 keer wereldwijd is toegekend. Daarmee is de Morvan niet alleen een paradijs voor wandelaars en natuurliefhebbers, maar nu ook voor sterrenkijkers.
Dit sterrenreservaat ontstond dankzij jarenlange inspanningen van onder andere de Société Astronomique de Bourgogne en lokale overheden. Het Morvan-gebied staat bekend als een van de donkerste plekken in Frankrijk – ideaal om met het blote oog de Melkweg, planeten en zelfs vallende sterren te bewonderen.
Voor mij is dit label extra bijzonder. Ooit gaf ik mijn broer een ster – een klein hemellichaam dat nu zijn naam draagt. Met mijn vader keek ik vroeger door een grote telescoop naar de sterren. Hij wees me de Grote Beer aan, ofwel Ursa Major, en vertelde hoe die sterrenbeelden elk hun verhaal hebben. Ik herinner me zijn uitleg over de poolster, zwarte gaten en het ronddraaien van het heelal. We keken samen naar Star Wars en Star Trek – ik begreep lang niet alles, maar ik vond het magisch.
De Morvan is precies de plek waar je nog in verwondering naar de hemel kunt staren zonder storend licht. En laat het nu juist deze plek zijn waar ik woon. Toeval? Of de sterren die hun werk doen? Ik geloof graag dat het zo heeft moeten zijn. 🌟
“De hemel liegt nooit – je hoeft alleen maar omhoog te kijken.”
“Creativiteit is het zonlicht van de geest — laat het stromen en iets moois bloeit vanzelf op.”
Op zaterdag 14 juni organiseren wij, het team van Coukoe Lifestyle – Lies en Pien – weer een fantastische creatieve workshop met als thema: de zonnebloem. We schilderen met acrylverf op canvasdoek, en als het weer meezit doen we dat lekker buiten in de zon. Is het wat minder, dan wijken we gezellig uit naar binnen.
De zonnebloem is een krachtig symbool van licht, leven en groei, met haar open houding naar de zon. Ze staat ook voor optimisme en doorzettingsvermogen, en is daarom een geliefd onderwerp in de kunst. Niet voor niets wordt de zonnebloem vaak geassocieerd met Vincent van Gogh, wiens beroemde reeks zonnebloemschilderijen tot zijn meest iconische werken behoort.
Tijdens de workshop werken we stap voor stap, eventueel met mallen voor wie dat prettig vindt, maar er is alle ruimte om je eigen creativiteit te volgen — van klassieke zonnebloem tot een ware Picasso-bloem!
De workshop duurt 3 uur, inclusief een lekker hapje en drankje. Kosten zijn €35,- p.p., maar als je met vier personen of meer komt, betaal je slechts €20,- per persoon.
Kom je ook zon en kleur vangen op het doek?
“Iedere zonnebloem kijkt naar het licht — iedere kunstenaar volgt z’n eigen richting.”
Informatie en inschrijven kan via het contactformulier. Omdat we met kleine, gezellige groepjes werken, kan de workshop snel vol zitten. Is er geen plek meer op 14 juni? Dan plannen we in overleg graag een alternatieve datum met je in.
Soms zit het geluk in een eenvoudige kom dampende pasta, met een vleugje herinnering en een snufje traditie
Persoonlijke notitie: Mijn oma, naar wie ik vernoemd ben, kwam uit de Elzas – en zo komt ook mijn recept voor spätzle uit die streek. Spätzle, wat letterlijk “musjes” betekent, zijn een soort zachte pasta die traditioneel in Zuidwest-Duitsland wordt gegeten, maar ook in de Elzas en Noord-Zwitserland staan ze regelmatig op het menu. Zelfgemaakte spätzle zijn echt niet te vergelijken met de variant uit de winkel; het verschil proef je meteen.
Bij mij begint het met een grote pan gezouten water op het vuur en daarnaast een kom met koud water om de spätzle na het koken kort in af te koelen. Laat de spätzle goed uitlekken. Ik doe het daarna in een afsluitbare vershoud bak en bak het later op in een pan met dikke bodem, met een klontje boter en/of wat olijfolie. Vroeger gebruikte men een houten plank met een mes om de slierten in het water te schaven, maar ik ben inmiddels overgestapt op een spatzenhobel, een speciaal soort schaaf. Het resultaat is iets tussen spätzle en knöpfli in – Zwitsers van vorm, Elzassisch van gevoel en oorsprong. Voor mij helemaal perfect! Mijn familie in de Elzas gebruikt ook de “spatzenhobel” Het is een soort schaaf waarmee je dus makkelijk sliertjes spätzle kunt maken.
Geserveerd met gekaramelliseerde uien, wat groenten, en dan een keuze tussen gesmolten kaas of gestoofd vlees met veel saus: het is een feestmaal. Kässpätzle met een mix van zachte en pittige kazen als Comté of Gruyère is mijn favoriet!
Het lijkt misschien een hoop werk, maar in de praktijk valt het erg mee. Met een goede schaaf en een goed humeur kom je al een heel eind. En ik denk altijd: ik maak iets lekkers, voor mijn familie, voor vrienden en voor mezelf.
Spätzle is een populaire specialiteit in de Franse Elzas, een regio met sterke Duitse invloeden. Oorspronkelijk afkomstig uit Zwaben in Zuid-Duitsland, heeft deze pasta-achtige lekkernij ook in de Elzas een stevige plek op het menu veroverd. Spätzle zijn kleine, onregelmatige sliertjes of knoedeltjes gemaakt van een eenvoudig deeg op basis van bloem, eieren, en water of melk. In de Elzas vind je ze zowel in klassieke vorm als in variaties met aardappel in het deeg, wat een zachtere, vollere structuur geeft.
Ze worden vaak geserveerd als bijgerecht bij vleesgerechten zoals Baeckeoffe (stoofpot), wild of gebraden kip met romige saus. Een geliefde vegetarische variant is Spätzle au fromage, waarbij de warme spätzle worden gemengd met een lokale bergkaas en gekarameliseerde uitjes – een soort Elzasser mac & cheese! Je kunt ze ook eenvoudig wokken met champignons, spekjes en een scheutje room, of met boter en knoflook als snelle lunch.
Deze comfort food klassieker uit de Elzas laat perfect zien hoe Duits-Franse smaken samensmelten tot iets onweerstaanbaars!
Zin om zelf aan de slag te gaan met spätzle?
🥚 Basisrecept spätzle (voor 4 personen)
Ingrediënten:
250 à 300 g bloem (type 405 of gewone tarwebloem)
4 eieren
ongeveer 120 ml water of melk (of een combinatie)
1 theelepel zout
(optioneel: een snufje nootmuskaat voor extra smaak)
Bereidingswijze:
Maak het deeg Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje en voeg de eieren, het zout en het water/melk toe. Roer stevig met een houten lepel tot je een glad, elastisch en iets plakkerig deeg hebt. Het moet nét van een lepel vallen maar niet te dun zijn. Laat het 10 minuten rusten.
Vorm de spätzle Breng een grote pan water met wat zout aan de kook. Gebruik een spätzle-pers, grove rasp, of snijplank en mes om het deeg in sliertjes in het kokende water te laten vallen.
Kook de spätzle Zodra ze boven komen drijven (na ca. 1–2 minuten), zijn ze gaar. Schep ze met een schuimspaan uit de pan en laat uitlekken.
Laat afkoelen & bak op Laat de spätzle eerst afkoelen (op een bakplaat of in een schaal met wat olie om plakken te voorkomen), en bak ze daarna goudbruin in boter of olie in de koekenpan. Heerlijk met kaas, spek of gewoon naturel!
Tip: Je kunt ze ook invriezen na het koken en later opbakken.
Met bloem op mijn handen en oma in mijn hart smaakt spätzle altijd naar thuis
Elke ochtend brengt een nieuwe oogst en een nieuwe glimlach
In de vroege ochtend, wanneer de dauw nog op de bladeren ligt en het bos langzaam ontwaakt, gaan Lies en ik – moeder en dochter – samen op pad. Met rieten mandjes in de hand struinen we door ons voedselbos in de Bourgogne, op zoek naar een ware lentetraktatie: wilde asperges. Ze lijken op dunne groene asperges, maar officieel behoren ze tot de hyacintenfamilie (Asparagus acutifolius in het Latijn, ook wel “asperges sauvages” in het Frans en “wild asparagus” in het Engels).
Deze plantjes groeien niet uit de grond als witte asperges, maar komen tevoorschijn als trossige, frisse scheuten, vaak aan de bosrand of onder struiken, van april tot juni. De smaak? Tussen spinazie en groene asperge in – zacht, aards en een tikkeltje nootachtig. Ze zitten vol vezels, vitamine C, A en K, en zijn arm aan calorieën. Een mooie bonus: we plukken ze met mate, zodat er altijd genoeg overblijft voor de dieren in het bos.
Na het plukken wassen we ze goed – je weet maar nooit welk bosdiertje nieuwsgierig is geweest – en dan blancheren we ze 3 minuten in licht gezouten water. Daarna direct in ijskoud water: zo blijven ze knapperig, frisgroen en vol smaak.
We verwerken ze in allerlei gerechten: met noedels of rijst, in hartige taarten of omeletten, en zelfs in frisse salades of romige soepen. Soms eten we ze gewoon zo, met een scheutje olijfolie en een snuf zeezout. De natuur op z’n puurst – en het is pure luxe, zomaar in onze achtertuin.
Voordat we naar de recepten gaan, nog even dit: ik heb intussen heel wat gerechten met wilde asperges op mijn naam staan. In principe kun je ze in vrijwel elk recept vervangen waar groene asperges in staan – maar let op: ze zijn fijner van structuur en iets anders van smaak.
👉 Kleine tip als je een omelet wilt maken: was de wilde asperges goed, blancheer ze kort, koel ze af in ijswater en laat ze uitlekken. Klop dan je eieren en voeg de asperges toe – dek af en laat dit mengsel een nachtje in de koelkast rusten. Zo trekken de smaken perfect in elkaar en wordt je omelet nóg lekkerder.
Hieronder deel ik een paar van mijn favoriete recepten met wilde asperges. Bon appétit!
🥧 Quiche met groene asperges en Échiré-boter
(voor 4 personen)
Ingrediënten:
1 rol bladerdeeg of quichedeeg
300 g groene asperges/wilde asperges (in het seizoen!)
3 eieren
200 ml crème fraîche
1 sjalot, fijngesneden
1 el Échiré-boter (of andere gezouten boter van hoge kwaliteit)
100 g geraspte Comté of Gruyère
Peper, zout, nootmuskaat
*Voor deze feestelijke brunch heb ik de groene asperges vervangen door wilde asperges, die nu volop groeien in mijn voedselbos – gratis, puur en net zo lekker. Ze geven dit eenvoudige gerecht een extra bijzonder tintje: geplukt in de ochtend, op tafel tijdens de brunch.
Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180°C.
Snijd de houtige onderkant van de asperges af en blancheer ze 3 minuten. Spoel met koud water.
Bak de sjalot glazig in Échiré-boter.
Klop de eieren los met crème fraîche, sjalot, kaas, peper, zout en een snuf nootmuskaat.
Bekleed een quichevorm met deeg. Schenk het eimengsel erin. Verdeel de asperges mooi bovenop.
Bak 30-35 minuten tot goudbruin en stevig.
Serveer warm of lauwwarm met een frisse salade van jonge bladsla en radijsjes. Een glaasje cider of een lichte witte wijn erbij maakt het feestelijk.
Wilde asperges met noedels, champignons en tuin-erwten
Het tweede gerecht is weer zo’n simpele topper uit mijn keuken – bomvol smaak en precies wat je wilt op een lentedag. De vers geplukte wilde asperges kookte ik 3 minuten in licht gezouten water en dompelde ze daarna direct in ijskoud water om hun bite en kleur te behouden. In de wok gingen vervolgens verse champignons en groene tuin-erwtjes mee, en ik combineerde alles met noedels (rijst kan natuurlijk ook). Als extraatje roosterde ik een rode paprika die ik nog over had – want ik hou van lekker, maar ook van zero waste. Een makkelijk, voedzaam en kleurrijk gerecht dat bewijst dat simpel vaak het allerlekkerst is.
Mijn derde recept lijkt op het eerste recept maar is nog simpeler en minstens net zo lekker!
Neem 1 bladerdeeg rol (vers is favoriet)Ingrediënten
olijfolie 🥂✨
1 rol bladerdeeg
150 g kruidenkaas type Boursin look en fijne kruiden
200 g kleine groene asperges
120 g pancetta in stukjes, of zon gedroogde tomaatjes
1 ei losgeklopt
1/2 citroen
peper, zout
Instructies
Verwarm de oven voor op 200°C.
Rol het bladerdeeg uit, prik er enkele gaatjes in en smeer er de kruidenkaas over uit. Laat hierbij een randje van 2 à 3 cm vrij.
Doe de asperges in een menkom en besprenkel met olijfolie en het sap van de citroen. Kruid met peper en zout. Meng en schik de asperges over de kruidenkaas.
Verdeel er de pancetta over. Ik heb zon gedroogde tomaten in reepjes gebruikt, in plaats van pancetta, ik hou van vegetarisch eten.
Plooi de randjes van het bladerdeeg om en smeer deze in met het ei.
Bak 20 minuten, laat lichtjes afkoelen en serveer.
Notities
De taart is super lekker zowel warm, lauw als koud.
Je kan hem als hapje serveren, als voorgerecht met een kleine salade erbij of als hoofdgerecht.
Indien je grote groene asperges wenst te gebruiken, halveer deze dan vooraleer je ze op de taart legt. Wil je ze toch zo gebruiken, kook ze eerst even beetgaar zodat ze zeker gaar uit de oven komen.
Variëren is mogelijk: Wissel eens van kruidenkaas, neem gerookte spekblokjes in plaats van pancetta of voeg een extra groente toe. Alles kan!
De natuur serveert het beste ontbijt, zolang je er maar op tijd bij bent
Rijd je op een zonnige lentedag door het Franse platteland, dan is de kans groot dat je je plotseling omringd voelt door een zee van geel. Hectares vol koolzaad strekken zich uit tot aan de horizon, als een gouden tapijt onder een blauwe lucht.
Hoewel het nog maar begin mei is, beginnen de uitgestrekte koolzaadvelden in de Bourgogne hun intense gele gloed al te verliezen. Tussen het goudgeel verschijnen steeds meer groene eilandjes, en de tere bloempjes lijken langzaam in te zakken. De ongewoon warme dagen van de afgelopen tijd hebben hier vast hun invloed op gehad. Toch hebben de velden nog altijd een betoverende schoonheid.
Maar achter die schoonheid schuilt een bijzonder gewas. In deze blog duiken we in de wereld van koolzaad: wat het is, waarom het zo populair is, en wat we er allemaal van maken, en ook de keerzijde van het gele koolzaad.
🌱 Wat is koolzaad?
Koolzaad (Frans: colza, Latijn: Brassica napus) is een plant uit de kruisbloemenfamilie, nauw verwant aan kool, mosterd en raapzaad. De plant groeit snel, is winterhard en vormt in het voorjaar opvallend gele bloemen.
In Frankrijk is koolzaad een belangrijke landbouwteelt. Je ziet het vooral in open velden, vaak in wisselteelt met granen of zonnebloemen. Het zaad wordt geoogst in de zomer, meestal in juli.
🐝 Waarom is koolzaad zo populair?
Veelzijdige toepassingen Koolzaad is een multifunctioneel gewas. De zaden worden geperst tot olie, gebruikt voor menselijke consumptie, maar ook als grondstof voor biodiesel en in veevoeder. Zelfs de overgebleven perskoek is waardevol.
Goede bodemstructuur Door zijn diepe wortels verbetert koolzaad de bodemstructuur. Het maakt het land luchtiger en voedzamer voor de volgende teelten.
Bijenparadijs Koolzaad is enorm geliefd bij bijen. Imkers plaatsen graag hun kasten naast koolzaadvelden: het levert een zachte, lichtgele honing op — koolzaadhoning — met een frisse smaak.
Klimaatvriendelijk alternatief Koolzaadolie wordt ook gebruikt voor biobrandstof (biodiesel), een duurzamer alternatief voor fossiele brandstoffen.
🌻 Van bloem tot olie – de reis van koolzaad
Bloei (april–mei) De velden kleuren geel, de bloemen worden bestoven en ontwikkelen kleine peulen.
Zaadvorming (mei–juni) In de peulen groeien zwarte zaden – rijk aan olie.
Oogst (juli) Zodra de planten dor en droog zijn, worden de zaden geoogst.
Persen & raffineren De zaden worden koud of warm geperst tot koolzaadolie. Deze olie is rijk aan omega 3 en wordt veel gebruikt in salades, sauzen en margarine.
Restproduct De droge resten na het persen worden verwerkt tot veevoer.
🍶 Wat maken we van koolzaad?
Koolzaadolie (culinair) – zacht van smaak, ideaal voor koude bereidingen
Koolzaadhoning – crèmig, licht van kleur en geliefd bij bijen
Biodiesel – duurzame brandstof, met name in landbouwvoertuigen
Veevoer – rijk aan eiwitten
Groene bemesting – soms gebruikt als tussengewas om de bodem te voeden
🌾Koolzaadgeel: schoonheid, klimaat en schaduwzijde
Koolzaad is een van de gewassen die goed passen in een toekomstgerichte landbouw. Het is relatief makkelijk te verbouwen, heeft een korte groeicyclus, verbetert de bodem, en ondersteunt biodiversiteit door zijn aantrekkingskracht op insecten.
Toch moeten we eerlijk zijn over de voor en nadelen van de grote koolzaadvelden:
🌾 Nadelen van koolzaadvelden:
Gebruik van pesticiden en herbiciden In de conventionele landbouw worden koolzaadvelden vaak bespoten met chemische middelen tegen onkruid, schimmels en insecten. Sommige van deze middelen zijn schadelijk voor bijen en andere bestuivers. In Frankrijk wordt dit inderdaad genoemd als een reden voor de daling van de bijenpopulatie.
Risico op monocultuur Koolzaad wordt vaak op grote schaal en als monocultuur verbouwd, wat leidt tot een verlies van biodiversiteit in de bodem én erboven. Dit maakt de gewassen ook vatbaarder voor ziektes, wat op zijn beurt leidt tot méér gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Impact op bijen Koolzaad bloeit in het voorjaar en trekt bijen aan, maar als het veld is behandeld met neonicotinoïden of andere systemische pesticiden, nemen bijen via de nectar en het stuifmeel giftige stoffen op. Dat verzwakt hun immuunsysteem en oriëntatievermogen, met als gevolg massale bijensterfte in sommige gebieden.
Verarming van de bodem Koolzaad onttrekt veel voedingsstoffen aan de bodem, vooral stikstof, wat betekent dat er vaak kunstmest wordt gebruikt. Ook dat heeft weer milieugevolgen, zoals uitspoeling naar grond- en oppervlaktewater.
🌱 Positieve alternatieven of oplossingen:
Biologische teelt van koolzaad beperkt of vermijdt het gebruik van gifstoffen.
Bloemrijke akkerranden kunnen bijen en insecten helpen door ze alternatieve, niet-giftige nectarbronnen te bieden.
Agro-ecologische rotatie kan helpen de bodem gezond te houden en plagen natuurlijk te beheersen.
Recept met koolzaadhoning:🍯 Yoghurt met geroosterde noten en koolzaadhoning
Ingrediënten (voor 2 personen): – 200 ml volle Griekse yoghurt – 2 eetlepels koolzaadhoning – 1 handje gemengde ongezouten noten (amandel, walnoot, hazelnoot) – 1 theelepel boter – Snufje kaneel – Optioneel: een paar plakjes rijpe peer of verse vijg
Bereiding:
Rooster de noten in een droge koekenpan tot ze licht beginnen te kleuren. Voeg dan de boter toe en een snufje kaneel. Laat even karamelliseren op laag vuur.
Schep de yoghurt in mooie glazen of schaaltjes.
Verdeel de warme noten eroverheen.
Druppel royaal koolzaadhoning over het geheel.
Werk eventueel af met wat plakjes peer, banaan of vijg voor een extra zachte, frisse toets.
Tip: Serveer met een stukje knapperig briochebrood of een dun galetje voor een Franse lente-brunch 🌸
Ze bloeien stil, fel en gulzig, als een fluisterend voorjaar. Koolzaad — het licht van het land, en de geur van een nieuw seizoen.
Op een dag als deze, wanneer de zon vroeg opstaat en de lucht helderblauw is, voelt het leven simpelweg lichter.
1 mei staat voor mij dit jaar letterlijk in het zonnetje. Vroeg in de ochtend stond de zon al te stralen aan een felblauwe lucht — de perfecte start van een vrije dag in de Bourgogne. Terwijl de vogels zingen en het land langzaam opwarmt, sta ik stil bij de betekenis van deze dag.
1 mei is in Frankrijk niet alleen een officiële feestdag – la Fête du Travail – maar ook een dag vol symboliek. Al sinds begin 20e eeuw wordt deze dag gevierd als eerbetoon aan arbeiders, met vrije tijd als belangrijkste geschenk. Maar in Frankrijk wordt op deze dag ook massaal een ander klein geschenk uitgewisseld: het geurige meiklokje, het ‘muguet’.
Het lelietje-van-dalen: klein bloemetje, grote betekenis
Op 1 mei geven de Fransen elkaar al eeuwenlang lelietjes-van-dalen, ook wel bekend als meiklokjes. Dit sierlijke bloemetje staat symbool voor geluk en hoop, en wordt sinds 1561 aan geliefden, vrienden of familie geschonken. De oorsprong van deze traditie gaat terug naar koning Karel IX, die tijdens een bezoek aan de Drôme een boeketje ontving en zo onder de indruk was dat hij besloot deze mooie gewoonte aan het hof in te voeren.
Sindsdien is het een geliefde traditie die niet alleen charmant is, maar ook uniek: het lelietje-van-dalen is het enige bloemetje dat je op 1 mei zónder vergunning op straat mag verkopen. Volgens de traditie is een perfect boeketje samengesteld uit drie takjes met elk dertien klokjes.
Pas in de 20e eeuw werd het lelietje-van-dalen het officiële symbool van de Dag van de Arbeid. In Parijs werd het gebaar omarmd onder invloed van maarschalk Pétain, waarna het zich verspreidde over heel Frankrijk. Vandaag de dag wordt het bloemetje nog steeds met liefde gedeeld. In 2023/24 gaven de Fransen samen zo’n €19,5 miljoen uit aan deze traditie.
Ruim 85% van alle verkochte lelietjes-van-dalen komt uit de streek rond Nantes, maar ook in de Bourgogne – waar ik zelf woon – bloeien ze volop. De heerlijke geur van een bosje meiklokjes kan een hele kamer parfumeren.
Maar een kleine waarschuwing is op zijn plaats: ondanks hun schoonheid zijn ze erg giftig. Houd ze daarom uit de buurt van kinderen en huisdieren.
En terwijl de zon deze 1 mei alles in een gouden gloed zet, leek het me het perfecte moment om niet alleen stil te staan bij tradities, maar er ook iets lekkers mee te doen. Want wat is er nu feestelijker dan een klein gerecht of drankje geïnspireerd op de symboliek van deze dag? Hieronder deel ik een eenvoudig, maar bijzonder recept dat perfect past bij de sfeer van 1 mei – vol lente, lichtheid en een vleugje Frankrijk.
🌿 1 mei-receptje: Voorjaarsbruschetta met geitenkaas & bloemen 🌼
Een feestelijk hapje voor op een zonnige vrije dag, met eetbare bloemen als knipoog naar het lelietje-van-dalen. (Let op: muguet zelf is giftig – gebruik dus andere eetbare bloemen zoals viooltjes of Oost-Indische kers!)
Garneer met eetbare bloemen voor een vrolijke, lenteachtige touch.
En van het Franse luxe 1 mei-broodje stappen we moeiteloos over naar een nóg Fransere verwennerij: een glas sirop d’orgeat, vol amandelaroma en nostalgie.
🍹 Recept: Lente-aperitief met sirop d’orgeat
Ingrediënten (per glas):
2 cl sirop d’orgeat
200 ml bruiswater of plat koud water
een paar ijsblokjes
schijfje citroen of sinaasappel
optioneel: een scheutje versgeperst sinaasappelsap of een takje munt
Bereiding: Vul een glas met ijs. Giet de siroop erbij en vul aan met bruisend water. Roer zachtjes door. Garneer met een schijfje citrusfruit en eventueel wat verse munt. Serveer direct – fris, bloemig en vol Franse charme!
🥂 Wat is Sirop d’Orgeat?
Sirop d’orgeat is een Franse amandelsiroop met een zachte, bloemige smaak, vaak op basis van amandelen, suiker en oranjebloesemwater. De siroop is wit tot lichtgeel van kleur en wordt al generaties lang in Frankrijk gedronken – vooral als verfrissend drankje in de zomer, aangelengd met koud water of toegevoegd aan cocktails. Het heeft een licht nostalgische, bijna feestelijke bistro-uitstraling.
*Weet je dat… sirop d’orgeat ooit populair werd in de Franse cafés als alternatief voor alcohol op warme dagen? Een drupje zon in je glas!
In de stilte van het voedselbos vertellen zelfs de kleinste bloemen hun verhaal — en soms smaken ze verrassend pittig
Tussen het frisse lentegroen van mijn voedselbos in de Bourgogne bloeit een bijzondere bloem: de pinksterbloem. Met haar roze/lila bloemetjes en verfijnde, pittige smaak lijkt ze misschien onschuldig, maar deze bloem is een echte smaakmaker én vol geschiedenis.
Wat is een pinksterbloem eigenlijk?
Latijnse naam:Cardamine pratensis
Familie: Kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
Nederlandse naam: Pinksterbloem
Franse naam:Cresson des prés
Engelse naam:Cuckoo flower of Lady’s smock
De naam pinksterbloem is eigenlijk misleidend. Je zou denken dat ze met Pinksteren bloeit, maar de meeste pinksterbloemen zie je al vanaf half april verschijnen – zeker hier in de Bourgogne, waar de lente vaak net iets vroeger inzet. In Nederland en België is ze helaas zeldzamer geworden, maar hier groeit ze nog volop!
De Engelse naam “cuckoo flower” verwijst naar het verschijnen van de bloem rond de tijd dat de koekoek voor het eerst roept. In Frankrijk noemt men haar “weidekervel”, wat haar voorkeur voor vochtige graslanden verraadt.
Wat maakt de pinksterbloem zo bijzonder?
Smaak: zachte radijs, met een licht pittige bite
Eetbaar: bloemetjes, blaadjes én jonge stengels
Rijk aan vitamine C en mosterdolie-verbindingen
Waardplant voor het oranjetipje (vlindersoort)
Receptidee: Dipsaus met pinksterbloemen
Ingrediënten:
Handvol jonge pinksterbloemblaadjes en bloemetjes
2 el volle yoghurt of plantaardige variant
1 tl citroensap
Snuf zout & peper
Eventueel: geraspte radijs of een kneepje honing
Bereiding:
Meng alle ingrediënten tot een frisse dip. Heerlijk bij rauwkost, brood of een krokante cracker.
Pien op smaakreis…
Pinksterbloemen zijn niet alleen een lust voor het oog, maar ook een verrassende toevoeging aan mijn lentemenu. In mijn voedselbos in de Bourgogne ontdek ik elke dag weer nieuwe smaken en verhalen.
Meer inspiratie? Volg mijn blogs en ontdek hoe je zelf op smaakreis kunt gaan – met bloemen, kruiden en groenten uit de natuur.